Wat als ‘revolutie’ vandaag geen breuk is met het verleden, maar een slimme terugkeer ernaartoe via orde en discipline?
"De oude wereld sterft, en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden: nu is het de tijd van de monsters," citeerde Bart De Wever op het WEF in Davos. Daarmee voegt hij zich in een lange traditie van rechtse politici die de marxist Antonio Gramsci citeren. De toe-eigening van deze revolutionaire denker blijkt echter geen toeval.
Wie het woord revolutie vandaag hoort, denkt meestal in de moderne betekenis aan een 'breken met het verleden', iets dat niet zozeer past in het conservatieve project. In haar essay Over revolutie duikt Hannah Arendt echter in de geschiedenis van het begrip en zien we dat 'revolutie' oorspronkelijk een astronomische term is.
Het begrip 'revolutie' verwees lang naar een terugkerende, cyclische beweging, de onontkoombare omloop van de hemellichamen. Toen het woord in de 17de en 18de eeuw eveneens als politieke metafoor werd gebruikt, behield het die betekenis. Men sprak over 'revoluties' in het menselijk lot als aanduiding voor de wisselvalligheden van de geschiedenis: het opkomen en ondergaan van rijken, zoals de zon opkomt en ondergaat. Wie de bestaande orde wilde veranderen, beriep zich niet op een stralende, onbekende toekomst, maar op een verloren en daardoor als beter voorgesteld verleden.
Van discipline naar controle
Politiek handelen betekende dus niet vooruitkijken, maar achteromkijken om de weg terug te vinden naar wat ooit was. Dit is de diepe, vaak onuitgesproken droom van conservatieve partijen vandaag: terugkeren naar een verleden waarin alles overzichtelijker leek. Maar de wereld waarin die droom moet worden verwezenlijkt, is grondig veranderd.
Waar in de 20ste eeuw nog werd gedomineerd door een maatschappij gedicteerd door discipline - waarin mensen gevormd werden binnen afgesloten instituten: je ging naar school, naar de fabriek, naar de kazerne - constateren we vandaag de opkomst van de controlemaatschappij. In de controlemaatschappij is macht minder sterk gebonden aan de fysieke muren van een instituut. Ze is continu en diffuus geworden. Sociale media, flexibele arbeid, levenslang leren, enzovoort. We internaliseren de eis tot prestatie, optimalisatie en flexibiliteit. De burn-out is de lichamelijke uitdrukking van de nieuwe baas: we zijn de bewaker geworden van onszelf.
We internaliseren de eis tot prestatie, optimalisatie en flexibiliteit
Deze verschuiving is paradoxaal genoeg nog effectiever. Macht hoeft niet meer zichtbaar te dwingen; de norm wordt van binnenuit uitgevoerd. In deze context van diffuse, geïnternaliseerde controle begrijpen de conservatieve partijen dat je de macht niet grijpt door openlijke repressie (al sluit men die niet uit voor wie weigert mee te doen). Je grijpt de macht door te strijden om de herijking van de norm. Je strijdt om de definitie van wat 'normaal' is.
De voorbije maanden en jaren zien we een systematische campagne tegen en om de klassieke middenveldorganisaties. Dat is geen toeval. Het gaat om het verzwakken van instituties die een alternatief normenkader kunnen bieden. Vakbonden die herinneren aan collectieve solidariteit in plaats van individuele prestatie. Mutualiteiten die zorg benaderen als een recht, niet als een verdienste. Culturele centra die verbeelding stimuleren buiten de marktlogica.
De prijs van de dubbele strategie
De algehele doelstelling is duidelijk. Organisaties of personen die te sterk of te kritisch zijn, niet per se of toch niet enkel weggevaagd, maar ingekapseld of uitgehold. Ze krijgen minder middelen, moeten zich via projectsubsidies bewijzen, of worden gedwongen de taal van de markt en de efficiëntie over te nemen. Ze worden onderdeel van het staatsapparaat, een apparaat dat hen knecht in plaats van emancipeert.
Op bepaalde terreinen grijpt men echter nog steeds naar het disciplinaire model, zoals duidelijk blijkt in het onderwijs. De hervormingen die minister van Onderwijs, Zuhal Demir, doorvoert - van de herziening van leerplannen tot de nadruk op 'normen en waarden' - zijn klassiek disciplinair: de school wordt opnieuw een instituut met muren, waarin van bovenaf wordt bepaald wat kennis is en welke identiteiten erkenning krijgen.
De school wordt opnieuw een instituut met muren, waarin van bovenaf wordt bepaald wat kennis is
Dat is geen tegenstrijdigheid. Het is een dubbele strategie. Voor wie binnen de orde valt, volstaat de controlemaatschappij: zij internaliseren de norm vanzelf, zonder zichtbare dwang. Voor wie zich niet of onvoldoende voegt, wordt het disciplinaire apparaat weer van stal gehaald. Die verschuiving in het onderwijs is geen toeval. Ze voltrok zich precies op het moment dat het onderwijs meer ruimte begon te bieden aan meerdere perspectieven en de 'woke' discussies luid woedden. Het onderwijs wordt dan niet alleen gezien als een ruimte van persoonlijke groei binnen de lijnen van de toekomstige jobmarkt, maar als een correctioneel instituut: een plek waar afwijkende geesten worden rechtgetrokken.
Revolutie als restauratie in een modern jasje
Deze dubbele strategie is echter niet zonder prijs en activeert ook de weerstand die daarbij hoort. Leerkrachten worden opgedragen om uitvoerders te zijn van een normering waar ze zelf niet achter staan. Directies moeten beleid uitvoeren dat haaks staat op hun pedagogische overtuigingen. Academici, die in de universiteit nog de illusie van autonomie koesterden, worden geconfronteerd met een politiek die ook daar de kaders dicteert. De uitputting die we vandaag zien - burn-outs onder docenten, angst onder ambtenaren, een gevoel van nergens meer aan te ontsnappen - is niet het gevolg van één machtsvorm, maar van de spanning tussen beide.
Rechts begrijpt dat de macht vandaag niet zit in het bezetten van het fysieke domein alleen, maar in het bezetten van de geest
De 'revolutie van rechts' en de nieuwe wereld die zij beogen is geen revolutie in de moderne, vooruitgangsgerichte zin. Het is een re-volvere in de oorspronkelijke betekenis: een terugwenteling naar een verleden van orde en discipline, maar de methode is modern. Ze begrijpt dat de macht in de 21ste eeuw niet zit in het bezetten van het fysieke domein alleen, maar in het bezetten van de geest.
Maar precies daar, in de geestelijke uitputting die geen privileges meer kent, schuilt de mogelijkheid van een collectief besef dat niet langer beperkt blijft tot de gemarginaliseerde periferie, maar doorsijpelt naar wie altijd dacht dat het systeem voor hen werkte. De onvrede wordt net als de macht breder, diffuser, maar daardoor ook moeilijker te ontkennen.