Log in

Het belang van dubbele nationaliteit voor integratie

Vreemd. Terwijl in Nederland nog maar net en niet voor het eerst in parlement en media een ongemeen fel debat woedde over dubbele nationaliteiten, heeft België zonder veel parlementair en maatschappelijk kabaal de deur opengezet voor meervoudige bindingen. Artikel 386, 1° en 2° van de Wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen voorziet immers in de afschaffing in artikel 22 §1, 1° van het Wetboek Belgische Nationaliteit (hierna WBN) van het verbod op dubbele nationaliteit (B.S. 28 december 2006). Het Koninklijk Besluit van 25 april 2007 (B.S. 10 maart 2007) stelt de datum vast waarop de deur voor meervoudige nationaliteiten definitief zal worden geopend. Belgen die vanaf 9 juni 2007 vrijwillig een tweede nationaliteit verwerven, zullen hun Belgische identiteit voortaan mogen behouden. Voordien was dit niet het geval. Enkel bij een automatische nationaliteitsverwerving - bijvoorbeeld door een huwelijk - verloor men de Belgische nationaliteit niet.

Twee nationaliteiten: de uitzondering wordt de regel

Nu komt er dus voor Belgische onderdanen bijna een einde aan de regel dat enkelvoudige nationaliteit het uitgangspunt moet zijn, en twee- of meervoudige nationaliteit de te vermijden uitzondering. Bijna omdat in enkele gevallen de deur toch nog heel even op de knip blijft. Ten aanzien van enkele landen is de Belgische staat immers op dit ogenblik nog gebonden door een Verdrag dat is ontstaan binnen de schoot van de Raad van Europa: het Verdrag van 6 mei 1963 betreffende de beperking van gevallen van meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van meervoudige nationaliteit (goedgekeurd bij wet van 22 mei 1991, B.S. 6 juli 1991).1 Overeenkomstig hoofdstuk I van dit Verdrag zullen Belgen die vrijwillig de nationaliteit van een van de andere Verdragsstaten verkrijgen toch nog de Belgische nationaliteit verliezen. Anders dan vandaag werd in 1963 meervoudige nationaliteit immers wel als problematisch beschouwd. Dat staat ook met zoveel woorden in de preambule: Considering that cases of multiple nationality are liable to cause difficulties and that joint action to reduce as far as possible the number of cases of multiple nationality. Lange tijd bestond er overigens discussie over of aangesloten landen het Verdrag op onderdelen konden opzeggen. Nu daarover tussen de Verdragspartijen overeenstemming is bereikt, loopt binnenkort geen enkele Belg meer het risico om bij vrijwillige nationaliteitsverwerving zijn oorspronkelijke identiteit kwijt te spelen. België heeft immers, bij monde van zijn permanente vertegenwoordiger bij de Raad van Europa, op 27 april 2007 al te kennen gegeven zich partieel terug te trekken uit het Verdrag.2 Enkel de bepalingen die betrekking hebben op militaire verplichtingen bij meervoudige nationaliteiten (hoofdstuk II) zullen nog van toepassing blijven. De bepalingen van hoofdstuk I betreffende de meervoudige nationaliteit zijn voor wat België betreft aflopend op 30 april 2008. Vanaf 1 mei 2008 zullen dus zonder onderscheid alle Belgen die vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgen ook de Belgische nationaliteit kunnen behouden. Zij hebben dan een dubbele nationaliteit.

