Abonneer Log in

Corona en klimaat: hoe overleven we een schizofrene houding?

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Zowel de klimaatcrisis als de coronacrisis hebben te maken met de structurele weeffouten in onze samenleving en ook de sociale consequenties zijn vrij gelijklopend.

Op het eerste zicht heeft de coronacrisis ook haar goede kanten. Voor het klimaat dan toch. Ook als de economie in de tweede helft van het jaar wat herneemt, zou de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd met 8% afnemen. Dat is de laatste 20 à 30 jaar nog nooit gebeurd. Maar als we de opwarming van de aarde tot 1,5°C willen beperken, hebben we wel jaren aan een stuk zo'n vermindering nodig. Toch zou het al te gek – zelfs cynisch – zijn om steeds weer opflakkerende coronacrisissen als oplossing te zien voor de klimaatcrisis. Of moeten we het eerder omgekeerd bekijken?

We weten dat zo'n 60% van de infectieziektes waarmee we als mensen te maken krijgen oorspronkelijk van dieren komt: vleermuizen, apen, ratten, teken, muggen en zelfs dromedarissen. Indirect heeft ook de opwarming van het klimaat daar mee te maken. Hoe dat in mekaar zit vatte David Quammen in The New York Times kernachtig samen: 'We vellen bomen, doden dieren of sturen hen in een kooi naar vleesmarkten. We verstoren ecosystemen en schudden virussen los van hun natuurlijke dragers. Wanneer dat gebeurt, dan hebben ze een nieuwe gastheer nodig. Dikwijls zijn wij dat dan'.1

Doordat beide crisissen heel wat te maken hebben met de structurele weeffouten in onze samenleving (verzwakte gemeenschapsdiensten, geprivatiseerde winsten en gesocialiseerde verliezen, groei om de groei, winst om de winst, enzovoort) zijn ook de sociale consequenties vrij gelijklopend. Zowel de klimaat- als de coronacrisis vergroten immers de bestaande ongelijkheden sterk uit. Ouderen, alleenstaanden, lager opgeleiden, leefloners, jongeren die er alleen voor staan, vluchtelingen, werklozen en de veel te velen die nu in overlevingsmodus zitten, krijgen de zwaarste klappen. Voor hen is het enige dat duurzaam is de miserie.

Maar het is niet allemaal kommer en kwel, de coronacrisis heeft ook een paar bitterzoete kanten. We herontdekken de buurt en de natuur, er is de hartverwarmende solidariteit, essentiële beroepen – van zorgverleners tot vuilnisophalers – blijken opeens heel belangrijk te zijn. Zelfs de overheid wordt uit het verdomhoekje gehaald en tot redder in nood gepromoveerd. De vraag is: hoe lang gaat dat duren? Eén jaar na de verkiezingen is met de coronacrisis het klimaat uit de gunst van de kiezers verdwenen. Gezondheidszorg, het wantrouwen in de traditionele politiek en ... migratie worden nu als belangrijkste problemen naar voor geschoven.

NOOD AAN EEN NIEUW SIENJAAL

Zoals de grote crisis van de jaren 1930 zowel de New Deal van Franklin Roosevelt als de ellende van het Derde Rijk heeft opgeleverd, kan het ook nu nog alle kanten uit. Populisten van alle slag bewerken met hun even simpele als krachtige boodschappen de goegemeente: hou de grenzen gesloten voor virussen en migranten; nu Europa faalt is het aan de nationale staten en regio's om het heft in eigen handen te nemen; minder geld voor migranten, Europa en het klimaat, is meer geld voor eigen volk, enzovoort.

