Abonneer Log in

De tirannie van verdienste

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 10 (december), pagina 68 tot 71

Het boek van Michael J. Sandel is vaak ongemakkelijke literatuur voor een gediplomeerde middenklasser.

De tirannie van verdienste

Michael J. Sandel
Ten Have, Utrecht, 2020

Michael J. Sandel is een prof politieke filosofie aan Harvard University. In zijn nieuwste boek haalt hij flink uit naar iedereen die studeren aan een Ivy League universiteit als de hoogste waardering van iemands intellectuele prestaties beschouwt en als de beste bescherming tegen een maatschappelijke val voor jongeren die veilig verschanst hopen te blijven in de comfortabele klassen. Omdat hoe je er binnengeraakt en hoe je er een diploma behaalt, niet louter afhangt van je verstandelijke mogelijkheden maar meer van je vermogen en je netwerk (of vooral dat van je ouders). Nu is dat niet louter Amerikaans. Ik woon niet ver van een repetitorenbureau waar keurige knapen met hun eigen SUV en in designerjeans een diploma komen kopen.

Men kan vermoeden dat de lezers van Samenleving & Politiek ooit wel een diploma hoger onderwijs haalden, al is dat meteen het soort vooroordelen waar Sandel het over heeft. Net zoals hoger opgeleiden er maar meteen van uitgaan dat wie geen diploma heeft, weinig te zoeken heeft in het politiek debat en eigenlijk enkel goed is voor manueel werk.

Als Europese, goed opgeleide middenklasser is het verbijsterend dat na vier jaar nog steeds de helft van de Amerikaanse kiezers het best met Donald Trump kan vinden. Sandel onderbouwt een deel van de ondertussen gekende verklaring hoe de laaggeschoolde blanke kiezers zich afkeerden van de Democraten. Ik schrok er zelf wel van dat een paar bevriende hooggeschoolde welverdieners ook flink mee waren met het verzet tegen het socialisme dat Biden in de VS gaat invoeren. Dan toch liever Trump louter als fake verdediger van de deplorables. Sandel trekt het debat zelf open: 'Maar al net zo verontrustend is het feit dat de gevestigde partijen en politici maar heel weinig lijken te begrijpen van de onvrede die overal ter wereld de politiek doet gisten en kolken'.

De essentie van dit boek is hoe de tirannie van verdienste als een cluster van attitudes de meritocratie tot een giftig brouwsel hebben gemaakt. Ik geef kort de drie voornaamste stellingen uit het boek:

  • Het uitentreuren herhalen van de boodschap dat we verantwoordelijk zijn voor ons eigen lot en krijgen wat ons toekomt, leidt tot een erosie van de solidariteit en is zeer ontmoedigend voor mensen die de mondialisering niet hebben kunnen bijbenen.
  • Nadrukkelijk verklaren dat een diploma hoger onderwijs de belangrijkste route is naar een respectabele baan en een fatsoenlijk leven, ondermijnt de waardigheid van arbeid.
  • Nadrukkelijk verklaren dat maatschappelijke en politieke problemen best aan hoogopgeleide experts kunnen worden overgelaten, is een vorm van technocratie die de democratie corrumpeert. (Die laatste stelling schuurt dit jaar wel flink met de rol van de virologen tijdens de coronacrisis. Ik ben niet geneigd een doktersadvies te onderwerpen aan een referendum.)

Anderzijds heeft Sandel wel een flink punt dat wanneer de rijkste 1% meer geld binnenhaalt dan de helft van de bevolking met de laagste inkomens de mededeling dat je het met hard werken ver kan brengen hol klinkt. Vooral omdat die 1% en gans de bovenlaag zich flink afschermt middels een zeer zwak gedemocratiseerd onderwijs. De sociale mobiliteit in het Vlaams onderwijs is beschamend. En die meritocratie beheerst ook de politiek. Sandel: 'Het hoogopgeleide profiel van de hedendaagse parlementen lijkt sterk op het beeld aan het einde van de 19e eeuw toen het aantal kiesgerechtigden sterk werd ingeperkt door het censuskiesrecht'. Wat David Van Reybrouck in Pleidooi voor Populisme (2008) ook al berekende voor de Belgische parlementen.

Sandel citeert Piketty die aantoonde dat hoogopgeleide mensen tegenwoordig eerder op centrumlinkse partijen stemmen en mensen met minder opleiding op rechtse. In de eerste twintig jaar van deze eeuw zijn de linkse partijen de steun van kiezers zonder universitaire opleiding kwijtgeraakt. De transformatie van de linkse partijen van arbeiderspartijen tot partijen van intellectuele en professionele elites vormt een verklaring dat deze partijen niet hebben gereageerd op de stijgende ongelijkheid van de afgelopen decennia. Ze hebben ook nog weinig contacten met de verworpenen der aarde. Zij zijn herleid tot statistieken, bruikbaar in communicatie.

Een kerngedachte van het boek is dat door iedereen te laten geloven dat als je maar hard genoeg werkt je ook flink vooruit kan, een enorme impact heeft op hoe mensen zichzelf én de samenleving ervaren. Sandel: Wie in een feodale samenleving als lijfeigene werd geboren had een zwaar leven, maar werd in elk geval niet bezwaard door het idee dat hij zelf verantwoordelijk was voor zijn ondergeschikte positie. En hij geloofde niet dat de heer voor wie hij moest werken zijn positie had verkregen omdat hij zogezegd vaardiger en vindingrijker was dan hij.

