Abonneer Log in

Portret van de moderne, Vlaamse xenofoob

WAT SARTRE ONS KAN LEREN OVER DRIES VAN LANGENHOVE

Iemand als Dries Van Langenhove is volgens Sartre uiteindelijk bang ‘voor zichzelf, voor zijn bewustzijn, zijn vrijheid, zijn instincten en verantwoordelijkheden, voor de eenzaamheid, voor veranderingen’. En een blind geloof in zijn Vlaamse identiteit neutraliseert die angst.


©ID/Eric de Mildt

Een xenofoob heeft schrik van een veranderlijk of instabiel leven. Hij wil zijn als een steen: sterk, onbeweeglijk, permanent.

Van Langenhove heeft 'geen intelligentie nodig' – hij is namelijk een ware Vlaming 'gedragen door een traditie van twintig eeuwen, terend op oeroude wijsheden'.

Van Langenhove kan enkel in negatieve termen over de Vlaamse identiteit praten: 'een hoofddoek, daar is ab-so-luut niets Vlaams aan'.

Dries Van Langenhove pleegt volgens het parket misschien criminele feiten, maar hij ziet zichzelf als 'heilige boosdoener'.

Op Facebook waarschuwt het jongste huidige Federaal Parlementslid, Dries Van Langenhove (Vlaams Belang), zijn volgers voor de zogenoemde 'omvolking' van Vlaanderen. Volgens hem is het 'onze heilige plicht' om ons te verdedigen tegen migranten die ons 'vreemden in ons eigen land' maken en de 'eeuwenoude waarden van ons volk' doen verdwijnen.

De Franse existentialist Jean-Paul Sartre behandelt in Reflecties op het Joodse vraagstuk (1944) de grondslagen van antisemitisme en van xenofobie in het algemeen. Na vier jaar bezetting is Frankrijk zo goed als bevrijd, maar Sartre zag dat de jarenlange nazipropaganda in veel Fransen het oude antisemitisme tot leven had gewekt. Volgens zijn dochter, Arlette Alkaïm-Sartre, moest Reflecties op het Joodse vraagstuk de geesten van de Fransen ontsmetten, hen wakker schudden door 'publiekelijk de aanval te openen op de motieven en de mythologie van de antisemiet'. Xenofobie en racisme is niet zomaar een 'mening', luidt Sartres boodschap. Xenofobie draait uiteindelijk om een 'angst voor het mens-zijn': in ons wezenlijk onzeker en oncontroleerbaar leven verlangt de xenofoob naar een geruststellende zekerheid, die hij vindt in de irrationele haat jegens 'de vreemde'.

Veel van Sartres inzichten in het manifest zijn relevant vandaag. Neem Dries Van Langenhove en diens jongerenbeweging Schild & Vrienden. De toenmalige antisemiet werd bijvoorbeeld ook gezien als een 'kwajongen die streken uithaalt voor de goede zaak'. Net als Van Langenhove vindt hij het grappig om intimiderend en irrationeel te zijn en profileert hij zich als een man van het 'gewone volk'. Op welke manieren kan Sartres analyse ons helpen om de aantrekkingskracht en de drijfveren van Dries Van Langenhove en zijn Schild & Vrienden beter te begrijpen?

DE JEUGD OPNIEUW WEERBAAR MAKEN

Naar eigen zeggen is Schild & Vrienden een 'metapolitieke beweging' met als doel het 'fysiek en mentaal weerbaar' maken van de Vlaamse jeugd. Dries Van Langenhove pakt op sociale media graag uit met wekelijkse boks- en fitnesslessen. Hij pleit voor discipline en beheersing van lichamelijke driften en verlangens. Zo schrijft in een post op Instagram: 'Ben je […] slurpend van een suikerdrank met sad boy-muziek op de radio onderweg naar huis om daar een hele avond alleen Netflix te kijken en junkfood te eten alvorens je in je bed je natuurlijke drang naar intimiteit onderdrukt met een zoektocht naar een pornofilmpje dat je afgestompte dopamine-receptoren nog kan triggeren, besef dan goed dat het volledig je eigen schuld is dat je nergens geraakt in het leven'.