De repliek van progressief Vlaanderen blinkt niet uit door eensgezindheid. Zinnige plannen genoeg, maar op politiek vlak is de fascinatie voor de eigen navel nog altijd het grootst. Progressieve samenwerking brokkelt af, de losse flodders – van btw-verlagingen op elektricteit tot een railpas voor elke Belg – vliegen vrolijk in het rond, en van een structurele bundeling van krachten, voorstellen en ideeën is nog al te weinig sprake. Oeps, het lijkt er bijna op dat een golf van Gramsciaans pessimisme mij overvalt. Maar gelukkig heeft Antonio Gramsci ons vanuit zijn cel ook zijn optimisme van de wil meegegeven.2

De tijd van de Grote Verhalen is al een hele poos voorbij. Het lijkt er even op dat nu ook het neoliberalisme aan de beurt is. Zelfs het World Economic Forum is nu op zoek naar 'a better form of capitalism, an enlightened response to the political, economic and social crisis'.3 Samen met de activisten van het World Social Forum is hier het nodige scepticisme op zijn plaats, maar de combinatie van een vernieuwend – zij het reformistisch – verhaal met concrete actiepunten rond globalisering, duurzaamheid of de strijd tegen racisme en discriminatie, vormt op zijn minst een uitdaging om ook het progressief verhaal verder aan te scherpen en te concretiseren. Deze tijd heeft meer dan ooit nood aan een nieuw sienjaal.

COMPLEXE PUZZEL

Meer dan een paar stukjes van een complexe puzzel – die zich dan nog beperkt tot de link tussen de corona- en de klimaatcrisis – heb ik hier echter niet te bieden.

We zouden het bijna vergeten, maar regeren is vooruitzien

Reeds in 2013 had David Quammen het in The New York Times over 'The Next Pandemic: Not If, but When.' Daarmee stond hij in een lange rij van wetenschappers en wetenschappelijke instellingen die daar reeds veel vroeger voor waarschuwden. Maar zolang het Sars-, Mers- of Zika-virus alleen ver weg voor slachtoffers zorgt, is dat voor ons blijkbaar geen prioriteit om een stevig preventief beleid uit te stippelen.
De parallel met de klimaatcrisis is al even treffend als tergend. Extreme droogte in Mozambique of overstromingen in Bangladesh halen hier nog nauwelijks het nieuws. Pas als de aardappeloogst in Wielsbeke door droogte bedreigd wordt of overstromingen in het Denderbekken huizen en straten onder water zetten, komt men met een Actieplan Droogte en Wateroverlast voor de dag. En ondertussen zitten we met ons Nationaal Energie- en Klimaatplan nog altijd in de groep met Polen, Hongarije en Roemenië die een ambitieuze Europese Green Deal niet echt ziet zitten.
Op zichzelf is dat vrij opmerkelijk, want het zijn niet alleen klimaatactivisten en milieuorganisaties die opkomen voor een meer ambitieus klimaatbeleid. Ook het vermaledijd middenveld van vakbonden en werkgeversorganisaties is vragende partij voor een meer geïntegreerde en ambitieuze aanpak.4 Als dat nu ook nog systematisch zou worden vertaald naar de werkvloer – naar het voorbeeld van het Intersyndicaal Milieu Initiatief van de drie grote vakbonden en de Actiedag van het Internationaal Vakverbond rond 'Climate Proof our Work' – dan zouden ook de Wetstraat en het Martelarenplein niet lang meer achterwege kunnen blijven.5

Klimaat en gezondheid, een onlosmakelijke eenheid

De coronacrisis heeft tot nu toe zo'n 4.900 dodelijke slachtoffers gemaakt in Vlaanderen. Hopelijk is dat niet voor herhaling vatbaar. Ondertussen zorgt het fijn stof in Vlaanderen wel ieder jaar voor zo'n 4.100
vroegtijdige sterfgevallen. Dankzij de CurieuzeNeuzen weten we nu waar de luchtkwaliteit in Vlaanderen te wensen overlaat. Met een goed milieu- en klimaatbeleid kan daar heel wat aan verholpen worden.
Maar er staat meer op het spel. Zoals onze gezondheid de laatste anderhalve eeuw het meest is gediend met een betere hygiëne door de aanleg van rioleringen en drinkwaternetten, heeft nu ongetwijfeld TheLancet het bij het rechte eind als die stelt dat 'tackling climate change could be the greatest global health opportunity of the 21 st century'.6
Een versterking van ons preventief gezondheidsbeleid dat verder gaat dan sensibiliseren, screenen en vaccineren moet dan ook hand in hand gaan met een stevig preventief klimaatbeleid. Problemen aan de bron voorkomen is altijd beter dan achteraf de boel te moeten opkuisen:met een mix van productie- normen en financiële prikkels, sluiten van kringlopen, spaarzaam omspringen met energie, water en grondstoffen, duurzame logistiek, dienstverlening boven bezit van goederen, versterken van stads- en dorpskernen, enzovoort.
Ondanks de verschillende invalshoeken en gevoeligheden zullen de transitiebeweging met haar vele lokale initiatieven en de verlichte ondernemers die maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel voeren, mekaar een stuk eindweegs moeten vinden als we in 2030 de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs willen halen.7 Het komend decennium kan zich geen herhaling van het voorbije decennium permitteren.

