Log in

Herstel Artikel 23 in ere

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 60 tot 66

‘Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.’ Zo staat het sinds 1994 in onze grondwet onder Artikel 23. Omdat de sociale grondrechten onder dat artikel verre van gerealiseerd zijn, voert burgerbeweging Hart boven Hard campagne voor een rechtvaardig sociaal, klimaat- en migratiebeleid. We moeten vandaag alle strijden verbinden. Die integrale transitie is voor ons de inzet van de verkiezingen van 26 mei.

Een maatschappij die ieders recht op een menswaardig leven garandeert – en dus een gezond leefmilieu, kwaliteitsvolle jobs, voldoende koopkracht, een menselijk migratiebeleid, gelijke rechten, betaalbare zorg, rechtvaardige belastingen: dat is de horizon van de campagne van Hart boven Hard richting de verkiezingen. Zo’n samenleving kan er enkel komen als de grondrechten in Artikel 23[1] verwezenlijkt zijn voor iedereen. Zoals Bernard Hubeau van de Universiteit Antwerpen stelt: ‘De materiële behoeften, verankerd in de sociale grondrechten, moeten aan een minimumniveau voldaan zijn voordat mensen kunnen genieten van hun individuele vrijheid en autonomie’.[2]

De juridische afdwingbaarheid van de sociale grondrechten blijft tot op heden beperkt.[3] Wie wil dat ze er echt toe doen, moet daarvoor politieke druk ontwikkelen. Zo zijn ze er ook gekomen: na de sociale strijd in de 20e eeuw die de machtsverhoudingen zo deden kantelen dat de lagere klassen de elites tegen eigen wil en belang solidariteit konden opleggen.[4] Laat ons dat niet vergeten, zeker vandaag niet. Hoewel deze sociale grondrechten onvervreemdbaar zijn en iedereen ze zonder onderscheid heeft, zien we dat ze steeds meer onder druk komen te staan en voorwaardelijk gemaakt worden. Ze verglijden tot een gunst.

Bij Hart boven Hard onderscheiden we drie verweven assen waarop het recht op een menswaardig leven momenteel belemmerd wordt: sociale ongelijkheid, ecologie en migratie/discriminatie. We bekijken ze hier eerst even apart, met voor elke as een paar van onze 23 voorstellen voor de volgende regering.

SOCIALE ONGELIJKHEID

Hoewel onze welvaart de afgelopen 30 jaar sterk is toegenomen, zien we dat die gestegen rijkdom niet resulteert in een grotere sociale gelijkheid. Voor veel grondrechten merken we zelfs een achteruitgang: van het recht op arbeid en een billijke beloning, tot het recht op sociale zekerheid en bescherming van de gezondheid, alsook het recht op sociale, geneeskundige en juridische bijstand.

Sinds 1985 is het bbp per hoofd in België toegenomen met 58%, maar het armoederisico steeg in die tijd evenveel: van 9,8% naar 15,9%. Tot eind jaren 1990 volgde het mediane netto beschikbare inkomen de groei van het bbp, maar sindsdien stijgt het trager. Onze groeiende collectieve rijkdom wordt dus steeds minder herverdeeld. Terwijl in 1985 slechts één op vier armen in armoede bleven na overheidsherverdeling, is dat aandeel anno 2016 dubbel zo hoog.[5] 1,8 miljoen Belgen heeft vandaag een inkomen onder de armoedegrens. Op 10 jaar tijd is de kansarmoede in Vlaanderen verdubbeld.

Daarom blijft Hart boven Hard tussen zijn 23 voorstellen hameren op de niet-ingeloste belofte uit het regeerakkoord om alle minimumuitkeringen boven de armoedegrens te tillen. Ook willen we volgens het ‘housing first’-principe over heel België 100.000 sociale woningen per regeerperiode. Daarnaast trekken we het recht op sociale rechtvaardigheid door naar twee voorzieningen die bedoeld zijn om ongelijkheid in te dijken, maar ze in de praktijk nog altijd reproduceren: we pleiten voor gratis kinderopvang voor iedereen en schoolklassen van maximaal 20 leerlingen.

