Abonneer Log in

De bom van de verdwijning van het ik in de ander

Zomerreeks 2021: Samenleving & Poëzie

Annemarie Estor (24 april 1973) is een Nederlandstalig dichter en essayist. Zij woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje).

Op het mediaplein,
waar men zegt dat dichters
influencers, ja BV’s, BN’ners moeten zijn
en weekendkranten moeten vullen,
heeft niemand ooit van Bea gehoord.

Bea werkt als dichter verdekt.
Zit vastbesloten, vingervlug en virtuoos
voorovergebogen achterin tuinen te wroeten,
met haar botanische trommeltje,
niet met linksismen,
maar met motieven en zaden,
parabels en sporen en malapropismen
en niemand zag ooit haar gezicht.

Bea verzamelt noestig al eeuwen haar grondstof,
deinst nergens voor terug, dwaalt ernstiger af
in de schaduw van varens en laat zich lang verblinden
met open en dichtere ogen vol kruid.

In de Tuin Van Onjuiste Verdenking Van Fraude vindt ze verbena,
in de Lusthof van Exorbitante Meepraterpremies de zomeradonis,

op de Composthoop Belangenvermenging het bittere barbarakruid,

salviabladeren achterin de Kruidtuin van Neppe Sectorcomités.

Bea steekt alle verzamelde bloemen en blaadjes
in het Herbarium van Kwaadheid en Taal
en droogt daarin alles voor later.

Voorzichtig raapt ze dode vlinders op,
de vlinders van het spreken voor je iets te zeggen hebt,
de torrenlijken van het gemak van invloedrijke families.

In de Vlindertuin van Ontkenningen en Vergeetsels vlas,
wederik van tussen lucratieve deals rond winstbewijzen,
fluitenkruid en fipronil uit de vogeltuin vol
broedse kwartels met giftige eieren.

Restjes macht gezeefd uit de aarde.

Alles vindt in de tijd die ze pluist
de weg naar haar huis.

De bom die ze daar bouwt,
de bom van de verdwijning van het ik in de ander,
is van het meest explosieve soort.

Het is een metaforenbom
waarmee alles iets anders zal worden
en ieder een ander.

Alle gedroogde kelken en karakters,
alle bewaarde zaden en personages,
alle gestorven vogels, idiomen, inclusief antennes,
dit alles zal de grondstof vormen
voor de brandbom der beeldspraken
die Bea zal lanceren
van het kruispunt van het zingende wezen,
die Bea af zal vuren
op de wereld die met schreeuwende ikken is gekroond,
en die ademloos landen zal met een knal die het ik in de ander,
de ander in ik, de jij in de wij, en de jullie in mij
oplossen zal, en in de kern van de verdwijning
zullen verdere diepere kernen splijten fuseren
en splijten fuseren

in de ketting van Plurabelle
met de lonten van Loki
in de energie van Enkidu
in het lachen van Anansi.

Alles smelt in de explosie
ook hier jouw beeldscherm,
heel het mediaplein:
hitte, een schokgolf en straling,
alle ikke verdampt door de hitte,
overgegaan in een oneindig veel stralender jij.