Produceer lokaal waar het kan, globaal waar het moet

Een doorgeschoten globalisering heeft haar beste tijd gehad. Reshoring of de productie terughalen uit lageloonlanden, de korte keten, lokaal produceren en winkelhieren zitten nu in de lift. Daar is heel wat voor te zeggen. Zeker als het gaat over onze landbouw- en voedselketen. Lokaal produceren heeft duidelijk zijn voordelen: een grotere (bio)diversiteit, minder transport, werk in eigen streek en een brok gemeenschapsvorming zijn mooi meegenomen. Daar zijn heel wat zinnige voorbeelden van te geven:plukboerderijen, community supported agriculture, stadslandbouw, boeren en buren, voedselteams, enzovoort. Daar zit nog heel wat marge in om te groeien. Maar ook daar zijn grenzen aan.
Zoals nu nog veel tomaten of sperziebonen dicht bij ons thuis gekweekt worden, zijn ze niet per se klimaatvriendelijker dan tomaten of sperziebonen uit Spanje of Senegal. Het klinkt raar, maar de impact van het transport wordt daarbij nogal eens overschat (met zo'n 5 à 12% van de betrokken CO₂-uitstoot, als ze tenminste niet met het vliegtuig naar hier gehaald worden).Willen we de uitstoot van broeikasgassen van de hele landbouw- en voedselketen sterk verminderen dan zullen we ook en vooral moeten kijken naar wàt en hòe er geproduceerd en geconsumeerd wordt. Met minder vlees, meer seizoensgebonden groenten en fruit, minder verlies en verspilling van voedsel, andere teeltmethodes en een andere Europese landbouwpolitiek als kers op de taart.8
En hoe zit het met onze t-shirts, smartphones en zonnepanelen? En het lijstje kunnen we nog veel langer maken. Lokaal produceren is er in vele gevallen niet bij. Internationale handel heeft ook zo zijn voordelen.
Mits die samen met de hele globalisering ervoor zorgt dat er een beter evenwicht tot stand komt tussen bevoorradingszekerheid, concurrentiekracht, vergroening en sociale rechtvaardigheid: fair trade in plaats van free trade, waarbij ook de geglobaliseerde bedrijven hun verantwoordelijkheid moeten opnemen voor het respecteren van mensenrechten en milieunormen in al hun toeleveringsketens.9

Landbouwers en fruittelers smeken om migranten. Wie nog?

Door de coronacrisis weten we nu opeens dat we niet zonder migranten kunnen. Boeren en fruittelers hebben het moeilijk gehad om de prei, asperges en aardbeien binnen te halen, omdat er te weinig migranten waren om het harde werk te doen. Ook grote bouwwerven en wegenwerken moesten daardoor stilgelegd worden. En als de gezondheidszorg in België zich uiteindelijk toch heeft rechtgehouden dan zijn ook de 11% verpleegkundigen van buitenlandse origine daar zeker niet vreemd aan. Zo zijn er meer sectoren op te lijsten die nood hebben aan een ordentelijke migratie: de horeca, de vleesindustrie, de ICT-sector, transport en logistiek, de nieuwe circulaire economie, enzovoort.
En toch. Rationele argumenten blijken maar weinig impact te hebben op de doorsnee Vlaming. Het lijkt erop dat Mark Elchardus – door veel progressieven gepromoveerd van hero tot zero – gelijk heeft als hij stelt dat de sociaal-economische breuklijnen niet langer het verschil uitmaken tussen links en rechts, maar wel de culturele breuklijnen: de combinatie van zekerheid, veiligheid en eigenheid.10 Het is natuurlijk geen gemakkelijke zaak om op het geprivilegieerd terrein van een ander de strijd aan te gaan, maar zoals elke voetballiefhebber weet wordt een kampioenschap alleen maar gewonnen als er ook op verplaatsing punten worden gepakt. Je moet er niet voortdurend over palaveren, maar wel duidelijk maken waar je concreet naartoe wil.11

