Abonneer Log in

Een verhoging van het minimumloon hoeft niet te leiden tot minder jobs

Je kunt niet zomaar zeggen dat een hoger minimumloon 'automatisch' leidt tot minder jobs, zoals sommige arbeidseconomen stellig beweren. Het kan in de werkelijkheid zelfs leiden tot méér jobs – precies het tegenovergestelde van wat hun simpele modellen voorspellen.

Het minimumloon in België blijft erg laag als we het vergelijken met de normen in onze buurlanden.

Er zijn situaties mogelijk waarin bedrijven best de marge hebben om hogere minima te betalen, maar hun marktmacht misbruiken om die lonen toch te drukken.

Van die lagere inkomens weten we dat zij van elke 'extra' euro meer die zij verdienen, meer zullen spenderen dan hogere inkomens doen.

Een loonsverhoging van 30, 50, 70 euro bruto per maand kan het verschil zijn tussen het hoofd boven water houden of ten onder gaan.

Na lang palaveren hebben de sociale partners een loonakkoord bereikt: de lonen mogen de komende twee jaar maximaal 0,4% stijgen, en het minimumloon wordt verhoogd. Die verhoging van het minimumloon doet nogal wat stof opwaaien, omdat het — volgens de tegenstanders — een negatief effect zou hebben op de werkgelegenheid van wie aan een laag loon werkt. Maar klopt dat wel?

GOED NIEUWS VOOR DE 150.000 LAAGST BETAALDE WERKERS

Eerst enkele feiten. De verhoging van het minimumloon houdt in dat het zogenaamde 'gewaarborgd gemiddeld minimaal maandinkomen' (het GGMI) vanaf april 2022 opgetrokken wordt tot ongeveer 1.700 euro bruto voor een voltijdse werknemer. In 2024 en in 2026 zou er nog eens een verhoging met telkens 35 euro bruto moeten volgen. Zaken als een eindejaarspremie moeten in die bedragen worden verrekend.

In de meeste bedrijfssectoren gelden sectoraal bepaalde minima: de sociale partners hebben er (in het verleden) afspraken gemaakt over de minimale hoogte van de lonen. Het wettelijk bepaalde minimum, het GGMI, is een minimum waar die sectorale akkoorden niet onder mogen gaan: in de meeste sectoren liggen de afgesproken minima enkele tientallen tot zelfs honderden euro's hoger. Aan die sectorale minima verandert er niets. Slechts een kleine minderheid van de werknemers, een kleine 70.000 werknemers, werkt aan het wettelijk bepaalde minimum: zij zullen hun inkomen er volgend voorjaar dus op vooruit zien gaan. Het gaat daarbij vooral om mensen met interims of mensen die werken in de zelfstandige kleinhandel. Voor nog eens bijna 80.000 werknemers verschilt het loon nauwelijks van het wettelijk vastgelegde minimum: ze verdienen ten hoogste 5% meer dan het minimum. Voor hen kan een verhoging van het minimumloon betekenen dat ook zij er wat op vooruit gaan.

Dat de sectorale minima hoger liggen dan het wettelijk bepaalde minimumloon betekent dus niet dat er weinig werknemers 'winnen' bij een verhoging van het minimumloon: voor de 150.000 laagste betaalde werkers, toch niet weinig, betekent het wel degelijk goed nieuws. Er zijn echter heel wat meer Belgen die aan een laag loon werken: een loon dat lager ligt dan tweederde van het bruto mediaanloon. Het mediaanloon is het bedrag waarvan geldt dat de helft van de werkende Belgen minder verdient, en de helft meer: het geeft dus aan wat 'de modale werkende Belg' verdient. En één op zeven werknemers in België verdient minder dan tweederde van deze mediaan: dat betekent dat er een grote kloof gaapt tussen wat zij met hun werk verdienen, en wat 'de modale Belg' verdient. De meeste van deze 'lageloners' werkt aan de sectorale minimumlonen, niet aan het wettelijk vastgelegde minimumloon. En voor hen verandert er dus niets: hun loon kan de komende twee jaar met maximaal 0,4% stijgen.

