Abonneer Log in

Gaza in een wurggreep

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 7 (september), pagina 96 tot 103

Israël en Hamas vochten van 8 juli tot 26 augustus 2014 hun derde gewapende conflict in zes jaar tijd uit. Voor buitenstaanders is het onbegrijpelijk dat de moord op drie Israëlische tieners en een Palestijnse jongen kon ontaarden in een zoveelste zinloze oorlog. Tegen de achtergrond van de aanhoudende bezetting en Israëls blokkade van de Gazastrook komt deze nieuwe ronde van geweld echter niet als een verrassing. Maar ook het falende optreden van de VS en de EU, en de marginalisatie van het internationaal recht, zijn belangrijke pijnpunten.

HET RECHT VAN DE STERKSTE

Twintig jaar vredesgesprekken brachten het vooruitzicht op een Palestijnse staat niet dichterbij. In 1993 schaarden Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie zich achter de Principeverklaring. Onder het motto ‘land voor vrede’ zou Israël zich geleidelijk aan terugtrekken uit de Palestijnse gebieden en een staat binnen de grenzen van vóór 1967 mogelijk maken. De Palestijnse Autoriteit (PA) werd opgericht om de proto-staat op te bouwen. Als leider van het diplomatieke proces stelde de Verenigde Staten zich voor als eerlijke bemiddelaar. Snel werd duidelijk dat de VS de kaart van Israël trok. Het vredesproces verzandde in een steriel proces. Er was een consensus over de bestemming - de tweestatenoplossing - al werd de weg erheen nooit uitgestippeld. Zo werden de Westoever en Gaza als een eenheid gedefinieerd en moesten ze via een brug of een tunnel verbonden worden. Israël vertikte dat en ontwikkelde een scheidingsbeleid.

Het Oslo-akkoord gaf de PA slechts beperkte territoriale controle over de Palestijnse gebieden. De struikelblokken zoals nederzettingen, grenzen, het statuut van Jeruzalem en water werden uitgesteld tot de finale statusonderhandelingen. Bovendien stelden de VS het internationaal recht als een obstakel voor, conform Israëls positie. Als bezettende macht heeft Israël duidelijke verplichtingen. Zo moet het instaan voor de veiligheid en het welzijn van de Palestijnse burgers en mag het zijn burgers niet overbrengen naar bezet gebied. In de gesprekken waren hier geen verwijzingen naar. In werkelijkheid zou Israël beslissen wat de Palestijnen krijgen.

Het vredesproces wekte de schijn dat Israël zijn bezetting zou opgeven, maar het behield de essentiële regeringsfuncties zoals controle over land, grenzen en het recht op residentie. Als een bezettende macht mag Israël de effectieve controle over de Palestijnse gebieden behouden, indien het zijn verplichtingen naleeft. Israël geniet echter de lusten maar niet de lasten van de bezetting. De PA heeft beperkte civiele bevoegdheden, maar geen vooruitzicht op soevereiniteit. Premier Netanyahu stelde in juli 2014 onomwonden dat hij nooit zal toestaan dat de PA soevereiniteit over de Westoever krijgt.

Het bewustzijn over de urgentie van de tweestatenoplossing groeit bij Europese diplomaten, ze waarschuwen dat de tijd tikt.1 Toch ondernemen de EU en de VS weinig om de situatie te veranderen. Van bij het begin van het vredesproces, zag de EU af van druk op Israël omdat dit de gesprekken zou ondermijnen. Europa hoopte dat Israël geleidelijk aan land zou opgeven. Tot op vandaag gelooft het dat de bilaterale relaties een gunstige impact op Israël zullen hebben. Door het proces van socialisering zal Israël zich conform internationale waarden gaan gedragen.

WEST BANK FIRST = GAZA LAST?