De industriële transitie, the proof of the pudding

Raar, maar waar: na jaren van bezuinigen heeft de coronacrisis nu een tsunami aan steunmaatregelen op gang gebracht, waarbij het de vraag is of die wel doeltreffend en efficiënt gaan ingezet worden. Volgens de Green Stimulus Index zou tot nu toe slechts een kwart van al die miljarden 'environmentally relevant' zijn, terwijl de 'potentially damaging flows' zelfs een stuk hoger uitvallen.12 Maar ook op het steunbeleid in het pre-corona tijdperk valt een en ander af te dingen. Volgens BBL, Greenpeace en Arbeid & Milieu lopen de compensaties, vrijstellingen en subsidies aan de energie-intensieve industrie in Vlaanderen (vooral petrochemie en staal) op tot 1 miljard euro per jaar, maar blijven de resultaten uit. Na een stevige daling van de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2010 is er de laatste 10 jaar van een verdere daling geen sprake meer.13 De reactie van essenscia, de sectorfederatie van de chemische industrie, bleef niet lang op zich wachten: 'Het rapport van BBL, Greenpeace en Arbeid & Milieu mist elementaire economische logica, gaat voorbij aan de globale context van de klimaatuitdaging en veegt de vele vrijwillige initiatieven en engagementen van de sector moedwillig onder de mat (...) In plaats van frontale aanvallen met een populistische teneur zouden milieuorganisaties deze toekomstgerichte sector beter beschouwen als een belangrijke bondgenoot in de internationale aanpak van de klimaatuitdaging. Wij staan alvast open voor een constructieve dialoog op basis van de fundamentele basisprincipes van duurzaamheid: een evenwichtige en elkaar versterkende balans tussen mens, milieu en economische voorspoed'.14 Het is op zijn minst opmerkelijk dat heel die discussie tot nu toe boven de hoofden van de vakbonden en de eigen werknemers uit de sector gevoerd is. Oeps, vergeten! Kan er even snel bijgestuurd worden?
Er ligt genoeg materiaal op de onderhandelingstafel om met alle actoren op zijn minst te proberen tot een klimaatpact voor de industrie te komen. In Vlaanderen werken er nog altijd 190.000 mensen direct in de energie-intensieve industrie (met naast chemie en staal ook de metaal-, glas-, papier- en voedingsindustrie) die bijna 30% van de totale Vlaamse uitstoot van broeikasgassen voor haar rekening neemt. Het laaghangend fruit is ondertussen geplukt, dus nu komt het zwaardere werk eraan: radicale veranderingen in het productieproces, minder grondstoffen en materialen gebruiken, nieuwe infrastructuur voor het transport van CO₂ en waterstof, betrouwbare logistieke ketens voor de aanvoer van materialen en afvalstoffen voor hergebruik en recyclage als onderdeel van nieuwe circulaire businessmodellen.15 Sommigen hebben het vol ambitie over moonshotprojecten, maar ook voor de gewone aardse stervelingen zal er met evenveel ambitie voor een duurzame toekomst moeten worden gezorgd.

