Abonneer Log in

Na jaren opnieuw

Samenleving & Poëzie

Luuk Gruwez (1953) is prozaschrijver en essayist, maar in de eerste plaats dichter. Hij behoort tot de meest gebloemleesde Nederlandstalige dichters.

'Bedden,' zegt men, 'het is een kwestie van bedden,
net als toen.' 'Afstand,' oppert men, 'zeker afstand!'
En dat wij weerom in bedekte termen moeten spreken,
verzuimen wat wij nonchalant hebben verleerd:
onze lippen nimmer zomaar op nieuwe lippen

te leggen. Zelfs onze binnenzakken dreigen vlam
te vatten. En onze zielen, onbrandbaar in principe,
beginnen plots massaal te laaien, precies als toen.
Weer moeten wij de meiden mijden, de venten
die maar blijven balderen op de ontaardende aarde.

Weer zijn wij schuldig, net als toen, vanwege
sommige van onze zoenen. En men bestraft
ons voor onze immense beminnelijkheid,
verdacht in deze nieuwe, infectueuze tijd.

Er begon iets in ons dat ons niet in leven wil.

En nu, te dicht bij onszelf schrikken wij ons rot
van onszelf, fucken wij ons kapot met onszelf, rimmen,
beffen wij zelfs ons vocabulaire, maar raken wij niet
van ons weg. Wij slaan de ogen neer, verloren,
verslagen, onnozel tot in ons geslacht.

Waar blijf je met je handen als je niemand meer?
Niet om te aaien, zelfs niet voor een vuist tegen wie
met natte woorden ons staat uit te lachen terwijl wij,
bange kinderen, sidderen voor het onzichtbare
dat ons diep in de nacht kan komen beroven.

‘Bedden,’ zegt men, ‘misschien is het een kwestie van bedden.’
Er doemen rare sterren op, een steenworp ten oosten van Eden.
En uit een hoerentent, Chaussée d’Amour, in hartje Brustem,
weerklinkt een nooit voorheen gehoord gekrijs.
‘Heer der Heerscharen,’ bidden wij, ‘zo laat is het,

daal nu toch neer, verdelg het Beest der Beesten.
En gun ons, als het kan, een latere dood.’