Abonneer Log in

Onze amygdala

Emile Zola Prijs 2020 - 2e PLAATS

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 70 tot 73

Ik zie graag mensen. Dat gaat niet vanzelf: in een wereld met veel haat en harde woorden is het zwaar labeur. Ik moet zwoegen, vallen en weer opstaan. Maar man, wat is het leven schoon met af en toe een moment waarop je liefde hebt voor iedereen. Gelukkig ben ik niet de enige. De meeste mensen deugen immers, om Rutger Bregman te citeren. Dit essay gaat over Marcel, en over jouw en mijn amygdala.

EMILE ZOLA PRIJS 2020 - WINNAARS

Five chapters on wanting both ways
Martha Balthazar
Onze amygdala
Marta Maes
Narcissus in quarantaine
Jens Meijen

'Quand on n'a que l'amour
Pour vivre nos promesses
Sans nulle autre richesse
Que d'y croire toujours'

- Jacques Brel

Marcel. Een inwoner uit de Brusselse Anneessenswijk. Voor de gelegenheid geef ik hem een chique Franse naam, in de hoop te voorkomen dat bij sommige lezers meteen een aantal vooroordelen door het hoofd schieten. Hij bestaat niet echt. Ik zou de integriteit van de mensen waarmee ik werk schenden mocht ik van hun verhaal het mijne maken. Dus verzin ik een personage, weliswaar geïnspireerd door de realiteit.

Marcel ziet er gehavend uit: hij ruikt naar – dit heb ik onlangs ontdekt – currysaus uit een brik van Knorr. Hij kijkt raar, gedraagt zich 'anders'. Zijn handen zwart van het vuil raken af en toe je fris gewassen schouder aan. Zijn huid is de gastheer van miljarden bacteriën. Zijn zinnen zijn slordig, hij spreekt luid en staat veel te dicht. Zo dicht dat je af en toe een druppeltje van zijn speeksel langs je lippen voelt binnenglijden in je mond.

Ik ben hier op stage. Ik ben professioneel: ik luister, ik glimlach, ik ben geïnteresseerd. En daar, toen die eerste keer als een 'echte' sociaal werker, daar op dat moment voelde ik het. Wat hou ik ongelooflijk hard en passioneel van mensen. En van die stinkende Marcel het allermeest. Want Marcel die is er. Hij heeft tien jaar op straat geleefd, hij is paranoïde, een autist, alles wat mis kon gaan is fout gelopen. Een loser pur sang, zoals ze zeggen.

Hij wil graag werken, ik help hem. Het internet is een doolhof: ik heb 30 minuten moeten zoeken naar het zoekertje waarvoor hij graag wil solliciteren. Afwasser. Ik vermoed dat het zwaar onder de capaciteiten van Marcel ligt. Ik vind hem erg slim. Maar hij heeft zelfs geen diploma van de middelbare school. Veel kansen heeft Marcel in dit leven niet gekregen. Hij werd geboren in het verkeerde land, werd opgevoed door de verkeerde ouders, kwam foute mensen tegen en na jaren sparen om de mensensmokkelaars te kunnen betalen, kwam hij uiteindelijk terecht in dit godverdomse apenland. Dit was het dan, de 'European dream' die een nachtmerrie bleek te zijn.

Voor mij is Marcel een held. Hij is er. Ondanks alle tegenslagen en alle bittere ellende staat hij hier voor mij. Soms zelfs met een glimlach. In zijn ogen zie je de realiteit. Fuck het individualisme, fuck de koopkracht, fuck concurrentie, fuck you fuck facking you focking maatschappij. Met uw politiekers en uw valse hoop. Marcel heeft niets verkeerd gedaan, hij heeft geen ongeluk gehad, hij is niet toevallig in een periode van laagconjunctuur geboren. De maatschappij heeft Marcel genomen, eens goed door elkaar geschud en uitgespuwd op een met oude peuken bedekte grond. Voor de peuken hebben ze al een oplossing gevonden: 200 euro boete. En Marcel? Marcel kan het establishment zijn kloten kussen.