Dual nationality better reflects a migrant’s mix of affections and loyalties

Rechtsvergelijkend is de veralgemeende toelaatbaarheid van een dubbele nationaliteit bezwaarlijk een exces te noemen. Tussen 1963 en vandaag hebben immers steeds meer landen de idee van een enkelvoudige nationaliteit als uitgangspunt verlaten. Reden is onder meer het afschaffen van de regel, op basis van de gelijkheid tussen man en vrouw, dat kinderen bij geboorte enkel de nationaliteit van de vader verkrijgen. Daarnaast hebben verschillende landen in nationaliteitsverwerving voorzien voor de (in het verblijfsland geboren) kinderen van immigranten met de bedoeling - of hoop - de integratie van deze gemeenschappen te verbeteren. Om diezelfde reden hebben verblijfslanden er ook voor gekozen om de nationaliteit open te stellen voor wie de oorspronkelijke nationaliteit niet opgeeft. En tegelijkertijd hebben heel wat herkomstlanden hun nationaliteitswetgeving aangepast door af te wijken van de regel dat de herkomstnationaliteit wordt verloren wanneer men een andere nationaliteit verkrijgt. David Martin en Alexander Aleinikoff, twee specialisten in deze materie, schrijven terecht dat deze wijzigingen door immigrantengemeenschappen doorgaans positief worden onthaald. With cheaper communication and travel, emigration rarely requires a decisive break with their countries of origin. Dual nationality better reflects a migrant’s mix of affections and loyalties.3

Tal van verblijfslanden hebben er de voorbije decennia voor gekozen de nationaliteit open te stellen voor wie juridisch geen afstand kan doen of emotioneel geen afstand kan doen van zijn eerste nationaliteit. Deze ‘openheid’ zou de integratie bevorderen. Toch is niet iedereen het eens met deze zienswijze. Volgens tegenstanders zou de dubbele nationaliteit ‘echte’ integratie juist belemmeren omdat dit er voor zorgt dat mensen niet moeten kiezen met welk land zij zich het meest verbonden voelen. Een redenering die voorstanders afwijzen: net doordat er geen verplichte keuze is, zijn mensen sneller bereid om te naturaliseren.4 Een tegenargument dat weliswaar de vraag onbeantwoord laat welke dan wel de waarde is voor betrokkene van zo’n ‘pijnloze’ naturalisatie.

Leve de maakbare samenleving! Het WBN opnieuw herzien

Wat is nu de reden voor deze zoveelste wijziging van het WBN?5 Grondslag ervoor is onder meer de vaststelling dat de Belgische nationaliteit aan vreemdelingen wordt toebedeeld zonder dat zij door de Belgische wetgever verplicht worden afstand te doen van hun oorspronkelijke identiteit.6 Belgische onderdanen daarentegen die vrijwillig een vreemde nationaliteit verwerven, verloren op grond van artikel 22 §1, 1° WBN wel hun Belgische identiteit. In haar antwoord van 8 maart 2007 op een schriftelijke vraag van Hugo Vandenberghe (CD&V) antwoordde Minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) dat in de periode 1996-2001 jaarlijks 150 tot 200 personen, en in de periode 2003-2005 (let op de ontbrekende jaren in de chronologie!) jaarlijks minder dan 100 personen hierdoor de Belgische nationaliteit hebben verloren.

Zoveel onrechtvaardigheid verdient krachtdadig ingrijpen

Maar aantallen zijn uiteraard niet belangrijk wanneer tegen een fundamentele onrechtvaardigheid moet worden opgetreden! Het is inderdaad zo dat een vreemdeling die met een Belg huwt na drie jaar de Belgische nationaliteit kan verwerven. De Belg daarentegen die door zijn huwelijk met een vreemdeling zou beslissen om vrijwillig de nationaliteit van zijn partner aan te vragen, speelde hierdoor zijn Belgische nationaliteit kwijt. De vraag is alleen: heeft de overheid in de oplossing van deze onrechtvaardigheid de juiste beslissing genomen? De overheid had in feite twee mogelijkheden. Een gemakkelijkheidsoplossing van ‘vrijheid-blijheid’, waardoor Belgen en vreemdelingen voortaan allebei bipatride banden kunnen hebben. Maar ook een minder sympathieke oplossing was mogelijk geweest door ook aan vreemdelingen die Belg willen worden een dubbele nationaliteit te verbieden.
Was dat beter geweest? Ja en neen. Een duidelijker antwoord is helaas niet mogelijk.

