Samenleving & Politiek

Flexi-jobs in de zorg: de flexibilisering die niemand vroeg

De uitbreiding van flexi-jobs naar de zorgsector wordt voorgesteld als een pragmatische oplossing voor het personeelstekort. Maar het is een vergiftigd geschenk, verpakt als vooruitgang.

Een vrouw van 83 met dementie zit aan de ontbijttafel. Ze kent de namen van haar kleinkinderen niet meer, maar ze herkent de handen die elke ochtend haar boterham smeren. Dezelfde handen, dezelfde stem, hetzelfde geduld. Morgen is die vertrouwde begeleider er niet. Overmorgen evenmin. In haar plaats komt iemand die het gebouw nog nooit heeft betreden, die niet weet dat mevrouw De Smet haar koffie altijd zonder suiker drinkt, dat ze 's ochtends tijd nodig heeft om te ontwaken, dat een verkeerde aanraking haar in paniek brengt.

Dat is geen hypothetisch scenario. Het is de realiteit die zich steeds vaker aftekent in onze woonzorgcentra, onze kinderdagverblijven, onze thuiszorgdiensten. De regering-De Wever besliste om flexi-jobs in de zomer mogelijk te maken in vrijwel alle sectoren, inclusief zorgverlenende functies. Wat in 2015 begon als een maatregel om zwartwerk in de horeca tegen te gaan, groeit uit tot een structureel arbeidsmarktinstrument dat de fundamenten van onze zorgsector en onze sociale zekerheid raakt. Het is een keuze die bewust gemaakt is, en die helder benoemd moet worden.

De ideologie achter het gemak

Flexi-jobs worden gepresenteerd als een win-win: werknemers verdienen belastingvrij bij, werkgevers krijgen goedkope en flexibele arbeidskrachten. Het gaat, zo klinkt het, om een stap naar een meer flexibele arbeidsmarkt die werk beter beloont en de competitiviteit versterkt.

Maar wie even doordenkt, ziet dat die logica op drijfzand is gebouwd. De flexi-job is geen neutraal instrument. Het is de vertaling van een specifieke visie op arbeid: werk als individuele transactie, losgekoppeld van collectieve bescherming, van continuïteit, van opbouw. Het is een systeem waarin bruto gelijk is aan netto, waarin geen werknemersbijdragen worden betaald, waarin de werkgever slechts een verlaagde patronale bijdrage van 28% betaalt. Het is, kortom, de belichaming van het idee dat sociale zekerheid een kostenpost is die moet worden geminimaliseerd, in plaats van een fundament dat moet worden versterkt.

Dit is werk als individuele transactie, losgekoppeld van collectieve bescherming, van continuïteit, van opbouw

Dat dit systeem nu wordt binnengeloodst in de zorgsector, de sector bij uitstek waar menselijke continuïteit en vertrouwen centraal staan, is geen toeval. Het past in een breder patroon van besparingslogica dat de zorg al jaren uitholt: van de knip van 30 miljoen euro in de Vlaamse ouderenzorg tot de chronische onderfinanciering van de kinderopvang. De flexi-job is niet het antwoord op de zorgcrisis. Het is het symptoom van een politiek die weigert de zorg structureel te financieren.

Geen oplossing voor de zorgcrisis

De zorgsector kampt met een structureel personeelstekort. Een overgrote meerderheid van de ziekenhuizen geeft aan activiteiten te moeten afbouwen of bedden te sluiten bij gebrek aan personeel. Woonzorgcentra voeren opnamestops in. De thuiszorg kan de vraag niet aan. Dat is een realiteit die niemand ontkent.

Maar flexi-jobs zijn geen antwoord op die realiteit. Ze zijn het equivalent van een pleister op een open breuk. Wie vandaag al voltijds of vier vijfde werkt en daarbovenop nog een flexi-job aanneemt in de zorg, doet dat niet uit luxe. Die persoon onderwerpt zichzelf aan een verlenging van de wekelijkse arbeidsduur die op termijn onhoudbaar is. De werkdruk in de reguliere job verdwijnt niet, ze wordt aangevuld met extra belasting elders. Dat is geen duurzame oplossing, dat is een recept voor burn-out.

De flexi-jobber heeft per definitie geen binding met de werking en de organisatie waar hij of zij bijspringt

Daar komt bij dat de flexi-jobber per definitie geen binding heeft met de werking en de organisatie waar hij of zij bijspringt. Het gevolg is dat de reguliere werknemers het gebrek aan kennis en ervaring moeten compenseren. In een sector waar continuïteit en kwaliteit centraal moeten staan, verhogen flexi-jobs paradoxaal genoeg de werkdruk voor het vaste personeel, in plaats van die te verlichten.

Het kernprobleem wordt niet aangepakt. De zorgcrisis is geen crisis van onwillige werknemers die niet genoeg willen werken. Het is een crisis van onderwaardering: te lage lonen, te hoge werkdruk, te weinig perspectief. Wie de zorg aantrekkelijk wil maken, investeert in betere arbeidsomstandigheden, hogere lonen en werkbare roosters. Niet in een systeem dat het precies mogelijk maakt om de structurele problemen te omzeilen.

De bezorgdheid op de werkvloer

Er klinkt een argument dat op het eerste gezicht redelijk lijkt, en dat je hoort bij leidinggevenden die dagelijks de roosters moeten samenstellen. In de zorgsector, zo luidt de redenering, zijn de subsidies te krap voor de vereiste prestaties. Deeltijdse contracten zijn onvermijdelijk om de uurroosters rond te krijgen. Voor veel medewerkers zijn de bijhorende lonen onvoldoende, waardoor een flexi-job soms nodig is om rond te komen.