Na je eerste twintig levensjaren is een kwaliteitsvolle job de beste dam tegen armoede, maar voor wie de eindjes moeilijk aan elkaar kan knopen, heeft de ‘jobs jobs jobs’-strategie van de regering-Michel weinig zoden aan de dijk gebracht. De versnelde degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen – ook één van de belangrijkste maatregel uit de arbeidsdeal van afgelopen zomer – deed het armoederisico van werklozen stijgen van 40,5% in 2015 naar 49,1% in 2017.[6] Ten slotte zien we het afgelopen decennium een stijging van het aantal werkende armen van 3,9% naar 5%. Kortom: niet jobs op zich zijn een gangmaker van een sterk sociaal beleid, wel hoe kwaliteitsvol die jobs zijn en hoeveel financiële ademruimte we geven aan werklozen.

Hart boven Hard pleit voor een hoger minimumloon van 14 euro per uur en een minimumpensioen van 1.500 euro per maand. In een land waarin CEO’s nog altijd gemiddeld 16 keer meer verdienen dan hun gemiddelde werknemer (tot zelfs 50 keer meer in Bel20-bedrijven – De Tijd, 14/04/2018) stellen we voor om die loonspanning te reduceren tot acht, plus een gelijk loon en pensioen voor man en vrouw. Ook vinden we het tijd voor de vierdagenweek. Werken doen we om te leven, niet omgekeerd.

‘Maar hoe gaan jullie dat betalen?’ Ons fiscaal systeem moet anders. De vaak bejubelde tax shift blijkt allerminst een goednieuwsshow voor de lagere inkomens. Volgens onderzoekers van de KU Leuven is ze ‘negatief voor de armste 20% van de bevolking’[7] en leverde de armste 10% zelfs 3,7% in. ‘Ja maar, de koopkracht is tussen 2014 en 2020 wel met 5,2% gestegen’, zo wierp minister-president Geert Bourgeois op bij de algemene staking van 13 februari. Alleen gaat achter die gemiddelde koopkrachtstijging – die André Decoster en Toon Vanheukelom intussen corrigeerden naar 3,3% – een ongelijke herverdeling schuil: ze komt het meest ten goede aan de rijkere lagen van de bevolking en het minst aan de armere lagen.[8] Die sociale ongelijkheid laat zich voelen. In Vlaanderen sterft een laaggeschoolde gemiddeld 7,5 jaar vroeger dan een hooggeschoolde, en leeft hij of zij 11 tot 18 jaar minder lang in goede gezondheid.[9]

Wie profiteert dan van onze groeiende welvaart? De rijkste 10% bezit vandaag bijna evenveel als de rest van de bevolking.[10] Een deel van het probleem is dat arbeid nog steeds veel zwaarder belast wordt dan kapitaal. Vermogen, met uitzondering van meerwaarde en huurinkomsten, wordt volgens ACV slechts met 0,8% belast.[11] Als klap op de vuurpijl versluisden 853 Belgische bedrijven in 2016 maar liefst 221 miljard euro naar belastingparadijzen (Le Soir, 14/08/2017). Volgens onderzoek van de ULB loopt onze staatskas jaarlijks 15 à 20 miljard mis door belastingfraude.[12] De Kaaimantaks, het stokpaardje van Michel I om belastingontwijking aan te pakken, moest jaarlijks 510 miljoen in het laatje brengen, maar leverde in 2017 met 5 miljoen slechts een peulenschil op (Knack, 24/04/2018).

Een rechtvaardige fiscaliteit is nochtans cruciaal om iedereen een menswaardig leven te garanderen. Hart boven Hard toetst nu bij minstens 23.000 Belgen het idee af om het aantal fraude-inspecteurs te verdubbelen in de strijd tegen belastingontduiking, en om een progressieve vermogensbelasting te introduceren voor vermogens vanaf 1 miljoen (exclusief eigen woonst). Ook willen we dat België binnen de EU gaat pleiten voor een Europese minimumbelasting op vennootschappen, om de neerwaartse fiscale concurrentie te stoppen en bedrijven eerlijk te doen bijdragen aan de samenleving.

