Abonneer Log in

Ik wil dat mijn kinderen vrijgesteld worden van levensbeschouwelijk onderwijs

Er is geen lobby voor de ouders die een vrijstelling van levensbeschouwelijk onderwijs willen, geen koepel te verdedigen, geen huizen te onderhouden. Dat maakt dat de strijd van ouders, inclusief mezelf, bij voorbaat verloren is.

Wanneer ik nu zelf voor de vrijstelling zou kiezen, zitten mijn kinderen twee uur per week alleen op school.

Ik hoop dat ooit een minister opstaat die het aandurft deze status quo te doorbreken.

Het is weer zover, die tijd van het jaar. Voor wie niets met onderwijs te maken heeft, een detail, een onbenullig regeltje ergens in wat Vlaamse teksten. Toch borrelt het jaarlijks weer op. Steeds meer ouders willen niet dat hun kind levensbeschouwelijk onderricht wordt op school. Ik hoor zelf bij die bende. Nu moet ik het doen, voor 30 juni beslissen, of weer een jaar wachten.

Ik wil dat mijn kinderen vrijgesteld worden van levensbeschouwelijk onderwijs. Niet omdat ik tegen levensbeschouwing ben. Ik vind levensbeschouwing privé, andermans zaken niet. Volgens de uitspraak daarrond van het Grondwettelijk Hof in 2015 mag ik dat vinden, gelukkig. Volgens dat Hof is ouders dwingen om een levensbeschouwing te kiezen in strijd met het Europees verdrag voor de rechten van de Mens.

Wat opzoekwerk op Vlaanderen.be geeft ouders de volgende informatie: 'Als je geen van de aangeboden cursussen wil, dan kan je na een gemotiveerde aanvraag een vrijstelling krijgen. Je kind krijgt dan niet minder les, maar wordt verondersteld tijdens de vrijgekomen lesuren (minstens twee per week) de eigen levensbeschouwing te bestuderen'.

Met andere woorden, trek je plan. Hoewel Vlaanderen voor levensbeschouwelijke vakken middelen voorziet voor inspecties, klaslokalen, leerkrachten en leermiddelen trekt het zijn handen af van kinderen met een vrijstelling. Daar wordt niets voor geregeld.

Dat is fundamenteel oneerlijk, en het heeft als gevolg dat niet voor die vrijstelling kan worden gekozen. Mijn kinderen van 5 en 6 jaar worden volgens de Vlaamse teksten verondersteld de eigen levensbeschouwing te bestuderen. Hoe dat praktisch in zijn werk gaat staat nergens omschreven.

Hier en daar zijn er voorbeelden van oudergroepen die de handen in elkaar slaan. Ze zetten projecten op die ze zelf, vaak met een beurtrolsysteem, uitrollen in een school. De voorbeelden zijn schaars en doven meestal na enkele jaren uit. Niet vol te houden, te moeilijk.

Wanneer ik nu zelf voor de vrijstelling zou kiezen, zitten mijn kinderen twee uur per week alleen op school.

Wanneer ik nu zelf voor de vrijstelling zou kiezen, zitten mijn kinderen twee uur per week alleen op school. Niemand zorgt voor hen. Ik moet hen werk meegeven of hen leren zelfstandig hun levensbeschouwing te bestuderen. Daarenboven breng ik de school in de problemen. Wat moeten zij doen met mijn kinderen? Wie zorgt er voor hen? Wat als er nog ouders zijn die dit initiatief nemen. Al snel neemt de directie contact op: 'Wie maakt het jaarplan? Wie voorziet werk? Wie vangt die kinderen op? Voor vrijgestelden zijn geen middelen. Wil u alstublieft uw beslissing herzien? We begrijpen ze, maar onze handen zijn gebonden.'

Ten gevolge van de verzuiling van de levensbeschouwelijke koepels is enige vooruitgang in dit dossier uiteraard moeilijk. Zij vinden elkaar naadloos, springen als beschermers van onze normen en waarden op de barricade wanneer een vraag rond de levensbeschouwelijke vakken wordt gesteld. Wie anders zal onze kinderen normen en waarden bijbrengen? Er is geen lobby voor de ouders die vrijstelling willen, geen koepel te verdedigen, geen huizen te onderhouden. Dat maakt dat de strijd van deze ouders, inclusief mezelf, bij voorbaat verloren is. Vlaanderen lobbyt.

Ouders die toch voor de vrijstelling kiezen moet dit engagement ondertekenen: Ik bevestig dat de leerling de lesuren die vrijkomen door de vrijstelling, op school zal gebruiken voor zijn eigen ethische vorming en de ontwikkeling van zijn persoonlijke identiteit, voor zijn groei in menselijke waarden en voor de uitbouw van een eigen levensovertuiging met respect en verdraagzaamheid voor anderen en met respect voor de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.(…) Ik aanvaard dat de directie en de klassenraad toezicht hebben op de overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder. Ik ben ervan op de hoogte dat een toegestane vrijstelling niet tot gevolg mag hebben dat de leerling minder tijd op school doorbrengt dan de normale aanwezigheid van leerlingen die een levensbeschouwelijk vak gekozen hebben, en evenmin dat de leerling in bepaalde leergebieden of vakken meer uren krijgt dan andere leerlingen.

U begrijpt dat ik, na het lezen van dit engagement, telkens de handdoek in de ring gooi en flink een kruisje zet bij het levensbeschouwelijke vak waar ik het minste problemen mee heb. Ik ben namelijk geen fundamentalist, ik trek niet eindeloos ten strijde om mijn gelijk te halen. Dat brengt mij en vele anderen echter, steeds opnieuw, jaar na jaar, in dezelfde patstelling. Status quo.

Ik hoop dat ooit een minister opstaat die het aandurft deze status quo te doorbreken.

Ik hoop dat ooit een minister opstaat die het aandurft deze status quo te doorbreken, die vaststelt dat de regelgeving niet meer van deze tijd is, maar een voorbijgestreefd gevolg van een lang geleden uitgevochten schoolstrijden aanhoudend gelobby. Een minister die zijn regering overtuigt om dit systeem in deze tijd te zetten. Ik hoop op een regering die dan haar minister volgt.

Wie weet krijgt dat de vrijstelling de plaats die ze verdient. Of als ik even verder dromen mag, wordt iedereen vrijgesteld van door de overheid ingericht godsdienstonderricht en verschuift de levensbeschouwing terug naar de privésfeer. Daar waar ze thuishoort.