Abonneer Log in

Bericht uit het ‘echte’ Zweden

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 36 tot 39

Wie in Vlaanderen zegt een 'Zweedse' regering te willen vormen, heeft met de naam hooguit een gimmick bedacht. De Zweedse vlag dekt de lading niet. Een blik op het land, ter inspiratie.

BUITENLAND

Bericht uit het ‘echte’ Zweden
Inga Verhaert
Fuseer PvdA en GroenLinks!
Peter Kanne
Welke strategie kiest Amerikaans links?
Dimitri Neyt
Duitse arbeidsmarkt: model of waarschuwing?
Bjorn Gens

We krijgen in Vlaanderen straks opnieuw een geel-blauwe regering, met een kruis. Ik denk dan automatisch aan de Minion-regering: die mannetjes lopen ook drukdoend rond, realiseren amper iets en ik begrijp ze niet. Maar als je een Vlaamse fetisj voor vlaggen hebt, noem je deze combinatie blijkbaar een Zweedse regering. Dat de eerste Lage Landen-versie van de Zweedse vlag met haken en ogen aan elkaar hing en al snel ging rafelen aan de kantjes, weten we sinds het schielijk overlijden van de regering-Michel I. Geen inbussleutel die er aan kon verhelpen. De Nationalisten vertrokken met de Noorderzon. Blauw met een kruis erover bleef over.

Nu proberen ze het opnieuw. Nogmaals een Vlaamse versie deze keer. Alsof ze met de kleuren van de vlag alléén voldoende hebben om Zweeds te regeren. Alsof het met een beknopte doe-het-zelfhandleiding en een inbus wel voor elkaar komt.

Ze hebben hier alvast een voordeel dat ze in Zweden niet hebben: een meerderheid. Regeringen in Scandinavië – en in Zweden zeker – zijn hoegenaamd niet angstig om vanuit een minderheid te regeren. Politieke besluitvorming wordt er wat taaier. Akkoorden worden één voor één gesloten, met wisselende meerderheden. De bevolking volgt en kijkt mee. Alsof ze het plan lezen dat bij het pakket zit. Burgeroorlog is er nog niet van gekomen. De drie Vlaamse 'Zweden' hoeven alleen met elkaar overeen te komen, waarbij de trofeeën op voorhand netjes verdeeld worden. Makkelijk toch?

WAT HEET 'ZWEEDS'?

Een paar bedenkingen toch. De straffe sociale verwezenlijkingen die men hier doorgaans tot 'het Zweeds model' rekent, zijn (net als bij ons) veelal resultaten van jarenlang sociaaldemocratisch beleid. Vandaag regeren de sossen er nog steeds.

Een voorbeeld. Mijn Zweedse mormor (grootmoeder) kon haar laatste jaren terecht in een bijzonder mooi en goed uitgerust woonzorgcentrum. Drie voltijdse zorgverstrekkers waren er per groep van elf bewoners. Mormor leefde er op haar eigen ritme, in een huiselijke omgeving. Van haar eerder klein pensioen hield ze op het einde van de maand nog over. Dat gaat natuurlijk alleen als de overheid, in dit geval de staat en de stad Stockholm, ervoor kiezen fors te investeren in haar burgers en hun noden. Zijn de Vlaamse 'Zweden' bereid om in hun ouderen te investeren zodat de rusthuisfactuur nooit hoger uitvalt dan het pensioen? Het ziet er niet zo naar uit.

Vlaamse huisvestingsmaatschappijen gaan graag op studiebezoek in Zweden. De architectuur van recente projecten is er mooi, de bewoners komen uit diverse lagen van de bevolking. Er heerst geen stigma op sociale huisvesting, wel integendeel. Die hoort bij uitstek mooi, ecologisch en doordacht te zijn, zo vinden ze daar. En er kan er nooit genoeg van zijn. De zogenaamd Zweedse partijen lijken hier toch eerder 'minder minder minder' te roepen.

