Abonneer Log in
INTERVIEW

Sarah De Boeck

'Laten we ons massaal bemoeien met economie'

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 36 tot 41

Sarah De Boeck houdt een pleidooi om het stedelijk economisch beleid te heroriënteren. Daarbij ziet ze een belangrijke rol weggelegd voor openbare aanbestedingen en grondbeleid. "Niets belet ons om een publiek aannemersbedrijf op te richten."

De belofte van de diensteneconomie bleek vals.

Sint-Jans-Molenbeek is slachtoffer van een fiscaal systeem dat niet solidair genoeg is.

We moeten weer een aantal essentiële zaken dichter bij huis produceren.

Overheden zijn de gatekeepers van elke vierkante centimeter bebouwde oppervlakte.

Het garanderen van basisvoorzieningen kan de ruggengraat worden van stedelijk economisch beleid.

Waarvoor dient economie? Voor het goede leven, toch.

Sarah De Boeck was lange tijd onderzoeker aan de VUB en werkt vandaag voor perspective.brussels, de Brusselse gewestelijke planningsadministratie. Op 27 februari gaf ze de 16e Paul Verbraekenlezing, een pleidooi om het stedelijk economisch beleid te heroriënteren. Sarah De Boeck wil een positief verhaal over de stad uittekenen dat ingaat tegen het gangbare betoog van economische denkers om steden aantrekkelijk te maken. "Hun vaste recepten bestaan uit deregulering, belastingkorting, stedelijke ondernemingszones, investeringen in hightech sectoren. Zo'n stedelijke ontwikkeling concentreert zich vrijwel exclusief op mensen uit de hogere middenklasse met een langgeschoold profiel."

Dat door dit model kort geschoolden uit de boot vallen, ziet ze elke dag in haar gemeente Sint-Jans-Molenbeek. Ze woont er graag, al nemen gevoelens van frustratie en machteloosheid soms de bovenhand. Haar zoektocht om op een alternatieve manier over stedelijke economie na te denken, die ook de sociale ongelijkheid en ecologische roofbouw aanpakt, bracht haar bij het concept van de essentiële economie. "Het is mijn vertaling van het begrip Foundational Economy."

Wat valt onder de essentiële economie?

"Het gaat over basisvoorzieningen zoals elektriciteit, water of rioleringen, en over huisvesting, transport, retail bankieren, voedselvoorziening, gezondheidszorg en onderwijs. Eigenlijk zijn het de sectoren waarvan tijdens de eerste lockdown bij wet werd vastgelegd dat er nog economische activiteit mocht plaatsvinden. Voor mijn onderzoek bracht ik de grootte van de essentiële economie voor Brussel in kaart. Tot mijn grote verrassing maakt ze meer dan 40% van de totale Brusselse economie uit."

Waarom moet een stedelijke overheid fel inzetten op die essentiële economie?

"Om velerlei redenen. In de eerste plaats om de basisvoorzieningen en -diensten voor de bewoners te garanderen en in de tweede plaats omdat de essentiële economie een grote return-on-investment heeft voor het gebied waarin ze plaatsvindt. Zo voorziet ze proportioneel meer jobs voor mensen die kort geschoold zijn dan andere sectoren. Ze stelt ook meer mensen tewerk die gedomicilieerd zijn in het territorium waar de essentiële economie zich afspeelt. De mensen betalen dan belastingen in de regio waar ze werken, wat de gemeentelijke en gewestelijke budgetten versterkt."

Dat is niet het geval voor de honderdduizenden pendelaars die alle dagen naar Brussel komen.

"Brussel is van een industriële stad veranderd in een dienstenstad. Dat is de sociale gelijkheid niet ten goede gekomen. De verwachting was dat die kantoorbanen voor een reeks van ondersteunende jobs zouden zorgen voor kort geschoolden. Die jobs zijn gecreëerd, maar in minder grote mate dan verwacht. De belofte van de diensteneconomie bleek vals. Kort geschoold zijn betekent vandaag vaak een laag inkomen hebben, en met onzekere statuten en in flexibele tijden werken. Er is een hele klasse van werkende armen."

De belofte van de diensteneconomie bleek vals.

Wat is de impact van deze duale situatie voor de stad?

"Om te beginnen is er een grote financiële impact. Elke avond rijdt het geld dat in Brussel wordt geproduceerd letterlijk de stad uit. Een pendelaar geeft zijn loon meestal uit buiten Brussel en betaalt ook buiten Brussel zijn belastingen. En ook de winsten van multinationals worden afgeroomd naar de aandeelhouders. Veel van het geld dat in Brussel is geproduceerd, wordt geëxtraheerd uit de regio."