Door de meegaandheid van de VS en de EU kon Israël zijn expansiebeleid voortzetten. Het stelde dat een terugtrekking moet stroken met Israëls veiligheid. Onder het mom van veiligheid confisqueerden opeenvolgende regeringen Palestijns land en bouwden ze de nederzettingen uit. Anno 2014 wonen er meer dan 500.000 Israëlische kolonisten in 200 nederzettingen. De EU en de VS betreuren dit, maar treffen geen sancties. Israël bevindt zich in een ideale positie. Door zijn deelname aan vredesgesprekken toont het zich welwillend, het heeft een geprivilegieerd partnerschap met de EU en kan de bezetting handhaven. In plaats van zich geleidelijk terug te trekken, maakte Israël een lappendeken van de Westoever en sneed het Oost-Jeruzalem ervan af.

De afgelopen jaren waren de EU en de VS gefocust op de Westoever en de opbouw van staatsinstellingen, of liever de ineenstorting ervan. Beleidsmakers verzuchtten dat ze hun schaarse invloed moesten aanwenden om de nederzettingenbouw te beteugelen, laat staan dat ze de Palestijnse politieke en territoriale verdeeldheid ongedaan konden maken. Het motto was ‘West Bank first’. Bij de gesprekken die de VS in juli 2013 hadden opgestart, kwam Gaza nauwelijks aan bod. De gesprekken liepen in april vast wegens de nederzettingenbouw en Israëls weigering om Palestijnse gevangenen vrij te laten. Fatah en Hamas sloten een verzoeningsakkoord en kwamen overeen om een nationale consensusregering te vormen. Toen trok Israël de stekker definitief uit de gesprekken. Het wil immers niet dat er getornd wordt aan de isolatie van Gaza en doet er alles aan om eenheidsregering te voorkomen. Dit zou zijn verdeel-een-heersbeleid ondermijnen.

DE BESTRAFFING VAN GAZA

De isolatie van Gaza startte vóór de verkiezingsoverwinning van Hamas in 2006. Israël initieerde dit proces in 1991, met de bouw van een hek rond Gaza en het weren van Gazaanse arbeiders in Israël. Hiermee ving de on-ontwikkeling van Gaza aan, een ooit welvarend gebied werd economisch gewurgd en hulpafhankelijk gemaakt. Toen de Israëlische regering er in 2005 de nederzettingen ontmantelde, luidde dit geen ommekeer in. Voor Israël was de unilaterale terugtrekking een manier om zijn controle over de Westoever te behouden. Het wilde geen politieke en economische opportuniteiten creëren. Ook al trok Israël zijn soldaten terug, toch bleef het een bezettende macht door zijn controle over het luchtruim, de zee en de grensovergangen (met uitzondering van Rafah, met Egypte). Palestijnse gewapende groeperingen dreven hun raketaanvallen op en lokten hierdoor militaire operaties uit.

Toen Hamas in 2007 met geweld de macht greep in Gaza, en Fatah verjoeg, riep Israël het tot ‘vijandelijke entiteit’ uit en installeerde het de blokkade. De Israëlische regering legde beperkingen op aan commerciële import, verbood bijna alle export, en legde het verkeer van personen aan banden. Deze ‘economische oorlogsvoering’ moest de druk op Hamas vergroten. Maar vooral de bevolking werd getroffen.2 De VN bestempelde de afsluiting als een vorm van ‘collectieve bestraffing’ in strijd met Israëls verplichtingen als bezettende macht. Ondertussen versterkte Hamas zijn controle, onder meer via smokkeltunnels tussen Egypte en Rafah. Periodieke uitbarstingen van geweld waren de daaropvolgende jaren de regel.

Maar eind 2008 escaleerde het geweld en brak er een oorlog uit. Op 28 december lanceerde Israël ‘Gegoten Lood’ om de raketaanvallen te stoppen. Het leger voerde massale bombardementen uit en zette ook grondtroepen in. De Palestijnse gewapende groepen bleven echter tot op de laatste dag, 18 januari 2009, raketaanvallen op Israël uitvoeren. De balans van de oorlog was 1400 Palestijnse doden en 13 Israëlische doden. Israël had op grote schaal burgerinfrastructuur getroffen en ook de economie van Gaza in puin gelegd. Door Israëls afsluiting en het verbod op de invoer van onder meer bouwmateriaal werd de wederopbouw sterk bemoeilijkt.

