Abonneer Log in

Open grenzen? / Het opengrenzenmanifest

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 80 tot 83

Voor wie zijn intellectuele grenzen wil verleggen in de tijdsduur van een gemiddeld kappersbezoek, zijn deze twee prikkelende boekjes over open grenzen verschenen.

Open grenzen?

Stijn Bruers
Academia Press, Gent, 2020

Het opengrenzenmanifest

Naima Charkaoui
EPO, Berchem, 2021

Voor wie zijn intellectuele grenzen wil verleggen in de tijdsduur van een gemiddeld kappersbezoek, zijn onlangs twee prikkelende boekjes verschenen. Zowel Open Grenzen? van Stijn Bruers als Het opengrenzenmanifest van Naima Charkaoui hekelen de 'mondiale apartheid' en pleiten onomwonden voor open grenzen. Ze willen nationale grenzen niet per se afschaffen maar ze streven wel naar een wereld waar vrije mobiliteit de norm is. Wie dit leest met een open geest en progressief hart kan alleen maar besluiten: dit lijkt misschien utopisch, maar het zou wel een streefdoel moeten zijn.

Het betoog van beide auteurs vertoont parallellen maar verschilt ook in stijl en argumenten. Stijn Bruers' analyse stoelt op twee pijlers: economie en ethiek. Vanuit economisch oogpunt zijn open grenzen een win-win voor iedereen. Ook voor laaggeschoolde arbeiders in 'ontvangende landen', ook al is dit pas op termijn en gaat dit idealiter gepaard met herverdelende maatregelen. Dat moet lukken, want de taart wordt groter, namelijk een verdubbeling van het wereldbbp. Migratierestricties zijn volgens hem 'vergelijkbaar met het tegenhouden van sollicitanten aan bedrijfspoorten of van klanten aan winkeldeuren'. Ethisch gezien valt er al helemaal geen argument te bedenken tegen de ongewenste willekeur van grenzen (behalve dan voor criminelen die we naar een eiland kunnen verbannen). De glasheldere logica waarmee Bruers ons overtuigde om veganist te worden (Weet wie je eet, Pelckmans, 2015), staat dit keer ten dienste van een pleidooi voor open grenzen waar opnieuw nauwelijks een speld tussen te krijgen is.

Ook Naima Charkaoui benadrukt de onrechtvaardigheid van 'dodelijke, gesloten grenzen'. De rationele argumentatie van Bruers wordt hier aangevuld met meer concrete feiten over het lot van mensen op zoek naar een beter leven. Ze vermeldt ook even de economische voordelen en de nood aan een progressief sociaal beleid. Maar in dezelfde radicale én empathische stijl als haar boek Racisme. Over wonden en veerkracht (EPO, 2019) legt dit manifest vooral drie inconsistenties bloot: (1) wij mogen reizen voor ons plezier, maar zogenaamde 'gelukzoekers' niet, (2) geld en goederen bewegen globaal, maar de meeste mensen niet, en (3) wie hier wél geraakt botst op talloze vormen van discriminatie en 'papieren grenzen'.

Qua stijl lopen beide boekjes behoorlijk uiteen. Charkaoui begint met een persoonlijke toets, namelijk de jeugdige drang van haarzelf en een andere vriendin met 'dubbele roots' om de wereld te verkennen door bezoekjes aan de luchthaven van Zaventem. Gaandeweg evolueert de tekst naar een indignez-vous over de wereldwijde gated community waarin we leven en de wantoestanden van ons grensbeleid. Dit krachtige betoog eindigt met een zinnetje dat ongemakkelijk blijft nazinderen: 'We zullen nooit kunnen beweren dat we het niet wisten.' Bruers daarentegen houdt vast aan inzichten uit de economische en moraalfilosofische wetenschapsgebieden, zonder emotionele verwijzingen naar bijvoorbeeld het vluchtelingenkamp van Moria of de dood aangespoelde jongen Alan Kurdi. De meest passionele passage betreft de ingenieusiteit van econometrische ingrepen, maar voor het overige krijgen we een nuchtere analyse. Dit conform de filosofie van het 'effectief altruïsme' dat Bruers in Vlaanderen promoot (Beter Worden in Goed Doen, Lannoo, 2018) – vrijere migratie is inderdaad 'de effectiefste maatregel om extreme armoede uit te roeien en mondiale economische welvaart te bevorderen'.

