Abonneer Log in

Geschiedschrijving vanuit heroïsch perspectief

Meer en meer wordt herinneringseducatie een onderdeel van culturele diplomatie.

Zoals Arendt reeds aangaf is het probleem dat goed en kwaad akelig verweven blijken te zijn.

Een complexe realiteit raakt steeds meer gede­pluraliseerd in een binair frame tussen goed en kwaad.

"We kunnen het ons niet langer veroorloven om alleen het goede uit het verleden als onze erfenis te beschouwen, terwijl we het slechte wegwerpen en het eenvoudig beschouwen als dood gewicht dat vanzelf door de tijd zal worden begraven en vergeten." (Hannah Arendt, Totalitarisme, p. 42)

Meermaals per jaar begeleid ik bezoekersgroepen in het voormalige SS-Interessengebiet Auschwitz. Niet alleen het Staatsmuseum staat dan op de kaart tijdens deze meerdaagse verkenningstocht, maar ook andere locaties die een belangrijk onderdeel uitmaken van het complexe en gelaagde verhaal van de plaats die symbool staat voor het radicale kwaad. Dus ook plaatsen die geen enkele toerist bezoekt en waarvan slechts een handjevol lokale bewoners zelf de historische betekenis van kennen. Denk maar aan de 'quiet city' die Primo Levi beschreef, bestaande uit de talloze huizen en barakken waar de duizenden werknemers van het IG-farbencomplex woonden en werkten tussen de immense slavenarbeid van de gevangenen die zich daar voltrok. Vandaag heet dat de 'chemische wijk'. Daar woonden sedert de jaren 1950 voornamelijk werknemers van Zaklady chemiczne Oswiecim, de latere Poolse chemische fabriek na de oorlog. De wijk en het fabriekscomplex werden echter gebouwd en in gebruik genomen tijdens de oorlog en kostte het leven van duizenden mensen. Maar dat is een verhaal dat men er liever niet vertelt. Auschwitz, dat is het museum. En Oswiecim, dat is de stad en de fabriek. Een fictieve scheiding die het comfortabeler maakt om met een lastig en nabij verleden om te gaan.

Dat het voor inwoners van Auschwitz (Oswiecim) of Dachau confronterend is om steeds aan die ene laag van betekenisverlening te worden herinnerd, staat boven alle twijfel. Men tracht immers een normaal leven uit te bouwen op een plaats die ooit het centrum van menselijk leed was. Dus alle begrip daarvoor. Maar al een paar jaar ervaar ik een duidelijke omslag in de omgang met dit pijnlijk verleden. Meestal wordt geschiedschrijving rijker naarmate de tijd verstrijkt. Aanvullende lagen van informatie, nieuwe interpretaties en lastige waarheden krijgen de bovenhand. Hoewel de getuigen zelf ongenadig verdwijnen, zijn de ontsloten bronnen en talloze publicaties niet meer in één archief of bibliotheek te krijgen. Nog nooit is een geweldscasus zo uitvoerig geanalyseerd en gedocumenteerd. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 en de daaropvolgende enorme groei aan 'dark tourism', was Auschwitz een 'must-see' plaats in een Europees of zelfs kosmopolitisch bewustwordingsproces. Auschwitz werd gerepresenteerd als een keerpunt in de menselijke geschiedenis, iets wat Arendt benoemde als de gebeurtenis die nooit had mogen gebeuren. Auschwitz was het werk van mensenhanden en dat noodzaakte diepe reflectie over het kwaadaardig potentieel dat mensen bezaten.

Tot dat er plots gewag werd gemaakt van het strafbaar stellen van een nogal veel voorkomende fout, zoals het verkeerdelijk benoemen van Auschwitz als een Pools vernietigingskamp. Een fout die president Obama ooit maakte op bezoek in het gebied. Iets wat evident fout is, want haast eenieder weet dat de doodsfabrieken duidelijk nazikampen waren op bezet Pools grondgebied. Dus het is fout om te spreken over Poolse kampen. Maar zo'n fout strafbaar stellen met een gevangenisstraf toont een overgevoeligheid aan en een ervaren noodzaak tot een striktere scheiding tussen goed (wij) en kwaad (zij). Toen ik zelf ooit in het Staatsmuseum aan enkele medereizigers vertelde dat Auschwitz 1 voor de oorlog een Poolse legerkazerne was, verslikte de Nederlandstalige Poolse gids (die je verplicht in het museum moet nemen) zich en diende me op brutale wijze van antwoord dat 'het wel een Duits en geen Pools kamp was'. Het kostte me veel moeite om uit te leggen dat ik over de vooroorlogse periode sprak toen Polen nog niet bezet was en het dus wel degelijk een Poolse legerkazerne was. De gids bleek akkoord, maar vulde wel aan dat het poneren dat dit kamp een 'Pools' vernietigingskamp was niet getolereerd wordt.