Het VBO klopt zichzelf dan ook op de borst dat de verhoging van het minimumloon "geen opwaartse impact op de lagere looncategorieën" zal hebben. Bovendien blijft voor bedrijven de 'kost' van een verhoging van het minimumloon verwaarloosbaar: de verhoging van het minimumloon moet in de eerste plaats bekostigd worden door een uitbreiding van de sociale en van de fiscale werkbonus, en een verlaging van de sociale bijdragen. Het zijn dus de sociale zekerheid en de federale overheid die de verhoging van de laagste lonen moeten betalen, niet de werkgevers.

Het minimumloon in België blijft erg laag als we het vergelijken met de normen in onze buurlanden.

Het minimumloon in België blijft ook erg laag als we het vergelijken met de normen in onze buurlanden. In 2018 (het laatste jaar waarvoor we over vergelijkbare gegevens beschikken) bedroeg het minimumloon in België 46% van het mediaanloon: minder dan de helft dus. In Duitsland bedroeg het minimumloon 49% van het mediaanloon, in Nederland 53%, in het Verenigd Koninkrijk en in Frankrijk zelfs 58%. Er is dus wel wat marge om de minimumlonen op te trekken. Zeker als we kijken naar hun evolutie doorheen de tijd: twintig jaar geleden bedroeg het minimumloon in België nog meer dan 54% van het mediaanloon, maar sindsdien is de waarde van dit minimumloon stelselmatig afgekalfd. De kloof tussen de Belg die werkt aan een minimumloon en de 'modale' werkende Belg werd de laatste twee decennia dus steeds groter.

Die waardedaling van het minimumloon had ook kwalijke gevolgen voor het sociaal beleid. In dezelfde periode waarin het minimumloon structureel in waarde daalde, was het beleid er ook op gericht om de kloof tussen niet-werken en werken stelselmatig te vergroten: men wilde vermijden dat mensen zouden verzeilen in wat men de 'werkloosheidsval' noemt, en dus moest de sprong van een vervangingsinkomen naar een loon groot genoeg blijven. Maar als het reële loon onderaan de inkomensladder in waarde daalt, en de kloof tussen dit loon en een vervangingsinkomen groter moet worden — dan moeten die vervangingsinkomens dus nog sterker in waarde dalen. Het gevolg: twintig jaar geleden leefde één op drie werklozen in armoede, vandaag is dat meer dan één op twee. Meer dan acht op tien kinderen die opgroeien in een gezin met een 'zeer lage werkintensiteit', leeft ondertussen in armoede, in 2004 was dat 'maar' twee op drie kinderen. Door het minimumloon laag te houden en tegelijk de kloof tussen vervangingsinkomens en lonen te willen vergroten, duwt men dus mensen zonder werk dieper in armoede, en hun kinderen erbij. De 'beperkte' impact van het minimumloon is dus helemaal niet zo beperkt: onrechtstreeks heeft het een grote impact op de laagste inkomens en hun gezinnen.

DE WERKELIJKHEID IS COMPLEXER DAN HET SIMPELE 'VRAAG-/AANBODMODEL'

Maar houdt een verhoging van het minimumloon dan geen grote risico's in, zoals tegenstanders graag beweren? Zij houden vol dat een verhoging van het minimumloon automatisch zal leiden tot minder jobs: als de prijs van iets stijgt, zal de vraag ernaar immers dalen. We leren het al in onze eerste lessen economie: in het meest eenvoudige vraag-/aanbodmodel zit ingebakken dat een hogere prijs leidt tot een lagere vraag. Dus: wordt arbeid duurder, dan zal de vraag naar arbeid dalen. De conclusie is simpel: hogere minimumlonen leiden tot minder jobs. De les is afgelopen, we weten wat we moeten weten.

