Abonneer Log in

Sortir de notre impuissance politique

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 7 (september), pagina 77 tot 79

De kritiek van De Lagasnerie op het politieke activisme zoals het door radicaal links wordt gevoerd, is niet mals.

Sortir de notre impuissance politique

Geoffroy de Lagasnerie
Les Editions Fayard, Parijs, 2020

De Lagasnerie zweert activisme niet af, maar stelt dat alleen directe actie die tot onmiddellijke resultaten leidt zinvol is.

De Lagasnerie zegt dat linkse academici posities in de universiteiten moeten verwerven en linkse juristen in de magistratuur moeten infiltreren.

Sortir de notre impasse politique is een soort lezing in 74 paragrafen waarin een aantal stellingen worden geponeerd, waarvan de auteur zelf in de inleiding zegt dat ze 'incertain, précaire et critiquable' zijn. Verwacht dus geen kant en klare antwoorden, maar aanzetten tot nadenken over politiek activisme in een ingrijpend veranderd sociaal, cultureel en politiek landschap.

Samen met schrijvers als Annie Ernaux en Edouard Louis en de socioloog Didier Eribon, is Geoffroy de Lagasnerie een vertegenwoordiger van een Franse intellectuele stroming, die terugkijkt op het teloorgaan van links bij de Franse arbeidersklasse en tegelijk probeert fenomenen als de doorbraak van extreemrechts in het arbeidersmilieu en de hevige acties van de Gele Hesjes te verklaren. De Lagasnerie stelt niet alleen vast, hij vraagt zich ook af hoe links daarop kan reageren en hoe het opnieuw de vaandeldrager van de maatschappelijke emancipatie kan worden. Een boekje met als titel 'Sortir de notre impuissance politique' trekt dan ook de aandacht van wie worstelt met de onmondigheid van de progressieve politieke krachten tegen de toenemende verrechtsing en de overheersing van de neoliberale ideologie in economie, politiek en massacultuur.

De kritiek van De Lagasnerie op het politieke activisme zoals het in Frankrijk, maar ook elders, door radicaal links wordt gevoerd is niet mals. Veel van wat links als 'politieke actie' beschouwt leidt tot geen enkel resultaat. Betogingen, petities of zelfs politiek geïnspireerde stakingsacties zijn in wezen niet meer dan een expressievorm, waarbij eisen luidkeels worden uitgeschreeuwd, maar die nauwelijks een rimpeling in het gevoerde beleid teweegbrengen. Zelfs al brengen dergelijke acties massaal veel volk op de been.

Bovendien is de politieke actie van links meestal louter reactief, gericht tegen een maatregel van de overheid, wat aantoont dat de politieke agenda door de overheid en niet door de oppositie wordt bepaald. En als de reactie dan niet tot resultaten leidt, zorgt dat voor ontmoediging en demobilisatie. Daarom moet links een mentaliteitswijziging ondergaan en opnieuw beginnen mobiliseren op een eigen offensieve agenda. Dat wil zeggen, in plaats van actie te voeren voor het behoud van een toestand, die op zich ook niet voldoet, moeten politieke acties gericht zijn op sociale vooruitgang. Om een voorbeeld te geven: in plaats van te reageren tegen de verhoging van de werktijd, moet er actie worden gevoerd voor een ingrijpende arbeidsduurverkorting. Het eerste is reactief, het tweede offensief.

De Lagasnerie zweert activisme niet af, maar stelt dat alleen directe actie die tot onmiddellijke resultaten leidt zinvol is.

Anderzijds zweert De Lagasnerie activisme niet af, maar stelt hij dat alleen directe actie die tot onmiddellijke resultaten leidt zinvol is. Er moet daarom worden nagedacht over nieuwe creatieve actievormen die wel iets ten goede teweegbrengen. Hij geeft de actie van de Duitse scheepskapitein Carola Rakete als voorbeeld, die tegen het formele verbod van de Italiaanse regering in, toch vluchtelingen aan land bracht en daar achteraf voor de rechtbank gelijk voor kreeg en niet werd vervolgd. Juridische actie kan dus ook een vorm van succesvolle directe actie zijn, zoals de Klimaatzaak ondertussen ook bij ons heeft duidelijk gemaakt.

