Samenleving & Politiek
COLUMN

Wat het armoedebat ons leert over de centenindex

Sociaal beleid werkt politiek en sociaal het best wanneer het universeel is, niet wanneer het enkel op de armsten gericht is. Een shift naar een 'selectieve' index dreigt het draagvlak te ondergraven.

Wij leven in het tijdperk van dé mening. Opiniestukken tieren welig, de meeste verdwijnen al even vlug uit het gezichtsveld als ze opduiken, een beetje zoals je Instagramfeed. Wat professor Ive Marx eind 2022 neerpende, bleef me evenwel bij.

In zijn column, 'De triomf van de federale regering waar niemand over spreekt', belichtte Marx de armoedesuccessen van de regering-De Croo. Volgens officiële cijfers van Statbel daalde het inkomensarmoederisico de vorige zes jaar van 14,8 naar 10,9%. De Vivaldi-regering tilde zo maar liefst 400.000 Belgen uit de armoede, een spectaculaire realisatie. In een vorig leven aan het Centrum voor Sociaal Beleid becijferde ik die cijfers zelf. Ik herinner me nog levendig de verbazing over hoe persistent ze waren. Jarenlang leken stabiele armoedecijfers een certitude, een systeemkenmerk. De recente daling is dan ook groot nieuws, de oorzaak aanwijzen geen hersenkraker. De regering-De Croo trok verschillende sociale minima fors op: minimumpensioen plus 15%, inkomensgarantie voor ouderen plus 12%, leefloon plus 13% en zelfs de minima in de werkloosheid genoten een verhoging met 7%. Dat was deels het gevolg van expliciete politieke beslissingen, deels van de welvaartsenveloppe, telkens boven op de indexeringen.

Onder de regering-De Croo daalde het inkomensarmoederisico van 14,8 naar 10,9%

Anno 2026 valt het nog meer op dan eind 2022. Politiek claimt niemand die dalende armoedecijfers. PS pakte wel uit met de verhoging van het minimumpensioen, maar over de andere minima bleef het oorverdovend stil. Voor de bijstandsuitkeringen leek het zelfs alsof bepaalde politici de verhoging het liefst zo geruisloos mogelijk lieten passeren. Voormalig premier Alexander De Croo merkte in Het Conclaaf uit 2024 wel gevat op dat de armoede onder zijn regering was gedaald, maar pakte nooit echt met die krachttoer uit.

De toenmalige reactie van N-VA, en het beleid van de regering-De Wever vandaag, spreekt boekdelen. Net nu onderzoekers steevast de link leggen met hogere sociale minima, bouwt Arizona die net af. Door het leeghalen van de welvaartsenveloppe in deze legislatuur dreigt de vooruitgang van de vorige regering te worden weggevaagd. Sociale minima, waaronder het minimumpensioen, ondergaan door het schrappen van de welvaartsverhogingen het equivalent van drie indexsprongen. Om nog maar te zwijgen over de armoede-impact van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd en de net gestemde pensioenwet. Als klap op vuurpijl trekt premier Bart De Wever zelfs de wetenschap in vraag. "Geloof je echt dat de armoede is gedaald door Vivaldi?," verklaarde hij laconiek in het parlement.

Het brengt me naadloos tot een cynische vaststelling: armoede lijkt een politiek non-issue. Wie het beste voorheeft met de 'verworpenen der aarde', zet nochtans best in op brede sociale bescherming, niet op armoedebestrijding as such. De Zweedse sociologen Walter Korpi en Joakim Palme kwamen bijna 30 jaar geleden al tot die conclusie. Hun iconische artikel uit 1998, 'The Paradox of Redistribution', werd bijna 4.000 keer geciteerd in andere academische papers. Het was een instant hit en groeide uit tot een sociologische evergreen. Hun stelling: sociaal beleid expliciet gericht op armoedebestrijding, zorgt voor het omgekeerde van wat het beoogt. Een te exclusieve focus op de armsten zet - door het gebrek aan politiek draagvlak - sociale budgetten onder druk en zorgt ervoor dat de middenklasse in de privé alternatieven zoekt, met een grotere ongelijkheid tot gevolg.

Een te exclusieve focus op de armsten zet sociale budgetten onder druk

Effectief sociaal beleid omvat dus maatregelen die in essentie universeel zijn, maar de facto het verschil maken voor de armsten.

Neem de gezinsbijslagen, in Vlaanderen sinds enkele jaren gerebrand als 'Groeipakket'. Het forfaitaire basisbedrag van 185 euro per maand per kind betekent naar verhouding meer voor de laagste inkomens. Het is een toonvoorbeeld van universeel beleid dat de armoedecijfers terugdringt. Voor de volledigheid, sommige sociologen brengen nuances aan bij de universaliteitsthese van eind jaren 1990, aangezien de sterkste besparingen gebeurden in de universele welvaartsstaten van Scandinavië. Politiek blijft de boodschap evenwel glashelder: sociaal beleid verliest de middenklasse best niet uit het oog.

Even tijd voor reflectie. Ken je een ander prototype van universeel sociaal beleid uit de Belgische context? Een systeem dat tijdens de voorbije energiecrisis nog als exportproduct werd gepromoot? Juist, onze automatische indexering.

België is één van de weinige OESO-landen waar zowat alle inkomens, ook pensioenen en uitkeringen, automatisch mee-evolueren met de levensduurte. De voorbije decennia bleek die universaliteit de ultieme politieke levensverzekering. Ondanks alle kritieken op de index sinds eind de jaren 1970 beperkten opeenvolgende regeringen zich tot gerichte aanpassingen - vaak onder de radar - of opteerden ze voor een volledige indexsprong. Nooit raakten ze aan haar universele fundamenten. Dat hoeft niet te verbazen. Ook voor de Belgische middenklasse is de index van levensbelang. Ze biedt onder meer de zekerheid dat toekomstige woonaflossingen behapbaar blijven.

De centenindex is de grootste paradigmashift in ons sociaal beleid sinds 40 jaar

Met de goedkeuring van de zogenaamde centenindex eind mei kwam daar verandering in. Het is een paradigmashift van universele naar selectieve prijscompensatie. Enkel voltijders tot 4.000 bruto en halftijdsen en gepensioneerden tot 2.000 bruto verdienen in 2026 en 2028 nog een volledige index. Het is de grootste paradigmashift in ons sociaal beleid sinds 40 jaar. Twee oude Zweedse sociologen waarschuwen ons dat het politiek draagvlak wel eens zou kunnen afbrokkelen. De middenklasse dreigt af te haken en hogere inkomens dreigen hun individuele index te onderhandelen. En hoe lang zal het duren vooraleer de (centen)index voor werklozen ter discussie staat? Weinig verbazend verwierpen in De Stemming van de VRT en De Standaard maar liefst drie op vier Belgen de centenindex.

Armoede is een politieke wees, weinig politici omarmen het met volle liefde. Wie politieke zieltjes wil winnen, zet best in op brede sociale bescherming met oog voor de middenklasse. Dat is weliswaar duurder, maar wel politiek duurzamer. Het leert ons een centrale les over de centenindex. Een vrije hertaling van een oude sociologische wijsheid: 'een index voor de armen, wordt een arme index'.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*