Abonneer Log in

Hoe versterken we de eenzame fietser?

Over Gelijke Kansen en Democratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 4 (april), pagina 15 tot 20

Het zijn traditioneel de meest poëtische beelden van het voorjaar. Al die inheemse en uitheemse flandriens die zich kromgebogen een weg banen doorheen de Ronde van Vlaanderen. Denderend over de kasseien, met een zware versnelling in de afdaling, vechtend tegen de wind, vliegend wanneer die in de rug blaast, met een lekke band langs de kant van de weg,… Renner en fiets lijken één. Een schijnbaar vanzelfsprekende combinatie.

Een schijnbaar vanzelfsprekende combinatie. Dat is misschien de beste manier om de link tussen gelijke kansen en democratie te omschrijven. Het ene roept het andere bijna op natuurlijke wijze op. De hechte verbondenheid tussen de twee begrippen valt wellicht grotendeels te verklaren door enkele ingrijpende facelifts op het vlak van gelijke kansen. Het aangezicht van onze democratie kreeg plots een veel vriendelijker gelaat. Die facelifts trokken heel wat scheve zaken recht. Een aantal van die rechtgetrokken zaken lijken nu ronduit absurd, bijna surrealistisch. Alsof ze afkomstig zijn van een andere wereld en uit een ander tijdperk dateren.
Toch zijn heel wat van die onbegrijpelijke ongelijkheden nog helemaal niet zo ver van ons verwijderd als we graag zouden willen denken. Vandaag de dag is het nogal evident dat jonge vrouwen net zo goed als mannen hun geld kunnen beheren. In 1974 was mijn eigen moeder ongeveer net zo oud als ik. Ze was een jonge moeder van 3 kinderen en had een baan in het onderwijs. Toch mocht zij op dat moment niet eens een eigen bankrekening hebben. De wet ‘gelijk loon voor gelijk werk’ is al een drietal decennia oud, maar ook nu nog verdienen vrouwen gemiddeld een vijfde minder dan mannen.
Gelijke kansen zijn in een democratie van de éénentwintigste eeuw blijkbaar toch niet zo voor de hand liggend als we geneigd zijn te denken.

Van een democratische bestuursvorm naar een democratisch samenlevingsmodel

Het begrip democratie is ouder dan de straat. Als je de Romeinse heirbaan als eerste echte straat beschouwt, kan je dat zelfs heel letterlijk nemen. De oorsprong ligt in Griekenland, in de stadsstaat Athene in de vijfde eeuw voor Christus. Het woord ‘democratie’ komt van het Griekse woord demos, het volk, en van kratein dat ‘regeren’ betekende. In de klassieke betekenis is het begrip ‘democratie’ een staatsvorm waarbij het volk, al dan niet door vertegenwoordigers, zichzelf regeert. Vandaag de dag verwijst het begrip ‘democratie’ in eerste instantie nog steeds naar de mate waarin de leden van een gemeenschap (kunnen) participeren aan het proces van politieke besluitvorming. De betekenis van het begrip democratie werd (gelukkig) voortdurend door de geschiedenis ingehaald. Die inhaalbewegingen hadden meestal te maken met het verruimen van het lidmaatschap. Als je het begrip democratie wil invullen, is de vraag naar wie er mag participeren immers minstens even belangrijk als de vraag naar hoe dat moet gebeuren.
Strikt genomen is democratie dus een manier waarop je de staat kan besturen. Maar het woord democratie betekent natuurlijk nog veel meer dan die eerder technische omschrijving. Zeker voor politici en andere mensen die op een geëngageerde manier met de samenleving bezig zijn, is het een allesbehalve neutraal woord. Er zijn heel wat connotaties aan democratie verbonden. Democratie wordt vaak in één adem uitgesproken met rechtvaardigheid. Of met vrijheid, gelijkheid en solidariteit. De principes die door de Franse Revolutie hun ingang vonden in de Westerse democratieën en er deel van zijn gaan uitmaken. Door die nieuwe inhoudelijke invulling heeft het concept democratie zich kunnen losrukken van zijn louter politieke betekenis. Ook het ‘Gelijke kansen’-denken heeft de klank van het woord beïnvloed. ‘Democratie’ heeft er een nieuwe kleur door gekregen. Democratie is geëvolueerd van een bestuursvorm naar een samenlevingsmodel.

