Abonneer Log in

Septemberverklaring: weinig reden tot optimisme

Besparen in het Groeipakket maar niet bij de dienstencheques staat haaks op wat zou moeten gebeuren, en de jobbonus is geen slimme investering.


© ID/Fred Debrock

De baten van de jobbonus komen voornamelijk bij de middengroepen terecht, niet bij de werkende armen.

Nu de kinderbijslag uit de sociale zekerheid werd gehaald, krijg je politiek gebakkelei over de indexering.

Eerst even dit. Als academicus is het soms makkelijk om aan de zijlijn te staan en te wijzen op wat fout gaat. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn daarentegen niet gemakkelijk; het budget is schaars en er zijn veel noden en vragen vanuit de samenleving. Maar de stem van de ene klinkt vaak luider dan de andere. En dat is meteen mijn fundamenteel probleem met de Septemberverklaring van de regering-Jambon: er worden duidelijke maatschappelijke en politieke keuzes gemaakt, maar die vertrekken niet vanuit het perspectief van de meest kwetsbaren in de samenleving. En dan is het de taak van een academicus, vind ik, om daarop te wijzen en de gevolgen goed te bestuderen. Ik focus me hier op de maatregelen die rechtstreeks verband houden met de arbeidsmarkt en het sociaal beleid; rond een aantal besparingsmaatregelen hangt nog veel mist (zoals de 100 miljoen die moet worden gevonden in het onderwijs) en daar spreek ik me niet over uit.

De Septemberverklaring neemt een rist aan maatregelen die niet consistent zijn. Er wordt bijvoorbeeld gesnoeid in het doelgroepenbeleid. Dat is op zich een goede zaak, want lastenverlagingen die specifiek gericht zijn op doelgroepen ressorteren vaak niet het gewenste effect. Deze maatregelen zijn duur (een recente studie van de Nationale Bank toonde dat we – op Belgisch niveau – veel meer uitgeven aan dat soort subsidies dan andere landen) en weinig effectief om mensen aan de slag te helpen. Maar tegelijkertijd voert men wel de zogenaamde jobbonus in, een premie die gericht is op mensen met een laag inkomen om 'hen [te] prikkelen door hen een loon te geven dat voelbaar hoger is dan een uitkering.' (citaat uit Septemberverklaring). Maar de tewerkstellingseffecten hiervan zijn nog twijfelachtiger dan die van de doelgroepkortingen. Het maatschappelijk relancecomité, een groep academici die aangezocht zijn door de Vlaamse regering om over de post-corona strategie van Vlaanderen na te denken, schreef hierover nogal eufemistisch: "de middelen kunnen allicht efficiënter worden ingezet" (p. 86). Ze vervolgde: "Vanuit de optiek van het bestrijden van 'werkende armoede' zou de Vlaamse Jobbonus een vrij inefficiënt instrument zijn" (p. 86). Dat komt omdat de baten van zo'n jobbonus voornamelijk bij de middengroepen in de samenleving terechtkomen, niet bij de werkende armen. De doelgroepenkorting afbouwen maar tegelijkertijd een jobbonus invoeren is geen consistent arbeidsmarktbeleid.

De baten van de jobbonus komen voornamelijk bij de middengroepen terecht, niet bij de werkende armen.

Maar wat dan wel te doen? Ook hier kwam het relancecomité met een antwoord: "De sociale toeslagen in het Groeipakket of de Vlaamse huurpremie lenen zich beter tot een gecibleerde aanpak om de zowat 100.000 werkende Vlamingen in armoede en hun gezinnen te ondersteunen" (p. 86). Wat doet de Vlaamse regering? Ze beslist te besparen in de basisbedragen van het Groeipakket, zoals de kinderbijslag op Vlaams niveau heet. En ja, het is een besparing. Waarom is dat een dingetje voor armoedebestrijding? Omdat elke euro voor mensen met een laag inkomen van belang is. De kinderbijslag wordt gebruikt om de basisbehoeften mee te verzekeren. Dat de sociale toeslagen de besparingsdans ontspringen lost het probleem niet op; de basisbedragen maken immers het gros van het totaalbedrag uit. Maar bovenal: aan het systeem wordt niets gewijzigd. In een resolutie van 11 juni hadden de Vlaamse regeringspartijen nochtans beloofd om te onderzoeken of er "binnen het groeipakket kan worden bijgestuurd om kinderen in de meest kwetsbare gezinnen te ondersteunen". De besparing staat daar haaks op. Ik begrijp dat de politieke consensus was dat er moest worden bespaard, en daarbij keuzes moeten worden gemaakt. Maar de keuzes om dat te doen in het Groeipakket en niet, bijvoorbeeld, in het stelsel van de dienstencheques waar het advies van het relancecomité was om de bijdrage van de gebruiker te vergroten, is een keuze die niet in het belang is van de meest kwetsbaren.

Hierin schuilt ook een belangrijke les. Nu de kinderbijslag uit de sociale zekerheid werd gehaald, worden de bedragen niet meer automatisch geïndexeerd. En dan krijg je politiek gebakkelei over die indexering. Moeten we echt nog elk jaar indexeren met 2%, of kan daar toch niet wat van af? En zo blijkt: besparingen worden makkelijker gevonden dan investeringen.

Nu de kinderbijslag uit de sociale zekerheid werd gehaald, krijg je politiek gebakkelei over de indexering.

De verlaging van de registratierechten voor eerste woning en de verhoging voor de tweede en andere woningen, is zeker een goede maatregel. Maar het lost het probleem van de woningmarkt, namelijk de positie van en het gebrek aan ondersteuning voor private huurders helemaal niet op. Woningbezit bij laagste inkomens gaat al jaren gestaag achteruit. Die mensen zijn niet geholpen met een verlaging van de registratierechten. Tegelijk: geen woord over uitbreiding huurpremie die laagste inkomensgroepen vooruit zou helpen (zoals, en ik val in herhaling, het relancecomité ook vroeg).

Kortom, ondanks wat lichtpunten zie ik weinig reden tot optimisme. Investeringen komen zelden ten goede van de meest kwetsbaren, besparingen worden al te makkelijk op de meest kwetsbaren afgewenteld. Beleid zou rationeel moeten zijn, de doelmatigheid van uitgaven wikkend en wegend, het vizier op de lange termijn. Nachtelijke onderhandelingen zijn daarvoor zelden een goed recept.