November 2012 zag een nieuw gewapend conflict tussen Israël en Hamas. Na acht dagen kwamen beide partijen onder bemiddeling van Egypte overeen tot een staakt-het-vuren. Ze zouden de vijandelijkheden staken en de Israëlische regering zou de blokkade versoepelen. De eerste maanden na het conflict werden er geen raketten uit Gaza afgevuurd, maar deed het Israëlische leger wel regelmatig invallen in Gaza. Israël weet de rust aan zijn afschrikkingsbeleid en zelfbehoud van Hamas. Het stelde indirecte gesprekken over de implementatie van het staakt-het-vuren uit en verlichtte de blokkade niet. In de bufferzones, landbouwgebied aan de grens, werden boeren beschoten. De grensovergangen werden geregeld gesloten. Toch hield Hamas zich grotendeels aan het staakt-het-vuren. Het focuste op het heropbouwen van zijn arsenaal en de volgende ronde waarbij het de afsluiting met geweld zou proberen op te heffen.

Toen generaal Sisi in juli 2013 de macht in Egypte overnam en president Morsi afzette, zakte Gaza nog dieper weg. De Egyptische regering strafte Hamas, de bondgenoot van de Moslimbroeders, en vernielde het merendeel van de smokkeltunnels, waardoor Hamas een groot deel van zijn inkomsten verloor. Het verminderde ook de passage via Rafah, de enige poort naar de buitenwereld. Eind 2013 werd de situatie onhoudbaar: stroomonderbrekingen duurden 12 à 18 uur per dag, dieseltekort veroorzaakte enorme wachtrijen aan benzinestations, vuilnis stapelde zich op, de riolering begaf het, de watercrisis bereikte een dieptepunt.3

DE ONVERMIJDELIJKE VOLGENDE RONDE

De directe aanleiding tot de volgende ronde was de ontvoering en de moord op drie Israëlische jongeren bij de nederzetting Gush Etzion bij Hebron op 12 juni 2014. Toen hun lichamen op 30 juni werden teruggevonden, ontvoerden en doodden Israëlische extremisten een Palestijnse tiener. Hierop braken onlusten uit in Jeruzalem, de Negev en Galilea (waar veel Palestijnse burgers van Israël wonen). Israël legde de schuld bij Hamas en startte een grootschalige campagne van arrestaties en raids in de Westoever, 'Brother’s Keeper'. Later kwam aan het licht dat de Israëlische veiligheidsdiensten snel na de ontvoering wisten dat de jongens dood waren. Ook kon Israël de directe betrokkenheid van het leiderschap van Hamas niet bewijzen. Israël maakte van de gelegenheid om een strafexpeditie tegen Hamas te starten en de eenheidsregering te ondermijnen. Dat was het einde van de periode van ‘rust’.

Als respons op de protesten startten andere Palestijnse gewapende groeperingen met raket- en mortieraanvallen op Israël. Hamas wou niet aan de zijlijn blijven staan en hervatte zijn raketaanvallen op 7 juli. Daags erna lanceerde Israël de operatie ‘Protective Edge’. Na tien dagen begon het leger ook met een grondoffensief. Oorspronkelijk was het doel de raketten te stoppen. Na een zware aanval via een tunnel stelde het leger zijn doel bij tot de vernieling van de tunnels. Verschillende pogingen om tot een staakt-het-vuren te komen strandden, voornamelijk omdat Hamas niet aanvaardde dat zijn eisen niet werden ingewilligd. Uiteindelijk werd op 26 augustus onder leiding van Egypte een staakt-het-vuren voor een maand afgesloten. Israël ging akkoord met de opening van Rafah en liet meer humanitaire hulp toe. Ondertussen vinden in Caïro gesprekken plaats over de heikele punten: de opening van de luchthaven, de haven en de vrijlating van gevangenen.