KLIMAATRECHTVAARDIGHEID

Ook ons klimaatbeleid verdient veel beter. Dat we dringend radicale maatregelen zullen moeten nemen om mens en planeet te behoeden voor de catastrofale gevolgen van klimaatverandering, staat als een paal boven (stijgend) water. Alleen blijkt ons land in Europa bij de slechtste leerlingen. België moest zijn CO₂-uitstoot tegen 2020 verlagen met 15%, maar blijft hangen op 7,2%. Ook de afspraak om tegen dan 13% van onze energie uit hernieuwbare bronnen te halen, zal ons land niet nakomen. En dat terwijl het meest recente IPCC-rapport impliceert dat we binnen 30 jaar onze uitstoot tot nul moeten herleiden. Het grondrecht op ‘de bescherming van een gezond leefmilieu’ in Artikel 23 blijft dode letter.

Waarom gebeurt er zo weinig, terwijl de nood zo hoog is en klimaatmars na klimaatmars collectief wordt uitgeschreeuwd? Wellicht omdat ieders recht op een gezond leefmilieu raakt aan een beschermd systeem waarin mens en samenleving in dienst staan van de economie, terwijl dat net andersom zou moeten zijn. Een groen verhaal voor de toekomst vergt dan ook niet zomaar een cosmetische operatie, maar een structurele ingreep. Een vaak onderbelicht voorbeeld vinden we in de 40 miljard die ING, KBC, Belfius en BNP Paribas Fortis tussen 2014 en 2016 nog steeds investeerden in fossiele brandstoffen. Onze succesvolle campagne ‘Move Your Money’ trekken we daarom door naar een structureel voorstel: tegen 2030 mag de overheid – en tegen 2050 ook de financiële wereld van banken en fondsen – niet meer beleggen in olie, gas of steenkool. Herinvesteer dat geld – ons geld – in hernieuwbare energie.

Het diepere probleem van de klimaatopwarming is immers dat blind winstbejag de ecologische schade afwentelt op de maatschappij. De 10% rijksten van de wereld zijn verantwoordelijk voor de helft van de globale CO₂-uitstoot, de armste helft slechts voor 10%. De ecologische voetafdruk per capita van de rijkste 1% is 175 keer groter dan die van de armste 10%.[13] De gevolgen van die kloof zijn bekend. Als we niet ingrijpen, zou het aantal klimaatvluchtelingen tegen 2050 kunnen oplopen tot 200 miljoen.[14] De boutade dat we allen in dezelfde boot zitten, verhult dus de enorm ongelijke verantwoordelijkheid voor de stormen die ons wachten. Ook in België zijn niet enkel de oorzaken van klimaatverandering, maar ook de gevolgen ongelijk verdeeld. Mensen in kwetsbare posities wonen en werken bijvoorbeeld vaker in vervuilde omgevingen.[15] Dat is zo bijzonder aan Artikel 23: het paart ‘het recht op een gezond leefmilieu’ aan sociale grondrechten. Het waarschuwt ons om groen niet af te splitsen van rood, en omgekeerd.

DE NATIONALISTISCHE BLIKSEMAFLEIDER

Een handige afleidingstrategie voor alle structurele ongelijkheid vinden systeembevestigende krachten in racisme en nationalisme. Die worden aangewakkerd om alle onzekerheden en frustraties te kanaliseren richting de ‘Ander’, als zondebok voor al wat misloopt. Sociale ongelijkheid zou bijvoorbeeld de schuld zijn van wat (extreem)rechts ‘importarmoede’ noemt. De waarheid is net andersom: net de ongelijke kansen die ons land handhaaft voor nieuwkomers en Belgen met migratieachtergrond, blokkeren hun mogelijke bijdrage aan onze arbeidseconomie en dus de financiering van de sociale zekerheid. Binnen Europa doet België het immers enorm slecht wat ongelijkheden op basis van afkomst betreft. 45% van de mensen die buiten de EU geboren is, heeft een inkomen onder de armoedegrens. Dat is het hoogste cijfer in Europa en vier keer hoger dan inwoners die hier geboren zijn.

