Samenleving & Politiek
DOORGEPRIKT

Doorgeprikt: 7 mythes over ziekenfondsen

N-VA en MR willen het model van de ziekenfondsen ontmantelen. Maar veel van de kritiek is gebaseerd op verouderde beelden of ideologische voorkeuren, en niet op de data van 2026.

In 2015 verscheen in Samenleving & Politiek het artikel ‘Zeven ziekenfondsmythes doorprikt’. Dit stuk trachtte de kritieken op ziekenfondsen – ze zijn ‘te duur’, ‘te inefficiënt’, ‘te bureaucratisch’, ‘te verzuild’, … – te weerleggen met feitelijke argumenten. Vandaag, meer dan tien jaar later, zien we dat deze mythes niet zijn verdwenen, maar gemuteerd en versterkt terugkeren in het politieke discours, met name vanuit de regeringspartijen N-VA en MR. In het regeerakkoord van Arizona worden ziekenfondsen reeds meer geresponsabiliseerd maar blijven ze vooralsnog grotendeels gespaard, mede door het verzet van Vooruit en cd&v.

Voor N-VA en MR is het jachtseizoen op de ziekenfondsen duidelijk geopend. Georges-Louis Bouchez (MR) viel de ziekenfondsen aan op de nieuwjaarsreceptie van zijn partij wegens hun belastingvoordelen. Eind 2025 nam Axel Ronse (N-VA) de ziekenfondsen op de korrel wegens hun aanpak van langdurig zieken. N-VA wil het takenpakket van de ziekenfondsen grondig hervormen. Wie goed luistert, hoort echter geen neutrale zoektocht naar efficiëntie, maar een diepere systeemkeuze. Deze aanvallen hebben duidelijk het uitkleden van ons beschermend model van sociale zekerheid als doel. Laat ons dus stoppen met praten in slogans en beginnen met spreken in feiten. Niet om kritiek te smoren – transparantie en goed bestuur zijn essentieel, ook voor ziekenfondsen – maar om het debat te bevrijden van rookgordijnen.

MYTHE 1: "Ziekenfondsen zijn dure en inefficiënte doorgeefluiken"

De perceptie dat ziekenfondsen een onnodige, kostenverslindende tussenlaag vormen, blijft hardnekkig. Critici wijzen vaak op de absolute bedragen die naar administratiekosten vloeien. In 2024 werd het totale budget van de vijf ziekenfondsen vastgelegd op 1,285 miljard euro. Dat klinkt inderdaad als een duizelingwekkend bedrag, maar in de politieke retoriek wordt dit bedrag voor administratie vaak geïsoleerd gepresenteerd, zonder context over de totale geldstromen die worden beheerd. Dat leidt dan tot de conclusie dat dit ‘verloren geld’ voor administratie niet naar de zorg gaat.

Om deze mythe te doorprikken, is het noodzakelijk om de administratiekosten niet als een absoluut bedrag maar als een relatieve efficiëntieratio te beschouwen. Wat blijkt dan? Wanneer we de administratieve toelage van 1,285 miljard euro afzetten tegenover de totale begroting voor de geneeskundige verzorging en uitkeringen van 42,7 miljard euro, komen we op een administratieve kost van ongeveer 3% (en zelfs 2,4% als we de 11 miljard uitkeringen toevoegen aan de totale begroting). Dat valt zeer goed mee. Van elke 100 euro die bestemd is voor de gezondheidszorg, vloeit meer dan 96 euro effectief naar de terugbetaling van zorgverleners (artsen, ziekenhuizen, apothekers) en de uitkering van zieken. Dit is een efficiëntieratio die in de private sector zelden wordt gehaald. De recente stijging van de administratiekosten in absolute cijfers (van 1,19 miljard in 2023 naar 1,28 miljard in 2024) is procentueel in lijn met, of zelfs lager dan, de indexering van de loonkosten en de inflatie, terwijl het takenpakket exponentieel is toegenomen.

