Samenleving & Politiek

Hoe kunnen vakbonden hun ledenaantallen weer opkrikken?

Roadshow van BTB ABVV

Decennialang was België de uitzondering op de dalende syndicalisatiegraad, maar nu niet meer. Welke innovaties kunnen vakbonden uit de neerwaartse spiraal trekken?

De Belgische vakbonden waren jarenlang de uitzondering op de afname van de syndicalisatiegraad in Europa. Die status is verleden tijd. De OESO publiceerde eind september 2025 een update van de cijfers. Wat waarnemers al langer wisten: ook de bonden in België verliezen nu globaal leden. Dit gebeurt in het ACV sinds 2015 en in het ABVV sinds 2021; het ledental stabiliseert bij het kleinere ACLVB.

De "nettosyndicalisatiegraad", of de indicator die het aantal werkende leden op het totaal aantal loontrekkenden afzet, duikt vandaag onder de symbolische grens van 50%. De OESO schat de nettosyndicalisatiegraad op 47,5% in 2023.1 Ter vergelijking: dit cijfer bedroeg nog 56,3% aan het begin van de 21e eeuw. Worden de werklozen en (brug)gepensioneerden meegerekend, dan stijgt de syndicalisatiegraad uiteraard. Maar ook deze "brutosyndicalisatiegraad" daalt: van 77,1% in 2001 naar 66,0% in 2023 (eigen berekening).

AFBOUW VAN HET 'GENTSE SYSTEEM'

Het verschil tussen beide indicatoren - netto en bruto - verkleint sinds het midden van de jaren 1990 doordat de brutosyndicalisatiegraad sneller daalt. Dit hangt samen met de afbouw en stopzetting van het brugpensioen en de verstrenging van de werkloosheidsverzekering. Waar voorgaande federale regeringen een geleidelijke aanpak hanteerden, pakt de regering-De Wever fors door. Tegenover de bescheiden meerwaardebelasting, de 'solidariteitsbijdrage', staat een duidelijke, indirecte aanval op het 'Gentse systeem' door de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd.2 Het regeerakkoord voorziet bovendien in het einde van het paritair beheer van de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen: samen met de werkgeversorganisaties zullen vakbonden niet langer van het beheerscomité deel uitmaken.3

Door de geplande beperking in de tijd valt te verwachten dat langdurig werkloze leden zich zullen uitschrijven bij de vakbond.

Toch blijft de vakbondsrol in het systeem behouden. Ze staan nog steeds in voor de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen, iets wat al lang een doorn in het oog is van politiek rechts, die hier eigenaardig genoeg pleit voor meer overheidsinbreng. Door de geplande beperking valt te verwachten dat langdurig werkloze leden zich zullen uitschrijven bij de vakbond, onder druk van het OCMW. Dit zal zich vooral laten voelen in de grote steden zoals Brussel, in Wallonië en bij het FGTB. Het verlies van werkloze leden zal het ledenbestand verder naar werkende (vaste) werknemers verschuiven. Dit zal het verwijt versterken van rechts dat vakbonden vooral de belangen van de "insiders" op de arbeidsmarkt behartigen.

INNOVATIE-UITDAGING

Het staat vast dat de OESO het aantal Belgische vakbondsleden onderschat.4 Het ACV verklaarde in het Administratief Verslag 2002-2005 geen coëfficiënt meer toe te passen die het ledental opkrikt.5 Dit is de OESO blijkbaar ontgaan. Nog steeds worden de ledencijfers globaal gecorrigeerd. In elk geval: met bijna drie miljoen leden zijn de Belgische vakbonden nog steeds omvangrijke organisaties. Dit kan niet worden gezegd van de politieke partijen, waarvan de meeste fors leden verliezen.6 Ook beschikken de vakbonden nog altijd over een grote mobilisatiekracht.7

Toch rijst de vraag of vakbonden het potentieel van hun enorme achterban wel optimaal benutten. Blijven niet te veel leden in een passief lidmaatschap steken, terwijl sommigen onder hen wel degelijk interesse tonen om actiever bij het vakbondswerk betrokken te worden?8 Worden leden in bedrijven waar de vakbond weinig zichtbaar is op de werkvloer voldoende bereikt en actief aangesproken? Worden de achterban en potentiële leden voldoende gehoord en geraadpleegd in elke fase van cao-onderhandelingen?