Dat hoge cijfer is onder meer te wijten aan discriminatie in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en op de woonmarkt. Van de EU-15 landen is het verschil in onderwijsprestaties tussen ‘autochtone’ leerlingen en leerlingen met een migratieachtergrond enkel in Finland nog groter dan in Vlaanderen.[16] Leerlingen met een migratieachtergrond hebben bovendien 12% meer kans op een B- of C-attest dan ‘autochtone’ klasgenoten met dezelfde resultaten.[17] Ook op de arbeidsmarkt bepaalt je origine nog steeds sterk je kansen. Het verschil in werkloosheidsgraad tussen zij die in België geboren zijn en zij die buiten de EU geboren zijn, is nergens in de EU15-landen hoger dan in België.[18]

Hart boven Hard pleit daarom voor proactieve controles op discriminatie met praktijktesten. We willen een menswaardige migratie door de herwaardering van humanitaire visa en legale vluchtroutes. En we geloven in een positieve erkenning van de diaspora door straten en pleinen, en ook het onderwijs, te dekoloniseren. Zolang onze publieke ruimte de massamoorden in Congo blijft vieren met talloze Leopold II-lanen – tegenover geen enkele Lumumbastraat – zal elk inclusief verhaal vals blijven klinken.

De realiteit lijkt net te willen polariseren. Zo wordt het recht op behoorlijke huisvesting bemoeilijkt door discriminatie op de woningmarkt. Recent onderzoek in Antwerpen leert dat 40% van de mensen met Maghrebijnse naam niet worden uitgenodigd voor een huisbezoek, terwijl mensen met een Belgische naam wel welkom zijn.[19] Het recht op gelijkheid ongeacht afkomst mag dan niet expliciet onder Artikel 23 vallen, deze cijfers bewijzen dat racisme het recht op een menswaardig leven van grote groepen mensen bedreigt. Ons gelijkekansenbeleid is in hetzelfde bedje ziek als ons sociaal en klimaatbeleid: gelijke kansen op onze grondwettelijke rechten zijn geen prioriteit, of lijken misschien zelfs niet de bedoeling.

‘SOYONS RÉALISTES, DEMANDONS L’IMPOSSIBLE’

Tegen die impasse hebben we de afgelopen maanden steeds meer protest zien opwellen, van scholieren op straat voor het klimaat, tot gele hesjes die het land beroeren en de vakbonden met een algemene staking. Op 24 maart trekt ook opnieuw een grote antiracismebetoging door Brussel. Protest heeft de wind mee. Omdat de uitwassen te absurd worden? Mensen voelen dat de postdemocratie geen structureel antwoord meer heeft op de enorme uitdagingen. Postdemocratie is ‘de fase waarin het idee overheerst dat er geen alternatief is. Waarin mensen weten dat ze wel een vote hebben, maar geen voice – ze mogen wel gaan stemmen, maar niemand luistert naar hen.’ (De Morgen, 09/02/2019). Zelfs stemmen op zich lijkt in de verdrukking. Maar liefst 23% van de stemgerechtigde kiezers stemde niet of niet geldig tijdens de jongste gemeenteraadsverkiezingen.[20] Dat cijfer, het hoogste in 30 jaar, doet vragen rijzen over de representativiteit van de politieke instellingen. Iedereen weet: het bedreigt onze democratie.

Hoe het anders kan? Een sociaal rechtvaardige, inclusieve en ecologische toekomst zal niet zomaar uit de lucht komen vallen. Ingrijpende maatschappelijke veranderingen kunnen we enkel afdwingen door machtsverhoudingen op te bouwen. En daartoe acht Hart boven Hard het cruciaal om de verschillende strijden die vandaag woeden, te proberen verbinden. Er is nood aan een geïntegreerd narratief dat mensen perspectief en hoop biedt. Grondrechten, hoewel geen sexy thema, hebben dat verbindende potentieel zeker in zich. Hun vervlechting is dé uitdaging voor alle progressieve politici en organisaties.

