Abonneer Log in

Lofrede op de openbare diensten

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 10 (december), pagina 38 tot 43

De sexy toverwoorden van de vrije markt mogen nog zo verblindend werken, onze openbare diensten zijn en blijven vandaag ongelooflijk waardevolle bakens in onze samenleving. Alleen wordt hun pr minder goed verzorgd.

Of er door jouw straat nu 5 of 5.000 auto's per dag passeren, ze zal even goed aangelegd zijn en onderhouden worden.

De privatisering van de gezondheidszorg heeft bijgedragen aan meer doden door Covid-19.

Openbare diensten zorgen ervoor dat onze basisrechten gewaarborgd worden. Voor iedereen.

Terwijl de vierde coronagolf over ons land rolt en het applaus voor onze zorgverleners verstomd is, proberen de Vlaamse meerderheidspartijen de privatisering van onze zorg door het Parlement te jagen. Ik schrijf proberen, want de oppositie en de zorgsector voeren al maanden verwoed strijd tegen dat privatiseringsdecreet. Recent met een eerste lichtpuntje tot gevolg: op vraag van de meerderheid werd de stemming op 16 november van de agenda van het Vlaams Parlement gehaald. Het zoveelste advies van de Raad van State plaatst opnieuw grote vraagtekens bij de impact van het decreet. Een ding is zeker: experten schrijven vernietigende aanbevelingen en de zorgsector is tegen, tonen de vele noodkreten.

De strijd gaat door, want met dit uitstel is het decreet nog niet van de baan. Belangrijk is dat de discussie over de waarde van onze openbare diensten weer hoog op de politieke agenda staat. En dat werd tijd.

OVERAL DRAAIT MEN PRIVATISERINGEN TERUG

Deze Vlaamse regering lijkt wel aan een onweerstaanbare drang te lijden om alles te willen privatiseren. En dat terwijl men overal ter wereld net uit alle macht tracht de nefaste gevolgen van privatisering terug te draaien en diensten als zorg, mobiliteit en energie weer publiek te maken. Denktank Transnational Institute berekende dat er de voorbije jaren meer dan 1.400 (re)municipaliseringen geweest zijn in meer dan 2.400 steden in 58 landen. We zien overal ter wereld in dat privatisering zelden of nooit leidt tot betere dienstverlening, investeringen en technologieën. Experimenten met privékapitaal in de kinderopvang, ziekenzorg, ouderenzorg, jeugdzorg of zorg voor wie een beperking heeft, zijn keer op keer een stap achteruit gebleken. Want de winsten? Die werden niet opnieuw in de samenleving geïnvesteerd, maar afgeroomd door aandeelhouders. Het gevolg ligt in de lijn van de verwachting: burgers én overheden betalen een pak meer voor minder kwaliteit.

En dat laat zich ook in ons land voelen. Sinds de Belgische elektriciteitsmarkt in 2007 werd geliberaliseerd, is de elektriciteitsprijs fors gestegen (in 2019 tot maar liefst 66%). Ondertussen droegen verschillende regeringen ook heel wat overheidsbedrijven over aan de private sector: onze post, telecommunicatie en openbaar vervoer werden (deels) in de uitverkoop gezet. En nu wil men ook onze zorg overleveren aan de grillen van de markt.

DE TOVERWOORDEN VAN DE VRIJE MARKT

De laatste decennia is de markteconomie en haar managerstaal dan ook steeds meer onze samenleving binnengeslopen. De arbeidsmarkt, de woningmarkt, de zorgmarkt of de cultuurmarkt: alles is ten prooi gevallen aan de economische wetmatigheden van de markt. Met alles erop en eraan: targets, managers, zorgcontracten, return on investment en rendement. Die neoliberale dogma's zijn niet alleen ons denken en onze taal gaan overheersen, maar ook steeds meer de manier waarop we onze samenleving organiseren. We zijn gaan geloven dat werkelijk álles goedkoper, efficiënter en sneller moet. En becijferbaar. Want het draait allemaal om winst of verlies. Het resultaat is dat we ons land en onze samenleving beginnen runnen zijn als een bedrijf.

En ook al roepen de voorstanders van die filosofie graag dat er geen alternatief is, toch is de markt slechts één manier waarop we onze samenleving kunnen organiseren. Om daar een voorbeeld van te vinden, moet je helemaal niet ver zoeken. Want dat het wel degelijk anders kan, bewijzen onze openbare diensten al decennialang. De sexy toverwoorden van de vrije markt mogen nog zo verblindend werken, onze openbare diensten zijn en blijven vandaag ongelooflijk waardevolle bakens in onze samenleving. Alleen wordt hun pr minder goed verzorgd. Daardoor zijn we onderweg onze trots voor die diensten en alles waar ze voor staan uit het oog verloren.