Een sterk sociaal beleid, een levensnoodzakelijke voorwaarde voor een doeltreffend klimaatbeleid

De pijn van de coronacrisis is niet gelijk verdeeld. Van de klimaatcrisis evenmin. De gele hesjes zijn onder druk van de coronacrisis even uit het straatbeeld verdwenen, maar hun kritische kijk op de klimaatmarcheerders blijft nazinderen: 'Zij liggen wakker van het einde van de wereld, wij liggen wakker van het einde van de maand.' Brutaal, maar waar. Ondertussen is er al heel wat werk verzet om die kloof tussen klimaat en sociale rechtvaardigheid te overbruggen.16 Het besef begint te groeien dat het sociaal beleid – meer nog dan het klimaatbeleid zelf – het draagvlak, de haalbaarheid en de resultaten van het klimaatbeleid gaat bepalen. Niet dat het per se nodig is om elke klimaat- en milieumaatregel sociaal te moduleren, want dat kan het soms hopeloos ingewikkeld maken. Voer vooral een deftig sociaal beleid met geëigende middelen en met de kennis en ervaring van mensen in armoede: door de sociale minimumuitkeringen op te trekken, meer en anders te investeren in gezondheidszorg, onderwijs, woningrenovatie, bewandelbare steden, fietsnetwerken, gemeenschappelijk vervoer, sociale veiligheid, gelijke toegang tot ieders rechten, lokale hernieuwbare energie, stads- en wijkvernieuwing, deftig werk voor iedereen, enzovoort.
Wie dat miserabilistisch vindt vergeet nogal eens dat 'if we collectively protect the vulnerable, we will protect us all'.17 Sociale investeringen (in onderwijs, gezondheidszorg en stads- en wijkvernieuwing) zorgen immers ook voor meer zekerheid en meer mogelijkheden voor de middenklasse. Dat geldt evenzeer voor het sociaal overleg op alle niveaus: over minimumlonen, precaire statuten, veiligheid en gezondheid op het werk, een betere werk-privébalans en werkbaar werk. De middenklasse heeft er al snel het meeste belang bij dat het sociaal overleg zijn rol voluit kan spelen.18

Een internationale aanpak kost minder en is doeltreffender

Geopolitiek gezien zal de coronacrisis ongetwijfeld haar sporen nalaten. Het liberale Westen dreigt er zwakker uit te komen, ten voordele van het meer autoritaire China en Rusland. En wat met Europa? Terwijl grootschalig onderzoek van de Universiteit Amsterdam tot de verrassende vaststelling kwam dat Europese burgers minder verdeeld zijn over Europese solidariteit dan hun politici, zag het in de beginfase van de coronacrisis ernaar uit dat de EU die goodwill van zijn burgers niet zou weten te verzilveren. Stap voor stap is daar verandering in gekomen, al ligt er nog heel wat werk op de plank.19
Het coronavirus en de klimaatopwarming kennen geen grenzen. Het zou dan ook raar zijn dat we het met een nationale aanpak van elk voor zich zouden kunnen bolwerken. Dat gaat dan niet alleen over het ontwikkelen van vaccins, het aanleggen van strategische voorraden of het herstelbeleid, maar ook om de aanpak van de klimaatcrisis. Het is een ijzeren wet dat acties die in één land (niet) ondernomen worden onvermijdelijk het welzijn in andere landen beïnvloeden. Met ecologische, economische en sociale vrijbuiters is niemand gediend. De wijsheid van Angela Merkel dat het met Duitsland alleen goed zal gaan als het met Europa goed gaat, geldt uiteindelijk voor alle landen, ook al lijkt nog niet iedereen daarvan overtuigd. Maar zoals de linkse gaullist en romancier Jean Dutourd ooit zei: 'Dans les situations désespérées, la seule sagesse est l'optimisme aveugle.' Laat die blindheid vallen en vanuit zijn cel zou Antonio Gramsci ongetwijfeld instemmend geknikt hebben.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.

