Log in

Geen N-VA’er op Onderwijs

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 2 tot 3

Onderwijs is wellicht de lastigste Vlaamse portefeuille, maar tegelijk ook veruit de belangrijkste.

'Wat de komende verkiezingen onderscheidt van de vorige, is de gretigheid waarmee politieke partijen en politici de Onderwijsportefeuille in de Vlaamse regering claimen. Het was ooit anders', herinnert voormalig kabinetschef Dirk Van Damme zich. Dat is op zich inderdaad zeer goed nieuws. Het politieke project van de vorige Vlaamse regering stond, net zoals de federale, in het teken van 'jobs, jobs, jobs'. Het is een zeer terechte bekommernis, al bleek het een zeer duur beleid per gecreëerde job en waren slechts een minderheid van de jobs het rechtstreekse gevolg van beleid. Het aan het werk krijgen van mensen, en vooral van laaggeschoolden, blijft ook de volgende jaren een belangrijke opgave. Maar laten we vooral hopen dat de volgende Vlaamse regering fel inzet op 'scholen, scholen, scholen'.

Het politieke gevecht situeert zich vandaag rond kennis en kwaliteit. Voor Bart De Wever ligt de focus in ons onderwijs te veel op welbevinden en te weinig op kennisverwerving. 'Pretpedagogie', noemt hij het. Geert Bourgeois klaagt dat 'we toch nog mogen excelleren'. Klinkt allemaal goed, vooral de uitspraak van de N-VA-voorzitter is een mooie taalvondst, maar wetenschappelijk onderzoek is duidelijk: het is helemaal niet zo dat wie veel ondersteuning biedt aan leerlingen die het wat moeilijker hebben, knabbelt aan de kennisverwerving of de algehele kwaliteit in het onderwijs. Neem het Finse schoolsysteem, algemeen beschouwd als het beste van Europa. Dat valt op door een gemeenschappelijke basisvorming van 6 tot 15 jaar (met veel differentiatie binnen de klas), weinig zittenblijvers, zeer autonome leraren (met allemaal een masterdiploma), veel tijd voor overleg binnen de schoolteams, een sterk sociaal weefsel rondom de scholen, en niet toegeven aan het opbod van centrale examens, externe schoolcontrole en opgelegde gedetailleerde leerplannen. Excellente prestaties en gelijke onderwijskansen staan er helemaal niet op gespannen voet.

Het Finse schoolsysteem wordt dan ook duchtig gekopieerd (wat overigens verklaart waarom het land in de internationale onderwijsrankings wat wegzakt – de wet van de remmende voorsprong). Zo werd in Franstalig België zopas een onderwijshervorming goedgekeurd, die grotendeels op Scandinavische leest is geschoeid en voor een inhaalbeweging moet zorgen. Het Waalse hervormingspact zet sterk in op basisonderwijs, met een tronc commun vanaf het kleuteronderwijs tot en met het derde middelbaar. De focus ligt op meer kennis, meer persoonlijke begeleiding, meer lichamelijke opvoeding, meer oog voor andere talen en meer betrokkenheid van scholen bij het behalen van de vooropgestelde doelstellingen. Men durft er duidelijke keuzes maken.

Het compromis rond het secundair onderwijs dat door onze minister van Onderwijs, Hilde Crevits, werd uitgewerkt, deed dat helaas niet. Het zal het middelbaar onderwijs moderniseren, en ook het technisch en beroepssecundair onderwijs wat opwaarderen, maar mist ambitie. De discussie over het secundair onderwijs is helaas echter gevoerd, de kans gemist. De volgende werf op Onderwijs, waar in de volgende legislatuur hopelijk wél de juiste keuzes worden gemaakt, is kinderopvang en kleuteronderwijs. Het is dáár dat de kiem wordt gelegd van de enorme sociale ongelijkheid in ons onderwijs. Wat betreft het aantal bereikte kinderen inzake voorschoolse opvang behoort Vlaanderen reeds tot de top, zo blijkt uit de bijdrage van Michel Vandenbroeck en zijn collega's, maar er is nog heel wat werk aan de winkel om ook op andere vlakken uit het peloton te komen en tot de koplopers van Europa te behoren. De bouwstenen die volgens hen daarvoor nodig zijn, zijn grote investeringen in nieuwe voorzieningen waar de nood het hoogst is, meer gekwalificeerd personeel, betere arbeidsvoorwaarden in de kinderopvangsector, meer educatieve ondersteuning in de kleuterschool (zeker bij kinderen die niet Nederlands als moedertaal hebben), en minder kinderen per volwassene in zowel kinderopvang als kleuteronderwijs. Maar bovenal geldt, en dat is een verantwoordelijkheid van de hele Vlaamse regering, dat we het niet kunnen hebben over de voorschoolse opvang van kinderen en tegelijk zwijgen over de armoede van hun ouders.

Dit alles betekent dat de volgende minister van Onderwijs, opnieuw, een dikke portefeuille moet meekrijgen. Dat wordt wellicht niet evident. De volgende legislatuur zal veel geld nodig zijn voor andere kwesties zoals zorg, milieu en mobiliteit. Dat zijn allemaal belangrijke maatschappelijke uitdagingen, maar dit mag niet ten koste gaan van onderwijs; integendeel. Scholen met veel kansarme leerlingen verdienen meer omkadering en werkingsmiddelen. Kleuterjuffen een hoger loon. En een maximumfactuur voor het middelbaar onderwijs is een evidentie. Dit kost geld. Wie gaat dat allemaal betalen, hoor je dan. Wel, geld zou in een rijke regio als Vlaanderen nooit een probleem mogen zijn. Bovendien is investeren in jonge kinderen de beste besparing; de terugverdieneffecten op lange termijn zijn enorm. Het is louter een kwestie van prioriteiten.

Onderwijs is wellicht de lastigste Vlaamse portefeuille, maar tegelijk ook veruit de belangrijkste. Het is onze historische plicht om onderwijs terug great te maken. Het Vlaamse onderwijs moet terug naar de top. Dat is ons in de vorige eeuw al een keer gelukt. Door de enorme democratisering van het onderwijs hebben veel babyboomers, zelfs al waren hun ouders van mindere komaf of ongeschoold, toen een goed leven opgebouwd. We zijn er dus al eens in geslaagd de Belgian Dream te realiseren. Daar zijn we nu uit ontwaakt, maar niets zegt dat we dit niet opnieuw kunnen. De nieuwe maatschappelijk realiteit vraagt evenwel om nieuwe antwoorden. Voor nostalgie is geen plaats. Daarom geen N-VA'er op Onderwijs.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 5 (mei), pagina 2 tot 3