Het conflict maakte meer dan 2100 Palestijnse slachtoffers, waarvan 70% burgers. Aan Israëlische zijde werden er 6 burgers en 64 soldaten gedood. Opnieuw werden de burgers van Gaza het zwaarst getroffen. Moskeeën, scholen, ziekenhuizen en volledige buurten werden verwoest. Israël gebruikte massaal zware artillerie en vuurde meer dan 30.000 granaten af.4 Dat is een veelvoud van wat Israël in de oorlog van 2008-2009 afschoot. ‘Toen ik de beelden op de televisie zag, dacht ik ‘Gegoten Lood’ op steroïden’, stelt Yehuda Shaul van de Israëlische organisatie Breaking the Silence. Hij wijst erop dat artillerie geschikt is in klassieke, interstatelijke oorlogen. Maar in een dichtbevolkt gebied is het gebruik ervan bijzonder gevaarlijk. ‘Het is geen accuraat wapen. Het ontploft en doodt mensen in een straal van 50 meter en verwondt mensen in een straal van 100 meter. Bovendien vuur je ook nooitéén granaat, maar tien granatenaf om je doel te treffen. Het Israëlische leger kan niet stellen dat het alles deed om burgerslachtoffers te voorkomen’.5

WAT WIL ISRAËL BEREIKEN?

Israëls houding tegenover Hamas is dubbelzinnig. Enerzijds bestempelt het Hamas als een terroristische organisatie waar niet mee te onderhandelen valt. Anderzijds weet Israël dat het alternatief voor Hamas in Gaza niet zozeer Fatah is, dan wel nog radicalere salafistisch-jihadistische partijen. Bovendien onderhandelde Israël reeds met Hamas bij de gevangenenruil in 2011 en het staakt-het-vuren in 2012. Toch zal Israël nooit afstappen van zijn officiële discours. Sinds het losbarsten van de strijd tussen Fatah en Hamas in 2006 kant het zich tegen verzoening en ondermijnt het pogingen om tot eenheidsregering te komen.

Daarom koos de Israëlische regering voor de confrontatie. Toch schatte ze de situatie niet goed in. Ze had geen politiek doel, maar wilde veiligheid verkrijgen, en dit via luchtaanvallen. Israël wilde een grondoperatie vermijden, maar werd ertoe genoodzaakt door de aanvalstunnels van Hamas. Ook al stelde premier Netanyahu dat de operatie slaagde omdat Israël geen enkele eis van Hamas inwilligde, toch is ze geen strategisch succes.6 Hamas zaaide terreur in Israël en zette de blokkade op de agenda. De meeste Israëli’s steunden deze operatie omdat ze geen alternatief zien voor militair geweld tegen Hamas. De zelfmoordaanslagen sloegen diepe wonden en bevestigden de idee dat de Palestijnen geen kans zullen laten liggen om ‘Israël in de zee te drijven.’ Ook de raketaanvallen stuitten op veel onbegrip. ‘We trokken ons terug uit Gaza en kregen raketten als cadeau’, is een veelgehoorde verzuchting.

Het veiligheidsdenken domineert de Israëlische maatschappij. Sociologe Eva Illouz ziet de humanitaire gevoeligheid met de jaren afnemen. Palestijnen worden geweerd, wat dehumanisering in de hand werkt. Bovendien staat angst centraal in de Israëlische pysche. De angst voor de Shoah, het antisemitisme, enzovoort creëert een ‘catastrofalistisch’ denken, waarbij wordt uitgegaan van het worst case scenario. Dat maakt het makkelijker om morele normen te overschrijden.7 De onverschilligheid van veel Israëli’s voor politiek, geeft de regering ook het vrijgeleide om haar beleid voort te zetten. Slechts weinig burgers leggen de link tussen de stijgende inkomenskloof en de hoge uitgaven voor defensie en de nederzettingen.

WAT WIL HAMAS BEREIKEN?

