Abonneer Log in

Tijdelijke werkloosheid, blijvende onzekerheid

Getuigenis vanuit het OCMW

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 2 (februari), pagina 12 tot 16

Zo'n 1,5 miljoen mensen waren in het voorbije jaar gedurende een periode tijdelijk werkloos. Achter dat cijfer schuilen verhalen van mensen die in veel gevallen onder de radar blijven. Zoals dat van Annelies.


Foto: Paulina Januszewska

IN HET OOG VAN DE CORONASTORM

Tijdelijke werkloosheid, blijvende onzekerheid
Lieselotte Van Hoecke
Eén dag in het spoor van een leerlingenbegeleider
Kim Van Steen
Een overrompeling van mensen met honger
Margit Sarbogardi en Lisa Marie Declerck

Vandaag wachten er 5.000 tijdelijk werklozen gemiddeld 4 maanden op hun uitkering van de HVW.

De overheid moet nu zoeken naar snelle oplossingen om de achterstand bij de HVW weg te werken.

Zo kwam ik terecht in de wachtzaal van het OCMW, waar ik vroeger aan de andere kant van de tafel zat.

ZAL IK STRAKS NOG WERK HEBBEN?

Het intussen pijnlijk duidelijk geworden hoe de strenge veiligheidsmaatregelen, de angst voor het virus en de uitzichtloosheid gevolgen heeft voor ons psychosociaal welzijn. Zo ook voor mensen die zich al maandenlang in het stelsel van tijdelijke werkloosheid bevinden. Ze zijn intussen met 1,5 miljoen, diegenen die het voorbije jaar gedurende een periode tijdelijk werkloos waren.

Arbeidspsychologen betogen dat werk een basisbehoefte is geworden. Werkloosheid tast ons zelfvertrouwen aan, doet ons in een sociaal isolement verzeilen of leidt tot de vraag of we onze job nog wel zullen aankunnen. Heel wat mensen zijn bang dat ze straks geen werk meer zullen hebben. En het is met name dat gebrek aan enig perspectief dat het mentaal welzijn sterk onder druk zet.

ZAL IK STRAKS NOG MIJN FACTUREN KUNNEN BETALEN?

Bij de eerste lockdown nam de regering snel het besluit om de aanvraagprocedure en toelatingsvoorwaarden tot het stelsel van tijdelijke werkloosheid te versoepelen. Het referentiepercentage van de uitkering werd verhoogd van 65% naar 70%. In november werd bovendien beslist om de degressiviteit van de uitkeringen te bevriezen tot in maart 2021. Het zijn terechte maatregelen, die echter als een druppel op een hete plaat werken als de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW) en de vakbonden er niet in slagen om binnen een redelijke termijn tot uitbetaling over te gaan.

Vandaag wachten er 5.000 tijdelijk werklozen gemiddeld 4 maanden op hun uitkering van de HVW.

Vandaag wachten er namelijk 5.000 tijdelijk werklozen gemiddeld 4 maanden op hun uitkering van de HVW – de rechthebbenden die hun vergoeding hebben aangevraagd bij een vakbond nog niet meegerekend. Het gaat om 5.000 mensen die koudweg zonder inkomen vallen en niet weten wanneer zij ooit weer geld op hun rekening zullen zien verschijnen. Een deel van de mensen zal misschien over voldoende spaarcenten of een sterk sociaal netwerk beschikken om het probleem te ondervangen. Maar wie kan dat? Wie kan maandenlang zijn huur, facturen, gezondheidskosten, wagen … blijven betalen of in het basisonderhoud van zijn ganse gezin blijven voorzien?

Gemiddeld heeft het vervangingsinkomen voor tijdelijk werklozen in de meeste gevallen geen extreme consequenties gehad op het gezinsbudget. Het zijn vooral bij de laagste inkomensgroepen dat de uitkering vaak niet volstaat om alle kosten te kunnen blijven dekken. De OCMW's ondervinden mede daarom een sterke stijging in het aantal aanvragen voor schuldbemiddeling en materiële dienstverlening. De druk die deze nieuwe instroom legt op de werklast van de maatschappelijk werkers en op de budgetten van de OCMW's, is niet te onderschatten.

VAN KWAAD NAAR ERGER

Door het grote aantal achterstallige dossiers mag het niet verbazen dat de HVW dagelijks meer dan 12.000 telefoons te verwerken krijgt van mensen die op zoek zijn naar informatie over hun dossier. Ook de vakbonden krijgen de talloze aanvragen al van in het voorjaar van vorig jaar amper verwerkt. Documenten geraken verloren en e-mails blijven ongelezen. Naarmate de achterstand stijgt, groeit ook het risico om fouten te maken in het dossier. Waar onterecht steun werd verleend, zal ooit een terugvordering volgen. Opnieuw meer werk voor de uitbetalingsinstelling, opnieuw een financiële domper voor de hulpvrager.