Een xenofoob heeft schrik van een veranderlijk of instabiel leven. Hij wil zijn als een steen: sterk, onbeweeglijk, permanent.

Zo'n extreme drang naar controle en aversie voor instincten komt voort uit een 'verlangen naar ondoordringbaarheid', analyseert Sartre. Omdat de antisemiet – analoog aan de moderne xenofoob – schrik heeft van een veranderlijk of instabiel leven. Hij wil zijn als een steen: sterk, onbeweeglijk, permanent. Sartre schrijft: 'De antisemiet is de mens die een onwrikbare rots wil zijn, een razende bergstroom, een vernietigende bliksem: alles behalve een mens' met oncontroleerbare driften of verlangens. Een plotse opwelling die je zin doet krijgen in vettig voedsel of platte porno heb je niet in de hand, en die onvoorspelbaarheid is gevaarlijk. Deze lichaamscultus belichaamt de ijzeren wil van het S&V-lid om een onverzettelijk, monolitisch blok te zijn en nooit blijk te geven van enige 'zwakheid'. Van Langenhove zelf verschijnt steeds gladgeschoren, frisgewassen, strak in het pak. Hij teert op een smetteloos, kraaknet voorkomen. Denk ook aan de afgeborstelde, kloeke S&V-knapen in hemelsblauwe t-shirts, het superheldachtige logo, de 'liever dood dan rood'-stickers of de flitsende propagandavideo's. Sartre heeft het over de antisemiet die 'alleen iets is aan de buitenkant', en op die manier 'nooit in zichzelf keert', want dat is een teken van kwetsbaarheid. Zo bewijst Van Langenhove keer op keer dat hij het inlevingsvermogen bezit van een blok beton.

GEEN INGEWIKKELDE BOEKEN LEZEN

Hetzelfde verlangen naar onveranderlijke, spijkerharde starheid vinden we terug in Van Langenhoves (non-)redeneringen, aangezien hij volgens Sartre slechts 'zijn intuïtieve zekerheid wil projecteren op het vlak van het discours'. Niet de interne waarheid of inhoud van Van Langenhoves uitspraken doen ertoe, maar enkel de façade, de externe indruk die hij maakt op mogelijke medestanders is van belang. Dat stellingen als 'voor het eerst wordt de mensheid dommer, luier en ongezonder' of rassendogma's als de omvolkingstheorie totaal onjuiste waanbeelden zijn, doet er voor een racist niet toe. Hij heeft gekozen voor een leven 'in emotionele modus', observeert Sartre. Ook de genocidaire memes die circuleren in S&V-chatgroepen moeten in dit verband begrepen worden. Antisemieten annex S&V-leden 'weten dat hun manier van redeneren oppervlakkig en betwistbaar is, maar dat vinden ze grappig', betoogt Sartre. In een interview met Joël De Ceulaer in De Morgennoemt Van Langenhove Schild & Vrienden 'een zalige naam' precies omdat 'iedereen […] daar meteen door getriggerd [is]'. Zowel de memes als de stickers of de acties van Schild & Vriendenzijn er enkel op gericht te 'intimideren en desoriënteren', zoals Sartre schrijft. Het is pure provocatie, waardoor de racistische irrationaliteit van de inhoud naar de achtergrond wordt verdrongen.

Van Langenhoves populistische opvattingen zijn immuun voor elke vorm van rationele kritiek omdat ze nooit pretendeerden 'rationeel' te zijn – Sartre schrijft dat enkel een 'sterke, gevoelsmatige vooringenomenheid' de verpletterende zekerheid levert waar de racist naar hunkert. In datzelfde interview in De morgen doet Van Langenhove bijvoorbeeld volgende uitspraak: 'Ik hoef geen ingewikkelde boeken te lezen om te weten dat het traditionele gezin het beste is'. Hij is een anti-intellectualist, minacht complexiteit en argumentatie, maar kiest in plaats daarvan voor een ononderbouwd buikgevoel. Van Langenhove heeft net zoals Sartres antisemiet 'geen intelligentie nodig' – hij is namelijk een ware Vlaming 'gedragen door een traditie van twintig eeuwen, terend op oeroude wijsheden'.

