Abonneer Log in

Leg eindelijk die eerste steen

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Bouwpakket voor een beter arbeidsmarktbeleid en een groots huis der sociale zekerheid (zonder koterij).

'Aan wie al heeft, wordt gegeven'. Zo luidt de basis van het aloude 'Mattheüseffect'. De term, die in de sociologie voor het eerst gebruikt werd door Robert K. Merton 1, beschrijft het fenomeen waarbij wie zich al in een benadeelde positie bevindt, vermoedelijk meer kans zal hebben om opnieuw nadeel te ondervinden. Terwijl Merton het concept introduceerde in de jaren 1960, blijkt het fenomeen nog steeds razend actueel, en is het zeer toepasbaar op de arbeidsmarktsituatie tijdens de COVID-19 pandemie. Ongelijkheid op de arbeidsmarkt en COVID-19 zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Meer zelfs, COVID-19 blijkt ongelijkheden te bestendigen en te versterken. Bepaalde groepen op onze arbeidsmarkt, zoals werknemers in onzekere statuten en onzekere zelfstandigen worden het hardst getroffen door de noodzakelijke maatregelen van de coronacrisis en vermoedelijk ook door de gevolgen ervan op langere termijn.

Terwijl steuninitiatieven, zoals economische werkloosheid en een water- en energievergoeding bij tijdelijke werkloosheid voor werknemers, goed waren om onze economie even recht te houden en vele mensen een steuntje in de rug te geven, bleken veel werknemers in onzekere statuten niet te kunnen terugvallen op deze maatregelen. Ook de premies die werden uitgedeeld aan zelfstandigen, zoals de hinderpremie en compensatiepremie, waren slechts tijdelijke oplossingen. Op langere termijn zullen we echter meer structurele oplossingen nodig hebben om onze arbeidsmarkt en sociale zekerheid te (her)organiseren. Het is voor ons duidelijk dat de huidige Sinterklaaspolitiek (een gratis NMBS-ticket voor iedereen) geen strategie is die gelijkheid in de hand werkt. Fijn dat we nu massaal een uitstapje kunnen maken met de trein, maar is dat echt waar hulp het meest noodzakelijk is? Het geld kan nuttiger besteed worden en meer specifiek gebruikt worden voor de laag betaalde, precaire groepen op onze arbeidsmarkt. Denkt u maar aan de schrijnende, nieuwe realiteit waarin de vraag naar voedselpakketten met 15% procent gestegen is tegenover vorig jaar.2 Deze mensen zullen niet structureel geholpen worden met een paar ritjes naar de zee.

BOUWPAKKET

Een kant-en-klaar 'medicijn' voor onze 'door ziekte getroffen' arbeidsmarkt kunnen we jammer genoeg niet voorschrijven. Desalniettemin willen we enkele recepten aanreiken die een deel van de ongelijkheid zouden kunnen wegwerken. De sleutel hiertoe is volgens ons een geïntegreerd arbeidsmarktbeleid dat ingebed is in een sterkere en socialere sociale zekerheid. Hieronder stellen we alvast vier cruciale bouwstenen voor die deel uitmaken van ons bouwpakket.

Bouwsteen 1: een sterk bouwteam aan het roer

Voor een geslaagde hervorming hebben we een team van mensen nodig die samen werken aan een geïntegreerde aanpak. De koterij in ons overheidsapparaat is de achilleshiel die zo'n hervorming verhinderd. Kunnen verschillende aspecten van de arbeidsmarkt ondergebracht worden bij één instantie, één minister? Dat arbeidsmarktwetgeving, werkloosheid en uitkeringen, en opleiding onder verschillende instanties of ministers vallen, en dit nog eens verdeeld over federale en regionale bevoegdheden, zorgt voor een koterij aan bevoegdheden en maateregelen. Als we structurele hervormingen willen doorvoeren, moeten arbeid, opleiding en uitkeringen beter op elkaar afgestemd worden. We raden de politici aan om ook het middenveld beter te betrekken bij hun beleid – en liefst niet nadat de maatregelen bekend worden gemaakt... De politiek mag met andere woorden niet vanuit zijn ivoren toren werken.

Bouwsteen 2: een sterk huis der sociale zekerheid voor iedereen

Als we een sterk bouwteam hebben, kan het echte werk beginnen. Laat deze crisis een aanleiding zijn om het 'huis' van de sociale zekerheid (opnieuw) van stevige fundamenten te voorzien. 'Maar België kent toch al een sterke sociale zekerheid?', zal je velen horen zeggen. Dat is waar... en gelukkig maar! Maar het kan zeker beter. De coronacrisis legt de vinger op de hete plaat: de hiaten en tekortkomingen worden pijnlijk zichtbaar.