Hamas stond vlak voor het recente conflict erg zwak. Het was de steun van Egypte en ook van Syrië, door zijn stellingname tegenover het regime, verloren. In Gaza zelf boette Hamas aan invloed in ten nadele van de Islamitische Jihad en andere salafistisch-jihadistische groepen. Hamas had het staakt-het-vuren met Israël afgedwongen maar plukte er geen vruchten van. Het gevoel groeide binnen Hamas dat het niet zoveel zou verliezen bij een conflict met Israël.8 Het zou zijn populariteit opkrikken en Israël mogelijk kunnen dwingen de blokkade te verlichten.

De noodgedwongen verzoening met Fatah had ook niet veel opgeleverd. Hamas had de voorwaarden van Fatah aanvaard. Het zou het bestuur van Gaza overdragen aan functionarissen die Fatah zou aanstellen en de grensovergangen zouden door de veiligheidsdiensten van de PA worden bemand. De eenheidsregering die in juni was gevormd, omvatte geen lid van Hamas en aanvaardde de drie voorwaarden van het Kwartet (opgeven van geweld, respect voor de vorige akkoorden en aanvaarding van Israël). De voorwaarden van Hamas werden echter niet vervuld: de opening van de overgang met Egypte en de betaling van 45.000 ambtenaren, waar Israël zich tegen kantte.

De ontwikkelingen na de moord op de Israëlische tieners zetten Hamas tot militaire actie aan. Het zag dit als een gevecht om zijn voortbestaan. Ofwel onderging Hamas Israëls langzame verstikking ofwel initieerde het een oorlog die kon leiden tot de opheffing van de blokkade.9 Hamas had zich voorbereid op deze ronde en beschouwde zichzelf naderhand als overwinnaar. Het is niet opgewassen tegen het vierde machtigste leger ter wereld, maar kan Israël pijn doen. Door de aanvalstunnels gingen strijders voor het eerst in decennia de grens over, het legde de luchthaven van Ben Goerion twee dagen plat en vuurde raketten af op alle grote steden.

Toch behaalde Hamas geen overwinning. Het ging akkoord met een staakt-het-vuren waarbij zijn voornaamste eisen zoals de opening van de luchthaven, de haven en de vrijlating van de gevangenen niet werden ingewilligd. Na Israëls uitschakeling van enkele militaire leiders zag het geen voordeel meer in de voortzetting van de strijd.10 Hamas slaagde er wel in om de blokkade op de politieke agenda te zetten. De EU en zelfs de VS erkennen dat een terugkeer tot de status quo ante onmogelijk is.

DE INTERNATIONALE GEMEENSCHAP MEET OPNIEUW MET TWEE MATEN

De VS en de Europese lidstaten riepen Israël geen halt toe en verklaarden dat Israël het recht op zelfverdediging heeft. Ze veroordeelden zijn schendingen van het internationaal humanitair recht in algemene termen. Minister Reynders stelde dat Israël en Hamas niet vergeleken kunnen worden, dat Hamas een terreurbeweging is terwijl Israël het recht en de plicht heeft om zijn bevolking te verdedigen. In de Commissie Buitenlandse Zaken ging hij nog een stap verder. ‘Het respect voor het internationaal recht, in het bijzonder het internationaal humanitair recht, is een verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen. Dit geldt voor Israël maar ook voor andere organisaties die als terroristisch worden bestempeld. We constateren echter dat burgers geregeld als menselijke schilden worden gebruikt om militaire doelwitten te beschermen. Het leiderschap van Hamas bouwt ook bunkers onder hospitalen. Gisteren veroordeelde UNRWA dat Hamas raketten in scholen opslaat’.11

