Abonneer Log in

Is rood weer troef?

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 10 (december), pagina 2 tot 4

2021 lijkt het jaar te zijn geweest van een voorzichtige remontada van de sociaaldemocratie.

Een kleine vijf jaar na het rampjaar 2017 krabbelen sociaaldemocraten ten velde weer recht.

In bepaalde landen hangen sociaaldemocraten nog steeds in de touwen.

Vandaag liggen de kaarten voor sociaaldemocraten misschien wel gunstiger dan 25 jaar geleden.

Flashback naar bijna 25 jaar geleden. Toen Tony Blair in 1997 de Britse verkiezingen won, was hij de achtste sociaaldemocratische leider in een EU van 15 lidstaten. Tony Blair, Lionel Jospin, Wim Kok, Felipe González, Gerhard Schröder,… Sociaaldemocraten hadden het voor het zeggen in Europa maar bakten er bitter weinig van. Hun droeve verhaal van sociaal liberalisme – Derde Weg – is genoegzaam gekend. Ook op de financieel-economische crisis van 2008-2009, goed tien jaar later, hadden sociaaldemocraten geen antwoord. Meer zelfs, in de nasleep ervan waren ze vaak de mede-architecten van een draconisch besparingsbeleid. Gevolg van dit alles was een gestage electorale neergang, met 2017 als absoluut rampjaar. In dat jaar werden alle sociaaldemocratische bestuurders in onze buurlanden ten grave gedragen: PvdA viel in Nederland terug van 38 naar 9 zetels, PS geraakte in Frankrijk niet in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, en SPD behaalde in Duitsland haar slechtste naoorlogse verkiezingsresultaat.

Een kleine vijf jaar na het rampjaar 2017 krabbelen sociaaldemocraten ten velde weer recht.

Een kleine vijf jaar na het rampjaar 2017 krabbelen sociaaldemocraten ten velde weer recht. De remontada begon in Scandinavië dat vandaag weer helemaal rood kleurt, zoals in de hoogdagen van weleer. Na Zweden (2018), Finland (2019), Denemarken (2019), was er dit jaar nu ook in Noorwegen (2021) winst voor sociaaldemocraten. Voor het eerst ooit is ook op het Iberisch schiereiland verenigd links aan de macht. In Portugal bouwde António Costa in 2015 een historische minderheidscoalitie met twee linkse partijen, die in 2019 overtuigend werd herverkozen. Bij de 'Elecoes Autarquicas' van september 2021 behield zijn partij het burgemeesterschap van Lissabon en haalde ook dat van Porto binnen. In Spanje werd in januari 2020 de regering-Sánchez ingezworen. Voor het eerst sinds de val van de dictatuur kreeg Spanje een coalitieregering en dan nog wel met Podemos, een partij die PSOE op links passeert. In Italië blijft de Partito Democratico in de peilingen overeind en leverden de verkiezingen van oktober 2021 centrumlinkse burgemeesters op in Milaan, Napels, Bologna en Rome. En ook bij onze noorder- en oosterburen krabbelen sociaaldemocraten recht na het rampjaar 2017. In Nederland won PvdA met Frans Timmermans in 2019 de Europese verkiezingen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 was er geen winst, maar vandaag probeert de partij wel weer gezamenlijk een vuist met GroenLinks te maken bij de formatiebesprekingen. En in Duitsland won SPD de verkiezingen van 26 september 2021. Na een solide en betrouwbare campagne van Olaf Scholz rond het thema 'respect' werd SPD de grootste partij van het land. Met de winst van SPD wordt de sociaaldemocratische fractie S&D, in een projectie met percentages, nipt de grootste fractie in het Europees Parlement, voor de centrum-rechtse fractie EVP. Kortom: rood lijkt weer troef in verschillende Europese landen.

In bepaalde landen hangen sociaaldemocraten nog steeds in de touwen.

Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. In de EU is het overwicht van centrumlinks nog niet zoals 25 jaar geleden, toen 8 van de 15 regeringsleiders sociaaldemocraten waren. Vandaag zijn dat er – met Mette Frederiksen (Denemarken), Sanna Marin (Finland), Robert Abela (Malta), António Costa (Portugal), Pedro Sánchez (Spanje), Stefan Löfven (Zweden), Olaf Scholz (Duitsland) en Magdalena Andersson (Zweden) – slechts 8 van de 27 lidstaten. En in bepaalde landen hangen sociaaldemocraten nog steeds in de touwen. Frankrijk is in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2022 als vanouds verdeeld. Het Griekse PASOK, de partij die de krimp verpersoonlijkt en er zelfs naamdrager van is (men sprak over de 'Pasokificatie' van de sociaaldemocratie), is nog niet hersteld van haar implosie in 2012. In Tsjechië haalde de sociaaldemocratische partij bij de verkiezingen van oktober 2021 de kiesdrempel niet. In Hongarije slaan ze, uit wanhoop, de handen in elkaar met alle andere oppositiepartijen om in 2022 Viktor Orbán van de troon te stoten. In Kroatië slaagde de sociaaldemocratische SDP er in 2020 niet in om de zittende rechts-conservatieve premier van de macht te stoten. En dan is er natuurlijk Labour. Ondanks het brokkenparcours van Boris Johnson, weet Keir Starmer zich niet te profileren. Labour heeft af te rekenen met fors ledenverlies en interne rivaliteiten, met als dieptepunt het bericht in augustus van regisseur en links boegbeeld Ken Loach die beweerde na een 'zuivering' uit de partij te zijn gezet en een desastreus verlopen congres in september.

Een eenduidige verklaring voor deze remontada van de sociaaldemocratie in de verschillende landen is moeilijk. De coronacrisis schept alleszins een nieuwe politieke realiteit. De rechts-populistische revolte lijkt even te zijn gaan liggen. Het reservoir aan ongenoegen is zeker nog aanwezig en zal ooit weer overlopen, maar voorlopig lijken verantwoordelijke partijen een streepje voor te hebben. In Duitsland verloor CDU/CSU de meeste kiezers aan SPD (zo'n 2 miljoen), niet aan AfD. De flanken brokkelen af en centrumlinks lijkt er weer te staan. Vandaag krijgt nu ook rechts en centrumrechts af te rekenen met politieke versnippering, misschien wel dé grote politieke evolutie van de afgelopen periode. De christendemocratie is met het vertrek van Angela Merkel haar laatste internationale baken kwijt.

Vandaag liggen de kaarten voor sociaaldemocraten misschien wel gunstiger dan 25 jaar geleden.

Grote volkspartijen zijn een relict uit het verleden. De cijfers van in de 30%, 40% uit de jaren 1970 en 1980 komen nooit meer terug. Maar vandaag liggen de kaarten voor sociaaldemocraten misschien wel gunstiger dan 25 jaar geleden: er is meer consensus dan toen dat investeringen nodig zijn in plaats van besparingen, dat reguleren aan de orde is in plaats van privatiseren, en dat de overheid belangrijker is dan de markt. De financieel-economische crisis van 2008-2009 zorgde niet voor een wederopstanding van de sociaaldemocratie. Is ze met de uitrol van de economische relance na corona en de sociaal rechtvaardige aanpak van de klimaatopwarming deze keer wel op het appèl? Afspraak binnen vijf jaar.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 10 (december), pagina 2 tot 4