Alleen is het zo eenvoudig niet, en blijkt het in de praktijk ook niet zo te werken. Het simpele 'vraag-/aanbodmodel' waarop deze les is gebaseerd, beschrijft immers niet de wereld zoals die werkelijk in elkaar zit — en geen enkele degelijke lesgever zal dit model aan zijn studenten voorstellen als een correcte, volledige beschrijving van de werkelijkheid. Dat is ook helemaal de bedoeling niet van zo'n model. Een economisch model maakt abstractie van de manier waarop de zaken in de werkelijkheid in elkaar haken, en werkt met bepaalde vooronderstellingen en assumpties die niet met de werkelijkheid overeenkomen. Een economisch model beschrijft dus geen regel waaraan de werkelijkheid beantwoordt: het is een startpunt om ons een beeld van de werkelijkheid te vormen, geen eindpunt. En zeker wie beleidsvoorstellen wil formuleren, mag dit simpele vraag-/aanbodmodel niet als eindpunt hanteren. Zoals ook in de eerste les fysica met modellen gewerkt wordt die uitgaan van allerlei vooronderstellingen en assumpties die niet overeenkomen met hoe onze wereld 'echt' in elkaar zit: het zou een rampzalig idee zijn om een vliegtuig te bouwen zonder er rekening mee te willen houden dat het model uit de eerste les fysica en de wereld zeer sterk van elkaar verschillen.

Uit het simpele vraag-/aanbodmodel volgt 'automatisch' dat een verhoging van het minimumloon leidt tot minder jobs. Maar we weten nu dat dit slechts een model is, een model dat met bepaalde veronderstellingen werkt, en dat de werkelijkheid zich dus ook heel anders kan gedragen dan zo'n model 'voorspelt'. En uit verschillende empirische onderzoeken blijkt dat ook. Een verhoging van het minimumloon niet hoeft te leiden tot minder jobs: het kan zelfs leiden tot méér jobs — precies het tegenovergestelde van wat het model voorspelt.

Er zijn situaties mogelijk waarin bedrijven best de marge hebben om hogere minima te betalen, maar hun marktmacht misbruiken om die lonen toch te drukken.

Hoe kan dat? Verschillende factoren kunnen hier een rol spelen. Er zijn bijvoorbeeld situaties mogelijk waarin bedrijven best de marge hebben om hogere minima te betalen, maar dat ze hun marktmacht misbruiken om die lonen toch te drukken. De 'kost' om te gaan werken (de inspanning van het werk zelf, het transport naar en van het werk, opvang voor de kinderen tijdens het werk…) staat niet in verhouding tot de winst (het lage loon), en potentiële werkers haken af. Een verhoging van de lonen werkt die mismatch weg, en trekt de nodige werkers aan.

Natuurlijk, werkgevers die verlegen zitten om werkers maar geen hogere lonen willen betalen, ook al hebben ze daar de marge voor, kunnen de wet ook als wapen inzetten. Zij lobbyen voor een systeem dat mensen ertoe dwingt toch werk te aanvaarden ook al rechtvaardigt het lage loon de 'kost' van het werken niet. Men kan bijvoorbeeld de werkloosheidsuitkeringen zodanig verlagen, of de regels voor het recht op een uitkering zo formuleren, dat mensen geen alternatief meer hebben dan werk te aanvaarden zelfs tegen een heel karig loon, dat niet in verhouding staat tot de inspanning. Opnieuw kan zich dan een situatie voordien waarin een verhoging van de minimumlonen niet hoeft te leiden tot een verlies aan jobs. Bedrijven hadden immers wel degelijk de mogelijkheid meer te betalen: het was de organisatie van de maatschappij, het wetgevend kader, dat hen toeliet de lonen laag te houden. De hoogte van de laagste lonen is hoe dan ook geen natuurwet, maar een effect van de manier waarop een samenleving georganiseerd is.