We kunnen conservatieve krachten dan ook geen groter plezier gunnen dan ons uit elkaar te laten spelen. En daarvoor doen ze hard hun best. Allerlei schijntegenstellingen moeten de ontwikkeling van één progressief blok tegenwerken. Ecologie zou niet te rijmen zijn met koopkracht, antiracistische maatregelen zouden ‘autochtone’ arbeiders bedreigen, en zelfs binnen de grote groep armen wordt een wig gedreven tussen ‘deserving’ en ‘non-deserving poor’. Zo verkondigde staatssecretaris voor armoedebestrijding, Zuhal Demir, vorig jaar dat ze een prioriteit zou maken van het optrekken van de uitkeringen voor gehandicapten. Tussen de lijnen lezen we dat alle andere groepen met een uitkering onder de armoedegrens geen menswaardig inkomen verdienen.

Het is dan ook essentieel dat politieke partijen en middenveldorganisaties verder gaan dan enkel hun eigen kernthema’s te promoten, en dat ze niet meestappen in de breuklijnen tussen gele hesjes en klimaatbetogers, tussen vakbonden en antiracismeactivisten. In plaats van onderling te concurreren en naar beneden te trappen, moeten we onze krachten bundelen en zelf een breuklijn naar voren schuiven: de breuklijn tussen iedereen die verliest bij de huidige politiek en economie, en de grote vermogens, bedrijven en belangengroepen die erbij winnen om arbeiders uit elkaar te spelen met racisme, te investeren in fossiele brandstoffen en de lonen te drukken.

We zien vandaag hoopvolle ontwikkelingen: vakbonden die mobiliseren voor Claim The Climate en de antiracismebetoging van 24 maart, gele hesjes die de klimaatbeweging steunen en Students for Climate die langs de piketten ging op de jongste algemene staking. Aan die bruggen moeten we verderbouwen, met een menswaardig leven voor iedereen als horizon, en het uitwerken van alternatieven tegen het TINA-denken als methodiek. Hoe kan de volgende legislatuur Artikel 23 weer in ere herstellen?

Met Hart boven Hard leggen we onze 23 voorstellen tot 23 maart voor aan de bevolking, om uit die bevraging zes prioriteiten te kiezen. Op 30 maart laten we die wetenschappelijk onderbouwen op ons volkstribunaal Right(s) Here. En op 12 mei, vlak voor de verkiezingen, brengen we alle strijden samen op Right(s) Now, een massamanifestatie voor een sociale, ecologische en inclusieve toekomst. Alleen zal dat niet volstaan. Wij roepen ook het hele middenveld en de progressieve partijen op om de drie strijdassen te verbinden en er niet één te laten vallen voor kortetermijnwinsten.

De kans is groot dat we daarmee opzijgezet worden als naïevelingen, idealisten of gutmenschen met onmogelijke voorstellen. Maar als ons huidige economische systeem onze planeet onleefbaar maakt, als onze volksvertegenwoordigers steeds meer mensen géén gelijke kansen en materiële basisvoorwaarden weten te garanderen om zich deel te voelen van de samenleving, is dan niet vooral het huidige systeem irrealistisch? In mei ’68 verscheen op tal van muren: ‘Soyons réalistes, demandons l’impossible’. Laat ons realistisch zijn en het onmogelijke eisen: een menswaardig leven voor iedereen. Niet omdat Hart boven Hard dat zo graag wil, maar omdat onze grondwet het gebiedt.

(Stemmen voor de 23 voorstellen van Hart boven Hard kan tot 23 maart op www.art23.be. Voor alle info over de antiracismebetoging van 24 maart, het volkstribunaal Right(s) Here van 30 maart en de manifestatie Right(s) Now! van 12 mei: www.hartbovenhard.be.)

