Abonneer Log in

De Exodus van Westphalia

Elke grote maatschappelijke transitie gaat gepaard met een exodus. Wat wordt het deze keer?

Links beoordeelt Bitcoin moreel veel te snel.

De nieuwe infrastructuur is decentraler, productiever en goedkoper.

EXODUS

Bijna elke keer dat een samenleving zich beweegt naar een systeemcrisis, omdat het zijn ecologische en sociale legitimiteit verliest en zich niet genoeg meer kan verdedigen, gaat die crisis gepaard met een exodus, een fysische en structurele verplaatsing van een deel van de bevolking.

De crisis van het Romeinse Rijk ging gepaard met de teloorgang van de onafhankelijke boeren, met de vlucht van de slaven onder druk en de uitnodiging van de Germaanse stammen, en de snelle leegloop van de steden. Waar ging die mensenmassa naar toe? Naar de domeinen van bewapende landheren en naar de nieuwe christelijke congregaties, die voedsel en bescherming konden bieden.

Toen het feodalisme na de grote plaag van de 14e eeuw in moeilijkheden verkeerde, gebeurde iets gelijkaardigs. De boeren verlieten hun gronden, of werden via de 'Enclosures' weggejaagd. Ze kwamen terecht als proletariërs in de steden, waar ze via zelforganisatie van de arbeidersbeweging langzaam maar zeker een structureel onderdeel werden van de nieuwe kapitalistische samenleving.

Hoe gebeurt dat vandaag? Het neemt momenteel verschillende vormen aan, maar vaak onder invloed van de nieuwe mogelijkheden rond digitale netwerken. Vele arbeiders, bedienden en nieuw afgestudeerden verlaten het salariaat (het is meestal een kwestie van moeten, maar soms ook van kiezen) en vervoegen het precariaat. Daar worden ze enerzijds nomadisch in de gig economie en de 'project economie', of verlaten ze zelfs het land als digitale nomaden. Ook geografisch is er een verschuiving naar meer lokale commons-gerichte burgerbewegingen in de steden (in Vlaanderen is dat een tienvoudige groei in 10 jaar, volgens Oikos). Covid-19 heeft de transitie naar afstandswerken en afstandsleren heel wat versneld.

CRYPTO-ECONOMIE

Maar als we de situatie op wereldschaal bekijken, is er iets belangrijks aan de hand, via een belangrijk politiek subject: dat van de 'arbeidsaristocratie'. Het gaat hier met name over de hoogopgeleide digitale werkers, die heel wat persoonlijke autonomie nastreven en zeer belangrijk zijn voor de technische reproductie van het huidige systeem. Die werkers zijn opgegroeid met een open source economie, een economie die afhangt van gedeelde kennis die een commons-gerichte institutionalisering heeft gekend. Tien jaar geleden, in 2011, betekende het reeds een zesde van het Amerikaanse GDP en mobiliseerde het daar 17 miljoen werkers. Deze open source economie werkte niet optimaal voor ontwikkelaars, vermits een groot deel van het inkomen gemonopoliseerd werd door de eigenaars van het nieuwe proudhoniaanse kapitalisme.

Links beoordeelt Bitcoin moreel veel te snel.

Het antwoord van de grotendeels libertaire ontwikkelaars in de VS, en later internationaal, liet niet op zich wachten: de crypto-economie. De nieuwe crypto-economie is helemaal gebaseerd op open source code en op communautaire dynamiek, maar ook op gedeelde boekhouding (blockchain) in open collaboratieve ecosystemen, gebaseerd op vrije contributie, maar die ook via zijn eigen elektronisch geld, cryptomunten zoals Bitcoin, zo'n contributieve economie kan financieren. Initial Coin Offerings minimaliseren de rol van banken en venture kapitaal via crowdfunding, en zijn eigenlijk micro-aandelen die het vertrouwen van de gemeenschap in het project vertegenwoordigen. 40% van die investering wordt klassiek gereserveerd voor de ontwikkelaars, wat ongehoord is voor de kapitalistische economie. 11 jaar na de publicatie van het Bitcoin Manifesto van Satoshi Nakamoto op de website van de P2P Foundation, heeft die economie een zekere maturiteit bereikt. Links gaat dit veel te snel moreel beoordelen: Bitcoin heeft te veel energie nodigt, is te ongelijk verdeeld, enzovoort. Dit is allemaal zeer terecht. En toch. Er bestaat nu in de wereld een globale financiële en technische infrastructuur die maar ten dele kan worden gecontroleerd door de natiestaat. Het grootkapitaal heeft al een paar decennia geleden zijn eigen financiële infrastructuur en regulators zoals het IMF en de Wereldbank. Deze nieuwe infrastructuur is echter decentraler, productiever en goedkoper (met een factor tien, volgens experten).

De nieuwe infrastructuur is decentraler, productiever en goedkoper.

TERRITORIALE EN VIRTUELE INFRASTRUCTUUR

Hier ligt dus de innovatie:

  • Aan de ene kant hebben we een globaal territoriale ordening, de verzameling natiestaten die werden gevormd na het Verdrag van Westphalia, maar met enorm verzwakte staten die het grootkapitaal niet kan controleren, en waar het volk stilaan in opstand komt tegen dit soort globalisering. De 'somewheres', die al lang niet meer geloven in het verhaal van de hoogopgeleide elites, stemmen ondertussen steeds meer op de rechts-populistische krachten die de soevereiniteit van de natiestaat willen herstellen. Maar een nieuwe competitie tussen 'egoïstische landen' kan al snel tot conflicten en oorlog leiden, zeker in een periode van ecologische crisis en steeds minder grondstoffen.
  • Aan de andere kant hebben we een deel van de technische opgeleide arbeiders, die zich meer en meer verenigen in virtuele gemeenschappen, open source commons, die stilaan ook een soort natie aan het worden zijn. Ze creëren en beheren hun eigen geld, met nieuwe vormen van microsolidariteit en 'distributed income cooperatives' (vormen van trans-nationale sociale zekerheid, die automatisch beheerd worden via DAO technologie).

Deze situatie, met planetaire gildes, doet al een beetje denken aan het neomedievalistische scenario van Umberto Eco! Dit is een exodusfenomeen. De vraag is: wat kan een internationale orde gebaseerd op pure territorialiteit, het systeem van Westphalia, hiermee doen? Of hebben we een nieuwe mix van territoriale en virtuele infrastructuur nodig?