Een verhoging van de laagste lonen heeft echter niet alleen micro-effecten, een impact op de beslissingen van individuele werkers en individuele bedrijven, maar ook macro-effecten: het betekent een verschuiving van middelen in de samenleving naar de lagere inkomens. En van die lagere inkomens weten we dat zij van elke 'extra' euro meer die zij verdienen, meer zullen spenderen dan hogere inkomens doen (of omgekeerd: hogere inkomens sparen een groter deel van hun inkomen dan lagere inkomens). Dat betekent dat bij een verschuiving van middelen van hogere inkomensgroepen naar de laagste inkomensgroepen in een maatschappij, de globale vraag zal toenemen: er wordt meer geconsumeerd. En dat heeft een positief effect op de economie: een hogere vraag aan goederen en diensten heeft als direct effect een hogere productie, en dat betekent op zijn beurt weer extra jobs. Hogere minimumlonen kunnen dus wel degelijk leiden tot méér jobs — het tegendeel van wat het simpele vraag-/aanbodmodel voorspelde.

Van die lagere inkomens weten we dat zij van elke 'extra' euro meer die zij verdienen, meer zullen spenderen dan hogere inkomens doen.

Natuurlijk, dit zijn maar enkele manieren waarop de hoogte van het minimumloon en de vraag naar jobs effect op elkaar uitoefenen, en het is ook niet meer dan weer een reeks vereenvoudigingen, waar bij elke bewering weer een 'als' en een 'maar' hoort. Het punt is: je kunt niet zomaar zeggen dat een hoger loon automatisch leidt tot minder jobs, zoals het model 'voorspelt'. Net zomin als je kunt zeggen dat een hoger loon tot meer jobs leidt. Alles hangt af van de context: hoe groot is de marktmacht van bedrijven?, hoe groot zijn hun marges?, hoe ziet de rest van de loonverdeling eruit?, met welk wetgevend en regelgevend kader moeten bedrijven, werkers, en werkzoekenden rekening houden?, enzovoort.

GOEDKOPE ARBEID MAAKT HET DURE LEVEN VAN DE HOOGBETAALDE KLASSE MOGELIJK

Een beslissing over de minimumlonen speelt zich niet in het abstracte af: het gaat over mensen. In België hebben vandaag bijna 150.000 mensen rechtstreeks baat bij een verhoging van het minimumloon. Hun stem wordt in dit hele debat nauwelijks gehoord. Het publieke debat wordt over hun hoofden gevoerd, door mensen die makkelijk drie keer meer verdienen — en er geen idee meer van hebben wat het betekent voor zo'n laag loon te moeten werken, of hoeveel een loonsverhoging van 30, 50, 70 euro bruto per maand waard kan zijn: het verschil tussen het hoofd boven water houden, of ten onder gaan.

Een loonsverhoging van 30, 50, 70 euro bruto per maand kan het verschil zijn tussen het hoofd boven water houden of ten onder gaan.

Gezinnen met een hoger inkomen hebben er echter véél baat bij dat we de maatschappij zó organiseren, dat genoeg mensen aan een zo laag mogelijk loon moeten werken: het maakt het leven van die hogere inkomens zoveel makkelijker. Het creëert een reservoir aan lageloonwerkers die 'voor ons' werken: het is alleen omdat de lonen in de pakjesmagazijnen zo laag zijn, dat wij ervan kunnen profiteren de volgende dag ons pakje thuis geleverd te krijgen. Het is alleen omdat de lonen in beauty salons zo laag zijn, dat wij tegen een lage prijs onze nagels kunnen laten doen. Het is alleen omdat de lonen van het schoonmaakpersoneel zo laag zijn, dat wij onze huizen kunnen laten kuisen terwijl we zelf een terrasje doen. En het is alleen omdat de lonen van de nanny zo laag zijn, dat we haar kunnen betalen om onze kinderen van school te halen terwijl we zelf druk bezig zijn in onze hoogbetaalde job. Hun goedkope arbeid maakt het dure leven van de hoogbetaalde klasse mogelijk.