***

Armoede is inherent aan onze maatschappij, wat zou men immers zonder de armen zijn. Zij die onze toiletten kuisen, ons vuil oprapen, zij die zelfs niet 'Belg' genoeg zijn om dat te mogen doen. Onze nu al grote afvalberg zou nog groter worden moesten we onze afgedankte spullen niet kwijt geraken aan de armen. Bij wie zouden we onze schuld moeten afkopen als er geen armen zijn? Welk slecht voorbeeld moeten we dan tonen aan onze kinderen: 'Kijk, als je niet flink studeert, word je zoals die meneer.'

De samenleving zou zijn armen nodig hebben. Het is mijn levensmissie dit idee te bestrijden. Ik kreeg ooit te horen dat ik nooit een goede sociaal werker zou kunnen zijn als ik mijn emoties niet onder controle kreeg. Minder paniekaanvallen heb ik door deze uitspraak niet gekregen, integendeel. Maar ik ben wel dankbaar voor die uitspraak. Het heeft mij doen pulken in mijn te grote amygdala, het stukje hersenen dat de (bij mij te veel aanwezige) 'fight, flight and fear-reacties' regelt. Van fear, naar fight. Emotioneel vechten, schoppen en slaan op onrecht. De strijd tegen de hartelozen, met liefde als motief. Mijn amygdala is met grote voorsprong mijn lievelingslichaamsdeel.

Terwijl ik deze tekst aan het schrijven ben, zitten we in het midden van de coronacrisis. Het zet het statement dat ik hier wens te maken alleen maar meer kracht bij. Het zal niet de florerende economie met haar onzichtbare hand zijn die ons zal redden. Nee. Het zijn de zorgverleners, apothekers, vuilnisophalers, postbodes, winkelbediendes, sociaal werkers en dé mensen die ons zullen redden. In tijden van onzekerheid en ziekte is solidariteit het beste medicijn. Meer dan ooit is het duidelijk hoe hard we elkaar nodig hebben en hoe weinig de heilige markt er toe doet. Terwijl de rijke stinkerds met hun aandelen goochelen geven mijn buren en ik elke avond een applaus voor de zorg. Het legt de vinger op de open wonde, de helden van vandaag waren gisteren nog de speelbal van de regering en geen kat die er zijn handen voor tegen elkaar wou slaan. In tijden van crisis komt de waarheid aan de oppervlakte. We zingen Mia, die net als ons het licht heeft gezien.

***

Als dit allemaal voorbij is, kunnen we dan nog altijd de zorg een hart onder de riem steken? Kunnen we tonen dat Corona geen patent heeft op het platleggen van de maatschappij? Kunnen we tonen dat burgers met hun te grote amygdala's kunnen vechten voor hun rechten? Kunnen we staken tot de Marcels van deze maatschappij ook uit hun warme kot kunnen applaudisseren voor de zorg? Kunnen we de overheid niet samen dwingen om solidair te zijn? Om meer te houden van mensen, om ze te zien en te horen. Om de marktlogica langs de kant te leggen, om eindelijk te weten wat er echt toe doet?

Het geld vliegt over de toonbank om een verderfelijk financieel systeem in stand te houden, de geldpers staat open, maar Marcel ziet er geen rotte frank van. Dat gegoochel met miljarden kan ik niet vatten, ik heb al moeite met in te schatten hoeveel een miljoen eigenlijk is. Laat staan dat Marcel het kan. Hij hoeft geen miljarden, hij wil gewoon leefbaarheid. Mijn amygdala vindt dat wij, burgers veel beter kunnen. Kunnen wij? Ja!

Kunnen we er dan ook voor kiezen om allemaal sociaal werker te zijn? Samen mensen die vallen terug laten opstaan? Altijd 's avonds liedjes zingen vanop het balkon, eens een duim opsteken naar Gerard op het balkon naast je, zodat je dan kan checken of hij wel oké is. Eens aan de deur gaan bellen als je al lang niets hebt gehoord van Jeanine. Wil je Marcel eens in de ogen kijken? Hij heeft dat zo graag als mensen in zijn ogen kijken. Kunnen wij? Ja! Leve de solidariteit! Leve de liefde! Leve de amygdala!