Voetnoten

  1. ‘Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. […] Die rechten omvatten inzonderheid: 1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen; 2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand; 3° het recht op een behoorlijke huisvesting; 4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu; 5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing; 6° het recht op gezinsbijslagen.’
  2. Peter Raeymaeckers, Jill Coene, en Bernard Hubeau, ‘Inleiding: Over Armoede en Beleid', in Armoede en Sociale Uitsluiting: Jaarboek 2018, ed. Jill Coene et al. (Leuven / Den Haag: Acco, 2018), 27.
  3. Nico Moons en Bernard Hubeau, ‘Conceptual and Practical Concerns for the Effectiveness of the Right to Housing', Oñati Socio-Legal Series 6, no. 3 (2016).
  4. Stijn Oosterlynck, ‘Hoe geraken we voorbij de valse paradox tussen van onderuit en van bovenaf?', Samenleving & Politiek 10 (2018): pp. 27-37.
  5. Laure-Lise Robben, Aaron Van den Heede, en Wim Van Lancker, ‘De lage middenklasse in België', Studie op vraag van Denktank Minerva en Decenniumdoelen, 2018, https://www.decenniumdoelen.be/documenten/Rapport_Lage_Middenklasse_CESO-1.pdf.
  6. Jos Geysels en Michel Debruyne, ‘Een Decennium Armoedig Beleid. De Elfde Armoedebarometer van Decenniumdoelen', in Armoede En Sociale Uitsluiting: Jaarboek 2018, 2018, pp. 329-58.
  7. Bart Capéau et al., ‘Betaalt de taxshift zichzelf terug?', Leuvense Economische Standpunten 2018/168 (2018): 6, https://feb.kuleuven.be/les/documenten/les168-betaalt-de-taxshift-zichzelf-terug.
  8. André Decoster en Toon Vanheukelom, ‘Werkprikkels en Herverdeling onder Michel I: Aanvulling en Correcties bij Leuvens Economisch Standpunt 172', 2018, https://feb.kuleuven.be/les/documenten/Les-172-nota-met-uitleg-en-correctie.
  9. Agentschap Gezondheid & Zorg, ‘Eindrapport Omgevingsanalyse,’ Gezondheidsconferentie Preventie, 2016, https://www.zorg-en-gezondheid.be/sites/default/files/atoms/files/20161216 Rapport omgevingsanalyse - eindrapport.pdf.
  10. Sara Kuypers en Ive Marx, ‘De Verdeling van de Vermogens in België: Een Actualisering', Berichten Centrum Voor Sociaal Beleid Hermand Deleeck, 2017, .
  11. ACV, ‘Rechtvaardige Fiscaliteit', Brochure, 2018, https://www.acv-online.be/Images/Brochure-rechtvaardige-fiscaliteit-LR-tcm183-436604.pdf.
  12. Hafsatou Diallo et al., ‘Raming van de Belastingfraude in België', DULBEA Working Papers, no. 10–07 (2010), https://ideas.repec.org/p/dul/wpaper/2013-65703.html.
  13. Oxfam, ‘Extreme Carbon Inequality', Oxfam Media Briefing, 2015, https://www-cdn.oxfam.org/s3fs-public/file_attachments/mb-extreme-carbon-inequality-021215-en.pdf.
  14. Dit is de meest courante schatting. De schattingen lopen uiteen van 25 miljoen tot 1 miljard. Zie: https://www.iom.int/complex-nexus#estimates.
  15. Science for Environment Policy, ‘Links between Noise and Air Pollution and Socioeconomic Status’, In-Depth Report 13 (2016), http://ec.europa.eu/environment/integration/research/newsalert/pdf/air_noise_pollution_socioeconomic_status_links_IR13_en.pdf.
  16. Jo Noppe et al., ‘Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2018', Agentschap Binnenlands Bestuur, 2018.
  17. UNIA, ‘Diversiteitsbarometer Unia: Kansenongelijkheid Onderwijs Onder de Loep', 2018, https://www.unia.be/nl/artikels/diversiteitsbarometer-unia-kansenongelijkheid-onderwijs-onder-de-loep.
  18. Noppe et al., ‘Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2018'.
  19. Pieter-Paul Verhaeghe, ‘Etnische Discriminatie op de Private Huurwoningmarkt in Antwerpen', Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel, 2018.
  20. Filip De Maesschalk, ‘Hoe representatief waren de gemeenteraadsverkiezingen van 2018?', Samenleving & Politiek, 2018, https://www.sampol.be/2018/12/hoe-representatief-waren-de-gemeenteraadsverkiezingen-van-2018.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 60 tot 66