Abonneer Log in

Eén dag in het spoor van een leerlingenbegeleider

Getuigenis vanuit het CLB

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 2 (februari), pagina 17 tot 20

Het CLB loopt op de toppen van zijn tenen. De impact van de coronacrisis is nu meer dan ooit voelbaar in ons werk. Want naast de contact tracing, is er ook nog onze 'echte' opdracht: leerlingen begeleiden. Het gaat vandaag echt niet goed met sommige leerlingen.

De impact van deze coronacrisis op een jong leven is gigantisch.

Ik kijk op mijn telefoon en zie zes gemiste oproepen. E-mails zijn voor 's avonds.

Als directeur kan ik enkel mild zijn voor mijn medewerkers.

Onlangs vroeg ik aan een CLB-medewerker om te beschrijven hoe zijn dag was verlopen binnen een secundaire school. Onderstaand relaas van zijn werkdag toont aan dat het echt niet goed gaat met groepen leerlingen, dat afstandsonderwijs voor bepaalde groepen niet werkt en dat de impact van corona nog lang voelbaar zal zijn voor deze reeds kwetsbare leerlingen en gezinnen. Het zijn vaak onderliggende problematieken die, ondanks de vele inspanningen van de scholen, ook niet steeds zichtbaar zijn, laat staan oplosbaar.

Laat het daarom binnen het onderwijs op alle echelons ook over iets anders gaan dan maximale leer-en lestijd. Laat het ook gaan over de inhoud van de lessen, de manier van leren en het tonen van mildheid. Want de impact van deze coronacrisis op een jong leven en verdere maatschappelijke kansen is gigantisch. Laat ons, ook buiten het onderwijs, op alle echelons en over alle sectoren heen investeren in een warme maatschappij. Laten we investeren in een dienst- en hulpverlening die snel, krachtig en betekenisvol kan handelen als de nood zich aandient.

De impact van deze coronacrisis op een jong leven is gigantisch.

RELAAS VAN ÉÉN DAG

Voormiddag

In de voormiddag staan vijf gesprekken op school in de planning.

Leerling 1. De leerling is ziek tijdens de examens. Hij kreeg een 0, want geraakte niet aan een doktersattest door de drukte bij de huisarts. We voeren een kennismakingsgesprek.

Leerling 2. De ouder contacteert de school. Hij zit met de handen in het haar betreffende het gedrag van zijn zoon. In een gesprek met de leerling geeft die aan dat het thuis niet goed gaat; er is veel ruzie en stress. De leerling wil dit enkel in vertrouwen zeggen. Hij vraagt naar de mogelijkheid van een pleeggezin. Na het gesprek is hij opgelucht. Hij vraagt of hij morgen mag terugkomen. Ik geef aan dat dit mij niet lukt en stel voor dat we elkaar volgende week na de les op dinsdag of op woensdag opnieuw zien. 'Woensdag', zegt hij snel, 'want dan hebben we een hele namiddag om te praten.' De leerling werd in het verleden geplaatst in verschillende voorzieningen. In zijn laatste voorziening bleef hij drie jaar, dat was zijn thuis. Hij moest er weg omdat hij 12 jaar was. Hij mist zijn instelling en wil naar een pleeggezin. Maar hij wil nog niet dat ik er iets mee doe of iemand erover vertel.

Leerling 3. De leerling heeft een zeer slecht rapport. De oorzaak ligt wellicht grotendeels bij het opschorten van de fysieke lessen. De leerling wil van richting veranderen. We gaan samen op zoek naar een oplossing, en vinden een schoolkeuze en richting. Ik bel de betreffende school, maar er is geen plaats. Ik bel de leerling, die het even niet meer weet. Ik geef hem de opdracht om thuis de onderwijskiezer grondig te bekijken, met zijn ouders te praten en mij iets te laten weten.

Leerling 4. Deze leerling kan rekenen op een ondersteuningsnetwerk, maar hij heeft geen goed contact met de ondersteuner. Zijn rapport 'dagelijks werk' is zeer slecht. Hij heeft geen contact met zijn mama, en woont met papa en broertje bij oma. Hij vertelt me dat hij niet kan functioneren met de onlinelessen. Hij vergeet dat hij les heeft, maakt zijn taken niet, zijn structuur is weggevallen. Vaak valt hij pas om 3 uur 's nachts in slaap na 7 uur gamen, een probleem dat sinds de halve lesdagen extreem is geworden. De leerling vraagt ondersteuning. Hij staat open voor VIDA (Vroeg Interventie Drugs en Alcohol).

Leerling 5. De leerling wil stoppen met school. Hij doet zijn 7e jaar opnieuw, want hij had vorig schooljaar geen fut tijdens de lockdown. Dit schooljaar heeft hij betere punten, maar nu wil hij thuis weg. Hij vraagt advies. De thuissituatie is triest. Hij ziet zijn ouders graag, maar kan geen rust vinden in huis. We bekijken samen de opties in de opvang (al zijn die klein op korte termijn) en het aanvragen van een leefloon (in plaats van te stoppen met school en te gaan werken). De leerling volgt voorlopig het advies om toch door te zetten op school. Ik contacteer de klastitularis dat hij meer positieve bevestiging moet geven. Ik vraag ook of ik mag overleggen met de leerkracht. Dit mag. De leerling vraagt hoe hij dit met zijn ouders moet bespreken. Hij kiest ervoor om een brief te schrijven zodat ze niet kwaad worden. Samen met de leerling maak ik een afspraak met het OCMW om een leefloon aan te vragen. De leerling wil voldoende geïnformeerd zijn alvorens met zijn ouders het gesprek aan te gaan. Hij wil hen niet kwetsen.