De administratiekosten van onze ziekenfondsen liggen lager dan in de buurlanden

Critici verwijzen ook vaak naar OESO-studies die de Belgische administratiekosten als hoog bestempelen. Ook dat is niet helemaal correct. Door de complexiteit van de Belgische staatsstructuur is het appelen met peren vergelijken. Uit cijfers van de FOD blijkt dat de totale administratiekosten voor 2021 zo’n 3,6% bedragen, waarmee we lager zitten dan onze buurlanden die ook met uitbetalingsinstellingen werken, zoals Duitsland (4,2%), Nederland (4,7%) en Frankrijk (5,0%).

N-VA wil evolueren naar een ‘Fins model’ dat goedkoper zou zijn op vlak van administratiekosten. Maar ook deze vergelijking gaat niet op. Want in dat Finse model vallen administratieve kosten gemaakt door zorgverstrekkers zelf (ziekenhuismanagement of facturatie door artsen) buiten de statistieken. Hierdoor lijken landen met zo’n geïntegreerd systeem artificieel efficiënter dan landen met een prestatiegebonden financieringssysteem, zoals het onze, waar administratieve taken expliciet worden gescheiden van de zorgverlening.

En dan is er nog de claim dat de private sector efficiënter werkt. Ook die is te weerleggen. Uit data van Assuralia blijkt dat de administratieve kosten en commissielonen in de private Belgische verzekeringssector schommelen rond de 17% tot 20% van de premies. Dat is een pak hoger dan de 3% van ziekenfondsen. Dat is ook logisch: private verzekeraars moeten winstmarges genereren voor aandeelhouders, besteden enorme budgetten aan marketing om jonge, gezonde klanten te werven, en hebben hoge kosten voor het beheer van polissen. De ziekenfondsen daarentegen hebben geen winstoogmerk, geen aandeelhouders, en hun marketingbudgetten zijn strikt gereguleerd. De vergelijking met de Verenigde Staten, hét land van de private verzekeraars, is nog schrijnender. Daar vloeit tot 18% van het budget weg naar administratie, winst en de complexe bureaucratie van het weigeren van claims.

En dan is er nog de mythe dat de administratiekost enkel dient voor het ‘terugbetalen van briefjes’. Dit is een karikatuur die voorbijgaat aan de realiteit van 2026. De administratiekosten omvatten vandaag een breed scala aan maatschappelijke diensten zoals proactieve rechtentoekenning, complexe berekening van de maximumfactuur of juridische bijstand voor patiënten die het slachtoffer zijn van medische fouten.

MYTHE 2. “Ziekenfondsen liggen in een hangmat en worden slapend rijk”

De kritiek luidt dat ziekenfondsen een gegarandeerde dotatie krijgen, ongeacht hun prestaties. Ze zouden geen incentive hebben om de uitgaven te beheersen of om langdurig zieken weer aan het werk te krijgen. In de huidige legislatuur vertaalt dit zich in een felle politieke focus op ‘responsabilisering’, waarbij partijen als N-VA eisen dat de financiering van ziekenfondsen afhankelijk wordt gemaakt van hun succes in re-integratietrajecten.

Het beeld van de ‘hangmat’ is anno 2026 feitelijk onjuist. De ziekenfondsen opereren vandaag in een strak keurslijf van financiële sanctiemechanismen en resultaatverplichtingen. De regering-De Wever scherpte de financiële responsabilisering van de ziekenfondsen al aan. Ze legde een direct verband tussen de administratieve dotatie en de inspanningen rond de re-integratie van langdurig zieken. Ziekenfondsen worden nu financieel gestraft indien zij niet voor elke arbeidsongeschikte (waar medisch mogelijk) een traject naar werk opstarten.

Het beeld van de hangmat klopt ook niet omdat ziekenfondsen een financieel risico dragen. Ze zijn niet louter doorgeefluiken. Een aanzienlijk percentage van hun budget wordt toegekend op basis van theoretische profielen. Als hun leden meer uitgeven dan dit risico-gecorrigeerde profiel toelaat, moet het ziekenfonds een deel van het tekort zelf bijpassen uit de reserves. Dit dwingt hen tot voorzichtig beheer en controle op overconsumptie.