Van formele gelijke posities naar reële gelijke kansen

Het concept gelijke kansen is heel wat jonger dan het concept democratie. Het is een zo mogelijk nog meer geladen begrip. De invulling ervan is een ideologische keuze. Gelijke kansen zijn gebonden aan een overtuiging. Voor socialisten is die keuze voor gelijke kansen een evidentie. Maar dat is niet voor iedereen zo.
Maar wat zijn dat dan precies die gelijke kansen? Zijn gelijke kansen hetzelfde als gelijke rechten? Gelijke rechten zijn maar een deel van de puzzel. Hoe gelijk zijn je onderwijskansen wanneer je overwegend naar niet-toekomstgerichte opleidingen wordt geleid? Dat gebeurt vaak bij meisjes, en zeker bij allochtone meisjes in het beroepsonderwijs. Vrouwen kregen een gelijkwaardig stemrecht in 1948. Meer dan een halve eeuw later blijkt dat gelijkwaardige stemrecht nog steeds geen garantie te zijn voor een gelijkwaardige politieke stem. Iedereen heeft het recht op verzorging op zijn oude dag. Toch hebben oudere holebi’s het nog altijd zeer moeilijk wanneer ze in een tehuis terechtkomen. Verzorgingsinstellingen zijn vaak zeer heteronormatief. Daardoor stellen oudere holebi’s hun opname uit. Voor alleenstaande oudere lesbische vrouwen is het probleem het meest schrijnend. Zij hebben vier keer meer psychische problemen dan andere vrouwen van dezelfde leeftijd.1 Vroeger was men geneigd de nadruk te leggen op gelijke rechten. Terecht, want een gelijke rechtspositie is een absolute basisvoorwaarde voor gelijke kansen. Nu is het besef echter doorgedrongen dat de strijd voor gelijkheid niet mag stoppen wanneer de laatste bladzijde van het wetboek is omgeslagen. De juridische werkelijkheid valt niet samen met de echte wereld.
Heb je dan gelijke kansen als je over een gelijke uitgangspositie beschikt? Een gelijke start is niet voldoende. Twee meisjes die allebei even oud zijn, hetzelfde diploma hebben en allebei exact dezelfde werkervaring, hebben toch niet dezelfde kans op een job als de ene Liesbet heet en de andere Lamia. Uit een onderzoek naar het gebruik van het KISS-systeem van de VDAB (= een databank waarmee werkgevers curricula vitae kunnen opvragen van werkzoekenden die voldoen aan het profiel dat ze zoeken) blijkt dat werkgevers al dan niet bewust minder op vreemde namen klikken.2 Mensen met functiebeperkingen klagen aan dat de toegang tot de arbeidsmarkt hen de facto wordt ontzegd doordat het hen onmogelijk wordt gemaakt op een volwaardige wijze aan de sollicitatieprocedure deel te nemen. Vrouwen met een laag opleidingsniveau zijn vaker werkloos dan mannen met een gelijkaardig opleidingsniveau.3
Staan gelijke kansen dan gelijk aan het streven naar gelijke resultaten? Ook op deze vragen kunnen we met een krachtige ‘neen’ antwoorden. Dat zou uiteraard een te zware inbreuk zijn op de menselijke vrijheid. Niet iedereen wil hetzelfde. Mensen moeten zelf keuzes maken, zelf resultaten willen bereiken en daar zelf inspanningen voor leveren. Al moeten ze die keuzes wel kunnen maken natuurlijk.