Zoals Arendt reeds aangaf is het probleem dat goed en kwaad akelig verweven blijken te zijn.

Hoewel dit maar een detailervaring blijkt, is hier wel degelijk iets grondig aan het verschuiven. Meer en meer wordt herinneringseducatie een onderdeel van culturele diplomatie en wordt de geschiedenis enkel vanuit een heroïsch perspectief gerepresenteerd. De Polen waren enkel slachtoffers en helden, onmogelijk waren ze daders of mededaders. Van collaboratie kan zogezegd hier geen sprake zijn. Elke historicus fronst toch even de wenkbrauwen als hij zo'n statement hoort. Zoals Arendt reeds aangaf is het probleem dat goed en kwaad akelig verweven blijken te zijn en dat begrijpen betekent dat men 'aandachtig, zonder vooringenomenheid, de confrontatie aangaat' met een werkelijkheid, wat die ook blijkt te zijn. Met andere woorden, de historische realiteit is zelden zwart-wit maar wel de 'grijze zone' waarin zeer zeker het radicale kwaad zich voltrok.

Historische feiten en academische interpretaties staan niet louter op zich, maar worden natuurlijk politiek gehanteerd binnen een bepaald narratief of ideologie. Dat is op zich niet vreemd, want de selectie en het brengen van historische verhalen is iets wat voortdurend een weerspiegeling is van een machtspolitieke constellatie. Bewijs daarvan is onder meer de memory boom sedert de eeuwwisseling die resulteerde in een haast ongebreidelde groei van memorialen en musea die ons donker verleden moeten verhalen. Kennis over zo'n verleden kan bijzonder nuttig zijn wanneer je oude recepten en oude termen zoals 'omvolking' en 'leugenpers' opnieuw in debatten en op onze mediakanalen ziet verschijnen. Alleen moet die historische kennis dan wel vertrekken vanuit meerdere perspectieven en bovenal feitelijk zijn. Het spanningsveld dat hier echter steeds intenser wordt, is deze tussen sacraliteit en universaliteit. In toenemende mate neemt de sacralisering van het slachtofferschap toe en devalueert men de universaliteit van de onderliggende geweldsmechanismen. Een complexe, plurale en gelaagde realiteit (toen als vandaag) raakt op deze wijze steeds meer gede-pluraliseerd in een binair frame tussen goed en kwaad.

Een complexe realiteit raakt steeds meer gede­pluraliseerd in een binair frame tussen goed en kwaad.

Het laatste nieuwe wapenfeit van dit proces van de-pluralisatie is een rechterlijke uitspraak in Polen over een korte passage in het lijvig boek Night Without End van de historici Barbara Engelking en Jan Grabowski. Aanleiding tot de rechtszaak was een nicht van een voormalige oorlogsburgemeester die in het boek als collaborateur van de nazi's wordt benoemd, medeplichtig aan het verklikken van tientallen joden. De financiering van de rechtszaak werd voorzien door de Poolse 'Liga tegen laster' die stelde dat niet alleen de reputatie van de burgemeester en zijn familieleden op stapel stonden, maar eveneens die van andere Polen en de Poolse natie op zich. Samen met de Poolse regeringspartij PiS (recht en rechtvaardigheid) wordt zogezegd de strijd aangegaan en actie ondernomen tegen wat zij als desinformatie beschouwen. De rechter oordeelde uiteindelijk in het voordeel van het familielid dat zich geschaad voelde en legde een publieke verontschuldiging op aan de historici. Een ongezien vonnis in het naoorlogse Europa en een serieus gevaar voor de vrijheid van mening en toekomstig academisch onderzoek.

Het is het zoveelste wapenfeit waarbij de de-pluralisatie van politieke concepten, waarden en nu ook historische feiten worden herschreven en geherdefinieerd. Het resultaat is een steeds meer 'contrasterende samenleving' die bijdraagt aan verdere mobilisatie van groepen die zich heviger en antagonistischer ontwikkelen. Zo'n wereld van het eigen grote gelijk is niet waar Europa op gebouwd werd; en zal nog minder bijdragen aan het Europa dat moet worden. Het verleden bevat talloze waarschuwingen, maar men moet ze natuurlijk willen zien.