Meervoudige banden geven ook meerdere verplichtingen

Ja omdat meervoudige nationaliteiten evident ook meervoudige verplichtingen met zich meebrengen. We moeten elkaar daarbij niet voor de gek houden. Landen, zoals bijvoorbeeld Marokko (maar ook Turkije) voorzien niet zomaar in een automatische nationaliteitstoekenning tot, zoals de Marokkaanse minister van voorlichting Benabdellah het onlangs nog zei ‘in de tiende generatie’ voor Marokkaanse migranten en hun nakomelingen.7

Deze landen hopen dat, via het behoud van deze nationaliteitsband, zij blijvend verzekerd zijn van financiële steun. En zeker voor landen met een precaire economische positie is de geldstroom van emigranten richting heimat levensnoodzakelijk. Beide landen volgen daarbij nauwgezet wat hun voormalige inwoners in Europa uitvoeren, en hebben ministers en ministeries die dat allemaal opvolgen en controleren. Bipatride banden kunnen dus loyaliteitsconflicten veroorzaken. Ik geef enkele voorbeelden. Eén. Zo betekent investeren in of het onderhouden van familieleden in het herkomstland doorgaans dat in het nieuwe thuisland financieel minder risico’s worden genomen. Het is niet voor niets dat de Nederlandse liberale partij VVD hiervan enkele jaren geleden een partijpunt maakte in zijn (spijkerharde) Integratienota 2004. Twee. En dat geldt ook wanneer men in het verblijfsland minder investeert in de aankoop en renovatie van een woning omdat men in het herkomstland graag ook een vakantieverblijf wil verwerven.8 Drie. Door de blijvende band met het herkomstland willen betrokkene graag dat ook kleinkinderen (…) de ‘moedertaal’ leren, ook als dit nuttige tijd blijkt die vanuit een toekomstperspectief in België beter aan andere naschoolse activiteiten kan worden besteed.
Om maar te zeggen: dubbele loyaliteiten zijn allicht zelden staatsgevaarlijkheid, maar dat wil niet zeggen dat zij zonder effect blijven op het samenleven in het verblijfsland.

Meervoudige nationaliteit uitgangspunt in een global world

‘Ja dus’, er kunnen wel degelijk redenen aangehaald worden om dubbele nationaliteiten te verbieden. Maar ook ‘neen dus’, want transnationaliteit is in een globaliserende wereld meer regel dan uitzondering. Bovendien is het aantal landen dat op een of andere manier meervoudige nationaliteitsbanden toestaat vrij ruim, zodat een afwijkende Belgische houding niet eenvoudig is. Sommige bronnen spreken van een honderdtal landen die, in een of andere vorm, dubbele nationaliteiten aanvaarden.9 En soms moet de wetgever zich neerleggen bij de feiten. Mensen hebben vandaag banden met verschillende landen. En vaak zijn die niet beperkt tot het herkomstland en het verblijfsland. Heel wat ‘nieuwe Belgen’ hebben bijvoorbeeld vaak familieleden in tal van andere Europese landen wonen.