Dat is in de essentiële economie anders?

"Zeker. De omslag naar de essentiële economie is fundamenteel om de financiële draagkracht van lokale overheden te versterken. Door hogere belastinginkomsten van mensen die werken in de buurt van waar ze wonen, maar ook door multiplicatoreffecten. Het geld dat in de Brusselse essentiële economie is geproduceerd, wordt er voor een groot stuk ook uitgegeven. Bij de bakker, de kapper, de lokale groentewinkel, enzovoort. Een euro die binnen een territorium rondreist wordt verschillende keren uitgegeven. Op die manier kan 1 euro, afhankelijk van het traject, tot 8 euro waard zijn. Het versterken van de stedelijke overheidsbudgetten is nodig omdat we in België te maken hebben met een onrechtvaardig belastingsysteem."

Wat is mis met ons huidig belastingsysteem?

"Het wakkert de concurrentie tussen gemeenten aan. Omdat mensen belasting betalen waar ze wonen, proberen gemeenten kapitaalkrachtige bewoners naar zich toe te trekken. Waarom zijn rijke gemeentes vandaag rijk? Niet per se omwille van een performant beleid. Wel omdat ze een goede verkavelingspolitiek hebben gevoerd met een aantrekkelijk suburbaan woonmodel. Die suburbane droom is echter zeer belastend, zowel voor de overheid als voor het klimaat."

En dus krijg je perverse mechanismes?

"In de gemeente waar ik woon, Sint-Jans-Molenbeek, is de bevolking overwegend arm. De fiscale inkomsten zijn laag en tegelijkertijd neemt de bevolking toe, wat het voor de gemeente moeilijk maakt om in de basisvoorzieningen te blijven voorzien. Er is een permanent geldtekort voor gemeentescholen, afvalophalers, enzovoort. Toch wordt de gemeente gestigmatiseerd. Terwijl Sint-Jans-Molenbeek eerder een slachtoffer is van een fiscaal systeem dat niet solidair genoeg is."

Sint-Jans-Molenbeek is slachtoffer van een fiscaal systeem dat niet solidair genoeg is.

Ook over Brussel word vaak het beeld geschetst van bedelaar. Terwijl uit een recente transferstudie van Willem Sas net blijkt dat de stad eerder mecenas is aan het systeem, omwille van de jongere bevolking en de vele vennootschappen die er hun zetel hebben.

"Overal zijn grootsteden de economische motoren van een land. Ook Brussel. Maar hier bestaan negatieve sentimenten over de hoofdstad. Vergeet ook de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde niet. Het overgrote deel van de Brusselse pendelaars woont in Vlaams- en Waals-Brabant, die tot de rijkste regio's ter wereld behoren. Er wordt een enorme welvaartsproductie geëxtraheerd van de stad naar de rand. Laten we die metropolitane werking ook administratief bestendigen en de solidariteitsmechanismes in de basis vastleggen."

Veel succes ermee.

"Ik ben niet naïef, gezien de politieke situatie zit dat er voorlopig niet in. (knipoogt) Maar dat betekent niet dat we moeten stoppen met op die nagel te kloppen."

U schuift grondbeleid als dé prioritaire inzet van steden naar voor om de essentiële economie op lange termijn te kunnen blijven garanderen. Waarom?

"Ook hier is de realiteit ontluisterend, dat besef ik. Lokale overheden zijn vaak zo armlastig dat ze hun gronden cashen om in andere basisvoorzieningen te kunnen voorzien. Maar het gaat tegenwoordig nog een stap verder. Omdat de grondprijzen in steden zo hoog zijn, kunnen lokale overheden soms geen nieuwe grond of gebouwen kopen om hun basisvoorzieningen uit te bouwen. Uit noodzaak kiezen ze dan om hiervoor hun bestaande gronden te gebruiken en dat zijn vaak parken. Het gevolg is dat basisvoorzieningen met elkaar moeten concurreren: parken tegenover schoolgebouwen of sociale huisvesting. We moeten uit die vicieuze cirkel. In het grondbeleid zit ongelooflijk veel beleidsmarge. Op grond kan je parken voorzien en dus bijdragen aan de afkoeling van steden, essentiële diensten een plek geven, maar ook kleinschalige productieruimtes inplannen."

De Covid-19 crisis toonde alvast gaten in de mondiale productieketen.

