Wat gebeurt er als we jarenlang intensief aan onszelf werken om te helen, terwijl de omstandigheden die ons pijn doen nauwelijks veranderen?
In therapie leren we veel. We begrijpen onszelf beter. We herkennen patronen, verzachten oude wonden en vinden woorden voor wat lang onuitgesproken bleef. Dat werk is waardevol. Ik zie het elke dag in de praktijk, en ik geloof er ook zelf in.
En toch knaagt er iets.
Want terwijl wij dat innerlijke werk doen, blijven de systemen die dat lijden mee vormgeven grotendeels onaangeroerd. Ze worden zelden expliciet bevraagd, en produceren ondertussen onverminderd nieuw leed. Het voelt soms alsof we blijven dweilen met de kraan open.
Veel dominante therapeutische modellen vertrekken vanuit een westerse en individualistisch kader. De focus ligt op het innerlijke leven, terwijl de bredere context - kapitalisme, patriarchaat, racisme, kolonialisme - eerder als achtergrond wordt gezien dan als medeoorzaak. Dat beïnvloedt de vragen die we stellen in therapie. Waarom cijfer ik mezelf weg? Waarom kan ik geen grenzen stellen? Waarom saboteer ik mezelf?
De antwoorden verwijzen vaak naar onze jeugd, onze hechtingsgeschiedenis of opvoeding. En dat kan kloppen. Maar het blijft vaak onvolledig.
Wat zelden expliciet wordt benoemd, is dat veel van deze patronen ook gevormd worden door de wereld waarin we leven
Wat zelden expliciet wordt benoemd, is dat veel van deze patronen ook gevormd worden door de wereld waarin we leven. Ik leerde mijn 'nee' te negeren omdat ik als vrouw ben gesocialiseerd binnen een patriarchaal systeem. Ik leerde mezelf kleiner te maken omdat ruimte innemen risico's met zich meebrengt. Ik leerde voortdurend het comfort van anderen te monitoren omdat mijn veiligheid daarvan afhing.
Wat als dit geen louter persoonlijke kwesties zijn, maar ook politieke realiteiten?
Wanneer structurele ongelijkheden - zoals racisme, armoede, gender of klasse - buiten het therapeutische gesprek blijven, ontstaat er een verschuiving die niet onschuldig is. Onderdrukking wordt herleid tot een individueel probleem. Overlevingsstrategieën krijgen het label 'disfunctioneel'. Cliënten leren zich aanpassen, eerder dan kritisch bewust te worden. Therapie kan mensen zelfs leren verdragen wat nooit verdragen zou mogen worden.
Die paradox zie je overal. Je kunt werken aan je relatie met geld en toch structureel uitgebuit worden. Je kunt lichaamsacceptatie ontwikkelen en toch leven in een cultuur die systematisch profiteert van objectivering. Je kunt je angst reguleren en toch voortdurend met reële dreiging geconfronteerd worden.
Zelfs binnen trauma-geïnformeerde kaders worden reacties vaak behandeld als individuele problemen die opgelost moeten worden, eerder dan als begrijpelijke reacties op schadelijke omstandigheden. Zo wordt collectieve schade geïndividualiseerd en structureel geweld geïnternaliseerd.
Dat is geen toeval. Wanneer depressie wordt gereduceerd tot een serotoninetekort, verdwijnt de noodzaak tot maatschappelijke verandering naar de achtergrond. Wanneer angst wordt gezien als stoornis in plaats van een gezonde reactie op reële dreiging, verschuift de focus van actie naar zelfregulatie.
Zo kan therapie mensen dermate intens met zichzelf bezig houden, dat er weinig ruimte overblijft voor verbinding, organisatie of verzet.
En toch hoeft dat niet zo te zijn.
Therapie kan ook een vorm van weerstand zijn. Wanneer heling ertoe leidt dat iemand stopt met meewerken aan diens eigen onderdrukking, wordt dat proces onvermijdelijk politiek. Wanneer symptomen worden herkend als betekenisvolle signalen in plaats van persoonlijke tekortkomingen, ontstaat er ruimte voor bewustzijn.
Maar het veranderen van je relatie tot onderdrukking is niet hetzelfde als het beëindigen ervan.
Dus dringt zich een andere vraag op: waarom helen we, en waarvan? Vergroot therapie onze capaciteit om weerstand te bieden, of helpt het ons vooral te verdragen wat eigenlijk onverdraaglijk is? Werken we aan onszelf om te overleven binnen bestaande structuren, of om ze te bevragen en te veranderen?
Waarom worden we aangemoedigd onze 'triggers' te reguleren, maar zelden om te onderzoeken hoeveel mensen door dezelfde omstandigheden geraakt worden? En waarom zouden we onze draagkracht blijven vergroten, zonder te bevragen waarom er zoveel te verdragen valt?
Therapie die mensen helpt onrecht te verdragen, riskeert een verlengstuk te worden van de systemen die dat onrecht produceren
Therapie die mensen helpt onrecht te verdragen, riskeert een verlengstuk te worden van de systemen die dat onrecht produceren. Therapie die mensen ondersteunt om geweld niet langer naar binnen te keren - bijvoorbeeld door woede te erkennen als informatie - kan net ontwrichtend werken.
Voor zorgverleners, inclusief mijzelf, brengt dit een ongemakkelijke maar noodzakelijke reflectie met zich mee. Velen van ons kozen dit werk vanuit een oprechte wens om bij te dragen aan een betere wereld. Maar goede intenties zijn niet genoeg. De vraag is niet alleen óf we helpen, maar hoe we helpen en met welk effect.
Vergroot ons werk het collectieve welzijn, of ondersteunt het vooral individuele aanpassing? Bevordert het bewustzijn en handelingsvermogen, of neutraliseert het terechte reacties door ze te medicaliseren of pathologiseren?
Zonder die reflectie dreigt therapie een stabiliserende kracht te worden voor systemen die zelf trauma blijven produceren. We verzachten pijn zonder de bron te benoemen. We verminderen symptomen terwijl de omstandigheden intact blijven.
Een rechtvaardige en dekoloniale psychotherapie vraagt daarom meer. Ze vraagt om politieke bewustwording, structurele analyse en de bereidheid om onze eigen positie binnen machtsstructuren onder ogen te zien. Niet om schuld toe te wijzen, maar om verantwoordelijkheid te nemen.
Als we ernstig werk willen maken van rechtvaardige zorg, moeten we durven vragen: helpt ons werk mensen om lijden draaglijker te maken, of versterkt het hun vermogen om geweld van binnenuit te stoppen en iets anders te creëren dan alleen overleven?
Ik pleit niet tegen therapie. Integendeel
Ik pleit niet tegen therapie. Integendeel. Als therapie je helpt, blijf er gebruik van maken. Ik pleit wel voor een bredere blik. Voor het expliciet benoemen van wie profiteert van systemen die trauma voortbrengen. En voor het weigeren van kaders die ons blijven uitnodigen om ons aan te passen aan wat ons schaadt.
Heling bestaat niet in een vacuüm. En ze hoeft niet los te staan van collectieve bevrijding.
Brenda Anyango is één van de jonge talenten van Nieuw Geluid, een talentontwikkelingstraject voor nieuwe stemmen, georganiseerd door deBuren, een Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat. Dit stuk is op eigen naam en onafhankelijk van deBuren.