De rol van ziekenfondsen wordt vandaag fundamenteel anders ingevuld dan vroeger: van administratieve verwerking naar actieve begeleiding. Zo hebben ziekenfondsen massaal geïnvesteerd in gespecialiseerde 'Terug Naar Werk'-coördinatoren. Begin 2025 waren er meer dan 100 voltijdse medewerkers actief die uitsluitend bezig zijn met het screenen en begeleiden van langdurig zieken naar aangepast werk of opleiding. De Terug Naar Werk-barometer toont aan dat het aantal opgestarte trajecten stijgt. Dit arbeidsintensief maatwerk staat haaks op het beeld van een ‘slapende’ organisatie.

Ziekenfondsen doen ook aan fraudebestrijding. In het kader van het Actieplan Handhaving 2024-2026 voeren ze eerstelijnscontroles uit. In 2022 werden miljoenen euro's aan onterechte uitgaven gedetecteerd en teruggevorderd. Ziekenfondsen analyseren via het Intermutualistisch Agentschap datastromen om afwijkend voorschrijfgedrag van artsen te detecteren.

Een ‘gereguleerde competitie’ dwingt de ziekenfondsen om te innoveren in hun dienstverlening

In tegenstelling tot een overheidsmonopolie – het systeem van één Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering HZIV, waar N-VA naartoe wil – staan de ziekenfondsen in competitie met elkaar. Leden kunnen eenvoudig veranderen van ziekenfonds. Deze ‘gereguleerde competitie’ dwingt de ziekenfondsen om te innoveren in hun dienstverlening, hun apps te verbeteren (zoals de Vity-app van Solidaris, Mijn CM-app of de Helan-app) en hun wachttijden te verkorten. Een organisatie in een hangmat zou in dit systeem onmiddellijk leden verliezen.

MYTHE 3: “Ziekenfondsen verdedigen de patiënt niet meer”

Een terugkerende kritiek is dat ziekenfondsen, door hun historische verzuiling en hun rol als medebeheerder, te veel compromissen sluiten met artsensyndicaten en de overheid, ten koste van de patiënt. Ook de stijgende ereloonsupplementen in de zorg voeden het beeld dat ziekenfondsen onvoldoende macht hebben.

Nochtans zijn ziekenfondsen vandaag de enige structurele machtsfactor die een dam opwerpt tegen de commercialisering van de zorg. Zonder hun collectieve onderhandelingsmacht zou de patiënt vogelvrij zijn.

De kern van de patiëntenbescherming is het akkoord artsen-ziekenfondsen: de zogenaamde Conventie. Ze is het schild tegen tariefchaos. Ziekenfondsen onderhandelen elke twee jaar harde tariefakkoorden met artsen en tandartsen. In ruil voor het sociaal statuut (pensioenopbouw) beloven zorgverleners zich aan de officiële tarieven te houden. Zonder deze onderhandelingen zouden specialisten vrije marktprijzen hanteren, wat de zorg onbetaalbaar zou maken. Ondanks hoge inflatie en druk van artsensyndicaten om de tarieven vrij te laten, zijn de ziekenfondsen erin geslaagd een akkoord te sluiten dat tariefzekerheid biedt voor het overgrote deel van de bevolking. De conventiegraad bij huisartsen blijft hoog. Bij logopedisten is er sprake van enige verbetering. Bij tandartsen is de tendens omgekeerd.

En dan is er de befaamde strijd tegen de ereloonsupplementen. Die is inderdaad niet evident. Ziekenfondsen voeren actief strijd tegen de wildgroei ervan, met name in de ziekenhuissector. Solidaris en CM voerden in de afgelopen jaren campagnes en oefenden politieke druk uit om ereloonsupplementen bij opnames in tweepersoonskamers te verbieden en transparantie af te dwingen. Ook het systeem van de maximumfactuur, dat garandeert dat geen enkel gezin meer dan een aan een bepaald inkomen gerelateerd plafond aan remgeld betaalt, is een constructie die door de ziekenfondsen werd bedacht, operationeel gemaakt en verdedigd.