Neem nu het voorbeeld van uitzendkrachten. Zij zijn vaak de eersten die afgedankt worden tijdens economische recessies. Hun contract (veelal wekelijks) wordt simpelweg niet verlengd. De vele getuigenissen als reactie op het verhaal van Seppe de Meulder, wiens getuigenis over uitzendwerk viraal ging 3, spreken boekdelen. Bovendien wordt – als we in een economische crisis terechtkomen – het voor deze groep praktisch onmogelijk een nieuwe job te vinden. Hierdoor vallen ze (in het beste geval) terug op een werkloosheidsuitkering. Maar ook hier loert Mattheüs om de hoek: de hoogte van deze uitkering is afhankelijk van hoeveel de werknemer heeft bijgedragen aan de sociale zekerheid onder de vorm van betaalde arbeid. Aangezien deze werknemers vaak geconfronteerd worden met flexibele, gefragmenteerde carrières, dreigen zij sneller terug te vallen op een lagere uitkering.

Laten we ook de zelfstandigen niet vergeten. Van zelfstandigen heerst nog te vaak het idee dat ze wel voor zichzelf kunnen zorgen en dus niet hoeven te genieten van het collectieve solidariteitssysteem. Zelfstandigen hebben namelijk in veel mindere mate recht op steun vanuit de sociale zekerheid, denk aan een werkloosheidsuitkering of een volwaardig pensioen. Toch zijn er genoeg voorbeelden waaruit blijkt dat deze extra bescherming ook voor hen noodzakelijk is, bijvoorbeeld armoede op latere leeftijd, een laag inkomen en hun afhankelijkheid van economische fluctuaties (zoals de coronacrisis pijnlijk zichtbaar maakte).

Terwijl ons systeem van sociale zekerheid vooral gestoeld is op het standaard arbeidscontract (het voltijds contract van onbepaalde duur bij éénzelfde werkgever), wordt 'flexibiliteit' toch steeds vaker aangeprezen als de nastreefbare mantra. Flexibiliteit nastreven, maar tegelijkertijd geen compensatie of andere vorm van zekerheid voorzien voor werknemers die zich flexibel (moeten) opstellen, is een beleid voeren met twee maten en gewichten. Zulke onrechtvaardigheden moeten worden weggewerkt. Een sterkere en billijkere sociale zekerheid moet dan ook de zwakkeren in onze maatschappij beschermen, die maar al te vaak uit de boot vallen. Dus, meer dan 75 jaar na de vorming van het eerste 'sociaal pact', dat nog steeds de basisprincipes van ons sociaal zekerheidsstelsel vormt, is de huidige context de aanleiding voor een nieuwe sociale hervorming waarbij de laag betaalde, onzekere en flexibele groepen op onze arbeidsmarkt, zoals freelancers of uitzendkrachten, ook voldoende bescherming krijgen. Denk hierbij aan distributiemedewerkers, winkelpersoneel, chauffeurs, kuispersoneel, werknemers uit de zorg, en tal van andere beroepsgroepen die vandaag de levensaders van onze samenleving vormen. We moeten ervoor zorgen dat ze in de toekomst niet enkel kunnen rekenen op een applaus, maar ook op een werkbare job, een stabiel inkomen en een volwaardig pensioen.

Arbeidsmarktcarrières zijn steeds vaker een verhaal van variërende trajecten waarbij het standaard arbeidscontract wordt afgewisseld met periodes van tijdelijke contracten, zelfstandigheid, werkloosheid, opleiding, enzovoort. Het plaatje waarbij men de werkloosheidsuitkering dus sterk laat afhangen van het laatste arbeidscontract, is er ééntje van weleer. Een andere piste, die aan deze nieuwe realiteit tegemoet kan komen, en die deel kan uitmaken van een sterker huis der sociale zekerheid, is het basisinkomen. Dit idee, dat al vaker de revue passeerde, dient serieuzer onder de loep genomen te worden. Een basisinkomen kan namelijk op duizend-en-één manieren geïmplementeerd worden. De ene manier zal resulteren in een socialere of meer herverdelende uitkomst dan de andere. Ook hier moeten we op onze hoede zijn voor het Mattheüseffect. Alle sociale bijstand afschaffen omdat er een basisinkomen ingevoerd wordt, is geen goed idee, en zou de ongelijkheid zelfs kunnen vergroten. Het basisinkomen moet ook hoog genoeg zijn om mensen uit armoede te kunnen halen. Daar hangt dan weer een hoger prijskaartje aan vast. Maar de onvoorwaardelijke garantie om elke maand een vast bedrag te ontvangen, kan mensen meer zekerheden geven in het leven. Daarenboven kan zo'n 'basiszekerheid' de zin om te ondernemen stimuleren – wetende dat men ergens op kan terugvallen indien het initiatief niet verloopt zoals gehoopt. Werknemers die vast dreigen te zitten in precaire arbeid, zullen mogelijks de moed vinden om hun carrière een nieuwe wending te geven of zich bij te scholen aangezien ze dan even kunnen terugvallen op hun basisinkomen. Meer onderzoek en een verdere discussie over de invoering en de specificaties van een basisinkomen dringen zich op. Stof voor een expertencommissie?