VOETNOTEN

  1. David Quammen, 'We made the coronavirus epidemic', NYT, Jan.28, 2020.
  2. Antonio Gramsci in een vrije Engelse vertaling : 'I am a pessimist by my observations, but an optimist in my action.'
  3. Klaus Schwab, 'Now it's time for a great reset', World Economic Forum, 03 June 2020.
  4. Gezamenlijk advies over het Nationaal Energie Klimaat Plan 2030 van de CRB, SERV, CESE Wallonie, ESRBHG, FRDO en Minaraad van 25 mei 2019.
  5. RISE, 'Aborder l'environnement dans l'entreprise. Fiches pour guider l'action syndicale.', Bruxelles, 12.03.2020 en ITUC, 'Een rechtvaardige transitie voor meer klimaatambitie. Campagnegids.', Brussel, 24 juni 2020.
  6. Susan MacMillan, ' Tackling climate change could be the greatest global health opportunity of the 21st century', The Lancet, 24 June 2015; Maud Huynen e.a., ' Kennisagenda klimaat en gezondheid', Den Haag, mei 2019 en A. Prüss-Ustün e.o., 'Preventing disease through healthy environments.', Geneva, 2016.
  7. Herman Toch en Anne Maes 'The positive sum game. Beter voor mij + beter voor de wereld', Boom, 2019.
  8. Naast de CO₂-uitstoot moet natuurlijk ook rekening gehouden worden met andere milieu-aspecten (grond- en landgebruik, watergebruik, eutrofiëring, verzuring, ...) én met de sociale impact (werkomstandigheden, armoede, gender, ...). Zie Food Climate Research Network, 'Food systems and greenhouse gas emissions', London, 2015 en Consumentenbond 'Duurzamer eten: groente en fruit bij de supermarkt', juli 2018.
  9. Lise Smit, e.a., 'Study on due diligence requirements through the supply chain.', Brussels, January 2020 en Ferdi De Ville, 'Handelsakkoorden als hefboom voor sociaal en milieubeleid', Denktank Minerva, november 2019.
  10. Mark Elchardus, 'Blijkbaar kunnen we niet zonder heldere regels van de overheid', De Standaard Weekend, 13-14 juni 2020.
  11. Patrick Loobuyck,'Begrip voor gast én gastsamenleving', in Samenleving & Politiek, februari 2018 en Wouter De Vriendt, 'Het timshel-plan: realistisch en menselijk', in Samenleving & Politiek, maart 2018.
  12. Green Stimulus Index, 'An assessment of the orientation of COVID-19 stimulus in relation to climate change, biodiversity and other environmental impacts', Amsterdam, 05.06.2020.
  13. Yelter Bollen en Olivier Beys, 'Van een defensief naar een offensief industrieel klimaatbeleid', Brussel, Juni 2020.
  14. Essenscia, 'Chemie-industrie loopt voorop in energie- en klimaattransitie', Antwerpen, 17 juni 2020.
  15. Tomas Wyns e.a. , 'Towards a Flemish industrial low-carbon transition framework', Brussels, November 2018; Energy Transitions Commission, 'Mission Possible. Reaching net-zero carbon emissions from harder-to-beat sectors by mid-century', London, November 2018 en industriALL European Trade Union, 'Energy intensive industries are part of the solution, not the problem. Deep decarbonisation is challenging but possible', Brussels, 2019.
  16. Sacha Dierkx red., 'Klimaat en sociale rechtvaardigheid', Antwerpen, 2019; Steunpunt tot Bestrijding van Armoede, 'Duurzaamheid en armoede', Brussel, 2019 en Resilience Management Group, 'Het Plan Sophia. Een transitieplan voor België voor een duurzaam herstel post-COVID-19', Brussel, mei 2020.
  17. Amanda Brimmer , 'Protect the vulnerable, protect us all', BCG, June 9, 2020.
  18. Sarah Kuypers en Ive Marx, 'Social consertation and midlle class stability in Belgium' in 'Europe's disappearing middle class?', London, 2016; Dirk Van de Poel, 'Vakbond in transitie', Oikos, 1/2017 en The Shift, ' Hoe kan de jonge generatie de transitie in een bedrijf stimuleren. Een roadmap door en voor jonge professionals', Brussel, Januari 2020.
  19. Frank Vandenbroucke, e.a. 'Europese burgers minder verdeeld over Europese solidariteit dan hun regeringen', UVA, 8 april 2020; FEPS, 'A green deal for all. How to achieve sustainability and equity between the people, regions, countries and generations in a post-COVID-19 era?', Brussel, April 27, 2020 en European Greens, ' Coronavirus recovery. Let's build a better tomorrow', Brussels, May 2020.