Wie geraakt wordt door lege stoelen in een klas, moet durven bouwen aan een inclusief onderwijs dat elk kind vasthoudt. Helaas wordt er op Vlaams niveau vooral afgebroken.
De Pano-reportage Niet naar school zindert na. Omdat ze zichtbaar maakt wat ouders, scholen en hulpverleners al langer voelen: steeds meer kinderen en jongeren verdwijnen stilletjes uit ons onderwijs. Kinderen met dromen, talenten en motivatie. En toch thuis. Niet omdat ze niet willen leren. Niet omdat hun ouders tekortschieten. Niet omdat scholen niet hun uiterste best doen. Maar omdat het gewoon niet meer lukt. Door emotionele onrust, door angst, door psychische kwetsbaarheid. Omdat ze vastlopen in een systeem dat nog te weinig ruimte laat voor verschil, rust en maatwerk.
Ik krijg die verhalen ook. En de laatste jaren steeds luider. "Hoe zorgen we ervoor dat kinderen niet afhaken op school?‟ Het is de vraag die ik als schepen van Onderwijs in Leuven veruit het vaakst krijg. In mijn mailbox, aan de schoolpoort, op straat. Van ouders die machteloos zijn en moe gestreden. Van leerkrachten of zorgcoördinatoren die een leerling zien wegglippen en zich daar verantwoordelijk voor voelen. Van kinderen die willen leren, maar niet passen in een systeem dat te weinig met hen meebeweegt.
Een probleem met veel gezichten
De redenen waarom jongeren thuiszitten, zijn divers. Een kind met autisme dat vastloopt in de drukte van een klas. Een jongere met ADHD die jarenlang maskeert tot het niet meer gaat. Een cognitief sterk kind dat te lang onder zijn niveau moet functioneren en stilaan dichtklapt. Kinderen met een complexe thuissituatie. Een jonge mantelzorger, bijvoorbeeld, die thuis al meer draagt dan een kind zou mogen dragen.
Thuiszitters hebben geen eenduidig gezicht. Het treft zeker niet alleen wie we verwachten. En precies daarom gaat dit ons allemaal aan. "Ik had nooit gedacht dat ik een thuisblijfmama zou zijn," zegt een moeder in de reportage. Dat ene zinnetje maakt veel duidelijk: dit kan iedereen overkomen. Ouders die alles proberen en toch vastlopen, omdat ze voltijds opvangen wat eigenlijk door een samenleving mee gedragen zou moeten worden. Scholen die willen vasthouden, maar botsen op grenzen van menskracht, expertise en draagkracht. Ik zie elke dag schoolteams die kinderen willen vasthouden, maar het niet alleen kunnen.
Ik zie elke dag schoolteams die kinderen willen vasthouden, maar het niet alleen kunnen
En intussen verdwijnen kinderen in stilte van de radar: met een ziektebriefje, een afwezigheidscode of een 'tijdelijke' oplossing die ongemerkt structureel wordt. "Ieder kind heeft recht op onderwijs," zegt Elle's mama in de reportage. "Maar in de praktijk komt het erop neer dat elk kind recht heeft op een stoel. En veel van die stoeltjes blijven leeg."
De Leuvense aanpak
Thuiszitten is dus niet het falen van één kind, één ouder of één school. Het is een alarmsignaal: voor sommige kinderen werkt ons systeem gewoon niet goed genoeg. Wat begint als een tijdelijke oplossing wordt soms een breuklijn in een schoolloopbaan. Dit is geen individueel verhaal. Dit is collectieve verantwoordelijkheid. De echte vraag is dus hoe we als samenleving een systeem organiseren dat iedereen kan vasthouden. En als de redenen tot thuiszitten divers en complex zijn, moet het antwoord dat ook zijn.