Dagelijks sluiten nieuwe, jonge leden zich aan. Alleen is de uitstroom groter.

Bijna alle ABVV- en ACV-centrales kampen met dalende ledentallen vanaf het tweede decennium van de 21ste eeuw; de lichte piek tijdens de pandemie was van korte duur. Dit betekent niet dat ze geen leden meer winnen: dagelijks sluiten nieuwe, jonge leden zich aan. Alleen is de uitstroom - wellicht vooral door banen die wegvallen in tanende industrieën na de Grote Recessie van 2007-2008 - groter dan de instroom. Een volledige analyse van de exacte oorzaken laat nog op zich wachten. Recent buitenlands onderzoek wijst naar de financialisering van de economie als een belangrijke factor voor ledenverlies.9 Daarbij winnen aandeelhouders, financiële markten en instellingen aan invloed in niet-financiële bedrijven, wat hen dwingt te focussen op rendement op de korte termijn. Werknemers en vakbonden zijn de dupe. Om loonkosten te drukken, neemt de flexibilisering van arbeidskrachten toe, terwijl het HR-beleid werknemersparticipatie uitsluit en vakbonden ondermijnt.

Vakbonden in Europa kunnen de achteruitgang in hun ledenaantal en macht niet zonder externe hulp omkeren. Incentives die lidmaatschap stimuleren en union busting bestrijden, zijn zeker nodig. Maar net zo belangrijk is introspectie. Aan inspiratie van 'goede praktijken' ontbreekt het niet. Tactieken en methodes geïnspireerd door de organising-benadering zijn het bekendste voorbeeld: vakbonden werven systematisch nieuwe leden, mobiliseren en activeren leden, en bouwen zo de collectieve kracht van werknemers op.10 Maar mirakeloplossingen om ledenverlies te keren, zijn er niet. Daar zijn de vakbonden zich ook van bewust; ze weten ook dat elke innovatie in haar context moet worden gezien. De echte uitdaging ligt minder in het vinden van 'goede praktijken' dan in het overwinnen van hun terughoudendheid om te experimenteren. Hoe kan innovatie ingang vinden en tegelijk, voorbij een projectmatige aanpak, structureel worden verankerd in het vakbondsbeleid?

ROADSHOWS: VAKBONDSWERK OP WIELEN

Op het ledenverval in België zijn er enkele uitzonderingen. Opmerkelijk: het zijn allemaal relatief kleine centrales. Zo slaagt de Franstalige christelijke onderwijsvakbond CSC Enseignement erin bescheiden te groeien. Horval, de ABVV-centrale die werknemers in de voedingsnijverheid, horeca, toerisme en dienstenchequebedrijven vertegenwoordigt, zat lange tijd op koers met aanhoudende ledenwinst (tot 2022). Het is vooral de Belgische Transportbond (BTB) die eruit springt. Deze ABVV-centrale slaagde erin het ledental te verdubbelen in de laatste twee decennia: van 30.981 in 2001 naar 63.835 leden in 2023. Geluk speelde zeker een rol: de BTB opereert in een sector die de voorbije jaren een sterke tewerkstellingsgroei kende, met name vervoer en logistiek.

BTB slaagde erin het ledental te verdubbelen in de laatste twee decennia.

De gunstige context verklaart deels het succes, maar de ledenwinst komt niet vanzelf. Dit is ook het resultaat van doelbewust beleid.11 In de BTB zijn de eerste sporen daarvan terug te vinden in 1999. Toen al werd nagedacht over hoe de vakbond een antwoord kon bieden op de door Europa gestuurde liberalisering van de arbeidsmarkt. Dit vertaalt zich in het versterken van de relatie met de leden: de communicatie verbeteren, de militantenvorming aanpassen en hun participatie in de vakbondswerking stimuleren. Deze vernieuwde relatie, én nieuw leiderschap hebben ruimte gecreëerd voor experiment en innovatie.

