Abonneer Log in

C'est comme si on était mort

De Universele Rechten van de Mens zouden toch eerder de Selectieve Rechten van Mensen met een Rijksregisternummer moeten heten.


® Karen Naessens

Wij doen de economie mee draaien maar krijgen daar niks voor in de plaats, zegt Nadia.

Nadia belichaamt ongewild onze angst voor ongebreidelde migratie, maar Nadia ís de Belgische staat.

Jezus ziet vanop zijn kruis hoe een driehonderdtal activisten onder zijn hoede slapen, er klinken gebeden in vele talen. Aan de muren hangen papieren met daarop slogans "C'est comme si on était mort".

Wie heel aandachtig de kranten bestudeert en naast al het corona en Bart De Pauw gerelateerd nieuws kan lezen, heeft misschien al gehoord van deze uiterst bijzondere actie. De Begijnhofkerk in het hartje van Brussel wordt sinds 30 januari geoccupeerd door UDEP (l'Union pour la Défense des Sans-Papiers). Ondertussen worden ook de Brusselse universiteit ULB en de Vlaamse universiteit VUB 'bezet'. Wanneer je langs één van deze plekken komt, word je uitgenodigd voor een kop thee en krijg je een rondleiding.

Laat het duidelijk zijn dat deze mensen niet op zoek zijn naar onderdak of naar hulp. Ze vragen geen geld, geen extra dekens en geen medelijden: dit zijn activisten met een duidelijk politiek doel. Mensen die hun barricades zelf hebben moeten bouwen en met hun hele lijf en leed strijden voor het recht op een toekomst. Deze mensen krijgen geen verblijfsvergunning en worden gedwongen te leven in illegaliteit. Hun eis: concrete, duurzame politieke actie die een einde maakt aan hun onzekere en onveilige bestaan. Zij die onzichtbare jobs moeten uitoefenen en op onzichtbare adressen wonen, hebben zichzelf in de schijnwerpers gezet. Ze doen hun anders steeds gesmoorde stemmen galmen door de kerk.

Nadia, één van de activisten die nu reeds drie weken in de kerk slaapt, legt mij uit waarom ze hier zijn en hier niet snel zullen vertrekken. "On doit!" zegt ze. "De situatie waarin we leven is onhoudbaar, we moesten iets doen om dat te veranderen." Ik kijk rond mij naar de koude donkere kerk en voel mijn verkleumde vingers. "Dit is toch ook onhoudbaar?", vraag ik. "On doit!".

"De meesten van ons wonen en werken al meerdere decennia in België, sommigen zijn hier geboren. We doen vaak jobs die Belgen niet willen doen", zegt Nadia. "We werken in het zwart voor erg lage lonen en hebben sociaal en juridisch geen poot om op te staan. Tijdens corona werd nog maar eens duidelijk hoe zwak onze positie is. Toch dragen wij enorm bij aan dit land" legt Nadia uit. "Velen van ons werken tien uur per dag, zeven op zeven. Op de markt, in de bouw, als mecanicien, als poetspersoneel, in horecazaken, … We hebben enorm veel potentieel en vaak goede diploma's. Wij doen de economie mee draaien en investeren in dit land, maar krijgen daar niks voor in de plaats. Integendeel. Je zou kunnen zeggen dat er van ons wordt geprofiteerd." Ik moet lachen, zij ook. Ze weet dat ze net een hardnekkige rechtse theorie onderuit heeft gehaald.

Wij doen de economie mee draaien maar krijgen daar niks voor in de plaats, zegt Nadia.

"Van de democratie en de welvaartsstaat, waar dit land zo trots op is, mag ik blijkbaar geen deel uitmaken." Ik kijk Jezus in de ogen en bedenk me dat de Universele Rechten van de Mens, toch eerder de Selectieve Rechten van Mensen met een Rijksregisternummer zouden moeten heten.

"Of bijvoorbeeld feminisme", zegt Nadia. "Dat is ook mijn strijd, dat zijn evengoed mijn doelen. Toch lijkt de emancipatie van Belgische vrouwen niet voor mij te gelden." Ik knik en frons, en weet dat dit over mij gaat. Wanneer ik het als een overwinning zie dat huishoudelijk werk minder en minder op de schouders van vrouwen terechtkomt, erken ik daarbij niet dat dit over welgestelde vrouwen gaat. Dit soort werk wordt meestal uitbesteed aan vrouwen van een lagere sociale klasse, vaak met een migratieachtergrond en als het zwartwerk is in een geïllegaliseerde positie. Deze vrouwen worden slecht betaald en hebben geen of amper sociale rechten. De emancipatorische strijd gebeurt op hun rug, maar zij kunnen er niet van meegenieten.

Nadia's zoon is zestien. Ook hij slaapt in de kerk. "Hij weet dat dit een kwestie is van het wel of niet hebben van een toekomst. Hij studeert Wetenschappen-Wiskunde en wil graag ingenieur worden, maar zonder verblijfsvergunning kunnen ze hem geen diploma geven en dan loopt hij voor de rest van zijn leven vast. Als we nu niks doen wordt hij over twee jaar van school gestuurd. Ook sociaal is het moeilijk. Hij mag geen simkaart kopen, geen bankkaart hebben, niet naar een festival, niet mee op schoolreis."

Sinds mijn bezoek aan de Begijnhofkerk heb ik tweemaal mijn rijksregisternummer moeten doorgeven en eenmaal mijn pas laten zien. Om uitbetaald te worden, om een treinabonnement aan te vragen en om het zwembad binnen te komen. Het daagt mij dat de wereld die voor mij steeds flexibeler, kleiner en sneller wordt, dat niet voor iedereen is. Zonder de juiste papieren is het enkel moeilijker om je te verplaatsen en zijn de deuren meestal dicht.

Nadia belichaamt ongewild onze angst voor ongebreidelde migratie, maar Nadia ís de Belgische staat.

Niemand is illegaal. Illegaliteit is geen identiteit, het is een situatie waarin je belandt omdat mensen je een identiteit ontzeggen. Wie geïllegaliseerd wordt is crimineel om de simpele reden dat die ergens leeft terwijl die daar dood werd verklaard. "C'est comme si on était mort." Toch zijn deze mensen springlevend en vormen ze de ruggengraat van onze maatschappij. Nadia belichaamt ongewild onze angst voor ongebreidelde migratie – als we iedereen toelaten dan ontploft de Belgische staat – maar Nadia ís de Belgische staat.

(Met dank aan Nadia en haar zoon Mohammed)