Van Langenhove heeft 'geen intelligentie nodig' – hij is namelijk een ware Vlaming 'gedragen door een traditie van twintig eeuwen, terend op oeroude wijsheden'.

'EEN VLAAMSE MOSLIMA ZAL NOOIT EEN ECHTE VLAMING ZIJN'

Weinigen weten dat Van Langenhove naast jurist en politicoloog ook gediplomeerd loodgieter is. Dit haalt hij vaak aan om te bewijzen dat hij, ondanks zijn snobistische look en flinke scholing – in Sartres woorden – 'een doorsneemens, een kleine man van het midden' is. Hij is er als de dood voor om over te komen als een elitaire fils à papa. Het is wat Sartre een 'vurige trots der middelmatigen' noemt: Van Langenhove zoekt ingang bij de gewone Vlaming, hij wil allesbehalve uitzonderlijk of speciaal zijn – hij is immers 'beducht voor iedere vorm van eenzaamheid, die van het genie evengoed als die van de moordenaar'. Die Vlaamse middelmatigheid is een comfortabele positie: eens je als echte Vlaming met de Vlaamse identiteit geboren bent, hoef je niks meer te bewijzen, te scheppen, te verwerven. In Van Langenhoves verlangen naar ultieme controle en onwrikbaarheid gelooft hij in een set van eeuwig onveranderlijke, versteende Vlaamse waarden die hij, louter doordat hij in een echt Vlaams gezin geboren is, heeft overgeërfd. Hij is als sneeuwwitte inboorling – in tegenstelling tot de 'vreemde' – al eeuwenlang onlosmakelijk, op een niet uit te drukken, magisch-poëtische manier verbonden met zijn grond, zijn voorouders en de Vlaamse cultuur. Hij heeft door geboorte een identiteit die hij niet meer hoeft te creëren – dat zou namelijk onzekerheid, twijfel en denkwerk veroorzaken. Een Vlaamse moslima mag dan misschien grammaticaal correcter Nederlands spreken dan Van Langenhove of meer weten over de Vlaamse primitieven en voorjaarsklassiekers, haar lievelingseten mag boerenworst met wortelstoemp zijn en haar celebrity crush Niels Destadsbader – een echte Vlaming zal ze in zijn ogen nooit zijn, want zij is onzuiver, gecreëerd, heeft bij geboorte geen mystieke band met deze Vlaamse grond. 'Een katje dat geboren wordt in een paardenstal is nog geen paard', zegt hij daarover in datzelfde interview in De Morgen.

De zogenaamde Vlaamse waarden en identiteit zal de 'vreemde' zich nooit eigen kunnen maken: de racist gelooft niet in integratie omdat hij niet wil geloven in vrije menselijke ontplooiing of vloeibare, meerlagige identiteiten. Hij durft niet geloven dat de mens kan veranderen of zichzelf kan vormgeven, 'want waar zouden veranderingen hem brengen?', vraagt Sartre zich af. Een pregedestineerde, onveranderlijke, kant-en-klare Vlaamse identiteit verlost hem van zijn angst voor een zoekend en mogelijks grondeloos leven, want als echte Vlaming zal hij 'wat hij ook doet, bovenaan blijven'.

Van Langenhove kan enkel in negatieve termen over de Vlaamse identiteit praten: 'een hoofddoek, daar is ab-so-luut niets Vlaams aan'.

Hoewel die Vlaamse identiteit centraal staat in Van Langenhoves ideologie, blijft hij – die doorgaans toch prat gaat op gespierde, klare taal – hopeloos vaag over wat ze dan precies inhoudt. In een interview met Veto zegt hij dat hij er onmogelijk een definitie van kan geven, hij insinueert zelfs dat de interviewer hem in een hinderlaag aan het lokken is, maar kan er enkel in negatieve termen over praten: 'een hoofddoek, daar is ab-so-luut niets Vlaams aan'. Lees: mijn blind geloof in een versteende Vlaamse identiteit is louter een instrument om anderen uit te sluiten. Het toont aan dat hij met zijn activisme enkel wil destrueren en ontbinden, en geen nieuwe, betere, rechtvaardigere, liberalere, christendemocratischere, ecologischere – wat je politieke doeleinden ook mogen zijn – samenleving wil opbouwen of samenbrengen.

