Abonneer Log in

Het winnaarssocialisme van Conner Rousseau

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 68 tot 73

Het uitlichten van succes, vooruitgaan, dynamisme en carrière door Conner Rousseau is geen toeval. Het verbeeldt de mensen waarop Vooruit zich richt: hippe dynamische middenklassers die hard werken om het te maken.

Het frame was meteen gezet: een lid van Vooruit is een winnaar, iemand die niet opgeeft.

In het nieuwe socialisme worden burgers letterlijk als 'individu' aangesproken.

Conner Rousseau benadrukt dat hij voor een nieuw socialisme staat. Hij noemt zichzelf een 'millennial-socialist'1, een 'nieuwe socialist' en een 'moderne socialist'. Dit nieuwe type van socialisten pakt de problemen aan 'met dezelfde ingesteldheid als vroeger'.2 Conner maakt zowel verbaal als visueel en via zijn favoriete sociale media graag duidelijk dat hij een vernieuwer is, dat hij geen traditionele politicus is en dat onder hem de sp.a geen traditionele partij meer is. Hij doet dat wel onder de noemer 'socialisme'. Als socialistische beweging plaatst Vooruit zich duidelijk in een lange socialistische traditie. Zelfs het 'vintage' smaakje van Vooruit weet Conner wel te appreciëren. Maar welke ingrediënten neemt hij uit welke periodes over om zijn 'vintage socialisme' te brouwen?

Duidelijk is alvast dat hij, net als zijn voorgangers, de veranderende tijdsgeest inroept om zijn vernieuwingsoperatie te legitimeren. En net als zij stelt hij ook dat, om de problemen van vandaag op te lossen, men niet noodzakelijk kan terugvallen 'op de oplossingen van de vorige eeuw'.3
Het zijn twee boodschappen die duidelijk de argumentatie van de neosocialisten4 in het Interbellum en de jaren 1990 echoën. Net zoals Conner leggen zij de nadruk op handelen en vooruitgaan, door 'de traditie die ons is nagelaten te eerbiedigen, maar tegelijk met dit eerbiedigen, voor onze actie regelen te vinden, die ons in staat stellen spoediger te geraken tot het doel dat wij ons hebben gesteld'.5

Rousseau staat voor wat hij 'winner socialisme' noemt: 'een assertievere vorm van aan linkse politiek doen'.6 Zijn grote interview in De Standaard voor de lancering van Vooruit, waarin hij zijn ambities niet onder stoelen of banken stak, is er emblematisch voor. Hij liet er optekenen niet 'louter' de spil op links te willen worden, maar de spil van de hele politiek. Heel scherp spreekt Rousseau in termen van concurrentie, ambitie en dynamisme. Winnen is duidelijk van cruciaal belang. En ook hier horen we opnieuw een echo van het neosocialisme. In een redevoering voor zijn kameraden van de Franse socialistische partij argumenteerde de Franse neosocialist, Max Bonnafous, in de jaren 1930 dat het socialisme aansluiting bij de jeugd moest vinden, en dus bij haar wil tot handelen. 'Wij vreezen', zei hij, 'dat deze nieuwe generatie niet het gevoel heeft de overwinning te beleven, en wij weten dat haar élan tot den strijd vele malen grooter zou zijn zoo zij de overtuiging wel bezat'.7 Winnen betekende in die slogan afstand doen van de materialistische analyse, maar ook van het internationalisme, door de natie-als-feit te omarmen en zo mee te dingen naar de stem van de jeugd en de middenklassen die meer en meer verleid werden door het fascisme.

Ook bij Rousseau staat het winnaarssocialisme voor een socialisme dat erin slaagt om veel stemmen te halen, een socialisme dat de spil wordt van links. Zo'n socialisme van winnaars staat dan tegenover een socialisme van verliezers, van zij die het niet gerealiseerd hebben. Die verliezers zijn zijn directe voorgangers, die Rousseau als amateurs omschrijft zonder ze bij naam te noemen. Het winnaarssocialisme daarentegen drijft op professionalisering. Het blijft een opmerkelijke categorisering van een socialistisch project. Het onderscheid tussen winnaars en verliezers is nu eenmaal de essentie van het neoliberale mens- en wereldbeeld. Concurrentie staat erin centraal. Concurrentie tussen bedrijven, tussen landen, tussen politieke projecten en uiteraard ook tussen mensen. Het neoliberalisme viert de winnaars en de kwaliteiten die mensen tot winnaars maken. Precies zo zet Conner ook zichzelf in de politieke markt: als een winnaar met torenhoge ambitie. Volgens zijn partijgenote Melissa Depraetere wil hij alles winnen waaraan hij meedoet, zelfs mocht dat Dancing with the Stars zijn.8

