Wie praat over competitiviteit maar zwijgt over werknemers, mist het grootste knelpunt van de Europese economie.
De industriële top in Antwerpen en de daaropvolgende informele top van regeringsleiders in Alden-Biezen leverden mooie plaatjes op. Mannen in pak, hier en daar een vrouw. Wat ontbrak: vertegenwoordiging van de tientallen miljoenen werknemers in de Europese industrie. Dat kan alleen maar verbazen. Want rara: één probleem staat al tien jaar consistent bovenaan de lijst van obstakels voor Europese bedrijven. Competitiviteit? Dure energie? Concurrentie uit China? Helemaal bovenaan prijkt het tekort aan geschoolde werknemers. Daarover geen woord bij De Wever, Merz of Meloni. In hun universum herleeft de industrie blijkbaar vanzelf – zonder werkvolk.
Werknemers zijn de ruggengraat van de Europese industrie. Onder werknemers heerst grote onzekerheid over de toekomst van hun sector. Van op de eerste lijn zien ze bedrijven wegtrekken of herstructureren. Een heropleving van de industrie kan alleen als werknemers van meet af aan worden betrokken. De sluiting van de Waalse koolmijnen zonder omscholingsplan liet de hele regio economisch verkommeren. Die fout mogen we niet opnieuw maken.
Transitie biedt betere jobs
Met een slim plan kunnen transities net heel succesvol zijn. Ze kunnen zorgen voor stabiele jobs, hogere lonen en een sterkere regionale economie. Maar dat vergt overleg. Niet alleen tussen CEO's en regeringsleiders, maar ook met werknemers en vakbonden. Alleen zo worden de kosten en baten van de transitie eerlijk verdeeld. Vakbondsmilitanten signaleren een kentering: arbeiders omarmen de duurzame transitie steeds meer als een kans op nieuwe, betere jobs. Dat is goed nieuws. Maar willen we dat draagvlak behouden, dan moet er een duidelijk plan op tafel komen. In 2022 namen de lidstaten al aanbevelingen aan om de transitie beter aan te pakken. Uit een evaluatierapport blijkt dit dode letter. Ondertussen gingen in de industrie de afgelopen decennia vele honderdduizenden jobs verloren. Zonder duidelijk beleid lukt het blijkbaar niet.
Bijscholen als arbeidsrecht
Paradoxaal genoeg staat tegenover die werkonzekerheid een nijpend tekort aan werknemers met de juiste technische, digitale of groene vaardigheden om de koolstofvrije economie vorm te geven. Volgens cijfers van de Europese Commissie zelf geven bedrijven al tien jaar lang aan dat een tekort aan werknemers met de juiste vaardigheden hun groei afremt. Het antwoord op beide uitdagingen loopt gelijk: werknemers moeten een grotere rol spelen via syndicaal overleg, én meer kansen krijgen om zich bij te scholen. Opleiding op de werkvloer zou een arbeidsrecht moeten worden. Toch blijft bijscholing in de meeste lidstaten een blinde vlek – ook voor fabrieksarbeiders en technici die steeds vaker met complexe digitale machines en software moeten werken.
Volvo Gent betrekt werknemers actief bij de overstap naar elektrische wagens
In eigen land zijn er gelukkig al goede voorbeelden. VDL Roeselare leidt technici op voor onderhoud van elektrische bussen. Het Vlaams textielfonds Cobot schoolt werknemers om voor maximale kledingrecyclage. Volvo Gent betrekt werknemers actief bij de overstap naar elektrische wagens.
Quality Jobs Act
Dat dringt ook in Brussel langzaam door. Eind dit jaar stelt de Commissie een wet op kwaliteitsvolle jobs voor: de Quality Jobs Act. Broodnodig, want tegelijk wordt onder druk van lobbyorganisaties en rechtse partijen een pak arbeids- en sociale wetgeving afgebouwd onder het mom van vereenvoudiging.
Die wet moet werknemers wiens job verandert of verdwijnt concrete rechten geven: het recht op opleiding, en het recht op informatie en consultatie, zodat je tijdig weet wat er staat te gebeuren in jouw bedrijf of sector. Zo kunnen ze mee aan het stuur zitten, in plaats van voor voldongen feiten te worden gesteld. Want de sluiting van Audi Brussel toonde het pijnlijk aan: een vijftiger die aan de band werkt, vindt niet zomaar een nieuwe job. Zeker niet als langdurige bijscholing maanden inkomensverlies betekent.
De groene economie is een nieuwe sector waarvoor nog geen collectieve arbeidsovereenkomsten bestaan
De groene economie creëert nieuwe jobs die nog nauwelijks bestonden: technici voor windmolenparken op zee of arbeiders in de circulaire economie die grondstoffen recycleren en verwerken. Die jobs zijn cruciaal voor het klimaat én voor onze onafhankelijkheid van buitenlandse grondstoffen. Maar omdat het nieuwe sectoren zijn waarvoor nog geen collectieve arbeidsovereenkomsten bestaan, blijft het voor werknemers gissen welke loon- en arbeidsvoorwaarden er gelden.
Juist daarom moet de wet op kwaliteitsvolle jobs een duidelijk plan bevatten voor nieuwe sectoren. Zodat werknemers niet voor voldongen feiten worden gesteld, maar van bij het begin worden betrokken. Wie in de groene economie van morgen werkt, verdient minstens dezelfde bescherming als wie vandaag in de traditionele industrie werkt.
Stop de race naar de bodem
Sociale wetgeving alleen lost dit niet op. Europa moet een gecoördineerd industrieel- en investeringsbeleid voeren, en de regels voor overheidsopdrachten hervormen. Want nu wint bij aanbestedingen vaak gewoon de goedkoopste. Ook als die goedkoopste betaald wordt door werknemers elders die minder verdienen of in slechtere omstandigheden werken.
Dat is niet alleen oneerlijk, het ondermijnt ook onze eigen industrie. Als overheden publiek geld uitgeven, mogen ze eisen dat dit geld ook ten goede komt aan onze eigen werknemers en gemeenschappelijke doelen. Dat is geen protectionisme, dat is gezond verstand.