Integratie via nationaliteit is fictie

Hoewel wetgevers letterlijk en figuurlijk altijd elke klok kunnen terugdraaien, is het concept van meervoudige nationaliteit intussen zo veralgemeend, dat bipatridie vermoedelijk de regel zal blijven. Toch pleit ik ervoor om de beleidshouding die aan de invoering van de snel-Belg-wet in 2000 ten grondslag heeft gelegen, met name de wens om de integratie te bevorderen via nationaliteitverkrijging, iets meer fundament te verlenen. Zoniet ontstaat een totale of absolute fictie dat door deze verkrijging integratie een feit is. Onzin uiteraard. Zeker ook door de volstrekte afwezigheid van enige plechtigheid of ceremonie bij deze verkrijging - om nog niet te spreken van een kennisexamen zoals dat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten geldt - heeft ‘Belg worden’ dezelfde symbolische waarde als de verkrijging van een voordeelkaart van een winkelketen. Goed dat je ze op zak hebt, maar het doet geen pijn wanneer je de kaart niet zou krijgen of moet teruggeven. Wie integratie wil bevorderen, zal daarnaast toch ook tal van andere maatregelen moeten nemen. En dat zullen enerzijds maatregelen zijn die tot grotere kansengelijkheid moeten leiden in bijvoorbeeld onderwijs, tewerkstelling en huisvesting. Anderzijds mag een samenleving dan ook eisen dat zij in hoofden van betrokken primeert op het herkomstland. Daarom zou het bijvoorbeeld geen slechte zaak zijn indien de Belgische staat de ‘fiscale ijver’ (nou ja) met dewelke zij op zoek gaat naar vakantieverblijven van ‘oude Belgen’ in de Provence of Toscanië uitbreidt naar de traditionele herkomstlanden van ‘nieuwe Belgen’.

Uitzondering op de dubbele nationaliteit voor ministers, staatssecretarissen en parlementsleden

Zonder in spruitjesnationalisme of bodempatriottisme te willen vervallen, er zijn toch nog enkele gevallen waar dubbele nationaliteiten absoluut problematisch (kunnen) zijn.10 Dat is bijvoorbeeld het geval voor personen die specifieke overheidstaken vervullen. Ik denk dan aan ministers, staatssecretarissen of parlementsleden. Het is over dit onderwerp dat het recente Nederlandse debat over dubbele nationaliteiten en dubbele loyaliteiten in feite handelde. Drie maand geleden opperde de Partij voor de Vrijheid van ex-VVD’er Geert Wilders dat er in het nieuwe Nederlandse kabinet geen plaats kon zijn voor mensen die er twee of meer nationaliteiten op nahouden. Twee regeringsleden werden daarbij geviseerd: de PvdA-staatssecretarissen Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken) en Nebahat Albayrak (Vreemdelingenbeleid). De eerste is van Marokkaanse origine, de tweede heeft een Turkse achtergrond.
Wilders speelde het hard en diende tegen beide al meteen een motie van wantrouwen in op een ogenblik dat zij zich nog de eerste maal in het parlement moesten presenteren.11 Waarom? ‘Een minister of een staatssecretaris kan geen twee petten op hebben’, aldus Wilders.

De reacties waren erg verdeeld op deze demarche, en bovendien in de tijd veranderend. Aanvankelijk was er weinig bijstand te vinden, vooral ook omdat Wilders ‘de man’ samen met ‘de bal’ speelde. Terecht merkte Balkenende op dat een debat over dubbele nationaliteiten misschien wel wenselijk was, maar niet op deze wijze. Overschot van gelijk, maar het zijn uiteraard wel dergelijke voorbeelden die aanleiding geven tot debat. In deze gemediatiseerde wereld is het immers ver zoeken naar politici die hun agenda niet laten bepalen door de toevalligheden van de dag.

Kunnen Marokkanen en Turken afstand doen van hun nationaliteit?

Opvallend is dat opponenten van Wilders’ pleidooi voor enkelvoudige nationaliteit vaak kracht putten uit de juridische moeilijkheden voor bijvoorbeeld Marokkanen om afstand te doen van hun nationaliteit. Dat is niet helemaal correct overigens. De Code de la Nationalité Marocaine voorziet wel in de mogelijkheid om afstand te doen.12 Theoretisch zou het dus kunnen. Meer nog, Marokko voorziet uitdrukkelijk in nationaliteitsverlies wanneer een Marokkaan in een derde land een publieke functie opneemt. In de praktijk blijkt evenwel dat nationaliteitsverlies zelden tot nooit voorkomt. De rechtspraak zou verhinderen, zo vermeldt de Nederlandse Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) op zijn website, dat van de Marokkaanse nationaliteit ook daadwerkelijk afstand kan worden gedaan. Of zo’n praktische onmogelijkheid een voldoende motivering is om voor deze categorieën toch dubbele nationaliteiten te aanvaarden, is uiteraard een cruciale vraag.

