Abonneer Log in

Cool(s') parcours

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 84 tot 87

Op basis van deze autobiografie valt enkel te concluderen dat het stedelijk beleid in Antwerpen in het verleden doordachter, groener en socialer was.

Cool(s') parcours

Bob Cools
Uitgeverij C. de Vries-Brouwers, Antwerpen, 2021

Als schepen en burgemeester zette Cools in op het bouwen van groene sociale woonwijken.

Cools blijft gefrustreerd dat de 'samenlevingsproblematiek' zijn belangrijke realisaties overschaduwt.

Ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling vormen de rode draad doorheen de autobiografie van voormalig Antwerps burgemeester Bob Cools. Zijn visie kreeg vorm tijdens zijn werk voor de studiedienst van de Antwerpse haven en later voor het federaal planbureau. Vervolgens kon hij zijn zienswijze tot uitvoering brengen als eerste Belgische schepen voor ruimtelijke ontwikkeling (1972-1983), burgemeester van Antwerpen (1983-1994) en zelfs als voorzitter van de sociale woningmaatschappij (1994-2001).

Zijn visie vat hij samen met een citaat: 'iedereen mag over zijn tijd beschikken, want die behoort hem toe, maar niemand mag over de ruimte beschikken, want die behoort iedereen toe'. Bob Cools vindt dat de stedelijke overheid zoveel mogelijk in eigendom moet houden om de invulling van de stad te sturen en speculatie tegen te gaan. Concreet wil hij een stedelijk voorkooprecht voor gebouwen en het recht om bij langdurige leegstand een gebouw openbaar te verkopen.

Bob Cools is teleurgesteld in het huidige beleid. Terwijl hij naar eigen zeggen 290.000 m2 van de stad autovrij maakte, merkt hij op dat volgende besturen niet op hetzelfde elan verder gingen. Halfbakken maatregelen zoals autoluwe straten, woonerven en het knippen van straten vinden in zijn ogen geen genade. In de jaren 1970 pleitte hij al voor een ring op 10 kilometer van de stad in plaats van door de stad, maar 50 jaar later werkt men integendeel aan de verbreding van de autostrade dwars door de stad en noemt men dit schaamteloos een 'leefbaarheidsproject'. In dezelfde jaren 1970 probeerde Cools de stad verder langs de Schelde uit te breiden, maar vandaag noemt hij de peperdure ontwikkeling op het Nieuwe Zuid een 'blokjesstad zonder ziel'. Als schepen en burgemeester zette hij daarentegen in op het bouwen van groene sociale woonwijken.

Als schepen en burgemeester zette Cools in op het bouwen van groene sociale woonwijken.

Zoals het een socialist betaamt zijn sociale woningen een stokpaardje waar hij na zijn burgemeesterschap zelfs een doctoraat over schreef. Uit dit doctoraat plukte hij een interessante tabel waaruit blijkt dat Antwerpen (11,8%) veel minder sociale woningen heeft dan vergelijkbare steden zoals Rotterdam (56%), Rijsel (24%) en Manchester (44%). Die tabel is al verouderd want ondertussen is het aandeel sociale woningen in Antwerpen in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Mechelen zelfs verder gedaald naar 9,7%. Hoewel in het huidige bestuursakkoord plechtig werd beloofd 5.000 nieuwe sociale woningen te bouwen of te renoveren, blijkt halverwege de legislatuur het aantal sociale woningen verder gedaald. In 2019 waren er in Antwerpen nog 22.502 sociale woningen. Twee jaar later zijn er nog 22.164. Met Vooruit gaat het schaarse aantal sociale woningen voorlopig achteruit.

Een scherpe Bob Cools waarschuwde hiervoor op de ledenvergadering in december 2018 die het bestuursakkoord goedkeurde. Deze schijnvertoning waar ik met eigen ogen intimidatie en halve waarheden hoogtij zag vieren, contrasteert sterk met de interne partijdemocratie zoals Cools deze beschrijft. In zijn tijd werd er voorafgaand aan de verkiezingen een stemming gehouden over wie waar op de verkiezingslijst zou komen te staan. Degene met de meeste stemmen stond bovenaan en daaronder degene met het tweede meeste stemmen enzovoort. Na de verkiezingen werd er ook gestemd over wie schepen werd. Ondertussen ontmantelde de partij die ooit voor het algemeen stemrecht streed de interne democratie. Hoewel de teloorgang blijkbaar al in 1988 begon toen een door de partijkoepel aangewezen comité een modellijst opstelde, is deze antidemocratische evolutie niet onafwendbaar. De interne democratie kan opnieuw in ere worden hersteld.