Volgens Sartre is dat 'buitengewoon geruststellend': als hij enkel het niet-Vlaamse uit de samenleving moet verwijderen, 'betekent dit dat het Goede al gegeven [aanwezig] is'. Het is op die manier niet zijn verantwoordelijkheid om te kiezen wat het Goede is, of om het Goede stapsgewijs te ontdekken – dit zou opnieuw voor gevaarlijke twijfel of verwarrende dialoog zorgen. 'Het gaat er alleen om dat de bestaande samenleving wordt gezuiverd' van zaken die het Goede in de weg staan, zoals de hoofddoek. Wat dan overblijft is zijn 'Verloren Paradijs' waarin het echte Vlaamse volk harmonieus zal samenleven.

TEGEN HET OFFICIËLE VLAANDEREN

Een ander stokpaardje van Van Langenhove is orde en tucht. Paradoxaal genoeg is hij in de nasleep van de Pano-reportage over Schild & Vriendenaangeklaagd voor ernstige strafbare feiten. Hoewel hij zichzelf dus ziet als ultieme dienaar van het Vlaamse volk, overtreedt hij toch hun wetten. Net zoals Sartres antisemiet maakt Van Langenhove een stil onderscheid tussen een echt, onzichtbaar Vlaanderen van het gewone volk en een abstract, officieel Vlaanderen van de intellectuele linkse elite met zijn wereldvreemde rechters en mainstream media die een heksenjacht op hem voeren. Omdat hij het zuivere Vlaanderen wil redden, is Van Langenhove genoodzaakt zich als een 'crimineel met goede motieven' te verzetten tegen het besmette Vlaanderen – iets wat doet denken aan de zaak Jürgen Conings. Dries Van Langenhove pleegt volgens het parket misschien criminele feiten, maar hij ziet zichzelf als 'heilige boosdoener' die zijn 'heilige plicht' om de omvolking tegen te houden en 'Vlaanderen terug aan de Vlamingen te geven' vervult. Zijn blinde haat en agressie tegenover bijvoorbeeld moslims wil hij op deze manier rechtvaardigen.

Dries Van Langenhove pleegt volgens het parket misschien criminele feiten, maar hij ziet zichzelf als 'heilige boosdoener'.

Volgens Sartre eist de xenofoob 'voor anderen een strikte orde, en voor zichzelf wanorde zonder verantwoordelijkheid'. De ernst van de feiten – oproepen tot geweld, neonazistische memes verspreiden of wapens verhandelen – wordt geminimaliseerd: het zijn verzinsels en overdrijvingen van het links establishment. In zijn eigen ogen is de antisemiet annex Van Langenhove 'een kwajongen die streken uithaalt voor de goede zaak'.

Iemand als Van Langenhove is volgens Sartre uiteindelijk bang 'voor zichzelf, voor zijn bewustzijn, zijn vrijheid, zijn instincten en verantwoordelijkheden, voor de eenzaamheid, voor veranderingen', en een blind geloof in zijn Vlaamse identiteit neutraliseert die angst. De existentiële angsten van Van Langenhove uiten zich in een verlangen om gespierd, onverzettelijk en weerbaar te zijn, wat op zijn beurt uitmondt in een irrationele haat tegen alles en iedereen wat niet zuiver Vlaams is. Deze xenofobie werkt misschien aanstekelijk en levert hem misschien een houvast in het leven, maar is in vele opzichten een uiting van iets waartegen elk weldenkend, emphatisch of zelfkritisch mens moet vechten. Het is cruciaal dit mechanisme te begrijpen. Iedereen wordt in zijn bestaan geconfronteerd met dezelfde angsten en onzekerheden, iedereen zoekt, maakt, doet alsof, probeert, schommelt en beweegt, iedereen wil bevestigd worden in zijn identiteit, iedereen wil iets zijn, maar hopelijk hebben we daar geen uit te roeien 'ander' voor nodig.