Sinds de middeleeuwen hebben de professionele klassen geleerd hoe ze hun voorrechten kunnen doorgeven aan hun kinderen en zo de meritocratie kunnen omzetten in een erfelijke aristocratie. Ook in tijden van corona leerden we nog eens dat kinderen van gestudeerde ouders het thuisleren beter aankonden dan deze die de ene laptop in huis moesten delen met broertjes en zusjes en hun ouders nauwelijks wisten wat rationale getallen zijn.

Een mooie metafoor om de bedenkelijke gelijkstelling tussen veel verdienen en maatschappelijk waardevol te duiden, haalt de auteur uit Breaking Bad. In die serie kan een scheikundeleraar fortuinen verdienen door Crystal meth te distilleren, terwijl men zou kunnen denken dat hij als leraar een betere bijdrage levert aan de samenleving. Wie kan rekenen, kan al langer meer verdienen als vermogensbeheerder dan als leraar wiskunde. En tijdens de coronacrisis leerden we dat we nochtans meer behoefte hadden aan die slecht betaalde mensen in de zorg dan aan al die dure lobbyisten.

Sandel kan zich al een stuk meer verzoenen met John Rawls Theory of Justice die hij samenvat als: 'Als ik werkelijk geloof dat mijn succes een kwestie van geluk is en dat het niet door mijn eigen toedoen tot stand is gekomen, zal ik me waarschijnlijk meer geroepen voelen om dit geluk met anderen te delen'. Maar hij voegt er meteen aan toe dat dit sentiment nauwelijks voorhanden is. (Terzijde, de vertaler van het boek worstelt wat met de vertaling van het Amerikaanse begrip 'liberal' naar het Europese 'liberalen').

Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot in de jaren 1970 was het nog mogelijk voor mensen zonder universitair diploma om een goede baan te vinden, een gezin te onderhouden en als lid van de middenklasse een aangenaam leven te leiden. Vandaag is dat een stuk moeilijker. Ook hier. In de jaren 1960 kon een arbeider een huisje bouwen, z'n kinderen laten studeren en met de auto een paar weken op vakantie gaan. Daar kom je als eenverdiener niet meer aan. Om nog niet te spreken hoe je tegenwoordig nog een huis kan kopen of huren. In de laatste decennia nam de productiviteit toe, maar de arbeiders kregen een steeds kleiner deel van de waarde die ze produceerden, terwijl de directeurs en aandeelhouders een steeds groter deel opstreken. Aan het einde van de jaren 1970 verdienden de CEO's van grote bedrijven 30 keer zoveel als de gemiddelde arbeider, in 2014 was dat al 300 keer zoveel. Hoewel het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking sinds 1979 met 85% is gestegen, is het reële inkomen van een witte man zonder universitair diploma nu lager dan destijds. Het aantal mensen met een diploma is sinds de jaren 1960 natuurlijk enorm gestegen.

Het respect voor de werkmens is er ook niet op verbeterd. In televisieseries worden vaders met fabrieksbanen afgebeeld als incapabel en dom, ze zijn het mikpunt van grappen. Sandel geeft Archie Bunker en Homer Simpson als voorbeeld, zowat onze Jomme Dockx. Maar ook in de lockdown was er meer aandacht voor wie een trampoline in de tuin had dan voor wie al die weken moest uitzweten op zijn flatje zonder terras. Druppelsgewijs draagt dat bij tot het gevoel van onvrede bij wie zich uitgesloten voelt.

Sandel pleit voor een verschuiving van een beleid dat enkel maar bbp wil maximaliseren naar één dat inkomen en vermogen eerlijk verdeelt. Bedrijven en individuen die aan de mondialisering verdienen, worden belast om het sociale netwerk te versterken voor wie zijn werk naar het buitenland zag verdwijnen. Een beleid dat mensen niet louter als consumenten beschouwt (die producten zo goedkoop mogelijk willen, desnoods uit lageloonlanden) maar ook als producenten in een bevredigende job die goed betaalt. In het boek wordt een voorstel uit verrassend Republikeinse hoek besproken dat in de richting van die visie gaat.

Het boek is vaak ongemakkelijke literatuur voor een gediplomeerde middenklasser. Het haalt immers onderuit wat we al van in de lagere school ingelepeld krijgen, namelijk dat we hard ons best moeten doen om te slagen. Maar zijn stevig onderbouwde analyse levert veel stof tot nadenken. En ligt in de lijn met wat Marc Le Bruyn hier in het septembernummer schreef over het boek van Louis Van Dievel, De dokter is uw kameraad niet (2020). Sandels kritiek op de 'tirannie van verdienste' is geen programma hoe het dan wél moet. Wel scherpt het uw bewustzijn aan dat hoe het vandaag gaat niet goed is voor de mensen, en zelfs niet voor de economie. Tenzij die er echt maar louter toe dient alle welvaart ter wereld naar de 1% toe te spelen.

Geert Mareels

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 10 (december), pagina 68 tot 71