Abonneer Log in

Elders

Zomerreeks 2021 Samenleving & Poëzie

Jens Meijen (1996) is afgestudeerd als letterkundige en werkt als assistent en doctoraatsonderzoeker in de politieke wetenschappen aan de KU Leuven. Zijn onderzoek concentreert zich voornamelijk op populistische en nationalistische partijen en regimes. Met een onderzoek naar Europees cultuurbeleid in Oost-Europa won hij de Wilfried Martens Thesisprijs 2020. In 2019 verscheen zijn eerste dichtbundel, Xenomorf (De Bezige Bij), die in 2020 de C. Buddingh'-prijs won voor beste Nederlandstalige debuut. In 2021 verschijnt zijn debuutroman De Lichtjaren (De Bezige Bij). Daarnaast is hij journalist en literair recensent voor HUMO en De Morgen en lid van de kernredactie van literair tijdschrift DW B. Hij publiceerde eerder in literaire tijdschriften als De Revisor, Kluger Hans, deFusie, Hard//hoofd en Deus Ex Machina. In 2016 werd hij verkozen tot de eerste Jonge Dichter des Vaderlands van België.

het gebeurt zo:
een algoritme laat de avond vallen
over huizen ongedeerd
iemand zweeft als de maan boven een ziekenhuis
ergens in een verstedelijkt dorp
waar peuters tot laat in de wachtzaal spelen:
ze zijn gezond, hebben vroeg geïnvesteerd in Bitcoin

het gebeurt dat elders
een tuin onder water staat
de vissen kruipen de huizen in
ziek van grachten, salpeter, oud hout
handenvol organen, geoogst van de vissen,
liggen te zingen op de drempels van de huizen
verderop liggen binnensmonds de kinderen verspreid
het wuiven van bomen als wiegjes
het ruisen van wind door prikkeldraad

het gebeurt pas
wanneer je niet meer de adem van een ander naast je hebt
maar in plaats daarvan een vlammende raket onder het laken
de pluimstaart speels, een jong vosje
en onder het kussen een kogel
waar ooit een losse melktand lag
zo overvalt je de gedachte
nog steeds is alles ongedeerd
nog steeds zijn hier de straten stil en oeverloos
nog steeds geen gehuil van bedden die slapers missen
nog steeds hier de kinderen ongedeerd
de huid glad, de ogen droog

het gebeurt boven het bed, boven de vloer van halfvergane planken
ergens in de lucht
daar schuilt een dorst die geen getijden kent
elders in de lucht
het vliegen van vonken die nooit zullen landen
het wuiven van bomen als wiegjes
het ruisen van wind door prikkeldraad