Bruers promoot in Vlaanderen de filosofie van het 'effectief altruïsme'.

Naarmate de lectuur vordert ontwaren we achter dit stijlverschil ook inhoudelijke divergenties. Dat blijkt vooral wanneer de auteurs peilen naar oorzaken en oplossingen. Bruers' laatste hoofdstuk behandelt denkfouten over migratie. Welvaart gaat niet ten koste van onszelf (de 'nulsomdenkfout'), terroristische aanslagen zijn extreem onwaarschijnlijk ('irrationele angst'), problemen zijn even erg zijn als ze zich elders voordoen ('locatiedenkfout'), en de nadelen van immigratie zijn overroepen ('overschattingsdenkfout'). Wat vooral blijft hangen bij de lezer is dat we slimmer moeten worden om deze denkfouten te doorzien. Eén van de weinige concrete beleidssuggesties is inderdaad beter en langer onderwijs om vooroordelen te bestrijden. Nochtans bleek uit Bruers' analyse al dat laaggeschoolde arbeiders het minst baat hebben bij open grenzen en misschien verliezen ze er zelfs bij. Als dit niet gepaard gaat met herverdelende maatregelen, waar Bruers' zijn voorkeur wel naar uitgaat maar toch minder uitgesproken want dit is een 'politieke keuze', is de argwaan van laaggeschoolden tegenover immigratie dan niet net zéér rationeel en legitiem?

Charkaoui wijst ook wel op de 'cognitieve dissonantie' die ervoor zorgt dat zelfs meevoelende mensen, en dat zijn volgens haar de meeste mensen, gesloten grenzen kunnen rationaliseren. Ze laakt onze dubbelzinnigheid en mobiliteitsgulzigheid. Maar de kern van haar pleidooi overstijgt individuele factoren om systemische oorzaken te benadrukken. De auteur wijst op een soort metadenkfout in de vorm van 'diepgewortelde racistische denkbeelden'. Deze maken deel uit van een 'breder systeem' van ontmenselijking dat teruggaat tot de slavernij en kolonisatie. Oplossingen zijn dan ook mondiaal én dekoloniaal – een veelbelovende piste die ze jammer genoeg weinig uitwerkt. Onrechtvaardige fiscale regimes, handelsregels en de klimaatcrisis passeren weliswaar de revue, maar hoe dat alles zich verhoudt tot het migratiedebat blijft vaag. Wat een mondiale en dekoloniale aanpak precies inhoudt kan de auteur als beleidshoofd van 11.11.11. hopelijk verder uitdenken?

Ook Bruers heeft het over racisme, naast nationalisme, etnocentrisme en speciëcisme (dit laatste is discriminatie van mensen tegenover andere dieren). Maar voor hem zijn dat kennelijk individuele denkfouten, geen uitingen van structureel racisme en neokolonialisme. De auteur minimaliseert trouwens de impact van kolonisatie op de huidige welvaart van landen in het Globale Zuiden en schaart zich achter de wetenschappelijke consensus in de mainstream ontwikkelingseconomie dat 'instituties' in ontwikkelingslanden de kern zijn van het probleem. Belangrijk hierbij is dat hij kolonisatie eng definieert: de vroegere onderwerping van landen aan koloniaal gezag. Terwijl Charkaoui een meer holistische visie aanhoudt waarbij kolonisatie mentale en economische patronen van ongelijkheid omvat die blijven doorwerken binnen en tussen samenlevingen.