Voor migratiepolitiek kijken de Vlaamse nationalisten evenmin naar de Zweden maar wel naar hun zuiderburen. De Deense sociaaldemocraten gingen laatst naar verkiezingen met een rechts en hardvochtig migratiediscours. De Zweedse zusterpartij voert een andere politiek. De Zweden hebben al sinds de jaren 1960 en 1970 ervaring met grotere groepen die immigreren. Probleemloos? Zeker niet. Maar met ontvolking in verschillende rurale gebieden is immigratie vaak een lifeline om scholen, bibliotheken, winkels, … te kunnen openhouden. Je staat ervan versteld hoe snel het antimigratiesentiment keert eens het welbegrepen eigenbelang een rol krijgt. Ik hoorde laatst een burgemeester smeken om toch zeker de afgesproken quota immigranten te mogen ontvangen, men rekende er op om de publieke diensten in de gemeenschap open en overeind te houden. Het spreekt voor zich dat inburgering véél inspanningen vraagt. Van zowel de nieuwkomers als de overheid. Gezond verstand en pragmatiek helpt de zaak een heel eind op weg. Vluchtelingen uit Syrië met een lerarendiploma kregen, naast een intensief taalbad, meteen de kans om – samen met een Zweedse leraar – voor de klas te staan. Ze werden er een brugfiguur voor vaak getraumatiseerde vluchtelingenkinderen. En passant werd hun talenkennis al doende bijgespijkerd. En leraren zijn, net als hier, schaars goed geworden. Een paar vliegen in een praktische klap dus. Inbussleutel, iemand?

Nog eentje: de provincies. Die hebben in Zweden méér taken dan in Vlaanderen. Preventieve gezondheidszorg bijvoorbeeld. Ze hebben namelijk een schaal die best wordt ingezet in het belang van de bevolking. Want wat zou nu het meest effectief en efficiënt zijn: elke gemeente die apart kankerscreening gaat organiseren? Of meteen op grotere schaal in een provincie? De vraag stellen is haar beantwoorden. In Vlaanderen kenden we ook zulke voorbeelden. Groepsaankopen groene stroom, gas en zonnepanelen. Die zijn intussen afgeschaft door… de 'Zweedse' partijen. Terwijl het voorbeeld uitgerekend in Scandinavië op nogal wat interesse kon rekenen.

En nog één ding: Zweedse mannen, laat staan máchtige mannen, die betrapt worden op seks kopen, kunnen het wel schudden. Dat is er namelijk strafbaar.

WANNABE ZWEDEN

Voor wie zich afvraagt hoe het komt dat de Zweden wél deze keuzes maken, hier een poging tot verklaring. Er leeft eerst en vooral een diep verankerd (sociaaldemocratisch) idee dat het gemeenschappelijke waarde heeft. Politici van diverse kleuren worden er meer ter verantwoording geroepen voor de kwaliteit van de publieke dienstverlening. Logisch eigenlijk, de mensen betalen er ook genoeg belastingen. Zoals Hannah Arendt het ooit beschreef, is wie die waarde miskent – door enkel het individuele belangrijk te vinden – verloren voor de wereld en 'wereldloos'. Dure woorden om te zeggen dat het gezamenlijk betaalde, het samen opgebouwde, het nieuwe en als gemeenschap nog te leveren werk een sterke en vooral ook intrinsieke waarde heeft. Dát idee, is wat Zweedse politiek, en sociaaldemocratische zeker, op een ander veld doet spelen dan de Wannabe Zweden die hier de dienst uitmaken.

Een voorbeeld. De klimaatambities van de regering in Stockholm zijn steil. De wil om de doelstelling te bereiken wordt ook steevast als een soort nationale lakmoesproef voorgesteld. Veel meer dan in Vlaanderen het geval is, wordt de omschakeling naar duurzame energiebronnen er gezien als iets dat niet vanzelfsprekend maar toch haalbaar en eigenlijk onomkeerbaar is. Het (protestants) idee dat huidige generaties hun omgeving slechts als rentmeester in beheer hebben, is veel meer gemeengoed dan hier. Vlamingen die er op vakantie gaan, verbazen zich telkens weer over openbare infrastructuur. Op campings. In de bossen en velden net als in de steden. Aangeboden door de overheid, te gebruiken door wie wil. Achter te laten in goede staat. Want het gemeenschappelijke heeft waarde. Het meest sprekende voorbeeld is 'allemansrätten'. Het is het recht van iederéén op toegang tot natuur, op een nacht overnachten en bessen of paddenstoelen plukken zonder toelating te hoeven vragen. Het idee gaat terug tot in de middeleeuwen, werd in de jaren 1940 wet en in 1994 zelfs onderdeel van de grondwet. Hier krijgen we zelfs met de grootste moeite gekapte bomen niet gecompenseerd, alle vrome beloftes ten spijt. Om nog maar te zwijgen over de betonstop die intussen vakkundig onder het gewapend beton gestopt is.