Mogelijke (bijzondere) gevolgen van een dubbele nationaliteit bij politici

Ten aanzien van bovenvermelde groepen - ministers en staatsecretarissen, parlementsleden, diplomaten - zou een enkelvoudige nationaliteit in elk geval een verplichting moeten zijn. Want dubbele nationaliteiten leiden soms tot bizarre gevolgen. Zo deed sp.a-kamerlid Cemal Cavdarli in april 2005 zijn legerdienst in …. Turkije. Ook wanneer je aanvaardt dat Turkije een Navo-bondgenoot is, het blijft toch een vreemde evolutie dat een parlementslid tijdelijk in een derde land gaat ‘dienen’.13 En dat blijft ook zo wanneer je abstractie maakt van de dichotomie waarin Turkije kennelijk steeds meer verzeild geraakt. Maar er zijn nog andere voorbeelden mogelijk waarin dubbele loyaliteiten problematisch kunnen zijn. Turkije heeft het, om het eufemistisch te stellen, nogal moeilijk met het onderwerp ‘genocide’ in combinatie met ‘Armenië’. De erkenning van de gebeurtenissen in 1915 als een volkerenmoord is in Turkije dan ook niet toegelaten. In Frankrijk daarentegen is er een wet gestemd die de ontkenning ervan strafbaar maakt - het vraagstuk naar de opportuniteit van dergelijke ‘wettelijke’ geschiedenisvastlegging even buiten beschouwing gelaten. Allicht zijn dergelijke kwesties voor betrokkenen moeilijke evenwichtsoefeningen.

Welke houding moeten parlementsleden van Turkse afkomst in ons land aannemen wanneer er hier een soortgelijk ontkenningsverbod wordt ingevoerd?14 Deze voorbeelden zijn niet theoretisch. In Nederland zijn in de aanloop naar de laatste Kamerverkiezingen verschillende kandidaat-kamerleden van Turkse afkomst uiteindelijk afgeserveerd omdat zij de gebeurtenissen in 1915 mild interpreteerden, of in Nederlandse en Turkse media een verschillende houding aannamen. Andere kandidaat-parlementsleden kregen dan weer te horen dat zij in Turkije zouden worden vervolgd. En om het helemaal te gek te maken. Heel even bleek dat een Turkse advocaat de Nederlandse staatssecretaris Albayrak wou laten vervolgen wegens belediging van de Turkse staat.15 Zij maakt immers, naar mening van deze advocaat, deel uit van een regering die de Armeense genocide erkent en veroordeelt. Het is diezelfde Albayrak die door Wilders de wacht was aangezegd. Neen, met dubbele nationaliteiten is het in bepaalde contexten moeilijk om ook maar voor iemand goed te doen.

Dubbele nationaliteiten, enkelvoudige loyaliteiten?

Het zou de nieuwe bewindsploeg, welke haar samenstelling ook zal zijn, sieren indien zij in deze legislatuur deze kwestie toch uitklaart. In algemene termen is er immers sprake van een mogelijk belangenconflict, net zoals dit zich voordoet wanneer een politicus nauwe banden heeft met een bedrijf. Daarbij is niet aan de orde of betrokken politici in concreto staatsbelang en eigenbelang kunnen scheiden. Net zoals bij de behandeling van andere wetswijzigingen moet het probleem in abstracto worden benaderd.

