Habermas is gestorven, de internationale vrede dood en begraven, en de mensenrechten voelen zich niet lekker.
Op 14 maart overleed de politiek filosoof Jürgen Habermas. Hij was niet enkel een monument van de Duitse Kritische Theorie, maar ook één van de belangrijkste voorvechters van de mensenrechten, de liberale democratie en een eengemaakt Europa. Lang gold hij als huisfilosoof van de Europese Unie en hét gezicht van een internationale orde gebaseerd op de morele waardigheid van elke wereldburger.
Toen Habermas in 2013 een lezing aan de universiteit van Leuven gaf, vulde hij makkelijk een zaal van 1.000 personen. Helemaal achteraan de aula zat ik echter teleurgesteld. Ik keek voor mij en zag een eerste rij vol met prominente politici en grijze eminenties uit België en Europa. Habermas' lezing werd ingeleid door Europees president Herman Van Rompuy, en de vragen kwamen achteraf van Frank Vandenbroucke en Wouter Beke. En ik dacht toen: "Wat is je maatschappijkritiek waard als je grootste fans in de Europese instellingen en de Wetstraat zitten?" Als de taak van de Kritische Theorie is om het verstomde leed van de onderdrukten te vertolken tégen de propaganda van de machthebbers, waarom waren diezelfde machthebbers dan zo enthousiast over Habermas' lezing?
Waarom waren de machthebbers in 2013 zo enthousiast over Habermas' lezing in Leuven?
Tien jaar later werd mijn wantrouwen bevestigd. Toen Israël in 2023 haar genocide in Gaza hervatte, reageerde Habermas met een statement waarin hij vooral Hamas veroordeelde voor de aanslag van 7 oktober en Duitsland aanmaande om Israël te steunen in de strijd tegen antisemitisme. "Bezorgdheid omtrent het lot van de Palestijnse bevolking" werd verbannen naar een bijzin, terwijl een hele paragraaf ging over de historische verantwoordelijkheid van de Duitsers om Israël trouw te blijven. In de geschriften van Habermas - het zogezegde geweten van Europa en de stem van de internationale mensenrechten - klonk vooral de echo van Netanyahu in plaats van de stemloze kreet om hulp van de Palestijnen.
Einde van een tijdperk
Met oorlogen over de hele wereld en mensenrechtenschendingen als dagelijkse kost vandaag klinkt de wereld van Habermas en zijn Leuvense toehoorders verder weg dan ooit. Eigenlijk stierf de Duitse filosoof helemaal op 14 maart. Het exacte tijdstip van overlijden was 20 januari 2026.
Eigenlijk stierf Habermas al op 20 januari 2026
Op die dag gaf Canadees premier Mark Carney zijn speech voor het World Economic Forum in Davos. Daar droeg Carney de internationale rechtsorde met haar mensenrechten en liberale democratie definitief ten grave en toonde hij dat de politieke leiders van dit decennium niet meer tot Habermas' publiek behoren. Hij zei dat sinds de val van de Berlijnse Muur, onder de heerschappij van de VS, een wereldorde was ontstaan die iedereen vrede en sociale rechtvaardigheid beloofde. De VN, de mensenrechtenverdragen, klimaatakkoorden en internationale vrijhandel waren verre van perfect, maar ze leken althans een gezamenlijke horizon uit te stippelen voor de hele wereldbevolking. We waren het allemaal eens over welke samenleving we onszelf als doel hadden vooropgesteld. De liberale democratie met een vrije maar gereguleerde markt en respect voor de rechten en waardigheid van elk individu vormde de utopie aan de einder waar we allemaal naar uitkeken. We gingen een zonnige toekomst tegemoet richting internationale vrede, al waren we ons bewust van de vele obstakels en mislukkingen onderweg. Van de onderhandelingstafels in de VN tot lokale ngo's in India en collegezalen in Leuven deelden we allemaal Habermas' visie van een liberale samenleving gebaseerd op democratisch zelfbestuur en individuele vrijheid.
Dat tijdperk is, aldus Carney, afgelopen. Internationale grootmachten, met de VS op kop, hebben internationale samenwerking vaarwelgezegd, en het discours van mensenrechten en multilaterale samenwerking is ingeruild voor handelstarieven, migratiebeperking, strategische autonomie en nationale soevereiniteit. In veel landen hebben de liberaal-democraten, Habermas' bewonderaars, het niet meer voor het zeggen. Zij zijn vervangen door rechts-populisten, Trumpiaanse zeloten en neofascisten voor wie autocratie en ongelijkheid expliciet het programma vormen. Mensenrechtenschendingen zijn geen teken meer van beschamend falen, maar essentiële onderdelen van het beleid die op applaus onthaald worden. Habermas is gestorven, de internationale vrede dood en begraven, en de mensenrechten voelen zich niet lekker.