De neergang van de democratie en opkomst van de immocratie komen samen in de volgens Cools verminderde inspraak van buurtbewoners bij bouwprojecten. Cools ziet dat vandaag wijkcomités naar de Raad van State moeten trekken om gehoord te worden, terwijl hij via een vragenlijst en hoorzittingen vroeg wat de buurt vond dat er moest gebeuren. Vervolgens zette hij de stedelijke planologische dienst aan het werk waarna een voorstel aan de buurt werd gepresenteerd. Die planologische dienst werd in 2003 opgedoekt. Het is op één van de overlegmomenten met de buurt dat hem woorden naar het hoofd werden geslingerd die hem zijn leven lang bleven achtervolgen.

Tijdens een presentatie over een wijkvernieuwing sprak een buurtbewoner 'wa godde golle doar on doeng seg?' nadat een dia met een gesluierde vrouw was getoond. Cools wordt nog steeds geplaagd door het feit dat hij geen antwoord had op de vraag die hem uiteindelijk de kop kostte. Toen het Vlaams Blok in bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1994 van 17% naar 28% sprong vond men het tijd voor verandering. Hij doet nog is een poging een antwoord te formuleren door de link te leggen tussen de eerdergenoemde schaarse sociale huisvesting in Antwerpen en het succes van extreemrechts. Doordat er veel te weinig sociale woningen zijn, worden die toegewezen aan kroostrijke gezinnen die vaker een migratieachtergrond hebben. Dat leidt tot rancune bij gezinnen met minder kinderen. Verder geeft hij een eclectische uitleg waarin hij zowel de essentiële bijdrage van migranten aan de Vlaamse economie onderstreept als pleit voor een strengere gezinshereniging.

Cools blijft gefrustreerd dat de 'samenlevingsproblematiek' zijn belangrijke realisaties overschaduwt.

In ieder geval blijft hij erg gefrustreerd dat deze 'samenlevingsproblematiek' zijn belangrijke realisaties overschaduwt. Met de autobiografie brengt hij ze opnieuw onder de aandacht. Hij wist de stadsfinanciën op een socialistische wijze te saneren nadat de regering Luik en Antwerpen verbood nog leningen te onderschrijven. Waar de liberalen voorstelden om 25% te besparen op personeel, koos Bob Cools om de opcentiemen op de grondbelasting, de aanvullende personenbelasting en de havenrechten op te trekken. Hij leidde de hachelijke fusie van Antwerpen met de randgemeenten in goede banen wat ook de fiscale basis van Antwerpen verbeterde. Om de fiscale stadsvlucht tegen te gaan pleit hij nog steeds voor een Antwerps stadsgewest waarbij de fiscaliteit met de randgemeenten op hetzelfde niveau komt. Onder zijn bewind ging het aantal beschermde monumenten van 46 naar 1.346 en via het parlement maakte hij het makkelijker om monumenten te beschermen. Als kers op de taart werd Antwerpen met de hulp van toenmalig minister van Cultuur, Patrick Dewael, Europese cultuurhoofdstad in 1993 waardoor er budgetten vrijkwamen om zowel de Bourlaschouwburg als het Centraal Station van de sloop te redden.

Met deze autobiografie probeert Bob Cools zijn nagedachtenis veilig te stellen, maar het valt op hoe nonchalant hij dat doet. Sommige stukken kunnen enkel als oudemannenpraat worden bestempeld. Hij verdwaalt in herinneringen aan 'society events' en rakelt oude vetes op. Redeneringen worden soms halverwege afgebroken en gebeurtenissen komen uit de lucht vallen. Tegelijk moet hij meer kunnen vertellen over de socialistische en Belgische politieke geschiedenis, maar beide komen amper aan bod.

Het gebrek aan redactie laat zich ook zien in de ouderwetse cover, titel en taalgebruik. Als een kind dat nog niet begrijpt hoe zijn nieuw speelgoedje werkt, maakt hij zich belachelijk met het kwistige gebruik van het woord 'cool'. De persoonsbeschrijvingen zijn ronduit tenenkrullend. Een redacteur zou nooit laten passeren dat Cools zijn vrouw beschrijft als een 'flinke, mooi gevormde en rustige meid'. Het 'flinke' blijkt erfelijk want ook zijn dochter werd een 'zeer mooie en toegewijde, flinke vrouw'. Over vrouwen zegt hij: 'Ook zij zijn vandaag vaak gemotoriseerd en beweeglijk, maar door zelf te gaan werken, komen ze in de mannelijke urbane situatie terecht en moeten net als zij de verkeersperikelen trotseren én bovendien blijven zorgen dat die man bij zijn thuiskomst kan eten!'.

Kortom, Bob Cools weet tussen rare uitspraken en irrelevante anekdotes door historische én actuele inzichten te bieden over ruimtelijke ordening, Antwerpen en de Antwerpse socialisten. Op basis van deze autobiografie valt enkel te concluderen dat het stedelijk beleid in het verleden doordachter, groener en socialer was. Ondanks de retoriek blijkt de interne werking vandaag ook veel minder democratisch. Dat is pijnlijk voor een partij die van vooruitgang haar credo heeft gemaakt.

Niels Morsink

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 84 tot 87