Dit suggereert meer radicale verschillen in het onderliggende wereldbeeld van beide auteurs, die nochtans gelijkaardige ethische argumenten en eindconclusies delen. Het verhaal van Bruers zit ingebakken in een rationalistische analyse van individuele en maatschappelijke vooruitgang dankzij de wetenschap, zoals Maarten Boudry (naar wie hij verwijst) het mooi neerpende in Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat (Polis, 2019). Het kapitalistische systeem is op zich geen probleem: dat het bruto-wereldproduct bij vrije migratie zou verdubbelen is hét argument, maar we missen hier reflecties over de klimaatimpact van onze groeiobsessie. De analyse van Charkaoui sympathiseert met meer radicale visies op ongelijkheid en kolonisatie, zoals Olivia Rutazibwa (naar wie ze verwijst) het treffend verwoordt in onder meer de Zwijgen is geen optie-podcast. Haar manifest vermeldt ook herhaaldelijk de onrechtvaardigheid van de mondiale klimaatcrisis, die wij verder aanwakkeren met onze eigen mobiliteitshonger.

Ook wanneer de auteurs verwijzen naar het politieke links-rechts debat, lijken hun visies uiteen te lopen. Als filosoof, natuurwetenschapper en sinds kort ook economist is Bruers van vele markten thuis, maar hij schrijft weinig over de politieke dimensie. Terloops vermeldt hij wel dat het 'vooral politieke rechtsgezinde mensen' zijn die vasthouden aan gesloten grenzen. Charkaoui kijkt vooral naar de andere kant van het politieke spectrum. Ze klaagt aan dat de linkerzijde krampachtig blijft herhalen dat 'we niet voor open grenzen zijn'. Illustratief voor het 'taboe' op open grenzen, aldus de auteur, is dat zelfs het #BETERnacorona-initiatief, waaraan ook SamPol meewerkte, niet spreekt over migratie en mobiliteit. Zoals wijlen Jan Blommaert al in de jaren 1990 aantoonde, loopt de zogenaamde linkerzijde het radicaal rechtse discours achterna. Lang voor Theo Francken en Maggie De Block hadden Johan Vande Lanotte, Louis Tobback en Pascal Smet zich al geprofileerd op een 'flinks' migratiebeleid.

Charkaoui klaagt aan dat de linkerzijde krampachtig blijft herhalen dat 'we niet voor open grenzen zijn'.

Er is (gelukkig) nog wel wat voor meer analyse. Op het einde somt Bruers alle voordelen van open grenzen op, inclusief zaken als 'ecologische duurzaamheid' en 'vrede' waarvoor het boek weinig bewijs aanlevert (een voorbeeld van confirmation bias?). En wanneer Charkaoui stelt dat we de 'onderliggende oorzaken' van migratie moeten aanpakken, erkent ze ook de moeilijke 'paradox' dat migratie op korte termijn toeneemt wanneer leefomstandigheden in lage inkomenslanden verbeteren. Ook gaan beide auteurs niet in op de mogelijke politiek-democratische legitimiteit van gesloten grenzen en onderliggende verklaringen voor de populariteit van radicaal rechts.

Dat ze deze vragen niet voorop stellen, is tegelijk de sterkte van beide boeken. Het is bovenal de verdienste van de auteurs dat ze de grenzen van het debat radicaal verleggen. Ze leggen niet alleen de pijnlijke irrationaliteiten en inconsistenties in onze houding tegenover migratie bloot, maar schetsen ook een nieuwe utopie die hopelijk meer diversiteit zal geven aan het politieke en maatschappelijke debat over migratie en bij uitbreiding over de ideale wereld.

Jan Orbie

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 80 tot 83

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL STEUN

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

40€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL KORTING

30€/jaar (-25j en +65j)

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL ONLINE

30€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

*Ontdek onze SamPol draagtas.