De beste verdediging van patiënten is natuurlijk dat waar de patiënt niet om hoeft te vragen, namelijk de Proactieve Toekenning. De automatisering van de Verhoogde Tegemoetkoming is zo’n gamechanger. Waar vroeger de sociaal zwakkeren zelf hun weg in de bureaucratie moesten zoeken, krijgen zij nu automatisch hun recht toegekend. CM rapporteerde dat 18.000 leden in één klap hun statuut kregen dankzij deze proactieve aanpak.

18.000 CM-leden kregen in één klap hun statuut dankzij een Proactieve Toekenning

Ook investeren ziekenfondsen fors in ‘gezondheidsgeletterdheid’ van hun patiënten. Ze informeren leden via apps en campagnes over preventie, goedkoop medicijngebruik en patiëntenrechten.

MYTHE 4: “De overheid of private verzekeraars zouden het beter doen”

Vanuit N-VA en MR wordt geregeld gesteld dat de ‘tussenlaag’ van ziekenfondsen overbodig is. De redenering is tweeledig: ofwel moet de overheid (RIZIV/de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering HZIV) alles doen om ‘efficiëntie’ te winnen, ofwel moet de markt (private verzekeraars) spelen om ‘concurrentie’ te bevorderen.

Deze mythe berust op een fundamentele misvatting over de aard van sociale zekerheid versus private verzekering.

Eerst de illusie van de staat, namelijk het argument voor één Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering HZIV. De HZIV bestaat reeds als één van de vijf huidige ziekenfondsen. Hoewel de HZIV haar taken correct uitvoert, toont een vergelijking direct de beperkingen van een staatsmodel. De HZIV is een ‘kale’ uitbetalingsinstelling. Zij biedt geen aanvullende diensten, geen preventiecampagnes, geen uitgebreid netwerk van maatschappelijk werkers en geen lokale kantoren in elk dorp. De ‘warme’ zorg en nabijheid die ziekenfondsen bieden, ontbreekt. Er is ook een zekere bureaucratische rigiditeit: de HZIV is een staatsinstelling gebonden aan ambtenarenstatuten en hiërarchieën. De ziekenfondsen, als private vzw's met een openbare taak, hebben de wendbaarheid om sneller te innoveren en personeel flexibeler in te zetten. Een volledige overheveling naar de staat zou dus leiden tot een logge overheidsadministratie zonder de innovatieve prikkels van de huidige gereguleerde competitie.

Bij private verzekeraars is er altijd een winstlek

En dan het gevaar van private verzekeraars, de tweede illusie. De vergelijking met Nederland of de VS toont de destructieve effecten van privatisering aan. Men doet aan risicoselectie: private verzekeraars hebben een commercieel belang om jonge, gezonde mensen aan te trekken en chronisch zieken te weren of hogere premies aan te rekenen. In België concentreert 5% van de patiënten meer dan 50% van de uitgaven. In een privaat model worden deze mensen onverzekerbaar of onbetaalbaar. De ziekenfondsen zijn wettelijk verplicht iedereen te accepteren. Bij private verzekeraars is er bovendien ook altijd een winstlek: in 2024 boekten private verzekeraars in België aanzienlijke winsten in de tak Niet-Leven. Als de 45 miljard euro aan publieke middelen voor gezondheidszorg via private spelers zou lopen, zou een deel van dit belastinggeld weglekken naar aandeelhouders in plaats van naar zorg. Ziekenfondsen herinvesteren hun overschotten in reserves of dienstverlening. De mogelijkheid om privéverzekeraars – naast de ziekenfondsen – de Vlaamse zorgverzekering in utivoering te brengen, toonde het verschil in benadering aan. Het betreft geen winstgevende activiteit. De ingestapte verzekeraars haakten één voor één af.