Er heerst ook een andere vorm van vooruitgangsoptimisme dan we in Vlaanderen kennen. Waar politici zich hier graag laten fotograferen met ondernemers die succesvol zijn en bakken geld verdienen (en soms sneller dan gedacht verliezen), is de trots van Zweden veeleer de 'kleine' doener. De gewone jongens en meisjes die nieuwe dingen uitvinden. Of net hele oude familiebedrijven die zich continu vernieuwen. Veel méér mensen met migratieachtergrond dan hier in Vlaanderen worden er ook bewonderd om hun prestaties. Ze schoppen het tot populaire tv-figuren, captains of industry, ministers. Bij ons mogen ze toch vooral meevoetballen. Er zit een bijna Amerikaans enthousiasme in de manier waarop Zweden supporteren voor de kleine mens die opklimt op de sociale ladder. Misschien net omdat het land (in de perceptie) bijzonder egalitair is, is de gevoeligheid aan klassenverschil groot. De wettelijke gelijkheid tussen mensen mag dan al 100 jaar democratisch verankerd zijn, de klassenmaatschappij bestaat op sociaal vlak nog altijd. Het is een thema dat ook met regelmaat in het publieke debat voorkomt. Expliciet spreken over klassenmaatschappij en het optillen van of neerkijken op sociale klassen, is in Vlaanderen toch eerder een discours dat op fluistertoon wordt gehanteerd.

Wat in Zweden ook bijzonder enthousiasme en bewondering losweekt, zijn vernieuwende ideeën, prestaties en veranderingen die mensen in het alledaags leven ten goede komen. Team Zweden dat erop voorúitgaat in de wereld zeg maar. Om het met de woorden van de premier te zeggen: 'Het is niet de nieuwe technologie die ons bedreigt, het is de oude.' Het brengt me naadloos bij een ander verschil tussen Vlaamse en Zweedse politiek.

De geschiedenis van het Zweeds onderwijs leest in vele opzichten als een doe-het-zelfhandleiding. Met grote afstanden tussen steden en een klassenmaatschappij die in de 19e en 20e eeuw nog duidelijk het onderscheid maakte tussen mensen die verondersteld werden te leren en zij die zich vooral niks in het hoofd moesten halen, was onderwijs voor állen geen evidentie. De schoolplicht werd ingevoerd in 1842. De sociaaldemocratische beweging leverde een aanzienlijke bijdrage in de democratisering van het onderwijs met zogenaamde 'studiecirklar'. Lees- of luistergroepjes zeg maar. In zo'n groep werd over een boek (of later radio-uitzending) nagedacht, gediscussieerd en er lering uit getrokken. Na lezing werd het boek verder gestuurd naar de volgende groep. Ook de vakorganisatie én sociaaldemocratische partij organiseren overigens tot op de dag van vandaag (verplichte) reeksen opleidingen voor hun leden én voor nieuwkomers. Gaande van Zweeds tot andere talen, organisatieleer, geschiedenis, enzovoort. De Volkshogescholen zijn er niet weg te denken, het levenslang leren is er bijgevolg al meer dan honderd jaar ingeburgerd. Wanneer de huidige premier, zelf een lasser van opleiding, spreekt over onderwijs, doet hij dat altijd in de breedst mogelijke zin: het blijvend investeren in opleiding voor iederéén. Voor mensen die wat ouder zijn, mensen die nieuw binnenkomen en mensen in zowel rurale als stedelijke gemeenschappen. De ambitie is er vandaag bijvoorbeeld om 30.000 nieuwe plaatsen in hoger onderwijs te creëren en extra verpleegkundigen, leraren en politiemensen te rekruteren. Canonformatie staat niet op de agenda. De prioriteiten liggen veel meer in de toekomst en daar rijd je nu eenmaal niet in achteruit naartoe.

Wie in Vlaanderen dus zegt een 'Zweedse' regering te willen vormen, heeft met de naam hooguit een gimmick bedacht. Wie zegt vooral naar het Noorden te kijken voor inspiratie, heeft dan toch niet goed naar Zweden zelf gekeken. Want om écht Zweeds te regeren zijn de Vlaamse 'Zweden' een heel aantal maten te klein. Dat krijgt geen inbus nog recht gevezen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 36 tot 39