Onderwijs en welzijn werken hier niet naast elkaar, maar mét elkaar
Precies daarom kiezen we in Leuven bewust voor samenwerking. Onderwijs en welzijn werken hier niet naast elkaar, maar mét elkaar. Met het Leuvens Steunpunt tegen Schooluitval brengen we scholen, CLB's en welzijnspartners over alle netten en domeinen heen samen om sneller te signaleren, kennis te delen en samen oplossingen op maat te zoeken. Dat is behoorlijk uniek. We doen dat niet alleen in overlegstructuren, maar ook op het terrein. Met time-in- en time-outtrajecten. Met partners die jongeren opnieuw perspectief helpen geven. Met flexibele leertrajecten. Met Springstof, deeltijds onderwijs op maat voor cognitief sterke leerlingen. Met Ponton43, buitengewoon secundair onderwijs voor jongeren met gedrags- en emotionele problemen, mét uitzicht op een diploma secundair onderwijs.
En we zien beweging. Over thuiszitters hebben we geen officiële cijfers - en dat is op zich al deel van het probleem. Maar over vroegtijdige schoolverlaters wél. En we weten dat thuiszitten het risico op vroegtijdige schooluitval vergroot. In Leuven verlaat 11,9% van de jongeren het secundair zonder diploma - bijna 1 op 8. We doen net iets beter dan het Vlaamse gemiddelde en vooral stukken beter dan de andere centrumsteden. In Antwerpen verlaat 1 op 5 jongeren het secundair zonder diploma. Een ronduit alarmerend cijfer. Maar ook de Leuvense 1 op 8 is nog altijd veel te veel. Elke jongere die uitvalt, is er één te veel.
It takes a village
Net daarom bouwen we in Leuven aan een breed onderwijsbeleid met gelijke kansen als kompas. Aan een stevig vangnet rond élk kind. Zodat niemand door de mazen glipt.
Daarom zetten we onverminderd in op brugfiguren - welzijnswerkers op school die de brug slaan tussen thuis, school en samenleving. Want als een kind afhaakt, zit de oorzaak zelden alleen op school. Daarom leidden we al meer dan 100 talentencoaches op. Want wie zijn talenten kent, groeit in veerkracht. Wie zich gezien voelt in wat hij kan, haakt minder snel af.
Daarom investeren we in gezonde schoolmaaltijden, in leerrijke buitenschoolse opvang, in buddy's die leerlingen buiten school begeleiden. It takes a village to raise a child. En aan die village bouwen we in Leuven al jaren.
Maar terwijl wij lokaal bouwen aan dat sterke netwerk rond elk kind, wordt er op Vlaams niveau afgebroken. TAKO - een tijdelijk alternatief traject voor jongeren die dreigen uit te vallen - wordt afgebouwd. Het volwassenenonderwijs - de tweede kans voor wie de boot al miste - krijgt minder middelen. Brugfiguren - de broodnodige schakel tussen gezinnen, scholen en samenleving - krijgen geen structurele financiering meer. De Okan-vervolgcoaches - die net de kwetsbaarste nieuwkomers begeleiden - zien twee derde van hun opdracht verdwijnen. Dat is geen besparing. Dat is georganiseerde blindheid. Je kan niet verontwaardigd kijken naar lege stoelen in een klas, en tegelijk precies die ondersteuning afbouwen die voorkomt dat die stoelen leeg blijven.
Je kan niet verontwaardigd kijken naar lege stoelen in een klas, en tegelijk precies die ondersteuning afbouwen die voorkomt dat die stoelen leeg blijven
Wie echt wil dat minder kinderen thuis komen te zitten, moet ook schoolteams versterken, flexibele leerwegen mogelijk maken en zorg dichter bij school brengen. Meer maatwerk. Meer flexibiliteit. Meer zorg op school. Niet harder duwen, maar slimmer ondersteunen. Niet kinderen aan ouders alleen overlaten, maar de verantwoordelijkheid delen.
It takes a child
De Pano-reportage toont wat er gebeurt wanneer dat niet gebeurt. Wanneer kinderen niet op tijd gezien worden. Wanneer ouders te veel alleen moeten dragen. Wanneer scholen botsen op grenzen die ze niet alleen kunnen verleggen.
En ze draait het perspectief om: it takes a child to raise a village. Soms is het een kind dat ons wakker moet schudden. Dat ons dwingt te kijken naar lege stoelen, naar stille afwezigheden. Laten we dus naar deze kinderen luisteren. En zonder wegkijken blijven bouwen aan een inclusief onderwijs dat élk kind vasthoudt en niemand zomaar stilletjes laat verdwijnen.