En meer uren in een vast contract lost het probleem van het aantal mensen op de vloer niet op: je hebt gewoon meer 'koppen' nodig om alle diensten ingevuld te krijgen.

Het is een redenering die ook leeft bij het personeel zelf. Wie dagelijks geconfronteerd wordt met gaten in het uurrooster, met collega's die uitvallen en diensten die onbezet blijven, denkt begrijpelijkerwijs eerst aan de meest directe oplossing: iemand die kan bijspringen, snel en zonder al te veel administratie. De flexi-job lijkt dan aantrekkelijk, want hij biedt precies dat.

Maar die pragmatische reflex verdient een eerlijk antwoord. Want het probleem dat wordt beschreven is reëel, maar de conclusie die eruit wordt getrokken is verkeerd.

Als het probleem het aantal koppen is, dan moet er worden geïnvesteerd in meer vaste aanwervingen

Als subsidies te krap zijn om voltijdse contracten te financieren, dan is het probleem de subsidiëring, niet het statuut van de werknemers. Als deeltijdse medewerkers onvoldoende verdienen om rond te komen, dan is het antwoord niet om hen belastingvrij te laten bijklussen in een precair statuut, maar om de lonen structureel op te trekken. En als het probleem het aantal koppen is, dan moet er worden geïnvesteerd in meer vaste aanwervingen, niet in een systeem dat goedkope, tijdelijke krachten aantrekt die geen binding hebben met de organisatie.

Het klopt dat een uurrooster dat al vol zit geen ruimte biedt om bestaande contracten uit te breiden. Maar de flexi-job is geen antwoord op dat roosterprobleem, het is een financiële sluipweg die de structurele onderfinanciering verhult. Zolang directies en planningsverantwoordelijken gedwongen worden om met onvoldoende middelen een volwaardig zorgaanbod te realiseren, zullen ze elke beschikbare uitweg gebruiken. De verantwoordelijkheid ligt bij de overheden die de sector al decennialang te weinig middelen geven.

De echte vraag is dus niet of flexi-jobs een praktische oplossing zijn voor individuele instellingen. De vraag is of we als samenleving aanvaarden dat de zorg structureel wordt ondergesubsidieerd en dat het antwoord daarop bestaat uit precaire arbeid in plaats van degelijke financiering.

Duurzame contracten als fundament

Tegenover de logica van flexibilisering en besparingen staat een ander verhaal. Een verhaal van duurzame contracten, van vaste teams, van investeringen in mensen en in kwaliteit.

In de zorg betekent dat concreet: contracten die een leefbaar loon garanderen, zodat niemand moet bijklussen om rond te komen. Het betekent werkbare roosters die ruimte laten voor recuperatie en vorming. Het betekent voldoende personeel zodat de werkdruk draaglijk blijft en burn-out niet het eindpunt is van elk zorgtraject. Het betekent stagebegeleiding die de naam waardig is, zodat nieuwe medewerkers niet binnen het jaar weer vertrekken.

De helden van de pandemie zouden niet vergeten worden. Welnu, het tegenovergestelde is gebeurd

Na de coronacrisis klonk het applaus voor de zorg oorverdovend. Er werden beloftes gemaakt. De helden van de pandemie zouden niet vergeten worden. Welnu, het tegenovergestelde is gebeurd. De besparingen zijn doorgegaan, de structurele problemen zijn onopgelost gebleven, en nu wordt de sector opengesteld voor een arbeidsmodel dat kernwaarden van zorg als continuïteit, kwaliteit en vertrouwen, structureel ondergraaft.

Niet winst maar wel-zijn

De uitbreiding van flexi-jobs naar de zorgsector is geen technische maatregel. Het is een politieke keuze met diepgaande gevolgen voor wie zorg verleent, wie zorg ontvangt, en voor de samenleving die dat systeem moet dragen.

Die keuze verdient verzet. Niet uit corporatistisch eigenbelang, maar vanuit de overtuiging dat zorg een fundament is van onze samenleving, geen markt die moet worden geflexibiliseerd. Vanuit de overtuiging dat werknemers recht hebben op een contract dat zekerheid biedt, niet op een raamovereenkomst zonder garanties. Vanuit de overtuiging dat onze sociale zekerheid beschermd moet worden.

Maar verzet alleen volstaat niet. Er mag niet alleen achter de feiten aan worden gelopen, reagerend op besparingen, op verslechteringen, op afbraak. Wij staan niet alleen op om te reageren op wat fout loopt. Wij geven richting. Wij zeggen waar het naartoe moet.

Duurzame contracten, leefbare lonen, vaste teams die hun bewoners en patiënten kennen, is geen utopie maar een keuze

Onze campagne 'Niet winst maar wel-zijn' doet exact dat. Het brengt een helder, positief alternatief: investeer in mensen, in kwaliteit, in publieke controle. Zet maatschappelijke noden centraal, niet financiële rendementen. Het is de overtuiging dat een zorgsector die gebouwd is op duurzame contracten, op leefbare lonen, op vaste teams die hun bewoners en patiënten kennen, geen utopie is maar een keuze. Een keuze die we als samenleving kunnen en moeten maken.

De zorgcrisis lost zich niet op met meer flexibiliteit. Ze lost zich op met meer waardering, vertaald in investeringen, in vaste jobs, in een sociaal model dat niet buigt voor de marktlogica maar er een alternatief tegenover stelt. Dat is waar wij voor staan. Dat is waar deze campagne voor staat. En dat is het debat dat wij zullen blijven voeren.

Dit artikel is geschreven in het kader van de campagne Niet winst maar wel-zijn van ACOD LRB voor sterke openbare zorg- en welzijnsvoorzieningen.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*