De eenzame fietser

Wat zijn gelijke kansen dan wel? In tegenstelling tot gelijke uitgangsposities of gelijke resultaten, zijn gelijke kansen geen statisch, maar een erg dynamisch concept. Dat is een fundamenteel uitgangspunt van het gelijkekansenbeleid. Kansen worden niet alleen bepaald bij de start of op het einde. Gedurende de hele loop van je leven zijn er sleutelmomenten die je kansen bepalen. Vooral overgangsmomenten zijn cruciaal, bijvoorbeeld de intrede in het onderwijs, de coming-out bij holebi’s, … De levensweg van mensen loopt van splitsing tot splitsing. Elke splitsing vraagt om een keuze met mogelijk blijvende gevolgen. Omwille van hun geslacht, leeftijd, seksuele oriëntatie, etnisch-culturele achtergrond of functiemogelijkheden, of omwille van een combinatie van deze factoren, zijn bepaalde groepen mensen precies op deze momenten kwetsbaarder dan anderen.
Dat klinkt nogal theoretisch. Daarom leg ik dit doorgaans uit met een beeld dat ik, eerlijkheidshalve, uit een liedje van Boudewijn De Groot heb gehaald: dat van de eenzame fietser, vechtend tegen de wind.
‘Het leven is geen eendagskoers, maar een rittenkoers. Een parcours gekenmerkt door hellingen, afdalingen en soms een nijdig stuk vals plat. Mensen hebben soms de wind op kop en soms de wind in de rug. De ene fietser wordt tijdens haar/zijn ritten vaker met een platte band geconfronteerd dan de andere. Het gelijkekansenbeleid wil niet noodzakelijk dat iedereen gelijktijdig aankomt, wél dat iedereen de eindstreep haalt.’

Gelijke kansen en democratie zijn allebei dynamische begrippen. Ze zijn beiden constant in beweging. Die twee bewegingen zijn niet steeds synchroon, maar ze gebeuren ook niet volledig los van elkaar. Er is een duidelijke kruisbestuiving tussen gelijke kansen en democratie.

Een democratie met gelijke kansen

De notie gelijke kansen heeft een onmiskenbaar effect op de democratie. In het antieke Athene mochten vrouwen en vreemdelingen niet deelnemen aan volksvergaderingen. De aandacht voor gelijke kansen heeft ook aandacht gecreëerd voor de vraag wie er aan de politieke besluitvorming mag deelnemen. In 1948 kregen de vrouwen actief stemrecht, vanaf 2006 mogen ook allochtonen meebepalen wie er bestuurt in hun gemeente. Zoveel mogelijk mensen en doelgroepen moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. De democratie is op haar sterkst wanneer ze zoveel mogelijk op het spiegelbeeld van haar samenleving gelijkt. Vanuit het gelijkekansenperspectief zijn de opkomstplicht en het stemrecht voor migranten in een democratie dan ook een absolute noodzaak. Die afspiegeling moet op zoveel mogelijk niveaus worden doorgetrokken. Het parlement, uitvoerende mandaten, adviesraden of Raad van Bestuur van een overheidsinstantie, de gemeenteraad, het middenveld…kortom alle niveaus waarop beslissingen over de samenleving worden genomen.
Iedereen die dat wil moet op gelijkwaardige wijze kunnen deelnemen aan de gemeenschap waartoe hij/zij behoort. De vertaling van dat principe laat nog heel wat te wensen over. De cijfers spreken voor zich. In de Kamer en de Senaat zetelen respectievelijk 35 en 38 procent vrouwen. In het Vlaamse parlement zijn 31 procent van de parlementsleden vrouwen. Op lokaal bestuursniveau is slechts achttien procent van de schepenen vrouw. Daar is duidelijk nog een inhaalbeweging nodig. Vooral op lokaal niveau hinken we achterop. In één op vier gemeenten zetelt in het schepencollege geen enkele vrouw. In heel Vlaanderen zijn slechts 23 vrouwelijke burgemeesters.4
Daarom ben ik blij dat ik met mijn collega’s in de Vlaamse Regering een akkoord heb kunnen bereiken over het invoeren van quota voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Voortaan moeten gemeentelijke lijsten voor de helft uit mannen en de helft uit vrouwen bestaan. Die quota zijn geen doel op zich. Ze zijn maar nodig tot het evenwicht tussen man en vrouw bereikt is. Als je voet gebroken is, heb je ook krukken nodig om in evenwicht te blijven. Zodra die voet sterk genoeg is, kunnen de krukken ook weer aan de kant. Met de quota is het net zo.