Wie niet tijdig aanspraak kan maken op een vervangingsinkomen tijdens tijdelijke werkloosheid, wordt vanuit de uitbetalingsinstelling vaak doorverwezen naar het OCMW. Ook daar zal er opnieuw een sociaal onderzoek moeten worden gevoerd, dat veel breder gaat dan een aanvraag voor een werkloosheidsvergoeding. Ook daar zullen er opnieuw een aantal weken verstrijken vooraleer het geld op de rekening staat. Ook daar is sprake van overbevraging. Bij wie het water al een hele tijd aan de lippen staat, en zich vastklampt aan de mogelijkheid om door het OCMW geholpen te worden, is de teleurstelling vaak compleet. Laat ons bovendien niet vergeten dat ook de toekenningsvoorwaarden bij het OCMW strenger zijn en dat mensen vaak helemaal geen recht op steun hebben. Om nog maar te zwijgen van het feit dat de emotionele drempel om die stap te zetten vaak niet te overzien is.

En de cascade loopt verder. Voedselbanken krijgen meer vragen te verwerken. Schuldeisers vangen bot. Er wordt minder geconsumeerd. Gezondheidsproblemen en -kosten lopen op. Zo snel kan het gaan.

EEN WEG UIT DE IMPASSE

De overheid moet nu zoeken naar snelle oplossingen. Om de achterstand bij de HVW te kunnen wegwerken, gaf bevoegd minister Dermagne aan extra personeel aan te werven en te willen inzetten op het automatiseren en digitaliseren van de aanvragen. Terecht wordt er geïnvesteerd in een meer toegankelijke dienstverlening, waarbij mensen vlot alle documenten kunnen bezorgen en het verloop van hun dossier digitaal kunnen opvolgen. Vandaag verloopt de dienstverlening al grotendeels online. De informatie die via digitale weg kan worden uitgewisseld tussen de hulpvrager en de uitbetalingsinstelling mag gerust nog worden uitgebreid. Het zal ruimte creëren om telefonisch en aan het loket mensen te woord te staan die niet over de nodige ICT-toepassingen en -vaardigheden beschikken. Maar die ruimte moet wel absoluut gehandhaafd blijven om digitale exclusie te vermijden.

De overheid moet nu zoeken naar snelle oplossingen om de achterstand bij de HVW weg te werken.

Naast het oplossen van de achterstand in het uitkeren van de tijdelijke werkloosheidsvergoedingen kijken we best al vooruit naar het voorjaar van dit jaar. Laat ons er van uitgaan dat de veiligheidsmaatregelen dan stapsgewijs maar definitief kunnen versoepelen, en dat alle werknemers opnieuw hun job kunnen hervatten. Maar dat zal niet voor iedereen het geval zijn. Voorspeld wordt dat de mate van faillissementen en ontslagen in het voorjaar zichtbaar zal worden. Naast de afhandeling van de steunvragen van tijdelijke werklozen van de voorbije maanden – wat nog een hele tijd kan aanslepen – zal de nood aan 'gewone' werkloosheidsuitkeringen hoe dan ook toenemen, zelfs in de meest optimistische scenario's.

Met andere woorden: we bereiden ons maar beter voor op de sociale en economische ravage die zal volgen op het einde van de pandemie. Aan de hand van een proactief beleid moeten overheden zich alvast voorzien op een vlotte afhandeling van nieuwe uitkeringsaanvragen bij de HVW en op een bijkomende instroom van hulpvragers aan de OCMW's. Tot op heden zijn er voor de OCMW's enkele toelagen uitgereikt vanuit de Vlaamse en Federale overheid om de gevolgen van de COVID 19-crisis op te vangen. Ook de lokale besturen maakten vaak al middelen vrij om de meest kwetsbaren te beschermen tegen een sociaaleconomische dip. Maar er wordt gevreesd of dat voldoende zal zijn. Wanneer er niet tijdig voldoende personeel ingezet wordt om de nieuwe toestroom op te vangen, dan zal dat opnieuw tot een lange periode van inkomensonzekerheid leiden bij vele mensen. We moeten vermijden om opnieuw in hetzelfde scenario verzeild te geraken. Sociale zekerheid (en bijstand) moet opnieuw zekerheid kunnen bieden aan wie daar nood aan heeft.

Zo kwam ik terecht in de wachtzaal van het OCMW, waar ik vroeger aan de andere kant van de tafel zat.


Van maatschappelijk werker bij het OCMW naar de wachtzaal van het OCMW

Getuigenis van Annelies (40, Gent)