Middag

Ik eet mijn boterhammen op en overleg met de leerkracht omtrent leerling 5. Ik kijk op mijn telefoon en zie zes gemiste oproepen. E-mails zijn voor 's avonds. De LARS-administratie (Leerlingen Activiteiten en Registratie Systeem) moet wachten tot op een rustiger moment. Want in de namiddag beantwoord ik de ene na de andere telefoon.

Ik kijk op mijn telefoon en zie zes gemiste oproepen. E-mails zijn voor 's avonds.

Namiddag

Telefonisch contact met noodopvang. De leerling die ik opvolg is thuis buitengezet. De begeleider vraagt ondersteuning in de zoektocht naar een woonst. Vorige week al contacteerde ik het OCMW in functie van een leefloon. Die aanvraag is ondertussen goedgekeurd, maar de leerling vindt geen verhuurder. Een sociale woning is geen optie; daarop is het jaren wachten.

Telefonisch met huisarts. Een leerling die ik opvolg heeft aan een brug gestaan om te springen. De huisarts vraagt om advies.

Telefonisch contact met ouders in een vechtscheiding. Voor de leerling heb ik reeds een A-doc jeugdhulp (intensieve hulp na de toegangspoort) opgesteld, maar de wachttijd bedraagt 1 jaar. De mama staat aan de spoed voor de opname van haar zoon wegens oudermishandeling. De papa zegt dat de mama de zoon mishandelt. Het M-document, waarbij een jeugdhulpverlener bij een verontrustende situatie de stap kan zetten naar een zogenaamde gemandateerde voorziening, is een optie. Maar wat is er echt mogelijk, gezien er reeds een aanvraag gebeurde binnen de dringende hulpvraag en ondersteuningsnoden dezelfde blijven? Het parket inschakelen betekent dat de leerling vermoedelijk naar de vader gaat, terwijl hij ook hij net deze situatie mede heeft gemanipuleerd.

Telefonisch contact met mama. Haar zoon, die ik opvolg en ooit is opgenomen in de psychiatrie, heeft haar deze morgen bestolen. De leerling zat in zijn kamer een joint te roken, maar is nu al de hele dag weg. Hij kreeg reeds enkele waarschuwingen van het parket in het kader van het samenscholingsverbod. Mama is nu een maand thuis geschreven. Ze kan de situatie niet meer aan. Ik zorg voor toeleiding NAFT (Naadloos Flexibel Traject), dat als doel heeft om schooluitval tegen te gaan. Ik neem ook contact op met de psychiater en met het OCJ (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg) in het kader van advies verontrusting.

Telefonisch contact met psychiater. De leerling die ik opvolg is met zijn mama aangekomen bij de psychiater. Die vraagt mijn inschatting. We beslissen om een A-doc prior in te dienen. Niet dat het op korte termijn een oplossing zal bieden, want de wachtlijsten blijven ook bij prior immens.

Telefonisch contact met politie. De politie kwam tussen voor een leerling wegens oudermishandeling. De leerling gebruikt drugs en vertoeft in criminele milieus. De leerling is sterk cognitief en vertoont geen emotie. Hij zit ondertussen in een andere school, maar de ouder is radeloos en vertrouwt ons. Na overleg met de directie besluit ik dit toch op te nemen met ons CLB. Ik zorg voor de ondersteuning van de ouder en voor de schriftelijke melding bij het parket. Ondertussen zoek ik contact met het nieuwe CLB van de leerling.

Mail van het secretariaat. Een gezin verhuist binnen twee weken naar onze regio. Het zoekt een school voor de zoon die Latijn volgt. Hij is dit schooljaar nog niet naar school geweest omwille van een medische problematiek. Het gezin geeft aan op zijn tandvlees te zitten. Het kan niet terecht bij het huidige CLB van de zoon, omdat de trajecter van dit CLB momenteel geen ruimte heeft. Het gezin hoopt dat wij kunnen helpen.

DIT RITME IS HALLUCINANT

Dit relaas is meer dan een rapportage van veel vragen naar ondersteuning. Hierachter zit menselijk leed met weinig tot geen perspectief op snelle hulp op maat. Het enige dat we nog kunnen bieden, is betrokkenheid. En laat dat een teken zijn dat er fundamenteel iets fout zit. Onze nabijheid is cruciaal; doch dit ritme is hallucinant en ermee blijven zitten is ondraaglijk.

Als directeur kan ik enkel mild zijn voor mijn medewerkers.

Als directeur kan ik enkel mild zijn voor mijn medewerkers die binnen een traject niet alle stappen zetten en wiens verslaggeving niet up-to-date is, kan ik enkel een luisterend oor bieden wanneer mijn medewerkers het nodig hebben, kan ik enkel investeren in een warme organisatiecultuur waarbij collega's elkaar vinden wanneer het inhoudelijk of emotioneel te veel wordt. Als directeur ben ik trots dat we mee struggelen met onze cliënten.

We kunnen niet dagelijks van elke medewerker deze nabijheid en toegankelijkheid verwachten. Maar dit is wel wat er bovenkomt als je het wel bent. Dit is wat er onder de radar blijft als je het niet bent.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 2 (februari), pagina 17 tot 20

IN HET OOG VAN DE CORONASTORM

Tijdelijke werkloosheid, blijvende onzekerheid
Lieselotte Van Hoecke
Eén dag in het spoor van een leerlingenbegeleider
Kim Van Steen
Een overrompeling van mensen met honger
Lisa Marie Declerck en Margit Sarbogardi