Roadshows maken sinds 2007 deel uit van het actierepertoire van de subsector 'Wegvervoer en Logistiek' in de BTB. De opzet van deze tactische innovatie is eenvoudig: als vakbond aanwezig zijn waar leden én potentiële leden zijn - ongeacht tijd of plaats. De BTB combineert daarbij haar traditionele kantoorwerking met een mobiele aanwezigheid die beter aansluit bij de realiteit van transportarbeid: de vakbond is zichtbaar op parkings, rustplaatsen, laad- en loszones, enzovoort. Roadshows zijn goedkoop, vereisen geen toegang tot het bedrijf en houden dus beperkte risico's in. Met een camper of pop-uptent is de BTB nadrukkelijk aanwezig in de publieke ruimte, waarbij vakbondssecretarissen of -militanten informatie aanbieden en in een informeel gesprek luisteren naar (potentiële) leden. Deze open aanpak maakt het mogelijk nieuwe dynamieken in arbeidsvoorwaarden in kaart te brengen, problemen van werknemers vlug te detecteren en (potentiële) leden te informeren.

VAKBONDSINNOVATIES VERSPREIDEN

De manier waarop de BTB innovaties ingang laat vinden en verspreidt, lijkt sterk op vergelijkbare processen bij buitenlandse vakbonden, ongeacht de inhoud van de innovatie. Innovaties zijn antwoorden op uitdagingen in de vakbondsomgeving. Bij de BTB: hoe kan de subsector 'Wegvervoer en Logistiek' beter werknemers organiseren? Innovaties zetten de bestaande vakbondswerking niet op zijn kop. Ze worden meestal ingebed in bestaande tradities en praktijken, maar ze voegen er een extra dimensie aan toe. Zo ook met roadshows. Ze combineren de traditionele dienstverlening met methodes en tactieken uit de organising-benadering - deze aanpak is op zich niet zo verschillend van het algemene vakbondsmodel in België.

Het voordeel is duidelijk: roadshows bereiken mobiele werknemers beter.

Roadshows werden eerst als experiment op kleine schaal getest voordat ze breder werden uitgerold. Hiervoor moesten interne sceptici worden overtuigd, wat gemakkelijker gaat wanneer succes direct zichtbaar is. Roadshows vormen een flexibele tactiek: ze kunnen worden ingezet in bijvoorbeeld de bus- en autocarsector, de logistiek en bij maaltijdbezorgers. Het voordeel ten opzichte van het traditionele vakbondskantoor is duidelijk: roadshows bereiken mobiele werknemers beter. Bovendien zijn ze eenvoudig uit te voeren. Dit zijn tegelijk de kenmerken die innovatieverspreiding bevorderen: testbaarheid, zichtbaar succes, aanpasbaarheid aan andere contexten, relatief voordeel en geringe complexiteit.

Het buitenland kan inspireren, maar vaak ontstaan innovaties van onderop binnen de vakbond. Ook bij de BTB stonden militanten aan de basis van de roadshows. Dit betekent niet dat hoger vakbondsechelons geen rol spelen, integendeel. Ze zijn uiteraard belangrijk om verdere spreiding van innovaties mogelijk te maken. Een open houding bespoedigt dit proces, en een generatiewissel in de vakbondsleiding kan hiertoe bijdragen. Een cruciaal mechanisme hierbij is de inschatting in hoeverre de innovatie intern in overeenstemming is met de vakbondscultuur en extern met het systeem van arbeidsverhoudingen. De uitkomst hiervan is het resultaat van democratisch debat. Dit proces vergt geduld. Het interne vakbondsdebat werkt als een filter. Innovaties met een negatieve evaluatie komen tot stilstand, maar kunnen zich nog deels verspreiden door netwerken tussen militanten. Innovaties waar de vakbondsstructuren en -leiding zich achter scharen, kunnen rekenen op middelen voor verdere verspreiding. Deze middelen zijn relatief: ze staan in functie van wat nodig is om de innovatie te ontwikkelen.

Een nieuwe functie met een oude naam werd gecreëerd binnen de BTB, de 'propagandisten'.

De verspreiding van innovaties is gedragen door organisatorisch leren en zet tegelijkertijd een leerproces in gang. Roadshows in verscheidene transportsectoren opzetten was een proces van vallen en opstaan. Een nieuwe functie met een oude naam werd gecreëerd binnen de BTB, de zogenoemde 'propagandisten'. Hun hedendaagse rol is vergelijkbaar met lead organisers in het organising model: ze staan in voor de coördinatie en sturing van roadshows in de BTB. Op die manier worden roadshows als innovatie structureel verankerd in de vakbondswerking. Tegelijkertijd leidt het succes van innovaties tot nieuwe initiatieven zodat een spiraal van succes kan ontstaan. Roadshows hebben niet alleen geleid tot verbeterde dienstverlening, maar ook tot het publiceren van zwartboeken, het opzetten van vakbondscampagnes en een bredere vakbondsagenda.

