Abonneer Log in

Ethisch consumeren is vaak een beetje verdrinken

Ethisch consumeren vraagt tijd en energie. En hoe meer je weet, hoe meer vragen je kan stellen. Hoe meer het voelt als een gevecht tegen de wereld – en dat is het ook.

Iets waar we in ons gedrag als burger nooit vrede mee zouden nemen, hebben we in ons gedrag als consument toch aanvaard.

Het hypocrisie-argument maakt vooral mensen die zich nergens wensen in te interesseren of engageren blij.

Ik heb besloten altijd mijn ogen dicht te doen tijdens reclames en nooit arrogant te worden als het over consumeren gaat.

Een vriendin vertelt hoe haar broer thuis de cornflakesdoos leegeet, maar weigert naar de supermarkt te gaan om een nieuwe te halen. Hij vindt het onethisch om dat type cornflakes te kopen, omdat het door een niet te vertrouwen multinational wordt geproduceerd en omdat hij sowieso enkel nog naar biowinkels gaat. Mijn lief weigert dan weer mee te doen aan vliegschaamte. Hij vindt het niet zijn verantwoordelijkheid als consument om ethische beslissingen te maken. Als burger zal hij pleiten, en zelfs strijden, voor betaalbare treinen en taksen voor luchtvaartbedrijven, maar hij gelooft niet dat je als consument iets kan veranderen, dus verandert niets.

Ik vind het één van de allermoeilijkste vraagstukken van deze tijd. Hoe vreemd is het om je politieke identiteit op te delen in consument en burger? Hoe schizofreen kun je balanceren tussen waar je in gelooft en waar je rechtstreeks of onrechtstreeks in investeert? Hoe achterhaald is het idee dat het de consument is die de markt en dus de wereld maakt? Dat de verantwoordelijkheid om iets te veranderen bij de winkelende mens ligt?

De kloof tussen discours en praktijk is vaak pijnlijk groot. Neem nu dekolonialisme, een discours dat sterk is opgekomen in de laatste maanden. We verbinden ons rond kennis, herontdekken onze geschiedenis, hebben het over taal, we engageren ons sociaal en gaan af en toe de straat op. We weten ook dat wanneer je bijvoorbeeld fast fashion koopt, je neokoloniale uitbuiting sponsort en neokoloniale machtsverhoudingen in stand houdt. Maar zo praktisch, zo materieel worden we meestal niet. Iets waar we in ons gedrag als burger nooit vrede mee zouden nemen, hebben we in ons gedrag als consument toch aanvaard. Hoe zet je dat discours, die theorie om in de praktijk? Hoe engageer je je, hoe draag, oefen en bouw je uit, hoe realiseer je? Praxis klinkt misschien wat als een stoffige term, iets van oude filosofen en van … Comac. Maar hoe onze hedendaagse praxis eruit moet zien, is misschien wel de vraag.

Iets waar we in ons gedrag als burger nooit vrede mee zouden nemen, hebben we in ons gedrag als consument toch aanvaard.

'SAVE THE PLANET, BUY RECYCLED BOTTLES'

Winkels doen je graag geloven dat het makkelijk is de wereld te redden. 'Save the planet, buy recycled bottles', las ik onlangs. En op de plastic verpakking van kartonnen rietjes stond 'Save the Sea'. Ethiek in de winkel is vooral een verkoopstrategie. Het is een kans voor producenten om de verantwoordelijkheid door te schuiven naar de consument en hun imago op te boenen. Als consument ervaar je een vals gevoel van engagement en vergeet je dat dat consumeren nog steeds gebeurt in een marktsysteem dat leunt op ongelijkheid en onderdrukking (zowel van mens als natuur). Zo is die markt nu eenmaal ingericht. Een markt die bovendien doet alsof ze het resultaat is van de keuze van consumenten maar in werkelijkheid bestuurd wordt door zij die er geld aan verdienen. Een markt die zich 'vrij' noemt maar als een dictator de realiteit bestuurt.

Toch is al dat niet per se een reden om anders consumeren af te schrijven. Zo zijn er bijvoorbeeld veel kleine initiatieven, denk aan een boerenmarkt of kleine biowinkels die dienen als alternatief voor de grote spelers en die moeten knokken om te blijven bestaan. Dat soort initiatieven steunen is niet alleen een investering in een positief project, maar biedt ook tegenwicht aan de monopolie van de grote supermarkten. Je moet wel ergens blijven begrijpen dat als je Fairtrade biokoffie koopt je je geld net minder steekt in de uitbuiting van boeren in het Globale Zuiden en de roofbouw op de grond daar. In die zin gaat het minder over 'iets goed doen' en meer over 'sommige slechte dingen niet doen'. Zo heb je ook consuminderen. Of bij gebrek aan ethisch vliegen, bijvoorbeeld, niet vliegen.

