Abonneer Log in

Van liefdadig naar rechtvaardig

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 77 tot 79

Het zijn geen gemakkelijke en comfortabele ideeën die Els Hertogen in dit boek naar voor schuift. Maar ze doet wat een leidende stem in het middenveld hoort te doen: vanuit de maatschappelijke missie van haar organisatie het publieke debat aanjagen met inhoudelijke stellingnames.

Van liefdadig naar rechtvaardig

Els Hertogen
Lannoo, Tielt, 2021

Jason Hickel gaat naar de kern van het mondiale onrecht: 'Het Noorden ontwikkelt het Zuiden niet, het Zuiden ontwikkelt het Noorden'.

Rechts-conservatieve krachten eisen de term solidariteit in toenemende mate op.

Eind vorig jaar veranderde 11.11.11 zijn officiële naam van Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging naar Koepel van Internationale Solidariteit. Daarmee wil ze komaf maken met de idee dat het haar missie zou zijn om vanuit het rijke Noorden het arme Zuiden te helpen. Die missie heeft voor de koepelorganisatie nog te veel een bijklank van liefdadigheid, terwijl de organisatie voor rechtvaardigheid wil staan. Het centraal stellen van 'internationale solidariteit' in de naam van de organisatie moet dit onderstrepen.

Dat dit voor 11.11.11 allerminst een vrijblijvende oefening is blijkt uit het boekje dat directeur Els Hertogen nu publiceert. In dit boek laat ze elf stemmen over de toekomst van internationale solidariteit aan het woord. Elke stem gaat in op een ander aspect van internationale solidariteit. Hoe Hertogen de stemmen koos komen we niet te weten, maar het is een verfrissende mix van gekende en minder gekende stemmen, van onderzoekers, middenvelders en ex-politici, en – belangrijk – geen Vlaamse stemmen maar denkers uit alle hoeken van de wereld.

De bijdragen aan het boek zijn helder en gebald. Door de snelle opeenvolging van bijdrages blijft het boek boeien. Er komen thema's en inzichten aan bod die bij 11.11.11 nooit op het appel ontbreken, zoals herverdeling, dekolonisatie, internationale instellingen en de rol van de staat in het stimuleren van ontwikkeling. Maar Hertogen snijdt ook nieuwe, en soms verrassende, thema's aan, bijvoorbeeld artificiële intelligentie en mobiliteit. De auteurs geven richting aan, maar de bijdragen zijn te kort om tot concreet uitgewerkte voorstellen of analyses te komen.

11 STEMMEN OVER INTERNATIONALE SOLIDARITEIT

Jason Hickel – de eerste auteur die aan bod komt – gaat al meteen naar de kern van het mondiale onrecht: 'Het Noorden ontwikkelt het Zuiden niet, het Zuiden ontwikkelt het Noorden' (p.24). De bestaande ontwikkelingshulp weegt helemaal niet op tegen het geld dat het Globale Zuiden verliest door een onrechtvaardig economisch systeem. Grieve Chelwa borduurt daarop verder. De dekolonisatie van de jaren 1960 en 1970 was louter politiek. De economische, culturele en intellectuele dekolonisatie werd vergeten. Ook ontwikkelingssamenwerking moet worden gedekoloniseerd. In lijn daarmee argumenteert dat Abeba Birhane dat de huidige 'invasie' van artificiële intelligentie van Afrika een nieuwe vorm van kolonisatie is, waarbij westerse normen, belangen en probleemdefinities vooropstaan.

Jason Hickel gaat naar de kern van het mondiale onrecht: 'Het Noorden ontwikkelt het Zuiden niet, het Zuiden ontwikkelt het Noorden'.

Vandana Shiva pleit voor de erkenning van de stem en de kracht van vrouwen in elke strategie voor internationale solidariteit. Natalia Greene pikt aan bij de ecologische dimensie van Shiva's ecofeminisme en houdt een sterk pleidooi om rechten voor de natuur te erkennen. Lidy Nacpil wijst erop dat de strijd voor het klimaat niemand aan zijn lot mag overlaten en waarschuwt voor wereldwijde mattheüseffecten bij de ecologische transitie. Arpita Bisht stelt dat de ontwikkeling van het Globale Zuiden vereist dat het Globale Noorden haar ecologische voetafdruk verkleint en we grenzen aan de consumptie stellen.

Misschien wel de meeste verrassende stem in het boek komt van Mimi Sheller, die zich afzet tegen de 'kinetische elite'. Die 'heeft niet alleen de macht om zich vrij te bewegen, ze bepaalt ook de bewegingen van anderen' (p.77). Ongelijke mobiliteit en de machtsverhoudingen waarop ze gebaseerd is, verbindt volgens haar verschillende strijdperken, zoals die rond vervoersarmoede, migratie en klimaat.

Jomo Kwame Sundaram benadrukt het belang van de staat om investeringen te sturen vanuit een duurzaam ontwikkelingsperspectief. Izabella Teixeira focust op het internationale niveau en pleit voor een hervorming van multilaterale instellingen zodat ze lokale democratie versterken en meer plaats maken voor burgers en bewegingen in plaats van enkel internationale diplomatie. Christian Felber ten slotte betoogt dat onze democratieën te slaperig zijn en een meer actieve bijdrage van burgers mogelijk moeten maken, zodat economie en handel geheroriënteerd kunnen worden.