Een debat over dubbele nationaliteiten, en dubbelzinnige loyaliteiten, is zeker nodig na de recente uitspraken op een debatavond ter voorbereiding van de parlementsverkiezingen van aspirant-senator Ergün Top (CD&V). Top gaf er te kennen dat hij niet alleen zijn legerdienst in Turkije wil doen, maar dat hij zelfs bereid zou zijn om de wapens tegen België op te nemen moest dit laatste land met Turkije in een gewapend conflict terechtkomen.16 Hoe verwerpelijk dit standpunt ook is, Top verwoordt - al dan niet ingegeven door grootspraak en verkiezingsdrift - de schizofrene houding van, vermoedelijk vele ‘nieuwe Belgen’. Enerzijds wensen zij - meer nog: eisen zij en terecht - dat dit land hen als volwaardige medeburgers zal beschouwen die dezelfde kansen krijgen tot emancipatie. Anderzijds geven zij aan dat zij zelf niet bereid zijn om die volwaardigheid ook als uitgangspunt van het eigen handelen te beschouwen. En dat zal op termijn schadelijk blijken voor een samenleving die gebaseerd is op vertrouwen en wederzijds respect.

‘Onvoorzichtige uitspraken’ zoals die van Ergün Top versterken zonder twijfel het onderlinge wantrouwen, en doet - het moet gezegd - ook vragen rijzen bij de aanwezigheid van tenminste bipatride mensen in bijvoorbeeld veiligheidsdiensten. De sereniteit of terughoudend die de media aan de dag heeft gelegd ten aanzien van deze uitspraken is opvallend en allicht toe te schrijven aan de angst om het Vlaams Belang, ook zonder verkoop van advertentieruimte17, electoraal te laten scoren.18 Nu de federale verkiezingen achter de rug zijn, pleit ik alsnog voor een debat ten gronde.19 Daarbij mag het niet gaan over de vermeende loyaliteit van zogenaamde ‘allochtone politici’, maar wel over de potentiële loyaliteits- en belangenconflicten die toekomstig kunnen ontstaan in abstracto. Want met een debat ad hominem wint niemand iets (hoewel sommige betrokkenen met hun uitspraken dit wel erg moeilijk maken!). Maar ook koudwatervrees om hierover een debat te organiseren zal ten langen leste contraproductief blijken.

