Abonneer Log in

Vrouwe Justitia is niet kleurenblind

Als Zwart vrouwelijke Rechtenstudente kwam ik snel tot het besef dat neutraliteit niet bestaat in het recht.


© ID / Franky Verdickt

Annelies Verlinden schreef een open brief aan de jeugd waarin ook zij begrip toonde voor de situatie van jongeren door de coronacrisis.

Deze vaststelling over ons juridisch apparaat stuit altijd op veel onbegrip van mijn vooral witte medestudenten in de Rechten.

Op de warmste dag van het jaar in augustus 2020 brak een vechtpartij uit op het strand van Blankenberge. Een vijftigtal jongeren gingen elkaar te lijf en daarbij werd met materiaal van strandbars zoals parasols gegooid. Zeventien mensen werden bestuurlijk aangehouden en drie personen gearresteerd. De reacties van politici bleven niet lang uit. Sommige politici pleitten voor de toepassing van snelrecht op de jongeren zodat ze zo snel mogelijk voor de rechter konden verschijnen. Andere politici stelden hogere geldboetes en een plaatsverbod voor de hele kust voor. De Kamercommissie Binnenlandse Zaken kwam zelfs vervroegd bijeen op vraag van verschillende fracties. Nultolerantie en de zwaarst mogelijke gereedschappen uit het justitiële apparaat werden naar boven gehaald om de jongeren een les te spellen.

Op 1 april 2021 daagde ongeveer 5.000 jongeren op in het Ter Kamerenbos voor het nepfestival 'La Boum'. Het mondde uit in een grote confrontatie tussen de jongeren en de politie. Het kwam ook tot vechtpartijen. De politie zette vervolgens het waterkanon, paarden en peperspray in. Bij de interventie raakten acht jongeren en 26 agenten gewond. Er werden 22 mensen gearresteerd. Ook hier kwamen er reacties van politici, maar ze waren van een ander aard. Zo schreven de voorzitters van vijf jongerenpartijen een gezamenlijk persbericht waarbij ze hun afkeuring over het feest uitdrukten. Maar, zo schreven ze, ze hebben ook begrip voor de frustraties van vele jongeren door de aanslepende coronamaatregelen. De minister van Binnenlandse Zaken, Annelies Verlinden, schreef een open brief aan de jeugd waarin ook zij begrip toonde voor de situatie van jongeren door de coronacrisis maar hen aanmoedigde om nog even vol te houden. Verder dan dat ging het niet.

Annelies Verlinden schreef een open brief aan de jeugd waarin ook zij begrip toonde voor de situatie van jongeren door de coronacrisis.

TWEE MATEN EN TWEE GEWICHTEN

Beide gebeurtenissen betreffen jongeren. In het eerste geval gaat het over voornamelijk jongeren met migratieachtergrond uit het Brusselse. In het tweede geval gaat het over vooral witte jongeren uit de middenklasse. Zowel de etnisch-culturele afkomst als de socio-economische klasse zijn hierbij belangrijk om het verschil in hun behandeling te analyseren. Voor de eerste jongeren spraken politici snel over 'amokmakers', 'probleemjongeren', 'jeugdbendes'. Ook die woorden werden in de media overgenomen. Voor de tweede jongeren werden veelal neutrale termen zoals 'feestvierders' gebruikt. Media polsten naar het begrip dat de maatschappij voor de jongeren hadden.

Over twee maten en twee gewichten gesproken: de ene jongere is duidelijk de andere niet.

De coronacrisis treft iedereen, ook jongeren. Een jaar geleden, in het begin van de pandemie werd vaak gezegd dat we nu allemaal in dezelfde boot zitten (rijk of arm, wit of zwart). De crisis heeft echter de bestaande ongelijkheden op alle fronten juist uitvergroot. Het heeft getoond hoe identiteitskenmerken zoals etnisch-culturele afkomst en socio-economische klasse ieder aspect van onze leven bepalen. Zo las ik onlangs dat tuinen en terrassen nog belangrijker worden tijdens de pandemie omdat veel plaatsen dicht zijn. Maar wie heeft wel een tuin en plaats genoeg voor een terras bij zich thuis? Het zijn zeker niet jongeren uit lagere socio-economische klassen. Publieke ruimtes zoals parken en stranden zijn voor die jongeren en alle andere mensen die geen tuin hebben dan heel belangrijk. Ze lopen dan redelijk snel vol, met een vergrote kans op conflicten. Maar die analyse maakt men niet. Politici grijpen naar harde woorden om jongeren van kleur te karikaturiseren. De genuanceerde analyses houdt men voor andere jongeren.

HOE HET JURIDISCH APPARAAT RACISME MEE IN STAND HOUDT

Van veel van mijn professoren in de Rechten hoor ik dat het recht neutraal is, of nochtans dat probeert te zijn. Maar mijn ervaring als Zwarte vrouw spreekt dit tegen. Als Zwart vrouwelijke Rechtenstudente kwam ik snel tot het besef dat neutraliteit niet bestaat in het recht. Hoe, wanneer en op wie onze wetgeving toegepast wordt, dat wordt mee bepaald door onze etnisch-culturele afkomst, socio-economische klasse en andere identiteitskenmerken. Het idee van een blinde Vrouwe Justitia klopt niet. Waarom anders kan voor een groep van vooral jongeren van kleur snelrecht wel toegepast worden, terwijl snelrecht voor een groep van vooral witte jongeren helemaal niet ter sprake komt? Racisme is een inherent element van onze samenleving en het wordt mee in stand gehouden door onze juridisch apparaat. Politici met hun selectieve verontwaardiging dragen hieraan bij.

Deze vaststelling over ons juridisch apparaat stuit altijd op veel onbegrip van mijn vooral witte medestudenten in de Rechten.

Deze vaststelling over ons juridisch apparaat stuit altijd op veel onbegrip van mijn vooral witte medestudenten in de Rechten. stuit altijd op veel onbegrip van mijn vooral witte medestudenten in de Rechten. Maar hoe kunnen ze dat zien, als de vakken waarbij het wel relevant is om racisme en andere uitsluitingsgronden die in stand gehouden worden door het juridisch apparaat te bespreken, dit nooit doen? Hoe kunnen mijn medestudenten de inwerking van verschillende uitsluitingsgronden tegelijkertijd begrijpen wanneer men een hele rechtenopleiding kan afronden zonder de begrippen 'intersectionaliteit' of 'kruispuntdenken' te horen?

Ik pleit niet voor de harde aanpak voor de witte jongeren uit de middenklasse op La Boum. Ik pleit wel voor dezelfde mildheid tegenover jongeren van kleur. Ook zij verdienen begrip.