Rechts heeft zijn zinnen nog niet op het theater gezet, maar dat is wellicht een kwestie van tijd.
Theater, als onderdeel van de Kunsten, is een democratische aangelegenheid. Theater wordt indirect democratisch gelegitimeerd: theater is afhankelijk van subsidies die worden toegekend volgens procedures die vastgelegd zijn in een beleid (het Kunstendecreet) dat bepaald wordt door verkozen politici. Een expertencommissie velt haar oordeel over aanvraagdossiers, maar de beslissing ligt bij de minister. Die indirecte democratische legitimering betekent dat theater, in principe, voor iedereen is. Op 27 maart bracht minister van Cultuur, Caroline Gennez (Vooruit), een visienota uit. De ondertitel van het eerste hoofdstuk daarvan luidt: 'Cultuur als universeel recht en publiek goed'.
Theater is voor iedereen. Behalve: niet voor...