Abonneer Log in

Neen, liefste Martha, ik heb een retoriek van extreemrechts niet overgenomen

Mijn bezwaar bij wokemilitanten is dat ze bijna exclusief uitgaan van morele en ideologische argumenten, en te weinig rekening houden met de historische en maatschappelijke context.

Ik heb met pijn moet ervaren dat meerdere van mijn vrienden en vriendinnen in het rechtse kamp een plaats hebben gevonden.

Moest ik vandaag mijn cursus opnieuw mogen doceren, zou ik aan de grondlijnen van mijn oude nota's vrijwel niets veranderen.

In de overmoed van het grote en genereuze gelijk worden door wokemilitanten totalitaire argumenten ingezet.

Neen, Martha, liefste first born kleindochter. Neen, ik denk niet dat ik een retoriek heb overgenomen uit extreemrechtse hoek bij onze recente discussie over 'woke'. Neen, maar je hebt me wel veel en hard doen nadenken door je brief die je aan mij hebt gericht. Je schrijft zelf "wat woke precies is blijft gissen", maar in je poging tot definiëren van woke als een kritisch bewustzijn over dominante discours en systemen heb je me stevig wakker geschud. En ik ben het zeker met jou eens dat het woord 'woke' pas echt populair werd toen het pejoratief gebruikt begon te worden door rechtse en extreemrechtse opiniemakers. Het maakt me bang en boos als ik met spijt en onbegrip moet vaststellen dat het rechtse en extreemrechtse discours dagelijks aan kracht en invloed wint. Zoals ik ook met pijn moet ervaren dat meerdere van mijn vrienden en vriendinnen in dit rechtse kamp een plaats hebben gevonden, soms bewust en nadrukkelijk, soms min of meer afstandelijk. In die laatste zone bloeit het misverstand en ik poog daar oprecht te zoeken waarom mijn kleindochter vreest dat ook ik in deze tuin dreig te belanden. Het is de tuin waar men het tegendebat kweekt over nieuwe en onbesmette namen voor cultuurproducten en -uitingen. De bedenkers van de namen gaan er van uit dat de oude namen besmet zijn door racisme en stereotypen van een kwalijke tijd.

Ik heb met pijn moet ervaren dat meerdere van mijn vrienden en vriendinnen in het rechtse kamp een plaats hebben gevonden.

In Knack lees ik een brief van Pippi Langkous aan schrijfster Joke Van Leeuwen. De brief haakt in op een discussie die in Gent woedde begin 2021 over de vraag of de boeken over Pippi Langkous een label nodig hebben dat waarschuwt voor racisme en stereotypen. Pippi Langkous en ik behoren tot dezelfde generatie waarin we ook geestgenoten waren. We zijn opgegroeid in de jaren 1940 en 1950. Ze schrijft over haar bewust non-conformisme, dat zeker niet strookte met bewust of latent racisme. Het gaat dus over de vraag waarom het nu, anno 2021, er wel mee zou stroken. Ik herken me zeer in haar brief.

Ik werd academisch historicus in de jaren 1960. Ik werd het om kritisch de historische tijd te onderzoeken. Ik richtte het Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging (AMSAB) op. Niet om de hagiografie van de traditionele arbeidersbeweging te schrijven, maar om ze in een Instituut voor Sociale Geschiedenis kritisch te belichten, samen met nieuwe sociale bewegingen die opdoken vanaf de jaren 1960-1970. Kritisch dus, maar ook belichten want men verdwijnt in de duisternis van de historische tijd wanneer men geen historiografische aandacht krijgt.

Dit brengt mij tot de kernbegrippen van de wokebeweging. De aandacht wordt er vooral toegespitst op het kolonialisme en zijn uitwassen, zoals zeer zeker het maken, transporteren en tewerkstellen van slaven. Daar situeert zich de meest bekende controverse over Zwarte Piet en Sinterklaas. Korte tijd leek dit een banale controverse, maar zij is inmiddels breed en oerernstig uitgedijd.