"Het is duidelijk dat we weer een aantal essentiële zaken dichter bij huis moeten produceren. Laten we daar dus plaats voor maken. Maar daarvoor moeten we een oplossing zoeken voor de tegenstelling die bestaat tussen de financiële waarde van grond en de gebruikswaarde ervan. Vandaag kunnen we de plaats die we nodig hebben om als stad goed te functioneren vaak gewoonweg niet betalen!"

We moeten weer een aantal essentiële zaken dichter bij huis produceren.

Hoe kan je ingrijpen in de vastgoeddynamieken en de zaken opnieuw betaalbaar maken?

"We kunnen nog stappen zetten in het finetunen van onze grondbestemmingsplannen. Via plannings- en zoneringsbeleid kan je sterk ingrijpen in de private eigendomsmarkt. Overheden moeten zich bewust worden van de kracht van dat instrument. Maar dan moeten ze wel door allerlei procedures waar ze op veel weerstand zullen botsen. Ook dat vergt politieke moed."

Waaraan denkt u concreet?

"In het Brusselse grondbestemmingsplan spreekt men over de maximale oppervlaktes per functie voor nieuwbouw- of renovatieprojecten, maar niet over de minimale oppervlaktes. Dat heeft als gevolg dat er in gemengde gebieden waar nog veel industriële panden aanwezig zijn een financiële logica ontstaat die altijd neigt naar de meest winstgevende functie. In Brussel waren dat vroeger kantoren, nu zijn dat woningen. De industriële panden verdwijnen of worden omgezet in lofts. De stad wordt hierdoor niet alleen monofunctioneel, maar verliest ook haar nodige productieruimtes. Mijn voorstel is om in grondbestemmingsplannen ook minimale oppervlaktes te garanderen voor essentiële functies die in een financiële logica het onderspit delven, zoals productie. In goed gelegen bouwblokken, langs een verkeersas of een kanaal, kan je minimale oppervlaktes voorzien voor productie en krijg je een soort van microzonering.Door basisvoorzieningen meer lokaal te produceren, kan de overheid bijdragen aan een meer rechtvaardige wereld én kan ze ingrijpen op hoe wij consumeren."

Hebben lokale overheden zoveel impact?

"Overheden zijn de gatekeepers van elke vierkante centimeter bebouwde oppervlakte. Hier opent zich een nieuwe agenda: het beleid van de openbare aanbestedingen. Vandaag worden overheden door Europese regelgeving echter bijna verplicht om voor de goedkoopste offerte te kiezen. Geografische criteria zoals nabijheid van productie zijn verboden. Vanaf een bepaald bedrag is men verplicht om een aanbesteding op internationaal niveau te openen. Dat maakt dat men voor de aanleg van trottoirs bijna verplicht wordt te kiezen voor goedkope blauwe steen uit China, terwijl we die in België zelf ook produceren."

Overheden zijn de gatekeepers van elke vierkante centimeter bebouwde oppervlakte.

Hoe kunnen we dat veranderen?

"We kunnen de procedures vereenvoudigen zodat ook kleinere bedrijven makkelijker kunnen deelnemen aan openbare aanbestedingen. En we kunnen nog meer lobbyen bij Europa om lokale criteria toe te laten en de idee van vrije marktconcurrentie in te perken. Maar er is ook een achterpoortje. In openbare aanbestedingen heb je nog één grote uitzondering: 'in house' produceren. Voor alles wat je in huis produceert, hoef je geen openbare aanbesteding uit te schrijven. Niets belet ons om een publiek aannemersbedrijf op te richten, noem het een construction.brussels. (lacht) Met zo'n voorstel zal de Confederatie Bouw niet kunnen lachen, maar zo'n publiek aannemersbedrijf kan overheidsgebouwen herstellen of onderhouden, gemeentescholen bouwen, enzovoort. Dit alles met ecologische bouwmaterialen."

Bijkomend voordeel is wellicht dat je ook controle hebt over de arbeidsstatuten?

"Absoluut. Vandaag wordt met onderaanneming tot in de tiende macht gewerkt. Het Europagebouw van de Europese Raad, het zogenaamde 'ei', was zowat de meest beveiligde constructiesite van Europa. Toch lazen we getuigenissen van mensen die zijn misbruikt, nooit hun loon hebben gekregen, enzovoort. De deloyale concurrentie van Poolse en Roemeense arbeidsmigranten die in de bouw onder de prijs werken is enorm."

Als zelfs de EU voor de laagste offerte kiest, hoe kunnen we dan verwachten van de individuele consument dat hij dat niet doet?

