Abonneer Log in

Cultuursector let op uw ganzen

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 88

De Vlaamse regering geeft 400 miljoen euro aan de bedrijven en noemt dat ‘investeringen’. De bijdrage aan de culturele sector noemt men ‘subsidies’.


(foto: Daan Schellemans)

Precies een maand geleden lanceerde Jan Jambon, naast minister-president ook minister van Cultuur, een besparingsplan voor de cultuursector. Zijn voorstellen slaan in als een bom in de sector.

Toen de nieuwe regeringsploeg bekend werd gemaakt, bleek er geen minister van Cultuur meer te zijn. De bevoegdheid voor Cultuur bleef bij de minister-president. Er volgde een opmerkelijke reactie van enkele culturele spelers die het 'een eer' vonden dat Cultuur bij de minister-president bleef. Naïef! Dat er, voor het eerst, geen volwaardige minister van Cultuur was betekent gewoon dat Cultuur geen prioriteit is voor de Vlaamse regering en dat Jambon deze bevoegdheid erbij neemt.

De ontnuchtering is ondertussen groot: de projectenpot slinkt met 60%, de structurele subsidies leveren 6% in en de grote kunstinstellingen (De Singel, Concertgebouw Brugge, Vooruit, AB, Opera en Ballet Vlaanderen, Antwerp Symhony Orchestra, Brussels Philharmonic) 3%. Extra middelen gaan naar Bokrijk, Alden Biezen, Erfgoed en het Audiovisueel Fonds.

De reactie van de cultuursector was meteen heftig. 2.000 cultuurwerkers kwamen samen om zich te beraden over mogelijke acties.

Deze ingreep mag misschien nog redelijk klinken, maar betekent vooral voor kleine gezelschappen en beginnende kunstenaars de strop. Zij hebben, door opeenvolgende besparingen sinds Joke Schauvliege, geen reserve en worden nog meer het slachtoffer van de banken. Die geven aan hoge rente kaskredieten om de vaak laat uitbetaalde subsidies op te vangen.

Ondertussen regent het zinvolle argumenten om deze besparingen ongedaan te maken. Projectsubsidie vormen letterlijk een start voor beginners. Herlees in dit verband de open brief van Ivo Van Hove en Anne Teresa De Keersmaeker in De Standaard.

Belangrijk is ook het taalgebruik. De Vlaamse regering geeft 400 miljoen euro aan de bedrijven en noemt dat 'investeringen'. De bijdrage aan de culturele sector noemt men 'subsidies', ook al realiseren veel organisaties om en bij de 40% eigen middelen. Toch toont onderzoek aan dat financiële steun aan cultuur ook een investering is die meer opbrengt dan wat men inbrengt. Dus laat ons voortaan 'subsidies' vervangen door 'investeringen'.

De uitgaven voor de brede cultuursector bedragen 1,1% van de Vlaamse begroting. Dat bekent dat Cultuur dus maar voor 1% beroep doet op de Vlaamse middelen. Is cultuur dat niet waard?

Cultuur zorgt voor een kritische dialoog en verbindt. Het gevaar is groot dat deze maatschappelijke functie verzwakt. Ook het debat over de Vlaamse canon moet in dit verband gezien worden. Moet Vlaanderen alleen nog terecht bij de 'grote meesters'? In Nederland heeft me al geruime tijd een canon. Daar is een grondig en open debat aan voorafgegaan, gecoördineerd door een historicus.

De besparingen zijn toegelicht in de commissie Cultuur. Een debat is er niet geweest. Elke partij kreeg twee minuten spreektijd. Jambon doet een volgende zet. Als de sector een alternatieve begroting opmaakt, wil hij praten. En Joachim Pohlmann wordt kabinetschef. Cultuursector let op uw ganzen!

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 88