BESCHAVING OP HAAR BEST

Om die appreciatie terug te vinden, moeten we opnieuw beseffen wat de openbare diensten voor ons betekenen. Ze vormen namelijk de basis van de dagelijkse werking van onze samenleving. Van de aanleg en het onderhoud van onze straten over de politie, de brandweer en de ambulance tot het onderwijs en de kinderopvang, de post en de vrijheid van de trein en bus die ons brengen waar we heen willen: elke dag helpen de openbare diensten ons een samenleving te zijn.

Staan we daar genoeg bij stil? Dat je op de politie kan rekenen wanneer je je onveilig voelt. Dat de brandweer paraat staat om te blussen wanneer er brand uitbreekt. Dat er een ambulance beschikbaar is die je naar het ziekenhuis brengt wanneer je een ongeval hebt gehad. En dat je daar dan niet eerst de rekening voor gepresenteerd krijgt. Dat er op voorhand geen vragen worden gesteld. Je wordt geholpen, wie je ook bent, wat je situatie ook is en hoe goed gevuld je portefeuille ook is. We zijn er blijkbaar zo gewend aan geraakt om die vaste grond onder onze voeten te hebben dat we dreigen te vergeten hoe uitzonderlijk, hoe ongelooflijk bijzonder dat is. Het is beschaving op haar best.

EEN RECHT, GEEN KOOPWAAR

Het idee achter openbare diensten komt hierop neer: bepaalde zaken zijn nu eenmaal geen koopwaar, maar een recht. Zorg, onderwijs, politie, … het zijn diensten waarvan we het eens geworden zijn dat je ze niet kan verkopen aan de hoogste bieder. En dat op de kap van die diensten geen winst gemaakt mag worden. Het zijn rechten die ons een goed leven waarborgen, die zorgen dat iedereen mee kan. We voelen allemaal dat het onethisch zou zijn als de school van onze kinderen uitgebaat zou worden door een bedrijf. Of dat politiediensten in handen zouden zijn van een multinational. Daarom brachten we die diensten onder de democratische controle van de staat, waar we via de verkiezingen zeggenschap houden over het beheer.

Omdat het om onze collectieve rechten gaat, moeten openbare diensten voor iedereen toegankelijk zijn en blijven. Onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang of mobiliteit, daar hebben we recht op. Daarom geeft de overheid die sectoren mee leiding en zorgt ze ervoor dat elk van ons ze kan blijven betalen.

Het zijn dan ook diensten die door de overheid aan een lage prijs of zelfs gratis worden aangeboden. Het algemene belang staat voorop, niet het maken van winst. 'Gratis' betekent dan: als we met zijn allen naar vermogen een klein beetje bijdragen via de belastingen, dan kunnen we die hele pot inzetten om allerlei diensten voor iedereen te betalen. Je kan niet zelf een trein kopen of een school bouwen, maar met de kleine beetjes van alle burgers kan de overheid dat wel. Die stellen we dan voor iedereen ter beschikking. Zo garandeert de openbare dienstverlening dat mensen voldoende en betaalbare toegang hebben tot waar ze recht op hebben. Ze maakt ook dingen eerlijker, die zonder tussenkomst van de overheid wel eens onredelijk duur zouden kunnen zijn. Of er door jouw straat nu 5 of 5.000 auto's per dag passeren, ze zal even goed aangelegd zijn en onderhouden worden zonder dat je er meer voor moet betalen.

Of er door jouw straat nu 5 of 5.000 auto's per dag passeren, ze zal even goed aangelegd zijn en onderhouden worden.

EEN DIJK TEGEN KORTETERMIJNDENKEN

Die garanties kan men na privatisering nu eenmaal niet geven. Want daar staan net schaarste en winstmaximalisatie centraal. Enkel de overheid kan dergelijke grote langetermijninvesteringen doen, die geen onmiddellijke winst opleveren. Of die zelfs geld kosten: in functie van het algemeen welzijn kan een overheid de keuze maken om een dienst aan te bieden die financieel niet opbrengt, maar waarvan wij als samenleving vinden dat die cruciaal is. Voor private investeerders en aandeelhouders is de lange termijn, en al wat niet meteen rendeert, minder interessant. Gaan we diensten privatiseren, dan krijgt een financieel sterke groep misschien meer keuze, maar de rest van het aanbod dreigt te vernauwen tot er nog maar weinig plaats is voor al wat moeilijk, complex of duurder is. Zelfs al vinden wij het waardevol en nodig.

Openbare diensten vormen zo een dijk tegen het gevaar van te ver doorgedreven marktdenken en privatisering, waarin de beste kwaliteit voorbehouden wordt voor wie het kan betalen. Openbare diensten kunnen het algemeen goed voorop zetten: veiligheid, milieuvriendelijkheid, democratie, gelijkheid en armoedebestrijding.