"Precies. De overheid mag de verantwoordelijkheid niet doorschuiven naar één van de laatste actoren in de productieketen: de consument. Ze moet dus vroeger in die productieketen ingrijpen. Dat gebeurt nu al voor een stuk. Het Brussels Gewest legt hoge duurzaamheidsnormen op voor de bouwsector. Door de subsidies voor ecologisch isolatiemateriaal worden de prijsverschillen met vervuilend isolatiemateriaal quasi uitgevlakt, waardoor die keuze voor de individuele consument interessant wordt. Dat is sterk beleid. Het allerbeste zou natuurlijk zijn om de vervuilende isolatiematerialen stapsgewijs te verbieden. Er is dus een bemiddelende instantie nodig die waakt over het collectieve belang en die de race-to-the-bottom een halt toe roept. Wie anders kan dat zijn dan de overheid?"

In uw verhaal hebben stedelijke overheden wel degelijk een grote handelingscapaciteit?

"Absoluut. Vandaag zien we nog te vaak dat die zich bezig houden met zaken waar ze geen controle over hebben. Of dat ze investeren in zaken met weinig return on investment voor het territorium, of waar die return gewoon uit het territorium lekt. Stedelijk beleid zal veel effectiever worden als lokale overheden zich engageren voor zaken waar ze wel controle over hebben. Het garanderen van basisvoorzieningen kan de ruggengraat worden van stedelijk economisch beleid, en daarbij spelen openbare aanbestedingen en grondbeleid een belangrijke rol."

Het garanderen van basisvoorzieningen kan de ruggengraat worden van stedelijk economisch beleid.

Zijn openbare aanbestedingen en grondbeleid voldoende hefbomen om ongelijkheid écht aan te pakken? Armoede draait rond gebrek aan … geld. Rond fiscaliteit dus.

"We moeten sowieso een sterkere herverdeling in ons belastingsysteem introduceren, dat is duidelijk. En ook huisvesting is cruciaal. In de uitgaven die een overheid doet voor de kosten van een huis, voor elektriciteits- en waterconsumptie, zit een enorme hefboom op het vlak van armoedebestrijding. Vandaag speelt sociale huisvesting niet meer de rol in sociale mobiliteit die het vroeger had. Ze is er enkel nog voor de allerarmsten."

Sociale huisvesting is niet voor elke gemeente een prioriteit, om het voorzichtig uit te drukken.

"Je ziet allerlei NIMBY-effecten (not in my back yard, wv). Ook dat heeft vaak een financiële reden. Inwoners uit sociale woningen dragen veel minder bij aan de gemeentekas. Daardoor kiezen lokale overheden liever voor middenklasse woningen. Ik snap dat wel. Gemeentes hebben zo al weinig manieren om hun inkomsten te vergroten. Dat zijn dus keuzes die je niet alleen aan een gemeente mag overlaten, maar op een grotere overheidsschaal moet regelen. De overheid moet zich massaal gaan bemoeien met economie."

Niet alleen de overheid, schrijft u. Maar ook wijzelf.

"Economie was lange tijd een ufo die zich boven mijn hoofd afspeelde. Iets waar je of slachtoffer van bent of veel geld mee verdient. Ook ik moest mijn weerstand tegen economie overwinnen. Maar het is onze taak om alternatieve beelden tegenover ons huidig beeld van de economie te stellen. Want niet groei en hard werken is het doel van onze economie, wel het welzijn van mensen. En dat welzijn is vooral afhankelijk van de collectieve consumptie van essentiële goederen en diensten, en veel minder van individuele consumptie."

Waarvoor dient economie? Voor het goede leven, toch.

Brussel is op dat vlak een schrijnend voorbeeld: het staat bovenaan de bbp-ranking, maar scoort slecht op het vlak van armoede en vervuiling.

"Brussel staat daarin niet alleen. In bijna alle grote Europese steden met een hoog bbp zie je een enorme kloof tussen arm en rijk. Omgekeerd is het niet zo dat een regio met een laag bbp per definitie een lage levenskwaliteit heeft. Zo zijn er regio's in Wales die weinig exportactiviteit en een beperkte financiële markt kennen, maar waar de basisdiensten en -goederen wel aanwezig zijn en waar een sterke overheidsondersteuning bestaat in sociale en betaalbare huisvesting. Vraag daar de mensen of ze weg willen uit hun zogezegd 'achtergestelde' buurt en ze worden boos. Terecht. Want waarvoor dient economie? Voor het goede leven, toch."

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 36 tot 41