De democratisering van gelijke kansen

Uiteraard heeft ook de democratie een effect op de gelijke kansen in een samenleving. Door de democratisering is het mogelijk om als overheid/politiek aan gelijke kansen te werken. Enerzijds door gelijke rechten juridisch te verankeren en anderzijds door een gelijkekansenbeleid te voeren.
Het belangrijkste of, misschien liever, het eerste instrument van de overheid in haar strijd voor gelijke kansen blijft het recht. Een rechtvaardige regelgeving blijft de basis. Zelfs de mooiste bloem kan niet overleven in een slechte ondergrond. In de meeste democratieën heeft het principe van de gelijke behandeling een erg stevige juridische vertaling gekregen. Zo ook in België. Gelijke kansen zitten genesteld in alle mogelijke rechtsbronnen: internationale verdragen, de grondwet, de antidiscriminatiewet, de antiracismewet, gemeentelijke besluiten,…. Dat is ook nodig. Gelijke rechten zijn een eerste onontbeerlijke stap in het realiseren van gelijke kansen.
Ook voor Vlaanderen is wetgeving een belangrijk instrument. De EU vaardigde 3 richtlijnen uit inzake antidiscriminatie. Voor de omzetting daarvan heeft ook Vlaanderen een rol te vervullen. Er komt een antidiscriminatiedecreet op Vlaams niveau. Daaraan zal een Actieplan Diversiteit worden gekoppeld. Net zoals we moeten evolueren van gelijke rechten naar gelijke kansen, moeten we ook evolueren van antidiscriminatie naar diversiteit.
Er is op het vlak van regelgeving heel wat gebeurd. Maar toch zijn er nog een aantal hiaten en discriminaties waaraan dringend moet worden verholpen. Holebi-koppels kunnen nog steeds geen kinderen adopteren. Het is hoog tijd dat we dat soort onrechtvaardigheden sturen naar waar ze thuishoren: het verleden. Gespierde juridische bepalingen doen bij velen de gedachte ontstaan dat achterstellingsmechanismen grotendeels achter ons liggen. Helaas, niets is minder waar. Gelijke rechten leiden niet noodzakelijk naar gelijke kansen. Daarom moet het gelijkekansenbeleid ook andere, niet-juridische, instrumenten hanteren. Het gelijkekansenbeleid moet blijven informeren en sensibiliseren om het maatschappelijke draagvlak voor gelijke kansen te behouden en te vergroten. Het vergroten van dat draagvlak zal vooral gebeuren door gericht organisaties en projecten te ondersteunen en door campagnes te voeren die het debat losweken. Het gelijkekansenbeleid moet ook de vinger aan de pols houden om nieuwe uitsluitingsmechanismen en nieuwe aandachtsgroepen te kunnen detecteren. Allochtone vrouwen en oudere holebi’s zijn bijvoorbeeld extra kwetsbaar omdat ze vaak met een dubbele achterstelling te maken krijgen. Onderzoek is dus razend belangrijk.

De opencoördinatiemethode

‘Het beleidsdomein gelijke kansen is een puur conceptuele bevoegdheid.’ Het is een boutade waar ik al sinds mijn allereerste dag als Minister mee om de oren word geslagen. Dat klopt natuurlijk niet helemaal. De campagnes, projectsubsidies en onderzoeken maken van gelijke kansen ook een heel concreet en tastbaar beleidsdomein.
Aan de andere kant schuilt er ook heel veel waarheid in die boutade. Gelijke kansen zijn inderdaad een concept en een filosofie. En dat is maar goed ook. Als beleidsmaker heb je die filosofie nodig. Wie actief wil ingrijpen in de samenleving heeft een kritisch inzicht nodig. Zonder conceptuele bril zie je niks en doe je maar wat op. Gelijke kansen zijn een visie, een kritische toetssteen. Hoe kan je beleid voeren rond welzijn, werk, onderwijs of mobiliteit als je die kritische kijk niet zou hebben? Gelijke kansen zijn een concept waartoe de hele Vlaamse Regering zich verbonden heeft. Elke minister is voor wat betreft haar/zijn bevoegdheid minister van Gelijke Kansen. Hij of zij moet in zijn/haar beleidsdomein de concrete hefbomen aanwenden om uitsluitingsmechanismen het hoofd te bieden.