Om maar één recent voorbeeld te geven van dat gevaar. Onderzoek van de UNDP (United Nations Development Programme) toonde aan dat de privatisering van de gezondheidszorg heeft bijgedragen aan meer doden door Covid-19. Druk vanuit de EU om te snijden in de publieke investeringen in de zorg hebben de privatisering en commercialisering van de gezondheidszorg en ouderenzorg versneld, met desastreuze gevolgen tijdens de coronacrisis, zeker in woonzorgcentra. Als kers op de taart misbruiken verscheidene private ziekenhuizen nu ook de pandemie om meer publiek geld te eisen, ook uit EU-herstelfondsen, onder het mom van een gelijk speelveld tussen publieke en private ziekenhuizen. Het is maar één van de uitwassen die we mogen vrezen wanneer we het belang en de sterkte van openbare dienstverlening uit het oog verliezen.

De privatisering van de gezondheidszorg heeft bijgedragen aan meer doden door Covid-19.

BYE BYE PRIVATISERING

In al de steden en landen waar men opnieuw komaf maakt met privatisering, waar diensten weer genationaliseerd worden of overheden weer een sterkere rol opnemen in een sector, verbeteren niet alleen de kwaliteit en de toegankelijkheid voor de gebruikers, maar ook de werkomstandigheden van iedereen die er actief is. Er ontstaat weer ruimte buiten de verstikkende winstmarges. Het overleg met vakbonden is er frequenter, waardoor werknemers ook beter betaald én beschermd zijn dan in private bedrijven. Openbare diensten hoeven zich daarnaast geen zorgen te maken over concurrenten, aandeelhouders of winsten. Daardoor kunnen ze zich net bekommeren om menswaardige werkomstandigheden en duurzame, ecologische keuzes maken, ook wanneer die op korte termijn duurder zijn.

Diensten in handen van de overheid (lokaal en nationaal) kunnen dus niet alleen de kosten en de prijs voor de gebruikers naar beneden halen, maar ook de kwaliteit verhogen en de werkomstandigheden van het personeel verbeteren. Zo inspireren ze en werken als een moreel kompas en standaard voor de private spelers in de sector. En nogmaals, omdat het zo belangrijk is: overheidsbedrijven staan onder democratische controle. Ze leggen publieke verantwoording af aan de burgers die samen die openbare diensten financieren.

WAARDEVOL RENDEMENT

Openbare diensten, dat is de overheid die erover waakt dat kwaliteit en betaalbaarheid van essentiële onderdelen van onze samenleving centraal blijven staan. Met zo'n sterk aanbod aan publieke diensten kunnen we als samenleving grip houden op de prijs van onze zorg, ons openbaar vervoer, onze veiligheid en nog zo veel meer. Zo zorgen we er samen voor dat onze basisrechten gewaarborgd worden. Voor iedereen.

Openbare diensten zorgen ervoor dat onze basisrechten gewaarborgd worden. Voor iedereen.

En natuurlijk kost dat geld. Natuurlijk is dat niet gratis. Het zijn investeringen in de toekomst van onze samenleving. Investeringen in mensen die wij als gemeenschap zelf doen, waarop we een rendement terugkrijgen dat veel meer waard is dan financiële winst: openbaar vervoer dat ons brengt waar we naartoe moeten of willen, een gezondheidszorg die ons verzorgt wanneer we ziek zijn of gewond, parken en bossen om van te genieten, tunnels en bruggen, scholen en universiteiten die voor iedereen open staan. Het is een keuze voor een samenleving die al haar burgers gelijk wil behandelen en die ervoor kiest om rechten te vrijwaren en ze niet te laten verworden tot privileges of luxe.

TROTS ZIJN EN BETER DOEN

En natuurlijk kan alles beter. Ook bij de openbare diensten. Want er zijn nog steeds drempels die het mensen moeilijker maken om deel te nemen aan de samenleving. Zo speelt het Mattheüseffect vaak nog een te grote rol: wie rijker is, heeft vaker een betere gezondheid of toegang tot betere zorg. Kinderen uit kwetsbare gezinnen hebben dan weer moeilijker toegang tot kinderopvang, internet thuis of een plek om huiswerk te maken. Maar in plaats van het daarom kapot te besparen, het kind met het badwater weg te gooien en het dan maar helemaal aan de private sector over te laten, moeten we net onze trots, onze fierheid over de openbare dienst terugvinden en nóg beter doen.

Want openbare diensten zorgen voor een rechtvaardige en eerlijke samenleving en hebben een herverdelend effect. Ze dienen het algemeen belang, steeds met oog voor vernieuwing en innovatie. Het is belangrijker dan ooit om niet in de val trappen om alles alleen nog maar goedkoper te willen doen, in plaats van beter. Want beter is op lange termijn trouwens altijd goedkoper. Ja, wat openbare diensten ons als maatschappij bieden, levert onze samenleving op alle vlakken winst op. We moeten dan ook fier zijn op wat we als samenleving organiseren. Op de systemen die we opgebouwd hebben en die ons toestaan om allemaal vooruit te gaan. Want alleen ben je misschien sneller, samen kom je altijd verder.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 10 (december), pagina 38 tot 43