Meerstemmigheid in de kunst begint pas wanneer we actief ruimte maken voor wie structureel minder plaats krijgt.
Aan het begin van de vorige beleidsperiode (2019-2024) schoof toenmalig minister van Cultuur, Jan Jambon (N-VA), meerstemmigheid als prioriteit naar voor. Kunstenpunt pikte het thema meteen op, want inderdaad: kunst biedt een uitstekend platform voor meerstemmigheid. Kunst kan gevestigde aannames en verwachtingen ter discussie stellen, ze kan alternatieven verbeelden. Het is zo een potentieel disruptieve en innovatieve kracht. Ook in de huidige beleidsperiode (2024-2029) laten we het thema niet los. Maar wat bedoelen we precies met meerstemmigheid? En welke werking ontplooien we errond?
Wat is meerstemmigheid?
Aan de basis van meerstemmigheid ligt het besef dat je eigen referentiekaders niet universeel zijn. Mensen hebben verschillende ervaringen en standpunten. Het sociale en culturele overwicht van het ene over een ander referentiekader hangt samen met onder andere numerieke overwichten, machtsverhoudingen, context en tijdsgeest.
Volwaardige meerstemmigheid vereist dan ook dat er ruimte wordt gemaakt voor minder gehoorde perspectieven, ook als die sommige mensen bevreemdend of ‘radicaal’ in de oren klinken. Ruimte voor én achter de schermen. Het meerstemmig potentieel van kunst heeft een meerstemmig georganiseerde werkcontext nodig om tot uiting te komen.
Meerstemmigheid vergt het actief betrekken van minder gehoorde stemmen
Meerstemmigheid vergt het actief betrekken van minder gehoorde stemmen. Op zijn beurt ligt hier een zo groot mogelijke diversiteit aan ten grondslag. Zowel wat afkomst betreft, als cultureel, sociaal, qua levensbeschouwing, esthetische voorkeuren, genderidentiteit, leeftijd, en meer. En om die diversiteit mogelijk te maken, zijn drempelverlagende maatregelen nodig.
Een handzaam kader om daar werk van te maken, is ‘intersectionaliteit’. Mensen situeren zich qua identiteit op verschillende ‘assen’: je bevindt je qua taalbeheersing dichter bij of verder van een cultureel dominante taal, je bent meer of minder talig, geniet meer of minder sociaal of cultureel privilege, enzovoort. De mate waarin het perspectief van mensen in een bepaalde maatschappelijke context overheerst, of net niet, hangt onder meer af van de verschillende identiteitsassen waarop ze zich bevinden, en hoe die elkaar mogelijk versterken. Een mannelijke, Nederlandstalige universiteitsprofessor van kleur heeft op die manier meer ‘dominantie’ of privilege, of er wordt meer naar hem geluisterd, dan een poetsvrouw, wat haar huidskleur of moedertaal ook moge zijn.
Dat lijkt ingewikkeld, maar eigenlijk is intersectionaliteit een handzaam kader dat een genuanceerd beeld kan bieden van culturele en sociale machtsverhoudingen – in een samenleving, en ook in het kunstenveld. En dat was het startpunt voor een meerjarig onderzoekstraject binnen Kunstenpunt rond meerstemmigheid in de kunsten.
De werking van Kunstenpunt
In 2024 lanceerden we een pilootproject: een methodiek om de diversiteit in de teams van kunstorganisaties te tellen en op termijn ook te monitoren, via bevragingen van de mensen die in of voor de organisaties werken. De bevraging was intersectioneel in elkaar gestoken: we baseerden ons op de afkomst van respondenten, hun genderidentiteit en hun eventuele handicap. Zo’n 16% van de respondenten gaf aan discriminatie te ervaren, waarvan de grootste groep omwille van genderidentiteit, gevolgd door migratieachtergrond en ten slotte handicap.
Zo’n 16% van de respondenten gaf aan discriminatie te ervaren
Onder de noemer Kroniek Publiek wisselden kunstorganisaties eigentijdse aanpakken uit voor een inclusieve publiekswerking. We publiceerden de belangrijkste bevindingen online, samengevat als bouwstenen: concrete tips voor organisaties om mee aan de slag te gaan.