BESLUIT

Belgische vakbonden hebben de keuze: durven experimenteren en innoveren, of toekijken hoe het ledenaantal verder daalt. Maar selectief 'goede praktijken' kopiëren, is niet genoeg. Ze moeten passen binnen de eigen vakbondscultuur, structureel verankerd worden en onderdeel vormen van een langetermijnvisie of bredere vakbondsstrategie. Een verspreiding van innovaties binnen vakbonden steunt op verschillende mechanismen: het intern mobiliseren van middelen of het aanvullen van schaarse middelen via externe bronnen, het inschatten van de interne en externe legitimiteit van de innovatie en organisatorisch leren. Breed gedragen vakbondsinnovaties zijn niet per definitie synoniem met succes, al gaan ze daar vaak wel mee gepaard.

EINDNOTEN

  1. https://www.oecd.org/en/data/datasets/oecdaias-ictwss-database.html.
  2. Het 'Gentse systeem' is genoemd naar de plaats waar vakbonden in 1901 met succes de vakbondskassen tegen werkloosheid lieten subsidiëren door het stadsbestuur. Varianten van dit systeem bestaan nog steeds in Denemarken, Finland en Zweden; België is hier dus niet uniek.
  3. Deze uitbetalingsinstelling fungeert als alternatief voor de vakbonden, maar is duurder voor de overheid.
  4. Dit gaat ook op voor de European Social Survey (ESS) als het gaat om de nettosyndicalisatiegraad in 2023. De studiedienst van de Duitse werkgeversorganisatie, het Institut der deutschen Wirtschaft, maakte op basis van ESS-data een korte studie, waarover Franstalige media berichtten. De nettosyndicalisatiegraad wordt op 39% geschat voor België, terwijl die in 2016 nog op 52,4% lag, wat dicht bij het OESO-cijfer van 52,5% ligt. De sterke daling volgens de ESS-data roept vragen op. Deze is wellicht methodologisch te verklaren: terwijl de enquêtes vóór de Covid-19-pandemie persoonlijk werden afgenomen, worden sindsdien meerdere methoden gehanteerd. Zie Eckle L. Gewerkschaftlicher Organisationsgrad im europäischen Vergleich: Eine Analyse auf Grundlage des European Social Survey 2023, IW-Trends, 3/2025.
  5. Vandaele K. en Faniel J. Geen grenzen aan de groei: de Belgische syndicalisatiegraad in de jaren 2000, in: Over.Werk. Tijdschrift van het Steunpunt WSE, 22, 2012, 4, pp.124-132.
  6. Dufourmont N. en Wauters B. Met uitsterven bedreigd? Partijleden in Vlaanderen. GASPAR, 2024.
  7. Vandaele K. Wordt er nu veel of weinig gestaakt in België? Dynamieken en constanten in de stakingsbeweging sinds 1991, Tijdschrift voor Sociaal Recht/Revue de Droit Social, 2024, pp.545-573.
  8. Vandaele K. Newcomers as potential drivers of union revitalization: survey evidence from Belgium, Relations Industrielles/Industrial Relations 75, 2020, 2, pp.351-375.
  9. Gouzoulis G., Galanis, G. and Iliopoulos, P. Financialisation, shareholder value orientation, and the decline of trade union membership in the EU. Transfer 30;2024, 2, pp.161-179.
  10. Laroche M. en Murray G. (eds.) Experimenting for union renewal: challenges, illustrations and lessons. Brussels, ETUI, 2024, 246p en Vandaele K. and Fabris B.L. (eds.) When trade unions learn to innovate. Case study evidence from across Europe. Brussels, ETUI, 2025, 225p.
  11. Vandaele K. Belgium - On the road again. Explaining membership growth in the socialist transport union, in: Vandaele K. and Fabris B.L. (eds.) When trade unions learn to innovate. Case study evidence from across Europe. Brussels, ETUI, 2025, pp. 69-90.
 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*