Mensenrechten zijn slechts zo veel waard als de overheid die ze wil toepassen
Maar laat ons even eerlijk zijn: waren de internationale mensenrechten dan ooit levensvatbaar? In 1948 ontwierpen de VN het "Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide". Dead on arrival. In datzelfde jaar stelden Israëlische zionisten het Daletplan op waarin de etnische zuivering van Palestijnse gebieden werd gepland. Het leger vergiftigde zelfs waterleidingen om lokale inwoners te verjagen. Territoria die de VN aan de Palestijnen had toegewezen, werden veroverd en nooit meer teruggegeven. Deze gebeurtenissen maakten pijnlijk duidelijk dat mensenrechten slechts zo veel waard zijn als de overheid die ze wil toepassen. Zonder wapens om je rechten doen gelden, vormen zij een louter papieren werkelijkheid die de overheid kan toepassen als die daar zin in heeft. De Palestijnen - maar ook Libanezen, Iraniërs, Jordaniërs en Syriërs - hebben al decennia de facto geen mensenrechten meer omdat niemand de moed toont om deze tegen Israëlische raketten te verdedigen. Terwijl er voor Habermas en zijn toehoorders geen vuiltje aan de lucht was in Leuven, moesten Palestijnen vrezen voor zonnige dagen. Dan schieten de drones immers veel scherper.
Is onze situatie vandaag dan uitzichtloos?
Hebben Carney en zijn collega's de horizon van vrede en veiligheid voor onze neus weggevaagd in ruil voor een gewelddadige nieuwe wereldorde waar enkel het recht van de sterkste geldt? Zijn de mensenrechten niet meer dan valse beloftes op maat van comfortabele Westerlingen?
Sommigen van Habermas' intellectuele tegenstanders hebben dat inderdaad beweerd. Toen Habermas zalen vulde in Leuven, keek de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben naar de mishandeling van vluchtelingen in Italië en wees hij de mensenrechten af als een gevaarlijke illusie. De Kameroense historicus Achille Mbembe zag Gaza en de slachtoffers van burgeroorlogen in Afrika, en benadrukte dat niet het internationaal recht maar "necropolitiek" de wereld regeerde. Habermas had echter niet helemaal ongelijk. Mensenrechten en liberale democratie zijn zeker niet perfect, maar het is nog steeds beter ze wél te hebben dan niet. Mensenrechten voor iedereen afschaffen, verbetert immers niet het lot van de Palestijnen maar veroordeelt iedereen tot hetzelfde lot. Zonder internationale rechtsorde zijn wij niet meer dan rechtenloze onderworpenen. Kritiek op de mensenrechten is grotendeels terecht, maar we gaan ze nog missen als ze verdwenen zijn.
Habermas beschrijft mensenrechten als een politieke utopie waarvoor wij moeten strijden tégen het beleid
Habermas beschrijft daarom mensenrechten niet enkel als juridische instrumenten voor maatschappelijk beleid, maar ook als een politieke utopie waarvoor wij moeten strijden tégen het beleid. De mensenrechten komen niet uit de lucht vallen, maar zijn het product van zware en soms bittere gevechten. Zij vormen de concessies die wij opeisen voor een menswaardig leven. De mensenrechten zijn er niet om toegepast te worden door de overheid, maar om van de overheid afgedwongen te worden.
In hetzelfde Leuven waar Habermas zijn lezing gaf, stierven op 18 april 1902 zes arbeiders om het algemeen stemrecht op te eisen met een algemene staking. In Habermas' eigen woorden: "Mensenrechten zijn altijd het product geweest van verzet tegen despotisme, onderdrukking en vernedering. […] De aantrekkingskracht van de mensenrechten ligt in de woede van de vernederden tegen de schending van hun menselijke waardigheid."
De autocraten van Carneys nieuwe wereldorde zouden maar al te graag de mensenrechten afschaffen, alle zicht op vrede van de horizon vagen en ons allemaal blootstellen aan hun eenzijdig machtsvertoon. Despotisme, onderdrukking en vernedering vormen hun expliciet programma. Daarom staan de pro-Palestijnse betogers die elke dag politie en waterkanonnen trotseren dichter bij Habermas' utopie dan zijn Leuvens publiek in 2013, brave burgers die liever thuisblijven of Habermas zelf. Wie de mensenrechten echt serieus neemt, ziet die niet als dode letter om toegepast te worden wanneer het de autoriteiten schikt, maar als een strijd met verlossing aan de horizon.
Jürgen Habermas, ik mis hem nu al.