DE IMAGINAIRE 'CONSEQUENTE MENS'

Maar het is vaak een beetje verdrinken, dat ethisch consumeren. Het vraagt veel tijd en energie. En hoe meer je weet, hoe meer vragen je kan stellen. Hoe meer het voelt als een gevecht tegen de wereld – en dat is het ook. Ons landbouwparadigma is helemaal niet ingericht om biologisch, fairtrade, organisch, lokaal en dan ook nog betaalbaar voedsel te produceren. Je gaat dus in tegen dat paradigma en daar kan je al eens moe van worden. Dan is bio ook vaak niet lokaal en fairtrade niet organisch. Dan blijken Keniaanse boontjes uit blik milieuvriendelijker dan Belgische patatten of hoor je dat biowinkels hun personeel onderbetalen. Bovendien vinden mensen het evident dat als je, zeg maar, vegan bent of je ergens voor engageert, je ook op echt alle andere vlakken ethisch moet zijn. 'Je doet of zegt dit maar draagt wel deze schoenen? Je eet geen vlees maar hebt een auto?' Het hypocrisie-argument maakt vooral mensen die zich nergens wensen in te interesseren of engageren blij. Tenzij je god of Greta Thunberg bent, moet je van hen zwijgen; en zelf Greta blijft eigenlijk niet gespaard. Die imaginaire 'consequente mens' die aan al die vragen voldoet, bestaat volgens mij niet – en moest zij wel bestaan zou ze ongetwijfeld 'anarchist' worden genoemd. Ze zou zich ontsluiten van de samenleving vol ethische contradicties en ze zou zich zeker niet beschouwen als consument.

Het hypocrisie-argument maakt vooral mensen die zich nergens wensen in te interesseren of engageren blij.

Het is natuurlijk een privilege, je al die vragen überhaupt kunnen stellen. Anders consumeren vraagt tijd en geld, en is dus voor the happy few. Dat zei ik ook eens tegen een professor Natuur- en Bosbeleid en een messias van de agro-ecologische voeding. 'Dat zouden we toch niet moeten aanvaarden', antwoordde ze. 'Gezond en lokaal voedsel zou toch een basisrecht moeten zijn. Het hele voedselsysteem is geworteld in ongelijkheid, de manier waarop het gemaakt wordt produceert ongelijkheid en de manier waarop het verkocht wordt profiteert daarvan.' Het privilegeverhaal is bovendien erg dubbel. Het is een privilege om een veel duurder treinticket dan vliegtuigticket te kopen, om een paar extra reisdagen te kunnen inrekenen. Toch is het ook belangrijk te onthouden dat slechts 3% van de wereldbevolking al ooit op een vliegtuig zat.

EEN EEUWIGE OEFENING

Ik spreek met een vriendin die het volgens mij helemaal niet zo vermoeiend vindt om meer ethisch te consumeren. Zij is vrolijk omdat ze nooit meer naar de supermarkt moet. Het is niet altijd makkelijk, geeft ze toe. En wie consequent wenst te zijn is binnen de kortste keren verloren. Maar je moet het volgens haar zien als een eeuwige oefening. Dat kluwen aan vragen maakt het interessant; je leert bij over allerhande problematieken maar vooral over mogelijke oplossingen. Je komt op nieuwe plekken waar mensen de zaken anders aanpakken. Je investeert steeds een beetje in een andere wereld. Voor je het weet ken je iets over stikstofopslag in de bodem of over leer dat van appels is gemaakt. Voor je het weet ben je blij als het seizoen van de paprika aanbreekt en wil je het niet meer anders.

'De consument heeft geen eigen wil', zegt mijn lief dan weer. 'Wij worden elke dag diepgaand verleid. Via rechtstreekse en onrechtstreekse reclame krijgen we verlangens aangesmeerd. Bijgevolg zijn we dus ook niet verantwoordelijk voor deze verlangens. Ethiek is nu heel hip in reclames, het is niet meer dan een nieuw verlangen.' Ja, klopt wellicht. Maar misschien nét daarom lijkt het mij belangrijk, lijkt het mij 'praxis' om die valse verlangens te leren herkennen, er tegenin te leren gaan en het bewustzijn en de agency ervan te reclaimen. Misschien is dat ethisch consumeren?

Ik heb besloten altijd mijn ogen dicht te doen tijdens reclames en nooit arrogant te worden als het over consumeren gaat.

Ik ben er dus niet aan uit hoe het moet. In de tussentijd doe ik wat lukt en probeer ik er niet al mijn energie aan te verliezen. 'Die heb je nodig om écht activistisch te zijn', zegt mijn nog steeds sceptische lief. Ik doe vooral ook wat mij blij maakt: nooit meer in de H&M komen bijvoorbeeld, en nieuwe groenten ontdekken in de biowinkel. Verder heb ik besloten altijd mijn ogen dicht te doen tijdens reclames en nooit arrogant te worden als het over consumeren gaat. Streng te zijn voor die mannen op hun bergen geld en mild voor elkaar. Want dat is wat ze willen, dat we druk vingerwijzend naar elkaar hen vergeten.