Hiermee neemt minister Reynders de retoriek van Israël over. Het voorbeeld van de menselijke schilden is problematisch omdat dit het steeds wederkerende excuus van Israël voor de vele burgerslachtoffers overneemt. En dat terwijl de VN-onderzoekscommissie na de oorlog van 2008-09 (waarin dezelfde beschuldiging werd geuit) geen aanwijzingen vond voor het gebruik van menselijke schilden door Palestijnse groepen.12 Het internationaal humanitair recht verbiedt oorlogvoering in stedelijk gebied niet. Dat kan niet gelijkgesteld worden aan het gebruik van menselijke schilden, zoals Israël doet. Het concept ‘menselijk schild’ veronderstelt dat strijders bewust de aanwezigheid van burgers gebruiken om zichzelf of andere militaire doelwitten tegen vijandelijke aanvallen te beschermen. Minister Reynders vergeet dat talloze Palestijnse burgers omkwamen bij aanvallen waar een legitiem militair doelwit afwezig was (bijvoorbeeld woningen van Hamas-leden) of die in een onaanvaardbare hoge ‘collateral damage’ resulteerden en disproportioneel waren. De Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem stelde vast dat honderden Palestijnse burgers in hun woning gedood werden.13 Met het zogenaamde gebruik van menselijke schilden door Hamas heeft dat weinig te maken.

Ook is het problematisch dat Hamas verengd wordt tot een terreurbeweging. Dat is een vrijbrief voor Israël om Hamas met alle middelen uit te schakelen. Dat is in tegenspraak met minister Reynders’ oproepen tot een wapenstilstand en zijn voorkeur voor een onderhandelde oplossing. Ondanks zijn onvoorzichtige taalgebruik lijkt hij te beseffen dat Hamas méér is dan een terreurorganisatie en dat een politieke oplossing de enig mogelijke is.

Net als de EU stelde België dat een terugkeer naar het status quo van vóór het recente conflict onaanvaardbaar is. Indien de EU een ommekeer wil , moet ze aandringen op Israëls respect voor het internationaal humanitair recht, zoals ze dit ook terecht verwacht en eist van Hamas. Dat is enige manier om het klimaat van wetteloosheid te stoppen en een echt vredesproces mogelijk te maken. Eerst en vooral moet ze Israël onder druk zetten om de blokkade daadwerkelijk op te heffen, en niet enkel de humanitaire hulp toe te laten. Israël zal zich immers verzetten tegen de wederopbouw van Gaza, de heropleving van de economie en de verbinding tussen de Westoever en Gaza. Toch moeten Europese beleidsmakers alles inzetten op ‘Gaza first’ en het plan van president Abbas om Gaza prioriteit te geven in het vredesproces.

Brigitte Herremans
Medewerker Midden Oosten bij Pax Christi en Broederlijk Delen

Noot
1/ EU Heads of Mission Jerusalem Report 2012, gelekt rapport, http://972mag.com/resource-eu-heads-of-mission-report-on-israeli-settlements/66814/.
2/ Rapporten van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Gisha.
3/ Thrall N., Hamas’s Chances, London Review of Books, 21 augustus 2014.
4/ Harel A., Massive artillery shelling may have caused numerous civilian fatalities in Gaza, Ha’aretz, 15 augustus 2014.
5/ Gesprek met Yehuda Shaul, 3 september 2014.
6/ Sharon A., Failure in Gaza, New York Review of Books, 3 september 2014.
7/ Heyer J.A., Interview with Eva Illouz, Gaza Crisis: The Real Danger comes from Within, http://www.spiegel.de/international/world/interview-with-sociologist-eva-illouz-about-gaza-and-israeli-society-a-984536.html, 5 augustus 2014.
8/ International Crisis Group, The Next Round in Gaza, rapport 149, 15 maart 2014.
9/ Thrall N., Hamas’s Chances, London Review of Books, 21 augustus 2014.
10/ Harel A., Real Test for Gaza Truce still lies ahead, 27 augustus 2014.
11/ Minister Reynders, interventie in de Commissie Buitenlandse Zaken van de Kamer, http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/54/ic002.pdf, p. 15, 28 juli 2014.
12/ Human Rights Council, Report of the UN- Fact Finding Mission on the Gaza Conflict, A/HRC/12/48, http://www2.ohchr.org/english/bodies/hrcouncil/docs/12session/A-HRC-12-48.pdf, 25 september 2009.
13/ B’tselem, Families Bombed at Home, http://www.btselem.org/gaza\_strip/201407\_families, juli-augustus 2014.

Gaza - Hamas - Israël

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 7 (september), pagina 96 tot 103