Log in

Wat we zelf doen, doen we hetzelfde

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 2 tot 5

De regionalisering van de kinderbijslag en de woonfiscaliteit was een
unieke kans om armoede echt aan te pakken.

'Canada halveert kinderarmoede', lazen we onlangs in De Standaard. 'In 2006 leefde 19,2% van de Canadezen onder achttien jaar in armoede, in 2017 was dat nog 9,0%'. De verklaring ligt bij de radicale omslag in het systeem van de kinderbijslag, zo blijkt. Canada koos ervoor om de kinderbijslag zo te hervormen dat die bijna volledig ten goede komt van de laagste inkomens; wie goed verdient krijgt minder of zelfs geen kinderbijslag. Het was een politieke keuze die geld kostte maar zichzelf ook terugverdiende, aldus armoede-expert Wim Van Lancker: 'Het geld dat de mensen met de laagste inkomens krijgen, wordt ook meteen terug in de economie gepompt. Er zijn nu al analyses die aantonen dat de consumptiepatronen van de laagste inkomens zijn toegenomen'.

Een andere radicale beleidskeuze vinden we in Franstalig België. In
Wallonië werd in 2016 de woonbonus afgeschaft en vervangen door een
Chèque Habitat. In het stuk van Kristof Heylen en Diederik Vermeir
verderop in dit nummer lezen we wat die Waalse wooncheque inhoudt: de belastingvermindering daalt naarmate het inkomen hoger ligt; voor de hoogste inkomens (boven de 82.339 euro) is er zelfs geen fiscaal voordeel meer bij de hypothecaire lening. In Brussel, dan weer, werd de woonbonus in januari 2017 afgeschaft en vervangen door een verhoogde vrijstelling van de registratierechten. Op de eerste schijf van 175.000 euro betaalt men bij een woningaankoop geen registratierechten meer; dit abattement levert een voordeel op van 21.875 euro, wat afdoende compenseert voor het verlies van de woonbonus.

Een radicale keuze inzake kinderbijslag, zoals in Canada, of inzake
woonfiscaliteit, zoals in Wallonië en Brussel, is in Vlaanderen niet gemaakt. Het Vlaamse groeipakket, waarin de nieuwe kinderbijslag zit die is ingegaan vanaf 1 januari 2019, zet in op universaliteit met een gelijk basisbedrag van €163,20 en een gelijk startbedrag van €1.122 voor alle kinderen, met daarbij enkele sociale toeslagen op basis van het inkomen. Inzake de woonbonus koos de Vlaamse overheid er voor die om te vormen tot een belastingvermindering aan 40%; er werd ook beslist om het basisbedrag met een derde te verminderen tot 1.520 euro; met wel nog een verhoging van 760 euro tijdens de eerste 10 jaar van de hypotheek.

De regionalisering van de kinderbijslag en de woonfiscaliteit was een unieke kans, 'once in a lifetime' zelfs, om de armoede in Vlaanderen echt aan te pakken. Dat is niet gebeurd. Men koos er niet voor om de kinderbijslagsystemen naar meer selectiviteit te laten evolueren. Noch opteerde men voor een afbouw van de fiscale voordelen voor de eigen woning en een meer gelijke behandeling van huur- en eigendomswoningen. Daarmee is de uitwerking van efficiënte hefbomen om echt sociaal beleid te voeren een zeperd van jewelste gebleken. Vlaams minister van Gezin, Jo Vandeurzen (CD&V), en Vlaams minister van Wonen, Liesbeth Homans (N-VA), dragen hierin een verpletterende verantwoordelijkheid.

Uit de analyses in onze reeks 'Wat we zelf doen, doen we beter' in dit nummer blijkt dat Vlaanderen geen duidelijke keuzes heeft gemaakt bij het invullen van zijn nieuwe bevoegdheden. Inzake arbeidsmarktbeleid zijn de nieuwe bevoegdheden, samen goed voor zo'n 2,4 miljard euro, nog niet optimaal aangewend, met bij het doelgroepenbeleid nog steeds achteraan in de wachtrij de vergeten groep van langdurig werkzoekenden. Inzake gezondheidszorgbeleid steeg het Vlaamse budget van 850 miljoen tot 3,94 miljard euro, maar werd de complexiteit van de operatie onderschat en verzandde het beleid in mooie woorden. Inzake de kinderbijslag liet men het principe van de rang- en leeftijdstoeslagen los en maakte men de kinderbijslag niet welvaartsvast; mede daardoor blijft de nieuwe kinderbijslag ontoereikend om lage inkomensgezinnen uit de armoede te helpen en is zelfs voor werkenden met een minimumloon de kinderbijslag ontoereikend om het inkomen van gezinnen met kinderen tot aan de armoedegrens te tillen. Inzake de woonbonus heeft Vlaanderen een beperkte hervorming doorgevoerd die ambitieuzer had gemogen en inzake de woninghuurwetgeving is continuïteit het codewoord, met daarbovenop de onbegrijpelijke verhoging van de omvang van de huurwaarborg van twee naar drie maanden. Inzake buitenlands beleid, ten slotte, repliceert Vlaanderen gewoonweg een aantal klassieke problemen in de organisatie van het buitenlands beleid zoals we die ook terugvinden op federaal niveau.

'We zullen moeten bewijzen dat wat wij zelf doen, beter doen'. Het waren de woorden van de eerste minister-president van de Vlaamse Regering, Gaston Geens, in 1981. Kijken we naar het beleid van de regering-Bourgeois aangaande de nieuwe Vlaamse bevoegdheden dan is het adagium eerder 'wat we zelf doen, doen we hetzelfde', met op het vlak van kinderbijslag en woonfiscaliteit zelfs ronduit teleurstellende politieke keuzes. Arm Vlaanderen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 2 tot 5