Bouwsteen 3: een goed huis vraagt om investeringen

Investeren in sociale bescherming en financiële zekerheid is absoluut nodig om mensen veerkrachtig te maken. Daarom moeten we werk maken van een betere financiering van het systeem van de sociale zekerheid. Kunnen de sterkste schouders in onze samenleving, a.u.b., hun steentje bijdragen? Onder de naam 'Millionaires for Humanity'4 tekenden onlangs nog een groep miljonairs een open brief om hen zwaarder te belasten op hun vermogens, zodoende de financiële last van de coronacrisis mee te kunnen dragen en het fiscaal stelsel permanent, 'eerlijker' te hervormen. Een teken dat zeker niet alle rijken hun geld zouden versluizen naar het buitenland om aan hogere belastingen te ontkomen, zoals vaak wordt geopperd. Eerlijke(re) belastingen op vermogen voor de allerrijksten, en op inkomsten van vennootschappen en multinationals zouden geen taboe meer mogen zijn. De sterkste schouders werden de laatste decennia maar al te vaak ontzien. Er moet dus werk gemaakt worden van een eerlijker fiscaal systeem om een sterke sociale zekerheid te kunnen verzekeren.

Bouwsteen 4: een goed huis dient onderhouden te worden

Een goed arbeidsmarktbeleid en een sterke sociale zekerheid kunnen maar overleven als de regels goed geïmplementeerd en nageleefd worden. Daarom is het belangrijk dat de overheid investeert in goed uitgeruste controleorganen die erop toezien dat werknemers en werkgevers correct behandeld worden. Het aanscherpen van de rol van vakbonden en een sterker uitgebouwde sociale inspectie kunnen hiertoe bijdragen. Er moet bijvoorbeeld een betere aanpak komen om de uitbuiting van werknemers in precaire statuten tegen te gaan. Zulke werknemers in precaire arbeidsomstandigheden worden bovendien vaker blootgesteld aan corona doordat hun werkgevers niet de nodige veiligheidsmaatregelen nemen. Denk maar aan de recente, nieuwe uitbraken van het coronavirus in de vleesindustrie, de textielindustrie en de tuinbouw waar veel precaire werknemers, vaak gedetacheerd en veelal in schijnstatuten, in erbarmelijke omstandigheden moeten werken voor een laag loon. Ook uitzendkrachten krijgen vaak niet waar ze recht op hebben (zoals betaalde feestdagen) omdat ze onwetend zijn of omdat ze hun rechten niet opeisen uit schrik hun job te verliezen. Verder moet het probleem van 'schijnzelfstandigheid' waarbij werknemers in een statuut van zelfstandige worden gedwongen terwijl zij onder de autoriteit van een werkgever werken en hierdoor makkelijker ontslagen kunnen worden, aangepakt worden. Zeker mits zij niet op dezelfde sociale zekerheid kunnen terugvallen als werknemers wanneer dit het geval is. Er zal dus veel sterker ingezet moeten worden op controle en sanctionering om ons huis staande te houden.

KANTELPUNT?

De bovenstaande bouwstenen zijn niet nieuw. Tot op heden werd er echter nog geen werk gemaakt van het omzetten van deze ideeën in de praktijk. Daarom blijven we het herhalen zolang het nodig is. Laat de coronacrisis eindelijk het kantelpunt zijn waarop we deze ideeën effectief in de praktijk brengen om van onze samenleving een betere plaats te maken voor iedereen. Een aanpak waarbij de vier bouwstenen uitgewerkt en gecombineerd worden, lijkt voor ons essentieel voor de uitbouw van een sterk arbeidsmarktbeleid met daaraan gekoppeld een uitgebreide sociale zekerheid.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.

VOETNOTEN

  1. Merton, Robert K. (1968) The Matthew Effect in Science. Science, 159 (3810), p.56-63.
  2. https://www.standaard.be/cnt/dmf20200712_92282390
  3. https://www.demorgen.be/meningen/waarom-ik-het-verhaal-van-mijn-eerste-dag-tot-mijn-ontslag-bij-aveve-wil-delen~b016ca64/
  4. https://www.standaard.be/cnt/dmf20200713_95642789