Bob Van den Broeck 20
Redactielid

Noten
1/ Voor het Verdrag van 6 juni 1963 zie de verdragsdatabase van de Raad van Europa http://conventions.coe.int
2/ ‘Declaration contained in a Note verbal from the Permanent Representation of Belgium, dated 27 april 2007, registered at the Secretariat General on 30 April 2007’, via bovenvermelde verdragsdatabase.
3/ Eigen cursivering. David A. Martin and T. Alexander Aleinikoff, ‘Double ties. Why nations should learn to love dual nationality’, Foreign Policy, november - december 2002, 80-81.
4/ Voor een samenvatting van de verschillende opvattingen pro en contra dubbele nationaliteit zie De Hart B., ‘Het probleem van dubbele nationaliteit. Politieke en mediadebatten na de moord op Theo Van Gogh’, In: Migrantenstudies, 2005, afl. 4, 224-238.
5/ Het initiële Wetboek van Belgische Nationaliteit dateert van 28 juni 1984 (B.S. 12 juli 1984). Sedertdien is het Wetboek al vijfmaal aangepast aan de nieuwe noden van de samenleving. De laatste wijziging, de zogenaamde snel-Belg-wet, dateert van 1 maart 2000 (B.S. 6 april 2000).
6/ Onder meer want de wet van 27 december 2006 wijzigt het WBN ook op andere onderdelen. Zie hiervoor het artikel van Foblets M.Cl. en Loones S., ‘Het Wetboek van de Belgische Nationaliteit andermaal herzien (2006): het parlement ontzien of gezien?’, In: Tijdschrift voor Vreemdelingenrecht, 2007, afl.1, 23-39.
7/ Adolf S., ‘Marokkaan uit vrije wil’, In: NRC Handelsblad, 4 juni 2007.
8/ Voor de duidelijkheid toch nog dit. Ik wil met het bovenstaande noch suggereren dat alle nieuwe Belgen in het herkomstland trotse bezitters zijn van protserige villa’s, noch dat diegene onder hen die in België een woning met minder of geen comfort betrekken dit doen om die villa ginds te betalen.
9/ Zie bijvoorbeeld Renshon S., Dual Citizenship and American National Identity, Center for Immigration Studies, Washington, 2001.
10/ De term ‘spruitjesnationalisme’ heb ik ontleend aan Dick Pels in zijn opiniestuk tegen ‘het nationalisme van Geert Wilders’ dat on-Nederlands zou zijn. NRC Handelsblad, 2 maart 2007.
11/ Motie van 1 maart 2007 van Geert Wilders, Tweede Kamer 2006-2007, 30891, nr. 22.
12/ Zie hiervoor hoofdstuk IV van de Dahir nr. 1-58-250 (21 safar 1378) portant Code de la Nationalité Marocaine, B.O. 12 septembre 1958, 1492 via http://www.mincom.gov.ma. Voor de Turkse wetgeving verwijs ik naar de Raad van Europa die op zijn website de nationaliteitswetgeving van de lidstaten bij de Raad vermeldt: http://www.coe.int/t/e/legal\_affairs/legal\_cooperation/foreigners\_and\_citizens/nationality
13/ Interview door Steven Samyn met Cemal Cavdarli over zijn dubbele nationaliteit. ‘Waarom mag een kamerlid geen legerdienst in Turkije doen?’, De Morgen, 4 en 5 juni 2005.
14/ De invoering van een algemeen verbod op de ontkenning van genocides en misdaden tegen de menselijkheid is vervat in het recente ontwerp (17 april 2007) van de Europese Unie ‘on combating certain forms and expressions of racism and xenophobia by means of criminal law’. Het voorziet in een verbodsregel op ‘publicly condoning, denying or grossly trivialising crimes of genocide, crimes against humanity and war crimes.’
15/ Zie de berichten hierover in Trouw en in het Algemeen Dagblad van 16 maart 2007 en uiteraard meteen geciteerd door Geert Wilders in zijn vraag van 17 maart 2007 aan minister-president Peter Jan Balkenende¸Tweede Kamer 2006-2007, Aanhangsel van de Handelingen 2231.
16/ Zie de blog van de freelance journalist Mehmet Koksal: http://allochtone.blogspot.com/2007/06/ergn-top-en-cas-de-guerre-je-me-battrai.html. Zie ook bijvoorbeeld Mehmet Koksal, ‘Dubbele trouw, dubbele tong’, De Morgen, 7 juni 2007.
17/ Alle Vlaamse kranten weigerden in de aanloop naar de federale verkiezingen 2007 reclameadvertenties van het Vlaams Belang. Uiteindelijk verplichte de rechter twee krantenredacties om een advertentie op te nemen, voornamelijk omdat zij zich niet hadden beroepen op een ideologie. Het betrof met name de Gazet Van Antwerpen en de gratis krant Metro.
18/ Hoe verschillend overigens met de houding van deze media toen het, onlangs overleden, VB-parlementslid Guido Tastenhoye allerlei onethische gedachten formuleerde om ‘het probleem Brussel’ op te lossen.
19/ Zie het interview van John De Wit met Bob Van den Broeck, ‘Parlementsleden mogen geen dubbele nationaliteit hebben’, Gazet van Antwerpen, 6 juni 2007 en de verdeelde reacties hierop in ‘Geen politici met dubbele nationaliteit?’, Gazet van Antwerpen, 7 juni 2007. Beide na te lezen op www.gva.be/experts.
20/ Bob Van den Broeck is beleidsmedewerker op de Integratiedienst van de stad Antwerpen. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel. Een kortere versie van deze tekst verscheen met de titel ‘Dubbele nationaliteiten, dubbele loyaliteiten?’ In: De Juristenkrant, 30 mei 2007, afl. 150. In huidige versie is rekening gehouden met de actualiteit tot en met 10 juni 2007.

inburgering - integratie - dubbele nationaliteit

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 6 (juni), pagina 46 tot 52