Die wil tot winnen, dynamisme en hard werk spatte ook van het scherm tijdens de lancering van Vooruit. Vooruit-boegbeelden Mohamed Ridouani, Jinnih Beels, Funda Oru, Hannelore Goeman, Joris Vandenbroucke, Melissa Depraetere en Frank Vandenbroucke mochten het voorprogramma voor hun rekening nemen. Zij stelden niet alleen zichzelf voor, maar koppelden – met uitzondering van Frank Vandenbroucke – hun levensverhaal aan hun inzet voor Vooruit. Zij spraken niet louter als boegbeelden, maar zetten zichzelf ook neer als emblematisch voor de diversiteit van de bevolking en dus ook voor 'de mensen' die Vooruit kunnen en zullen schragen. Mannen en vrouwen, 'autochtonen' en 'allochtonen', jong en ouder, nieuwkomers en oude rotten in de politiek, vaders en aanstaande moeders, hoogopgeleiden en arbeiders: deze zeven gezichten van Vooruit vertegenwoordigden ze allemaal. En ze belichaamden zelfs nog meer. Het was opvallend hoezeer de nadruk kwam te liggen op ambitie, dynamisme, keihard werken, vitaliteit en bovenal een winnaarsmentaliteit. Vooruit-burgemeester Ridouani beet de spits af: 'De winnaars is de verliezer die niet opgeeft. (…) En opgeven dat heb ik nooit gedaan. Door er keihard voor te werken en dankzij de samenleving die kansen en mogelijkheden biedt. Dat gaf me de vleugels om er helemaal voor te gaan'.9

Het frame was meteen gezet: een lid van Vooruit is een winnaar, iemand die niet opgeeft.

Het frame was meteen gezet: een lid van Vooruit is een winnaar, iemand die niet opgeeft. Jinnih Beels bepleitte 'een samenleving waarin de toekomst van jongeren niet bepaald wordt door hun afkomst, maar door hun talenten en ambitie'.10 Ondervoorzitter Funda Oru benadrukte dan weer dat ze 'kansen gekregen en kansen gegrepen' heeft 'in het mooie Limburg'.11 En ook de tussenkomst van Melissa Depraetere vertrok van die individuele en meritocratische houding. 'Mijn ouders', zo stelde ze, 'hebben altijd keihard gewerkt om vooruit te geraken in het leven, en zo kregen mijn broer en ik alle kansen'.12 Deze persoonlijke succesverhalen zeggen alles over het mensbeeld achter dit winnaarssocialisme. Het zijn dynamische selfmade men and women die niet bang zijn hun steentje bij te dragen. Naadloos sluiten deze getuigenissen aan bij Rousseaus visie op succes in zijn boek T.. Het gros van de 'succesverhalen' die hij daarin optekent, gaat ook over mensen die hun eigen zaak hebben opgebouwd, die directeur of ingenieur zijn geworden.13 En ook zijn eigen levensverhaal wordt in de verf gezet als zo'n individueel traject naar succes.

Politiek gaat altijd om herkenning. De burger moet zich herkennen in het discours van de politicus.14 Het uitlichten van succes, vooruitgaan, dynamisme, hard werk en carrière is geen toeval: het verbeeldt de mensen waarop Vooruit zich richt. Hippe dynamische middenklassers die hard werken om het te maken: het is voor die mensen dat Vooruit er wil zijn. Ook de aangeboden participatie is op maat van zulke jonge en dynamische mensen gesneden. Het is hun mening die het fundament moet vormen van Vooruit en zijn plan. De nieuwe socialistische beweging vertrekt van hetzelfde beeld van de burger dat ook Verhofstadt schetste in zijn Burgermanifesten.15 De burger die de stilstand en de hindernissen niet alleen beu is, maar ze ook kent. De burger die zijn hele leven hard gewerkt en carrière gemaakt heeft. Het is een zelfstandige die 'zelf een zaak uit de grond stampte en (…) vooruit wilt', maar die geboycot wordt door 'allerlei regeltjes die dat onmogelijk maken'.16 Opmerkelijk is opnieuw dat beeld van de mondige burger die hard werkt, de politiek niet meer vertrouwt en uitermate dynamisch, veerkrachtig en vol initiatief is. Deze mensen zijn niet geïnteresseerd in 'ideologie', maar hebben een 'stevige mening over thema's', want zij willen vooruit in het leven en weten wat daarvoor nodig is. Het uitgangspunt voor deze hele operatie is dus de welbespraakte, welopgeleide burger die zich geen rad voor de ogen laat draaien. Hij of zij wordt verondersteld geëmancipeerd te zijn en heel goed te weten waar het schort.