Voor De Lagasnerie is het vooral een kwestie van strategie en dus ook van langetermijnplanning. Hij haalt daarvoor het oude idee van Rudi Dutschke over de 'lange mars door de instituten van de macht' van stal. Opmerkelijk laat hij zich daarbij inspireren door de manier waarop het neoliberalisme geleidelijk de ideologische hegemonie heeft veroverd. Hij stelt dat dat het resultaat was van jarenlange infiltratie via de universiteiten in de economische en politieke machtscentra. En daarvoor waren niet eens zoveel mensen nodig. De Lagasnerie zegt dat linkse academici posities in de universiteiten moeten verwerven en linkse juristen in de magistratuur moeten infiltreren. Uiteindelijk kan een linkse jurist meer bereiken door zelf rechter te worden, in plaats van als idealistisch mensenrechtenadvocaat.

De Lagasnerie zegt dat linkse academici posities in de universiteiten moeten verwerven en linkse juristen in de magistratuur moeten infiltreren.

Ten slotte pleit de Lagasnerie ook voor meer pragmatisme in de linkse ideologie. Door concrete acties te verdrinken in algemene ideologische verhalen en alles met alles te verbinden, wordt veel potentieel resultaatgerichte actie gefnuikt. Elk deelprobleem aanpakken, zonder dat in een breder verhaal te gieten, is doelgerichter als er in eerste instantie op dat probleem wordt gefocust.

Het grote manco van het essay, dat nog meer van dergelijke aansprekende ideeën bevat, is evenwel dat de Lagasnerie het aspect van het herorganiseren van het linkse politieke spectrum onderbelicht. Het is volstrekt onduidelijk hoe hij het idee van een gecoördineerde linkse offensieve strategie of van een geconcerteerde infiltratie van de instellingen organisatorisch wil aanpakken. Wat is het politieke alternatief? Hij erkent bijvoorbeeld dat verkiezingen belangrijk zijn, omdat ze een weerspiegeling zijn van de politieke krachtsverhoudingen, maar ideeën voor hoe een linkse politieke hergroepering in Frankrijk in de praktijk kan gebeuren vind je niet terug in de 74 stellingen. Voor de auteur mag er geen sprake van zijn dat links zich apolitiek opstelt, maar dat wil wel zeggen dat de vraag van hoe je een politiek alternatief met een omvattend programma op de rails zet, zich wel degelijk stelt.

Je zou uit de vaststellingen van de Lagasnerie kunnen besluiten dat een vernieuwde sociaaldemocratie misschien wel het antwoord op de initiële vraag is. Dat wil zeggen dat men zich niet laat opjagen door steriel activisme en men doelgericht in de academische, politieke, culturele en economische wereld progressieve actie onderneemt en posities verovert. De aanwezigheid in die milieus was in het verleden overigens ook een van de grote sterktes van de sociaaldemocratie, die voor duurzame macht en invloed zorgde.

Tegelijkertijd moet de sociaaldemocratie opnieuw aanwezig zijn op het terrein, tussen de mensen. Daardoor moet ze opnieuw meer beweging dan politieke partij worden, zoals dat in het verleden was, door de innige verbondenheid tussen partij en vakbeweging en door sterke verwevenheid met het culturele en sociale leven van de arbeidersklasse. En pragmatisme, het bereiken van concrete resultaten in het verbeteren van het samenleven, mag het best de overhand hebben op het preken van een ideologisch verhaal.

Het mag duidelijk zijn, dat dit veel verder gaat dan meesurfen op het volatiele en niet duurzame influenceractivisme van partijkopstukken. Het is niet de focus op sociale media, dat het zal waarmaken. Het veronderstelt veel organisatie en een terugkeer naar de basis en de volksbuurten, die we aan extreemrechts hebben overgelaten.

Sortir de notre impuissance politique is geen blauwdruk voor politieke vernieuwing, maar we hebben dit soort denkoefeningen, waarin de politieke praktijk van het linkse activisme kritisch tegen het licht wordt gehouden, meer dan nodig. Als er dan toch alvast één snel uit te voeren organisatorische conclusie uit getrokken kan worden, dan is het wel dat we een linkse denktank kunnen gebruiken waarin actoren uit politiek, vakbeweging, middenveld en cultuur durven doordenken over hoe een linkse politieke praktijk gestoeld op een overdachte strategie inderdaad kan zorgen voor een uitbraak uit de politieke machteloosheid van links. Eigenlijk bestaat dergelijke denktank al: Denktank Minerva is een initiatief waarin ook de vakbonden participeren en waar onder andere rond belangrijke kwesties als arbeid en arbeidsduur op basis van degelijk onderzoek outside the box wordt nagedacht. Het wordt tijd dat dit initiatief door linkse politici en hun partijen wordt gevaloriseerd.

Marc Le Bruyn

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 7 (september), pagina 77 tot 79