Gelijke kansen onder druk

Gelijke kansen zijn in onze democratie nog steeds niet vanzelfsprekend. Meer zelfs, gelijke kansen staan onder druk. Fundamentele verworvenheden worden steeds meer in vraag gesteld en ondergraven (niet zelden in de naam van de democratie). Onverdraagzaamheid en verruwing krijgen de bovenhand. Maatschappelijk debat wordt vervangen door doodsbedreigingen zoals in de zaak Remmery. Er waren de beledigende uitlatingen naar holebi’s toe van kardinaal Joos en kandidaat Europees Commissaris Buttiglioni. Begin dit jaar kreeg Matthias Storme de Prijs voor de vrijheid uitgereikt. De titel van zijn uiteenzetting was: ‘het meest fundamentele recht: het recht om te discrimineren.’ Vlaams Belanger Filip De Man zag er geen graten in om te zeggen dat moslims geen democraten kunnen zijn Ook op wereldvlak lijken ‘gelijke rechten’ onder druk te staan. Zo dienden de Verenigde Staten op de laatste sessie van de Commission on the Status of Women van de VN een amendement in waarmee het niet alleen de verworvenheden van het Peking Actieplatform uit 1995 wou terugschroeven voor wat de seksuele en reproductieve rechten betreft, maar waarmee het ook in het algemeen wou vermijden dat er nieuwe mensenrechten aanvaard zouden worden.
Al deze oprispingen staan op zich natuurlijk los van elkaar. Maar ze drijven wel allemaal mee op dezelfde maatschappelijke onderstroom. Het zijn allemaal symptomen van het verharden en het verrechtsen van het maatschappelijke debat. Het zogenaamde politiek correcte denken is definitief begraven. Dat is op zich niet zo erg. Maar de slinger lijkt volledig te zijn omgeslagen in de andere richting. Neoliberalisme en neoconservatisme rukken gestaag op. Rechts monopoliseert belangrijke delen van het samenlevingsdebat. Door gijzeling van die maatschappelijke thema’s dreigen gelijke kansen naar het achterplan te verdwijnen. Ze lijken eerder bijkomstig dan vanzelfsprekend.
Dat kan ik niet tolereren. Niet vanuit mijn bevoegdheid en nog minder vanuit mijn overtuiging. De linkerzijde heeft zich met betrekking tot samenlevingsproblemen te veel in de hoek laten drummen. Het wordt tijd dat progressief Vlaanderen uit het defensief komt. Er zijn niet alleen maar rechtse waarden en normen. Die rechtse waarden en normen leiden naar een democratie zonder gelijke kansen, zonder diversiteit. Dat is voor mij onbespreekbaar.
Als de democratie het lichaam is, dan zijn gelijke kansen de ziel. Het één kan niet zonder het ander. Zonder lichaam kan de ziel zich niet hard maken, zonder ziel is het lichaam niet meer dan een log instrument. Je hebt democratie nodig om kansen te creëren in een samenleving, maar je hebt gelijke kansen nodig om van die democratie een samenleving te maken.
Onze eenzame fietser heeft nog wel een aantal uitdagingen voor de wielen vooraleer hij met de handen in de lucht de eindmeet van de gelijke kansen overschrijdt. Maar we mogen optimistisch zijn. We zijn uiteindelijk flandriens.

Kathleen Van Brempt
Vlaams minister voor Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen

Noten
1/ Sergeant, M. en Backx, G.(2002), Bouwstenen voor een globaal gelijkekansenbeleid voor holebi’s in Vlaanderen. Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit, blz. 17.
2/ Verhoeven, H., Arbeid en werkloosheid. In: Vranken, J., e.a., (red.)(2001), Komende generaties. Wat weten we (niet) over allochtonen in Vlaanderen? Leuven: Acco,, blz. 228.
3/ Zie: Tabel 2, blz. 51.
4/ Er zijn 22 vrouwelijke burgemeesters en 1 vrouwelijke waarnemend burgemeester.

gelijke kansen - sociaaldemocratie - ideologisch congres sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 4 (april), pagina 15 tot 20