Ik, altijd lachend. Maar dat is niet altijd zo geweest. Enige tijd geleden liep het mis, mijn lach verdween en mijn lichaam stopte met functioneren. Burn-out was het verdict.
Jaren werken als maatschappelijk werker bij een OCMW had zijn tol geëist. Ik was leeg 'gegeven'. De eerste maanden waren hard en uitzichtloos. Maar plots besefte ik; wanneer alles in duigen valt, kan ik alles weer opbouwen zoals ik wil.
Dus ging ik op zoek naar wat me energie en kracht gaf. Ik was al jaren gepassioneerd door alles wat met gezondheid te maken had. Ik volgende verschillende opleidingen rond gezonde voeding en mentale veerkracht, en zocht werk in die sector. Het was een bevrijding om van mijn passie mijn job te maken en mijn ervaring daarin te benutten. Zo ging ik 2 jaar geleden aan de slag als voedings- en bewegingscoach in een fit- en gezondheidscentrum.
Ondanks het feit dat ik voordien 14 jaar als maatschappelijk werker had gewerkt in een statutaire betrekking, had ik geen spaarcenten meer. De periode waarin ik thuis bleef omwille van mijn burn-out waren financieel zware maanden. Toen ik klaar was om opnieuw aan de slag te gaan, zag ik mij genoodzaakt om mijn ontslag in te dienen bij het OCMW. Het was onmogelijk om opnieuw te starten in de job die mij zo had leeggezogen. Zo kwam ik terecht in mijn huidige job. Ik stelde me tevreden met een deeltijdse betrekking en een inkomen gelijk aan het leefloon. 'Beter iets dan niets', dacht ik. De job leek me op het lijf geschreven.
Ik was genoodzaakt om mijn appartement te verlaten en mijn auto te verkopen om er financieel weer bovenop te geraken. Maar het was mijn eigen keuze om deeltijds te werken in een laagbetaalde sector en had daar vrede mee. Twee maanden later ging ik co-housen met een kennis. Ik was best trots op mezelf, want ik had het op mijn eentje voor elkaar gekregen en mijn carrièreswitch was gelukt.
Maar het co-housen liep mis, ik kwam op straat te staan en verloor mijn huurwaarborg. Plots moest ik mijn spullen gaan opbergen in een garagebox en bij vrienden gaan wonen. Door de stress die deze periode met zich meebracht, kwamen daar nog een aantal gezondheidsklachten bij met een pak doktersrekeningen tot gevolg.
Moeizaam slaagde ik er in om toch een huurwaarborg bijeen te sparen en kon ik verhuizen naar mijn eigen plekje. Het werd een studio van een paar vierkante meter. Maar ik had opnieuw mijn eigen plekje en kon weer tot rust komen.
Niet veel later had het coronavirus het land in de greep en werd ik technisch werkloos. Van de ene dag op de andere had ik niets meer te doen. Mijn deeltijds inkomen werd gereduceerd tot 70% en de bloedhete zomer – tussen vier muren zonder tuin of balkon – stelde mij nog extra op de proef.
Ik greep een kans om tijdelijk en deeltijds in een take awayzaak te werken. Wat volgde was een lange zoektocht naar welke formaliteiten ik ten aanzien van de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW) en RVA in orde diende te brengen. Talloze mails en telefoons later kreeg ik in april van vorig jaar een eerste uitbetaling van HVW. Tijdens de zomer kon ik mijn job in het fit- en gezondheidscentrum hervatten.
Toen de veiligheidsmaatregelen na de zomer opnieuw strenger werden, zat ik nog steeds verwikkeld in een administratieve mallemolen die tijdens de eerste lockdown was ontstaan. Immers, pas in het late najaar kreeg ik bericht dat mijn uitkeringsaanvraag van de eerste lockdown nog niet officieel behandeld was en dat er nog loonfiches ontbraken in het dossier. Op talloze manieren heb ik die loonfiches al overgemaakt aan de uitbetalingsinstellingen, en op talloze manieren trachtte in tevergeefs met hen in contact te komen. Zou ik mijn uitkering van die periode moeten terugbetalen? Ik heb daar vandaag nog altijd geen antwoord op. De voortdurende onzekerheid knaagt, want ik weet dat ik een terugvordering niet zal kunnen betalen.
Toen het fit- en gezondheidscentrum in oktober opnieuw de deuren sloot besloot ik om mij lid te maken van een vakbond, in de hoop op een betere dienstverlening te kunnen rekenen in verband met mijn uitkeringsaanvraag. Ik kon – hoe dan ook – de periode tot de eerste uitbetaling niet overbruggen. Zo kwam ik terecht in de wachtzaal van het OCMW, waar ik vroeger aan de andere kant van de tafel zat. Het gaf me een vreemd gevoel. Maar ik had aan mezelf de belofte gemaakt om mijn trots aan de kant te schuiven en zo in mijn basisbehoeften te kunnen voorzien.
Vandaag ontvang ik een uitkering voor tijdelijke werkloosheid en een aanvullend leefloon. Ik weet nog steeds niet wat ik moet verwachten betreffende mijn uitkering van de eerste lockdown.
Ik ben vastbesloten om vooruit te gaan en sta te popelen om een zelfstandige activiteit te starten waar ik mijn talenten ten volle te benutten. Ik bewaar de focus op mijn gezondheid en dat houdt mij energiek en veerkrachtig. Maar ik zit muurvast. De onzekerheid over wat me financieel boven het hoofd hangt, is slopend. Ik begrijp de frustraties van mijn cliënten van destijds beter dan ooit. Ik toonde hen vroeger de weg naar hulp- en dienstverlening, maar nu ben ik zelf de weg kwijt.

 

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 2 (februari), pagina 12 tot 16