Even stoppen met dromen. Ik noem mezelf graag realist. Het zal er zo gemakkelijk niet komen. Er zijn krachten die ook ik onderschat. De strijd voor geld en macht zit ingebakken in de samenleving. We worden gedwongen individualistisch te zijn: als Marcel het krijgt is het er niet meer voor u. De sociale zekerheid kreunt onder haar gewicht, weet u nog? Ze wordt elke legislatuur wat meer afgeslankt. Mensen in armoede worden als gladiatoren in het oude Rome tegenover elkaar uitgespeeld. 'Wie het niet verdient krijgt het niet. Al die hardwerkende ijverige Belgen (er wordt meestal Vlamingen gezegd, ik negeer hier even het communautair debat) hebben ook moeten knokken voor hun rechten! Te hard om al de opbrengst weg te geven aan gelukzoekers!' klinkt het. We worden wijsgemaakt dat er niet genoeg is, dat we kapot zullen gaan als we te veel krijgen. Dat het belangrijk is dat anderen wél te veel krijgen, want dat anders 'de economie' in elkaar stort. Maar zoals ik eerder in iets vulgairdere taal verwoordde: de economie is niet waar onze rijkdom zit. Die zit in Marcel. Die zit in onze amygdala.

Ik ben noch econoom, noch utopist. Er zijn anderen die er veel meer van weten die deze liefdesmaatschappij zullen moeten uittekenen. Een nieuw systeem, de wereld op haar kop. Alstublieft kenners, we snakken ernaar. Teken ons een plan. Eentje zonder armoede, waar iedereen een huis heeft, eentje waar we ons niet moeten kapot werken, een wereld met een plek voor iedereen. Geconstrueerd vertrokken vanuit de grootste onrechtvaardigheid in de huidige maatschappij, Marcel.

Het zal nog lang duren vrees ik en zoveel tijd heeft Marcel niet. In de tussentijd stel ik voor dat we de sociale zekerheid opnieuw opbouwen. We kunnen bijvoorbeeld mensen niet langer afsluiten van water en elektriciteit. We besparen op deurwaarders en incassobureaus. We belasten miljonairs en sluiten de achterpoortjes naar dollarwalhalla's. We bouwen 100.000 sociale woningen. Om dat te betalen belasten we de huurinkomsten van privéverhuurders en bestraffen we leegstand. We helpen mensen op tijd. Psychologen worden betaalbaar, een te grote amygdala is iets waar je mee moet leren omgaan. Van fear naar fight, gaat echter niet vanzelf. Hoger onderwijs wordt gratis. We leggen de armoedegrens heel wat hoger…

Voila. Ik geef de beleidsmakers al heel wat ideeën, ik richt mij even tot hen: ik heb er nog een heleboel, als jullie zin hebben in een brainstormsessie mag je mij altijd contacteren. Maar hoe jullie dit in godsnaam allemaal moeten betalen, is echt niet mijn probleem. Ik weet gewoon dat het kan. Het zijn politieke keuzes die gemaakt moeten worden.

***

Terug naar jullie, burgers. Een kleine waarschuwing: ze zullen zeggen dat ik een utopist ben, een idioot. Ik ben dat een beetje beu, de woorden maatschappijverandering en liefde voor de medemens, niet te mogen gebruiken zonder uitgescholden te worden. Je kiest zelf maar hoe je beest noemt, maar willen dat iedereen gelijke kansen krijgt, dat iedereen elkaar helpt. Ik noem dat geen utopie. Ik noem dat menselijkheid.

Ten slotte wil ik jullie graag bedanken. Het zijn jullie, die mij samen met Marcel hebben getoond dat het nog niet verloren is. Mijn defaitisme is verslagen. Ik geloof in ons. In het schone.

En wie jij bent, wat je doet, op welke partij je stemt, of je bio eet, of je de sociale etiquette kent, kan ons helemaal niet meer schelen. We zijn in crisis en we hebben elkaar: solidariteit, rechtvaardigheid, menselijkheid, liefde. De waarden van het sociaal werk floreren. De maatschappelijke amygdala is gegroeid. Ze is niet meer klein te krijgen.

'Alors sans avoir rien
Que la force d'aimer
Nous aurons dans nos mains
Amis le monde entier'

- Jacques Brel

(Lees alle winnende essays van de Emile Zola Prijs 2020)

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 70 tot 73