Het volk, of de gewone mensen, wordt hier gedacht als een verzameling van al die individuen. Aan de grondslag van Vooruit ligt een individualistisch wereldbeeld. Dat is uiteraard paradoxaal, aangezien de beweging steevast benadrukt dat we samen moeten werken om die veranderingen te bewerkstellingen die 'van ons land het beste land ter wereld maken'. Alleen komt dat 'samenwerken' zoals gezegd in eerste instantie neer op een genetwerkt individualisme in de vorm van een 'inspraakmachine'. Opvallend is ook dat alle voorstellen die Conner zelf aandraagt om van ons land een beter land te maken steevast voorstellen zijn die wel morrelen aan de bestaande economische structuur, maar ze niet in vraag stellen. Het gaat nooit verder dan details aanpakken. Denk aan zijn ballonnetjes over kindergeld, recht op ouderschap en Nederlands leren. Geen van die voorstellen vertrekt vanuit het idee dat de huidige sociaaleconomische en politieke ordening fundamenteel fout zit. Of dat de effecten van die ordening niet louter individuele effecten zijn, maar sociale effecten op sociale categorieën – of in meer 'vintage' retoriek: klassen. Nergens zien we in het wereldbeeld van Vooruit een nieuwe materialistische analyse opduiken, laat staan een aanzet tot opbouw van 'vintage' klassenbewustzijn. Net dat, zo bewijzen vandaag AOC en Bernie Sanders, is de essentie van een nieuw succesvol socialisme: een eigentijdse socialistische analyse ontwikkelen die mensen toelaat zich te verenigen tegen de grote structuren van ongelijkheid en voor een fundamentele ongelijkheid. Dag in dag uit tonen zij dat in hun politieke werk. Hun mediaposts presenteren hun deelname aan betogingen, stakingen en protesten niet louter als woede-uitbarstingen, maar als de macht van het volk. Steevast duiden ze de acties van middenveldorganisaties waar ze bij aansluiten, als acties met een klassendimensie. Die nadruk op de vorming van een klassenbewustzijn en de macht van de groep is essentieel voor hun nieuwe socialisme. In het nieuwe socialisme van Vooruit ontbreekt dat voorlopig. Burgers worden letterlijk als 'individu' aangesproken: 'En stel u eens voor, dat gij 's morgens wakker wordt met een idee, en dat idee op het einde van de rit realiteit wordt? Hoe mooi zou dat niet zijn, da gij daardoor vooruit kunt?17 Individuen worden aangemoedigd hun ideeën in te sturen om daar uiteindelijk zelf beter van te worden, en zo ook de samenleving beter te maken.

In het nieuwe socialisme worden burgers letterlijk als 'individu' aangesproken.

Als in het discours van Vooruit 'het volk' wel meer betekent dan vele individuen samen, dan krijgen we een nationalistische verbeelding van het volk. Funda Oru, ondervoorzitter van Vooruit, stelt bijvoorbeeld: 'Vooruitgaan betekent voor mij een samenleving waarin we ook echt samenleven. En dat kan alleen als we elkaar goed verstaan. (…) Taal is essentieel voor communicatie, communicatie is essentieel voor integratie. En integratie speelt gewoon een heel belangrijke rol in het ontwikkelen van gelijke kansen. Alleen als we allemaal dezelfde taal spreken en elkaar ook goed verstaan, pas dan gaan we allemaal samen vooruit'.18 Hoe zo'n positie zich onderscheidt van de traditionele politiek, is uiteraard een raadsel. Opnieuw krijgen hier een klassiek Herderiaanse verbeelding van de natie geserveerd, waarbij de taal het gehele volk is. Aan de ene kant zijn er dus individuen in een ratrace en aan de andere kant is er de natie met haar cultuur en taal. Enkel als je hard werkt én geïntegreerd bent, kan je beloond worden. Meer nog: Oru presenteert integratie in die verondersteld homogene natie als een voorwaarde voor 'het ontwikkelen van gelijke kansen'. We hebben dus blijkbaar niet als mens recht op gelijke kansen. Dat wordt niet gezien als een probleem, maar als een normaliteit die nog versterkt wordt. We zien hoe ongelijkheid hier ingebakken zit in het mensbeeld. Niet de ongelijkheid moet aangepakt worden, het is de mens die zich moet verbeteren. De rol van de staat, maar ook van de beweging Vooruit, bestaat er dan in om de randvoorwaarden te voorzien, zodat 'iedereen die zijn deel wil doen, dat ook kan doen'.

