Reizigers betalen steeds meer voor hun bus of tram, terwijl het personeel de gevolgen opvangt op de werkvloer. Vlaanderen verdient een minister die kiest voor sterk openbaar vervoer.
Immobiliteit. Aan dat woord moet ik denken als ik aan minister van Mobiliteit, Annick De Ridder (N-VA), denk. Sinds zij Vlaams minister is, staat het beleid omtrent De Lijn en een performant openbaar vervoer stil. Het gevolg? Jij betaalt meer voor minder zekerheid. Het personeel vangt de frustratie op. En de minister? Die blijft buiten schot.
Wie-kan-betalen-mag-mee-model
Ten eerste, dat voelen we meteen in onze portemonnee. Vanaf februari stijgen de tarieven bij De Lijn gemiddeld met 4,2%, terwijl de index op 2,6% blijft steken. Vorig jaar kwam daar al een verhoging van 18% bovenop. Vooral wie elke dag de bus of tram neemt, wordt geraakt.
De Omnipas voor 25- tot 64-jarigen stijgt met 20%, van 416 naar 499 euro per jaar
Hier zie je datzelfde patroon opnieuw opduiken. De Omnipas voor 25- tot 64-jarigen stijgt met 20%, van 416 naar 499 euro per jaar. Alleen wie maar af en toe de bus of tram neemt, of wie nog studeert, komt er wat goedkoper vanaf. Toegegeven, voor 18- tot 24-jarigen daalden de prijzen, maar voor wie elke dag afhankelijk is van het openbaar vervoer, is dit gewoon een stevige factuur extra. En laat dat nu net de mensen zijn die geen alternatief hebben: werknemers met vroege of late shiften, mensen zonder auto, gezinnen die elke euro moeten omdraaien. Op papier lijkt het een technische maatregel, in de praktijk is het een keuze die de zwaarste lasten legt bij wie het minst kan uitwijken.
Mobiliteit wordt zo geen basisdienst meer, maar een maandelijkse hindernis. Het idee van openbaar, collectief vervoer krijgt midscheeps een torpedo, ten voordele van het individuele, wie-kan-betalen-mag-mee-model.
Tariefautonomie
Ten tweede dan. Als er kritiek komt, dan verschuilt de minister zich achter wat Vlaamse nieuwspraak, de zogenaamde 'tariefautonomie'. Dat klinkt kordaat, maar is een alibi. De Vlaamse regering snijdt jaar na jaar in de middelen en laat De Lijn daarna de prijsverhogingen verdedigen. Dit jaar krijgt De Lijn opnieuw 35,5 miljoen euro aan besparingen voor de kiezen, bovenop wat al vastlag in het regeerakkoord. En het stopt daar niet, blijkt recent en wat de vakbonden opnieuw tot actie brengt. Dan hoef je geen betrouwbare dienstverlening te verwachten. Dan maak je afspraken in een openbaar dienstencontract leeg. Dan jaag je reizigers weg. En zo bestuur je zonder verantwoordelijkheid te nemen: je beslist niet, je schuift door.
De ene besparing is nog niet verteerd of de volgende dient zich aan. Er is geen ademruimte meer
Zo'n manier van werken laat sporen na, en niet zo'n beetje. Dat voel je elke dag op de werkvloer. Onze kameraden van ACOD-TBM waarschuwden er al langer voor: de ene besparing is nog niet verteerd of de volgende dient zich aan. Er is geen ademruimte meer. Elke nieuwe 'efficiëntie-oefening' vertaalt zich in meer druk, minder zekerheid en steeds wisselende regels. Voor het personeel betekent dat vooral: improviseren, opvangen, doorgaan. Tegelijk lijkt geld geen probleem als het gaat over externe consultants, peperdure studies en uitbesteding. Voor wie het werk dag in, dag uit doet, blijft de boodschap hardnekkig dezelfde: trek uw plan. De Vlaamse regering belooft beterschap, maar voorlopig blijft het afwachten wat daarvan echt terechtkomt.
En laat ons daar duidelijk over zijn: dit is geen natuurwet, dit is beleid. Er zit bakken kennis en ervaring bij het eigen personeel, maar die wordt keer op keer genegeerd. In plaats daarvan halen we externe bureaus binnen die met dezelfde oude recepten aankomen, verpakt in gladde slides en gefactureerd tegen forse tarieven. Wat dat oplevert? Een rekening die niet bij de beslissers belandt, maar bij chauffeurs, techniekers en reizigers. Zij betalen de prijs, elke dag opnieuw.
Snijden in het net
En, last but not least, ten derde. Want alsof dat nog niet volstaat, wordt opnieuw gesneden in het net zelf. Na duizenden geschrapte haltes volgen nieuwe ingrepen in het Kernnet en het Aanvullend net, amper twee jaar nadat ze zijn ingevoerd. Lokale besturen mogen mee tekenen voor het afbouwen van lijnen die nog maar net draaien. Zo lijkt De Lijn een onbetrouwbare partner, terwijl de oorzaak telkens dezelfde is: politieke keuzes die van bovenaf worden opgelegd. De minister staat nooit in de wind. Reizigers en personeel wel.
De afgeschafte sneltram tussen Willebroek en Brussel is een pijnlijk symbool
De afgeschafte sneltram tussen Willebroek en Brussel is daar een pijnlijk symbool van. Jarenlang werd die lijn aangekondigd als alternatief voor de auto in de Noordrand. Willebroek, Londerzeel, Meise, Strombeek, allemaal zouden ze beter verbonden worden. Eerst ging het project 'on hold'. Nu is het gewoon stopgezet. Geen geld, geen draagvlak, zo luidt het. Wat overblijft zijn vage studies over fietssnelwegen en vrije busbanen, zonder timing en zonder middelen. Voor pendelaars verandert er niets. En de files? Die dikken lekker aan.
Wat vandaag gebeurt, komt ook niet uit het niets. Onder Ben Weyts en Lydia Peeters werd het openbaar vervoer al stap voor stap geschraapt. Publieke dienstverlening werd herleid tot een rekensommetje. Reizigers tot klanten. Lijnen tot dossiers die moesten renderen. Efficiëntie werd het excuus om af te bouwen, marktdenken het antwoord op sociale noden.
Schade en woede
Minister De Ridder rijdt dat strakke liberale spoor gewoon door. De overheid trekt zich terug, schuift de risico's door en laat De Lijn doen alsof het een bedrijf is, maar dan zonder middelen en zonder publieke opdracht. Wie kan betalen, mag mee. Wie afhankelijk is, valt uit de boot. Dat is geen ongeluk, dat is beleid.
Chauffeurs en techniekers moeten elke dag uitleggen wat zij niet beslissen
Op de werkvloer stapelt de schade zich ondertussen op. Chauffeurs en techniekers moeten elke dag uitleggen wat zij niet beslissen. Ze krijgen de woede en frustratie over zich heen, terwijl uurroosters schuiven, lijnen verdwijnen en onzekerheid de norm wordt. Zo trek je een publieke dienst langzaam leeg en zaag je het vertrouwen af waar alles op steunt.
En zo wordt immobiliteit beleid. Reizigers hebben recht op zekerheid. Het personeel verdient respect. Vlaanderen verdient een minister die kiest voor sterk openbaar vervoer en daar ook voor gaat staan.