Abonneer Log in

Komt er eindelijk een einde aan het schadelijke agrobrandstofbeleid?

De regering-De Croo heeft een kans van jewelste om een einde te maken aan het destructieve wanbeleid van de agrobrandstoffen. Door die te grijpen zou ze een gigantisch verschil maken voor mensen en ecosystemen wereldwijd.

Door de focus op symboolgrondstoffen riskeert de regering-De Croo een verschuiving naar alternatieven te creëren.

De vraag is of de partijen die voor de verkiezingen een uitfasering bepleitten, nu durven doorzetten.

België gaat soja- en palmolie uit de tank weren. Na jarenlang aandringen van ngo's zet ons land de eerste stappen om een einde te maken aan de waanzin van 'bio'brandstoffen. Dat is belangrijk, maar met een exclusieve focus op soja en palmolie als symboolgrondstoffen is het probleem verre van opgelost. De beslissing valt samen met een nieuwe verhoging van het totale volume biobrandstoffen in de tank, in lijn met het Nationaal Energie- en Klimaatplan dat mikt op een stijging tot 2030. En dat toont meteen waar het probleem zit. Enkel door te kiezen voor mínder biobrandstoffen zal deze regering echt een verschil maken.

IEDEREEN IS HET EENS

De term biobrandstoffen is volstrekt misleidend. Onder het mom van klimaatbeleid verdwijnen jaarlijks niet alleen tonnen soja en palm maar ook bieten, tarwe en suikerriet in onze wagens. Daar is niets bio aan. Correcter is om te spreken over agrobrandstoffen om het schijnbaar groene karakter achterwege te laten. Wat ooit een goed idee leek, is immers al lang achterhaald: in sommige gevallen is de uitstoot van deze schijnoplossing hoger dan die van fossiele brandstoffen en tegelijk leidt de grootschalige industriële teelt van de gewassen tot ontbossing, biodiversiteitsverlies, vervuiling, schendingen van arbeids- en landrechten en voedselonzekerheid.

Over de risico's van dit beleid lijkt iedereen het ondertussen eens. Rapporten van onderzoekers en milieu- en mensenrechtenorganisaties spreken boekdelen en officiële instanties zoals het VN Klimaatpanel (IPCC) en de Commissie inzake Wereldvoedselzekerheid (CFS) bevestigen. Zo goed als elke Belgische adviesraad heeft al stevige bedenkingen gemaakt bij dit beleid. In 2013 al liet het VN Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten weten bezorgd te zijn over het agrobrandstofbeleid van België en vroeg het werk te maken van systematische impactevaluaties inzake mensenrechten. En in een vragenlijst van Greenpeace in aanloop naar de verkiezingen van 2019 gingen op Open VLD na alle lijsttrekkers van de Vivaldi-partijen akkoord met zowel een uitfasering van het gebruik van landbouwgewassen in de tank als met een verlaging van de totale percentages vooropgesteld in het Nationaal Energie- en Klimaatplan.

DE VRAAG VERANDERT NIET

Een jaar na het aantreden van die regering valt nu de beslissing om soja en palmolie tegen 2023 uit te faseren. De problemen met de productie van die gewassen zijn gekend, van tropische ontbossing tot vervuiling en schendingen van mensenrechten in landen als Argentinië en Indonesië. Dat de federale regering daar komaf mee maakt, is goed en toont dat ze de problematiek serieus neemt. Maar door de focus op symboolgrondstoffen riskeert ze een verschuiving naar alternatieven te creëren die ook een nefaste impact hebben.

Door de focus op symboolgrondstoffen riskeert de regering-De Croo een verschuiving naar alternatieven te creëren.

De voornaamste grondstoffen voor biodiesel in België zoals koolzaad, palmolie en soja vinden we ook terug in onze voeding zoals koekjes, diepvriespizza's of zelfs bouillon. De cijfers van de afgelopen jaren tonen dat er grote flexibiliteit zit op biobrandstofproductie: waar we in 2018 een gigantische toename zagen in biodiesel op basis van soja, nam in 2020 het gebruik van palmolie opnieuw enorm toe. Het zijn communicerende vaten en door enkel palm en soja uit te faseren, zal dus naar alle waarschijnlijkheid het gebruik van onder meer koolzaad toenemen. Het koolzaad dat we daardoor niet meer kunnen eten, zal gauw opnieuw meer import van bijvoorbeeld palmolie voor de koekjes vragen. De optelsom is niet moeilijk: als de doelstelling niet verandert, is in totaal evenveel olie en dus landbouwgrond nodig.

En dan is er nog bio-ethanol. Over de productie daarvan horen we veel minder. De grondstoffen komen vaker uit Europa, denk aan tarwe, maïs en bieten. Maar die Europese productie is ook niet vrij van problemen. Zo zijn bieten per hectare het op één na meest pesticide-intensieve gewas in België. En het is natuurlijk ook voedsel waardoor we voor elke ton tarwe die we in de motor verbranden opnieuw een ton voedsel van elders moeten importeren, met een impact op de voedselprijzen en onze voedselsoevereiniteit. Bovendien importeerde België in 2020 ook voor bio-ethanol 37% van de grondstoffen van buiten Europa. Suikerriet uit Peru, bijvoorbeeld. Een recente studie van Oxfam toont dat de productie van bio-ethanol op basis van suikerriet voor de Belgische markt in Peru bestaande waterconflicten verergert, nota bene in een regio die heel kwetsbaar is door droogte als gevolg van de klimaatcrisis. Een focus op één of twee gewassen is dus niet wenselijk: we moeten naar een totale uitfasering van álle agrobrandstoffen.

NU OF NOOIT

Het politiek momentum is er. Morgen (28 september, red.) ligt een wetsvoorstel voor in De Kamer dat een totale uitfasering op tafel legt. Er komt eindelijk een publiek en politiek debat op gang over dit destructieve beleid. De vraag is of de partijen die voor de verkiezingen een uitfasering bepleitten, nu durven doorzetten. Het parlement kan een belangrijk signaal sturen naar de regering, die ondertussen ook een dossier op tafel heeft liggen dat de uitfasering mogelijk kan maken: de implementatie van de herziene Europese hernieuwbare energierichtlijn.

De vraag is of de partijen die voor de verkiezingen een uitfasering bepleitten, nu durven doorzetten.

Daarmee heeft de regering-De Croo een kans van jewelste om een einde te maken aan dit wanbeleid. De beslissing die de regering in dit dossier neemt zal een stempel drukken op haar nalatenschap. Deze kans laten liggen zou een blaam betekenen op vlak van mensenrechten én het klimaat. Ze grijpen zou een gigantisch verschil maken voor mensen en ecosystemen wereldwijd.