De definitie van het volk is niet het resultaat van een analyse van het economisch systeem en van hoe 'het gewone volk' zich daartoe verhoudt. Het volk is in wezen volledig losgeweekt uit de socialistische traditie. Vooruit verenigt dus in een (neo)liberaal mensbeeld met de idee van natie-als-feit. Het positioneert zich ook niet langer als een socialistische beweging die de massa wil verheffen, of waar intellectuelen en loontrekkenden samenkomen om niet alleen de samenleving te verbeteren, maar ook het volk te emanciperen. Dit is niet langer de massa die het socialisme van de 20e eeuw stutte. Nergens bespeur je nog de materialistische socialistische traditie zoals ze ingebed zat in het charter van Quaregnon. Rousseau verdedigt een emosocialisme, een idealistisch socialisme. Net als zijn voorgangers definieert hij socialisme als een 'ingesteldheid', een 'streven', een wil om te winnen. 'Dezelfde ingesteldheid als vroeger' verwijst duidelijk naar de immateriële traditie van het socialisme die ook Hendrik de Man, Patrick Janssens en Steve Stevaert al uitdroegen. Toch wordt dit immaterieel socialisme voorgesteld als nieuw. Het schept nu eenmaal veel ruimte om te verbreden, om 'een socialisme' voor iedereen te verbeelden. Een socialisme waar arbeiders en kapitalisten, rijk en arm, bedrijven en werknemers samen aan één zeel trekken. Via die traditie kan Rousseau pleiten voor een socialisme voor de gehele natie, waarin iedereen solidair is.

Dit is een voorpublicatie uit 'Vooruit! Politieke vernieuwing, digitale cultuur en socialisme' van Ico Maly, dat begin juni bij EPO verschijnt.

VOETNOTEN

  1. Blontrock, D. & Roose, E. (2020). Ik ben een millennialsocialist. Conner Rousseau in gesprek met Carl Devos, Schamper.
  2. Blontrock, D. & Roose, E. (2020). Ibid.
  3. Blontrock, D. & Roose, E. (2020). Ibid.
  4. Het neosocialisme laat één van de essentiële pijlers van het socialisme achter zich: de historisch-materialistische methode wordt vervangen door ethiek. Net doordat ethiek het fundament wordt, wordt neosocialisme gekenmerkt door een grote ideologische flexibiliteit. Ondanks die ideologische flexibiliteit zijn enkele ingrediënten altijd aanwezig. Neosocialisme omarmt ongeacht het tijdsgewricht 'de natie-als-feit' en legt heel sterk de nadruk legt op 'dadendrang' in de plaats van op theorie. De combinatie van die ingrediënten uit zich niet alleen in een distantiëring van het internationalisme, de socialistische solidariteit en de klassenstrijd, maar ook in een openheid naar andere middelen om dezelfde waarden en doelstellingen na te streven.
  5. Zie bijvoorbeeld de speechen van neo-socialisten als Montagnon, Adrien Marquet, Marcel Deat, in: Montagnon, B., A & Deat, M. 'Neosocialisme. Orde, gezag, natie'. Querido, Amsterdam.
  6. Verschelden, W. (2021). Conner Rouseau is de relaties tussen groen en rood opnieuw fundamenteel aan het wijzigen en dat is slecht nieuws voor de federale coalitie. Business AM.
  7. Montagnon, B., A & Deat, M. 'Neosocialisme. Orde, gezag, natie'. Ibid.
  8. Goethals, K. (2020). Wij zeggen geen sorry meer. Dat is voorbij, fini. Portret Conner Rousseau. De Standaard.
  9. Vooruit, 2021. Lancering Vooruit: https://www.vooruit.org/vanaf_nu.
  10. Vooruit, 2021. Ibid.
  11. Vooruit, 2021. Ibid.
  12. Vooruit, 2021. Ibid.
  13. Zie bijvoorbeeld: Rousseau, C. (2020). T. Gent: Borgerhoff & Lamberigts, p. 64.
  14. Lempert & Silverstein, 2021. Creatures of politics. Media, message and the American Presidency. Indiana University Press.
  15. Blommaert, J. (2001). Ik stel vast. Politiek taalgebruik, politieke vernieuwing en verrechtsing. Berchem: EPO.
  16. Vooruit, 2021: Doe mee, denk mee, deel me. https://www.vooruit.org/solidariteit.
  17. Vooruit, 2021. Ibid.
  18. Vooruit, 2021: Lancering Vooruit: https://www.vooruit.org/vanaf_nu.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 68 tot 73