Ik ben in de voorbereiding van dit antwoord op je brief, liefste Martha, gaan kijken naar mijn laatste voorbereidingsnota's voor mijn cursus Eigentijdse Geschiedenis aan de UGent. Zij dateren uit 2003-2004. Kolonialisme komt er vier keer, maar niet prominent aan bod. Een eerste keer met duidelijk te stellen dat de nieuwe kolonisatiegolf tussen 1870 en 1914 veel grondiger was vanuit veel meer Europese landen. Anders dan de koloniën in de handelskapitalistische tijd werden de koloniale gebieden grondig en totaal onder controle van de Europese moederlanden gebracht. In weliswaar verschillende koloniale modellen werd het de hoogbloei van het vanzelfsprekende en onbetwiste racisme. Daarna kwam de rol van de koloniën tijdens de twee Wereldoorlogen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog al werd ook de gekoloniseerde bevolking in de oorlogvoering betrokken en speelde nog meer dan voorheen de absolute controle over de grondstoffen een primordiale rol. Naar het einde van de oorlog toe en kort daarop kwamen nieuwe krachten naar voor die voedsel gaven aan een prille antikoloniale beweging. Zij werden mee gevoed door nieuwe spelers: enerzijds de communistische (Derde) Internationale, die in het spoor van de Russische-bolsjewistische revolutie mondiale invloed poogde te krijgen; anderzijds de VS die in april 1917 in de oorlog trad als nieuwe, aanzwellende wereldmacht zonder koloniën, maar met een Afro-Amerikaans bevolkingsdeel dat zeer rechtstreeks met het kolonialisme verbonden was. Al deze factoren gingen nog sterker meespelen in de Tweede Wereldoorlog, met daarbij nog de militaire en geopolitieke expansie van Japan in de Aziatische koloniale gebieden. Alhoewel geen enkel Europees land in 1945 zijn koloniale belangen wou opgeven, groeide de roep om een niet meer te stuiten dekolonisatie. De strijd er voor kende haar eigen oorzaken en verloop, maar toch werd ze gedomineerd door de Koude Oorlog. De dekolonisatie zat vast in een bipolair model waar Oost en West hun machtsmodel zochten te versterken.

Moest ik vandaag mijn cursus opnieuw mogen doceren, zou ik aan de grondlijnen van mijn oude nota's vrijwel niets veranderen.

Moest ik vandaag mijn cursus opnieuw mogen doceren, zou ik aan de grondlijnen van mijn oude nota's vrijwel niets veranderen. Maar ik ben mij zeventien jaar later wel zeer bewust geworden van de hiaten. Twee springen nu in het oog: ik heb de autochtone bevolkingen van de koloniën totaal onvoldoende aan het woord gelaten en ik heb aan het vanzelfsprekende racisme van de periode 1870-1914 geen vervolgaandacht gegeven. Ik zou dit dus in voortschrijdend inzicht ten gronde moeten aanvullen, maar zou daarbij onvermijdelijk de weg moeten volgen die volgens jou, liefste Martha, woke doet: "bepaalde kritische theorie in praktijk omzetten. Het wil kritiek niet zien als iets dat in de marges van een samenleving, op zolderkamers van universiteiten en in weinig gelezen politieke blaadjes gebeurt, maar wat ook echt de woonkamers, de aula's, de media, de werkvloeren moet worden binnen getrokken…". Moet ik in dat "binnen trekken" de taal als wapen gebruiken?

Gewoon vlees in het Engels heet meat, duurder rundsvlees beef. Dit vindt zijn oorsprong in de slag van Hastings, 1066. Franssprekende Normandiërs werden toen in Engeland de nieuwe machthebbers. Zij spraken het Frans van die tijd en dit vermengde zich met de Angelsaksische taal, die er enkele eeuwen vroeger in de plaats was gekomen van het Keltisch. En later, vanaf de 19e eeuw, is Engels de wereldtaal geworden in het spoor van het British Empire, de grootste koloniale macht ooit. Ja dus, taal is ook de vertolking van maatschappelijke macht. Je hoeft het aan Vlamingen niet uit te leggen, want zij hebben meer dan een eeuw lang naar tegenmacht gezocht om hun tanende volkstaal gelijk te stellen aan het elitaire Frans.

In de overmoed van het grote en genereuze gelijk worden door wokemilitanten totalitaire argumenten ingezet.

In die zin begrijp ik dus de wokemilitanten, maar mijn bezwaar is dat zij bij het "in praktijk omzetten van een bepaalde kritische theorie" bijna exclusief uitgaan van morele en ideologische argumenten en te weinig rekening houden met de historische en maatschappelijke context. In de overmoed van het grote en genereuze gelijk worden daarbij totalitaire argumenten ingezet, die gretig misbruikt worden in rechtse en extreemrechtse hoek. Wie drijft wie binnen in die zwarte hoek, liefste Martha?

Herlees de brief van Martha Balthazar aan haar grootvader.