Tegelijk bevroegen we ook het publiek én het niet-publiek zelf. In samenwerking met het onderzoeksbureau Indiville lanceerden we een brede burgerbevraging, die ons extra inzicht gaf in de drempels die mensen ervaren om aan kunst te doen – ondanks het bijzonder hoog maatschappelijk draagvlak voor kunst dat we konden vaststellen. Vaak genoemde drempels waren onder meer de verplaatsing die men moet maken om naar een kunstplek te reizen, de kostprijs om aan kunst te doen (inclusief onverwachte bijkomende kosten), het feit dat men op voorhand moet reserveren, dat men laat thuis komt, of dat men geen gezelschap vindt. Eenzaamheid, sociale isolementen, gezinscontexten spelen allemaal een rol.
In 2026 richten we onze blik op de sector zelf. Tien mensen schreven voor Kunstenpunt een persoonlijke analyse van mogelijke impliciete uitsluitingsmechanismen, door de bril van één of meerdere identiteitsassen waarop zij zich bevinden. De teksten geven een goede inzage in de geleefde realiteit van onder andere mensen die leven in armoede, mensen met een handicap, queer personen, mensen van kleur. We organiseerden twee intensieve denk- en uitwisselingsdagen waarin gedebatteerd werd over hun ideeën voor grotere meerstemmigheid in kunsteducatie en -curriculi, alternatieven voor kapitalistische modellen in de kunsten, herverdeelsystemen en principes van solidariteit, meer ontmoeting en uitwisseling tussen stad en platteland, en meer. De resultaten worden in de loop van dit jaar verder doorontwikkeld.
Een ‘agonistisch gesprek’
Maar dat is slechts een begin. Een grotere inclusiviteit ligt dan wel aan de basis van meerstemmigheid, ze valt er niet mee samen. Meerstemmigheid is meer dan ‘verschillende stemmen naast elkaar die elk hun deuntje zingen’. Liefst horen ze elkaar, leren ze van elkaar, volgen en ontmoeten ze elkaar in een ‘agonistisch gesprek’ (in de woorden van de Belgische politicologe Chantal Mouffe) en op basis van echte luisterbereidheid. En dat moet op veilige en verantwoordelijke wijze gebeuren.
Vertrouwen en vertrouwelijkheid staan hier voorop, niet het tegensprekelijke debat
En dus gaan we volgend jaar, in 2027, aan de slag rond geschikte methodieken en formats voor meerstemmigheid in verschillende contexten. We zijn daarin niet de eerste of de enige. Zo experimenteert men in andere sectoren al langer met safe(r) spaces, waarin op verschillende manieren wordt voorzien in extra veiligheid voor deelnemers. Vertrouwen en vertrouwelijkheid staan hier voorop, niet het tegensprekelijke debat – daarvoor zijn weer andere formats beschikbaar: het panelgesprek, het debat, enzovoort. Andere methodieken verlaten het principe van een vast panel en houden permanent één of meerdere stoelen vrij voor mensen uit het publiek die iets willen inbrengen. Vaker dan vroeger maken mensen gebruik van tolken voor Vlaamse gebarentaal, en vaker dan vroeger wordt rekening gehouden met de taalvoorkeuren van deelnemers en publiek.
Daarnaast zijn er participatieve kunstvormen – denk aan wandelingen in dialoog, tafelgesprekken in groep, het samen maken en/of programmeren van kunst – die zo zijn opgezet dat er op een veilige manier ruimte wordt gemaakt voor onenigheid en frictie. De insteek en doelstellingen van een gesprek, het al dan niet publieke of al dan niet artistieke karakter ervan, het perspectief van de verschillende deelnemers, de schaal ervan, ... het heeft allemaal impact.
Over dit alles ontwikkelen we in 2027 een dieper inzicht. Zoals steeds brengen we aan het eind van ons traject rond meerstemmigheid alle ontwikkelde kennis samen, zodat de sector er zo vlot mogelijk mee aan de slag kan.