MYTHE 5: “Ziekenfondsen zijn bureaucratische dinosaurussen”

Het beeld van ziekenfondsen wordt door critici maar al te graag gereduceerd tot ‘kleefbriefjes’ en papieren rompslomp. Ziekenfondsen zouden de digitalisering tegenhouden om hun eigen administratieve jobs te beschermen. De realiteit anno 2026 is tótaal tegenovergesteld. Ziekenfondsen zijn net de drijvende kracht achter de digitale transformatie van onze gezondheidszorg. Ze zijn geen rem, maar de motor.

Zo bouwden ziekenfondsen samen het platform MyCareNet. Vandaag verloopt de overgrote meerderheid van de interacties digitaal. Huisartsen, apothekers, verpleegkundigen en ziekenhuizen controleren de verzekerbaarheid van een patiënt in real-time. De papieren stroom is voor het gros van de prestaties verdwenen. Vanaf september 2025 is e-facturatie verplicht voor artsen en tandartsen. Deze gigantische operatie is technisch en operationeel voorbereid door de ziekenfondsen, waardoor de terugbetalingstermijn voor patiënten is teruggebracht van weken naar dagen (of zelfs onmiddellijk via derdebetaler).

De papieren stroom is voor het gros van de prestaties verdwenen

Ziekenfondsen lopen ook voorop in het gebruik van AI. In 2025 namen ziekenfondsen deel aan grootschalige proefprojecten met Microsoft om administratieve taken te automatiseren via Generatieve AI, waardoor medewerkers meer tijd krijgen voor menselijk contact en complexe dossierbehandeling. Ziekenfondsen doen ook aan datamining. Via geavanceerde data-analyse (zoals bij het opsporen van de rechthebbenden op de, eerder vermelde, Verhoogde Tegemoetkoming) tonen ziekenfondsen aan dat ze big data inzetten voor sociale doeleinden.

De digitale toepassingen van de ziekenfondsen (zoals e-mut van Solidaris of Mijn CM-app) behoren tot de meest gebruikte dienstverlenende toepassingen in België. Leden kunnen doktersbriefjes (indien nog op papier) inscannen met hun smartphone, hun dossier opvolgen en documenten digitaal aanvragen. De ‘dinosaurus’ is met andere woorden geëvolueerd tot een hoogtechnologisch digitaal platform.

MYTHE 6: “Ziekenfondsen zijn rechter en partij”

N-VA en andere critici stellen dat er een fundamenteel belangenconflict bestaat: ziekenfondsen moeten via hun adviserend artsen oordelen over arbeidsongeschiktheid en medische uitgaven controleren, terwijl ze tegelijkertijd ‘klanten’ willen binden. De these is dat ze te laks zijn in controles om leden niet weg te jagen. N-VA legt nu het voorstel op tafel om de medische controle te centraliseren bij het RIZIV.

Dit argument miskent de aard van de relatie tussen de adviserend arts en de patiënt, en negeert de financiële incentives die vandaag bestaan.

Een patiënt zal openhartiger spreken met de arts van zijn eigen ziekenfonds dan met een anonieme ‘staatsinspecteur’ van het RIZIV

De rol van de adviserend arts is de voorbije jaren verschoven van pure controle naar re-integratiebegeleiding. Om een langdurig zieke succesvol terug naar werk te begeleiden, is vertrouwen nodig. Een patiënt zal openhartiger spreken met de arts van zijn eigen ziekenfonds die zijn medische en sociale geschiedenis kent, dan met een anonieme ‘staatsinspecteur’ van het RIZIV. Centralisatie zou deze vertrouwensband verbreken en re-integratie bemoeilijken. Bovendien is er binnen de ziekenfondsen een strikte scheiding tussen de medische diensten en de commerciële diensten. De adviserend artsen werken onder een eigen deontologische code en worden niet beoordeeld op ledenbehoud.

