Abonneer Log in

Ik zwijg niet langer

Ik neem me voor vaker te reageren op uiterst rechtse strapatsen, waar ik ze ook zie of lees, op de trein, op Twitter of in de familiale kring.

We nemen de uiterst rechtse dreiging best bloedserieus.

Als we uiterst rechts met alles laten wegkomen, hertekenen ze stap voor stap ons democratisch bestel.

Zelfs in coronatijden besteden politici meer aandacht aan de tweedeverblijvers en de skivakantie dan aan wie het echt moeilijk heeft.

De meeste dagen des levens passeren geruisloos en verdwijnen al even anoniem in ons geheugen. 6 januari 2021 beloofde zo'n eerste woensdag van het jaar te worden. Tot 's avonds een nieuwsupdate op mijn smartphone binnenliep. In de Verenigde Staten was een bestorming van het Capitool aan de gang. Opstand in het kloppend hart van de Amerikaanse democratie, was dat even schrikken. Opgehitste Trump-supporters wilden verhinderen dat het parlement Joe Biden officieel tot nieuwe president uitriep. Die avond ging ik met een klein hartje slapen, druk speculerend over de afloop. Zien we de neergang van de Amerikaanse democratie of blijkt het uiteindelijk een storm in een glas water?

De (voorlopige) afloop kennen we ondertussen. Als het een poging tot coup was, dan blinkt die vooral uit in amateurisme. De Amerikaanse politieke instituties blijken dan toch robuust genoeg. De voorbije twee maanden tobde ik vaak over de impact van de bestorming voor onze samenleving. Het leidde tot een ware Capitool Erlebniss: we nemen de uiterst rechtse dreiging best bloedserieus. We leven in een tijdperk waarin politieke evoluties elkaar in ijltempo opvolgen. Naoorlogse politieke zekerheden verdwijnen als sneeuw voor de zon. In die context valt een extreemrechtse machtsovername valt niet langer uit te sluiten, ook in Europa niet. Salvini, Trump, Brexit, Orban, het zijn geen accidents de route, maar tekenen des tijds.

We nemen de uiterst rechtse dreiging best bloedserieus.

Sommigen zitten nog in de ontkenningsfase. Veel media schilderen de bestormers af als een carnavaleske, stuurloze bende. Op sociale media smullen we met zijn allen van de QAnon-sjamaan en de breed lachende spreekgestoeltegauwdief. De achterliggende boodschap: we nemen het best niet te serieus, de protagonisten lijken uit een sitcom ontsnapt. 'Fascism returns as farce', luidde een veel gedeelde tweet die dag. Anderen focussen exclusief op de persoon Donald Trump. Hij en hij alleen is verantwoordelijk voor de calamiteit van het Capitool. Ze blijven stekeblind voor de dieperliggende oorzaken. Ze dwalen.

Ook in Vlaanderen verkeert extreemrechts in bloedvorm. 2024 kan zo wel eens de lakmoesproef voor onze democratie worden. In recente peilingen haalt Vlaams Belang zowat een kwart van de stemmen. Bovendien kopiëren andere politici – ja, ik heb het over Theo Francken – quasi-integraal het uiterst rechtse discours. Moet er nog zand zijn? Tijd om een versnelling hoger te schakelen in de strijd tegen extreemrechts.

Om te beginnen krijgt hun discours best meer wederwoord. De tijd waarbij ik Schild & Vrienden afdeed als een onschuldig clubje overjaarse pubers met onverwerkte jeugdcomplexen is voltooid verleden tijd. De Vlaamse extreemrechtse flank is simpelweg te sterk om genegeerd te worden. Ze krijgen nog te vaak een ongefilterd podium op sociale media en steeds vaker ook in de reguliere media. Extreemrechtse kopstukken Dries Van Langenhove en Tom Van Grieken zoeken daarbij bewust de polemiek op. Zo slaagde de voorzitter van Vlaams Belang er half-februari in om een pepperspray – lees: een verboden wapen – mee te nemen naar de VTM-studio. Het stelt opiniemakers en democratische politici voor een dilemma. Zoals velen heb ik me de laatste jaren vaak van commentaar weerhouden, een beetje vanuit het idee dat elke polemiek hen enkel sterker maakt. Het is immers een bewuste strategie van extreemrechts om de nieuwscyclus te beheersen. Maar ondertussen veranderen we best het geweer van schouder. De naakte waarheid: extreemrechts is te sterk om nog genegeerd te worden. Als we uiterst rechts met alles laten wegkomen, hertekenen ze bovendien stap voor stap ons democratisch bestel. Ik neem me alvast voor vaker te reageren op uiterst rechtse strapatsen, waar ik ze ook zie of lees, op de trein, op Twitter of in de familiale kring. Het extreemrechts discours is te alledaags geworden. Volgen jullie het voorbeeld?

Als we uiterst rechts met alles laten wegkomen, hertekenen ze stap voor stap ons democratisch bestel.

Bovendien pakken we best de achterliggende oorzaken aan. Het is een feit dat nog niet in alle milieus doorsijpelt: een omvangrijke kortgeschoolde klasse voelt zich steeds meer een numero in onze samenleving. Nergens hebben ze iets te zeggen, noch op hun werk, noch in de politieke arena. Er wordt druk over hen gepraat, de rechtstreekse dialoog is zeldzaam. Ooit stond de werkende klasse centraal in het politieke discours, vandaag is die politiek ontheemd. Bewierookte men vroeger de werkmens, dan moet die nu dringend herschoold, geactiveerd en gedisciplineerd worden. Zelfs in coronatijden besteden politici meer aandacht aan de tweedeverblijvers en de skivakantie dan aan wie het echt moeilijk heeft. In veel westerse landen waren de naoorlogse sociale tegenstellingen nooit groter, een gevolg van vier decennia neoliberale dominantie. Een deel van de arbeiders ruilde intussen de sociaaldemocratische – en in mindere mate christendemocratische – heimat in voor allerlei rechts-populisten. Hoogtijd om het tij te keren. De politiek moet opnieuw luisteren naar hun sociaaleconomische verzuchtingen en hen de politieke megafoon aanreiken. Zoniet zal de uiterst rechtse proteststem aantrekkelijk blijven.

Zelfs in coronatijden besteden politici meer aandacht aan de tweedeverblijvers en de skivakantie dan aan wie het echt moeilijk heeft.

Parallellen trekken met de jaren 1930, het blijft altijd een hachelijke onderneming. Weinig tot niets doorstaat de vergelijking met de wreedheid van de nazi's. Laat ik dat, voor eigen rekening, toch even doen. In voorjaar van 2019 verscheen het boek De vergeten gesprekken met Hitler van de hand van de Franse journaliste Eric Branca. De auteur laat daarin zien hoe de kleine Oostenrijker de westerse pers misleidde. Journalisten zagen de man niet als een bedreiging, maar als een clowneske en ongevaarlijke verschijning. Bij zijn aanstelling als kanselier gingen ze er quasi unisono vanuit dat zijn conservatieve coalitiepartner hem wel in bedwang zou houden. Ondertussen weten we beter. Het doet denken aan hoe de media de laatste vier jaar berichtten over narcist Donald Trump. Voor mij is er één waarheid die niet langer te ontkennen valt: de verdedigers van de democratie zijn best wakker. De bestorming van het Capitool is de ultieme wake-upcall.