IS SOLIDARITEIT ALTIJD PROGRESSIEF?

Het boek zet zonder omwegen in op een progressieve invulling van de term solidariteit. Dat is typerend voor de manier waarop progressieve sociale bewegingen de term als een evident onderdeel van hun 'immaterieel erfgoed' zien. In haar inleiding geeft Hertogen aan waarover solidariteit volgens haar gaat: over rechtvaardigheid, over de herverdeling van middelen en macht, over het garanderen van mensenrechten binnen de grenzen van de planeet, over gedeelde verantwoordelijkheid en over hoop. Ze maakt een scherp onderscheid met liefdadigheid. Zoals Grieve Chelwa aangeeft: solidariteit is radicaal om het gebaseerd is op een dialoog tussen gelijken. Liefdadigheid houdt de ongelijke verhoudingen tussen mensen in stand. Wie geeft uit liefdadigheid wil beloond worden of – zoals Abeba Birhane schrijft in haar stuk over algoritmische kolonisatie – eigen normen opleggen.

Hoe behartigingswaardig deze egalitaire invulling van solidariteit ook is, solidariteit is echter geen eenduidig progressief concept. In de meest brede zin van het woord gaat solidariteit over het delen en herverdelen van middelen, beslissingsmacht en erkenning. Mensen doen dit uit een gevoel van lotsverbondenheid en lidmaatschap van een groep. Het verankert solidariteit in gemeenschapsvorming. Maar gemeenschapsvorming sluit onvermijdelijk ook uit. Het geeft solidariteit een ambigue lading.

Rechts-conservatieve krachten eisen de term solidariteit in toenemende mate op.

Rechts-conservatieve krachten eisen de term solidariteit in toenemende mate op. Ze benadrukken dat we solidariteit vooral op de 'eigen bevolking' moet richten en bakenen dat volk ook steeds vaker af langs etnisch-culturele lijnen. Deze etno-raciale invulling van solidariteit komt slechts zijdelings aan bod in het boek. Izabella Teixeira heeft het in haar uitstekend stuk over mondiaal bestuur kort over rechts-populisme, onder meer in haar eigen land Brazilië. Ze pleit voor 'een verschuiving van een klemtoon op nationale soevereiniteit naar een uitdrukkelijke keuze voor een gedeelde verantwoordelijkheid' (p.103). Staten zijn volgens haar te bekommerd over 'de macht over hun grondgebied' en zouden moeten 'meer aandacht geven aan de zorg voor burgers op hun grondgebied'. Jomo Kwame Sundaram verwijst naar hoe 'etno-nationalistische partijen en bewegingen' succesvol de ruimte innamen die vrijkwam door 'het falen, of zelfs het verraad van de postkoloniale nationale ontwikkelingsprojecten' (p.91).

De notie van 'internationale solidariteit' is net radicaal politiserend in confrontatie met de opkomende etno-nationalistische bewegingen en partijen die evengoed het begrip solidariteit claimen, uiteraard in een meer exclusieve betekenis. In dit opzicht is er in dit boek te weinig aandacht voor de wisselwerking tussen gemeenschapsvorming en solidariteit. Zeker, het bewustzijn dat we als mensheid tegen een reeks urgente problemen aankijken die grenzen overstijgen en een mondiale aanpak vergen, kan een basis voor het opnemen van gedeelde verantwoordelijkheid, zoals Hertogen benadrukt in haar inleiding. Maar 'we zitten allen in dezelfde storm, maar niet in hetzelfde schuitje' (p.7), wat een serieus obstakel is om een mondiale gemeenschap te vormen die die gedeelde verantwoordelijkheid kan opnemen.

Een aantal stemmen in het boek bieden interessante institutionele bedenkingen over de blijvende rol van nationale staten (Jomo Kwame Sundaram) en over de noodzaak om de multilaterale instellingen om te denken zodat ze de lokale democratie en middenveld versterken (Izabella Teixeira). Mondiale gemeenschapsvorming is echter niet enkel een zaak van instituties, maar ook van concrete praktijken die solidariteit in diversiteit vormgeven en zo een alternatief vormen voor de etno-nationalistische vormen van solidariteit die over de hele wereld opgang maken. Internationale solidariteit vergt mondiale gemeenschapsvorming.

Met het boek Van liefdadig naar rechtvaardig doet Els Hertogen wat een leidende stem in het middenveld hoort te doen: vanuit de maatschappelijke missie van haar organisatie het publieke debat aanjagen met inhoudelijke stellingnames. Het zijn geen gemakkelijke en comfortabele ideeën die zij in dit boek naar voor schuift. Weinig in onze wereld zou blijven zoals het vandaag is als er van de ideeën in dit boek ook echt werk gemaakt wordt. Maar er is – ook letterlijk – een wereld mee te winnen. Hoop is, zoals Hertogen in haar inleiding stelt, een integraal onderdeel van internationale solidariteit. Die hoop put ze uit de vaststelling 'dat de verandering al bezig is' (p.15). De stemmen in het boek zijn er even zoveel getuigen van.

Stijn Oosterlynck

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 77 tot 79