Maar ook het argument dat ziekenfondsen laks zouden zijn om leden te plezieren, klopt niet. Zoals besproken in Mythe 2, werden ziekenfondsen tussen 2018 en 2024 financieel zwaar gestraft als ze te veel inactieve langdurig zieken in hun portefeuille hebben. Ze hebben er dus alle belang bij om streng en rechtvaardig te evalueren en mensen te activeren. Een ‘te laks’ beleid kost het ziekenfonds vandaag geld.

En dan is er nog een praktische weerlegging: capaciteit. Het RIZIV kampt nu al met personeelstekorten. Het overhevelen van honderden adviserend artsen en duizenden dossiers naar een centrale overheidsdienst zou leiden tot een administratief infarct, gigantische achterstanden in de erkenning van invaliditeit, en onzekerheid voor de patiënt.

MYTHE 7: “Ziekenfondsen potten miljarden op en zijn politiek verzuild”

De laatste grote aanvalsgolf focust op de financiële reserves. Recent kopte HLN: ‘Exclusief. Zo rijk is jouw ziekenfonds: het verborgen fortuin van 6,1 miljard euro in kaart gebracht’. Zulke krantenkoppen voeden het beeld van rijke, verzuilde bastions die belastinggeld oppotten voor eigen gewin of voor hun politieke zuil.

Op een jaarlijks budget van 45 miljard euro stelt 6 miljard slechts een buffer van enkele maanden werking voor

Het bedrag van 6 miljard euro in kas bij alle ziekenfondsen is een buffer, geen winst. Ziekenfondsen zijn verzekeraars. Net als elke verzekeringsmaatschappij zijn ze wettelijk verplicht om solvabiliteitsmarges aan te houden. Deze reserves dienen om schokken op te vangen, zoals een pandemie, vertraagde overheidsbetalingen of onverwachte uitgavenpieken. Op een jaarlijks budget van 45 miljard euro  stelt 6 miljard euro slechts een buffer van enkele maanden werking voor. Het is geen ‘dood kapitaal’, maar een veiligheidsnet dat de continuïteit van de terugbetalingen aan de leden garandeert. Dit geld kan overigens niet zomaar worden uitgekeerd aan partijen of vakbonden. Het is juridisch afgeschermd en staat onder streng toezicht van de Controledienst voor de Ziekenfondsen.

En dan is er nog het beeld van het ziekenfonds als ‘kassier van de partij’. Ook dat beeld is achterhaald. De wetgeving en de eigen statuten van de ziekenfondsen zijn grondig hervormd. Er zetelen nu verplicht onafhankelijke bestuurders in de raden van bestuur, die waken over de professionaliteit en de belangen van de leden, los van politieke kleur. Topmannen als Paul Callewaert (Solidaris) en Luc Van Gorp (CM) gaan regelmatig in tegen de standpunten van partijen als dat in het belang van de patiënt is. Hun recente verzet tegen remgeldverhogingen in de zorgbegroting van 2025 toont hun onafhankelijkheid aan.

Conclusie

De analyse van de zeven mythes over ziekenfondsen toont aan dat de kritiek vaak gebaseerd is op verouderde beelden of ideologische voorkeuren, en niet op de data van 2026. Een ontmanteling van het model van ziekenfondsen ten voordele van staatscontrole of privatisering zou leiden tot een duurdere, killere en minder solidaire gezondheidszorg.

Het echte debat is eenvoudig: willen we een gezondheidszorg waar iedereen verzekerd is via een sterke, non-profit uitvoerder met maatschappelijke verankering? Of willen we experimenteren met andere modellen, die als uiteindelijke doel hebben de gezondheidszorg te ontmantelen. Wie vandaag de mutualiteiten aanvalt, moet ten minste de eerlijkheid hebben om dat debat expliciet te voeren. En wie solidariteit ernstig neemt, kiest er beter voor om ziekenfondsen te moderniseren, te controleren waar nodig, maar vooral ze te behouden.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*