Abonneer Log in

Wie zorgt er voor de zorgers?

Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona

Maar liefst 20% van de zorgverleners geeft aan dat ze overwegen een andere job te zoeken. Zorg bleek de voorbije periode crucialer dan ooit. Helaas geeft de samenstelling van het relanceteam weinig hoop dat zorg(arbeid) in de toekomst anders en beter zal worden georganiseerd.

Laten we maar in het achterhoofd houden dat het wat vroeg is voor postcorona tijdingen. De coronacrisis is immers nog lang niet voorbij en de eerste, dramatische kortetermijneffecten komen nu pas aan de oppervlakte.
Wat wél al duidelijk is, is dat deze crisis de systeemfouten van ons huidige bestel onder een operatielamp heeft gelegd. Jarenlange sluipende besparingen en vermarkting van essentiële zorgsectoren hebben de mensen die die sectoren overeind moesten houden, leeg gewrongen. Maar liefst 20% van de zorgverleners geeft aan dat ze overwegen een andere job te zoeken. Het mag geen wonder heten dat wie maandenlang overuren draaide en te veel menselijk leed moest aanzien, dreigt te kraken.
En dan is er het onzichtbare, stille leed leed in tal van huiskamers, waar ouders maandenlang hun kinderen moesten bijstaan in het afstandsonderwijs, of dat nu te combineren viel met telewerken of niet, of ouders daar nu ruimte, middelen en rust genoeg voor vonden of niet.
Er is intens gezorgd. Als er iets glashelder was, dan wel dat wij verloren zijn zonder zorg. Maar wie zorgt er voor de zorgers?

EEN SYSTEEMCRISIS BIEDT OOK KANSEN

De coronacrisis is niet louter een gezondheidscrisis met een economische crisis als onvermijdelijk gevolg, maar ook een systeemcrisis. Dat klinkt apocalyptisch, maar biedt ook kansen. Grote crisissen zijn niet zelden de voorbode van verandering. Na WOI resulteerde verbeten sociale strijd in de achturige werkdag en het enkelvoudig algemeen stemrecht. De recessie van het Interbellum resulteerde in de VS in de New Deal. WOII leverde ons land het Sociaal Pact en algemeen stemrecht voor vrouwen op.
Die verwezenlijkingen kwamen er niet zomaar, maar werden bevochten omdat mensen zich verzetten tegen een beleid dat een systeem als onvermijdelijk voorstelde. Het is ontluisterend om in de geschiedenis van de sociale strijd te lezen met welke politieke argumenten men eisen en protest probeerde te sussen. De argumenten die vandaag dienen om elke poging tot sociale vooruitgang te blokkeren, toonden ook een eeuw geleden al hun nut: verkorting van de arbeidsduur of meer verlof zouden de vrijheid van ondernemen en de concurrentiepositie in gevaar brengen, de productie doen dalen en tot werkloosheid leiden. Niets bleek minder waar. Toch klinken de mantra's en bezwaren die het huidige systeem als onvermijdelijk voorstellen even luid en stellig als weleer.

ZORG BLEEK CRUCIALER DAN OOIT

Terug naar vandaag. Als we een complete catastrofe hebben kunnen afwenden, dan was dat vooral dankzij de inzet en het harde werk van zorgenden. Als we het over zorgenden hebben, dan spreken we niet enkel over het verplegend personeel, dat dubbele shifts draaide en beloond werd met applaus en een maaltijdcheque, maar ook over het zorgpersoneel in woonzorgcentra en andere zorginstellingen, die het zonder beschermend materiaal en ondersteuning moesten stellen en in uiterste nood de hulp van AzG (een niet gesubsidieerde ngo) en het leger moesten inroepen om de toestand onder controle te krijgen. We moeten het ook hebben over leerkrachten die met lesbundels naar de huizen van hun leerlingen reden en tot 's avonds laat videocallden om iedereen mee te krijgen; over de talloze vrijwilligers die in de bres sprongen om te helpen waar nodig; over mensen die boodschappen deden, kookten, zorgden voor wie dat niet zelf kon; over ouders die naast hun dagtaak voltijds voor hun kinderen moesten zorgen en hen thuis helpen onderwijzen.
Zorg bleek crucialer dan ooit.

ZORG ALS EEN KNELPUNT

Dat zorgende beroepen al jaren knelpuntberoepen zijn is geen detail. Hoe komt het dat er zo weinig mensen animo voelen voor een loopbaan in de zorg? Jobzekerheid en een relatief hoog startersloon blijken niet voldoende om te overtuigen. Zou er zowaar een probleem zijn met de werkbaarheid van de job?
Wisselende uurroosters, shiften, weekend- en nachtwerk horen bij de job, maar zijn niet alleen ongezond, maar ook lastig te combineren met een normaal gezinsleven.
Daarnaast geeft 4% van het zorgpersoneel aan dat ze te veel stress ervaren; niet enkel door het slopende werkregime, maar ook door systematische onderbemanning. Hoe minder personeel, hoe harder en flexibeler het aanwezige personeel moet werken. Enzoverder.
Bovendien werken mensen in de zorg doorgaans in een hiërarchische context waarbinnen ze weinig autonomie en zelfbeschikking ervaren.
Pro memorie: op 5 maart, vlak voor ons land on hold werd gezet door de lockdown, betoogden 9.000 werknemers uit de zorgsector tegen het besparingsbeleid. Niet zo lang daarvoor, in december 2019, werd ook al actie gevoerd. De Commissie Welzijn en Volksgezondheid van het Vlaams Parlement weigerde de delegatie van de sector te ontvangen. Ook in de aanloop naar de verkiezingen van mei 2019 kwam de zorgsector op straat om de financiering en organisatie van hun werk op de politieke agenda te zetten. Het hielp niet. Zelfs voor de eenvoudige toepassing van de afgesproken interprofessionele loonnorm (de marge voor loonsverhoging voor alle sectoren van 1,1 % over 2 jaar) moest actie worden gevoerd en onderhandeld.

STEREOTYPERINGEN EN VOOROORDELEN

Tot slot is er maar weinig status en prestige aan de job verbonden. Zorgen kan iedereen, zo lijkt het. En vooral vrouwen zijn er bij uitstek en van nature geschikt voor, zo wil de norm.
Het is niet irrelevant dat maar liefst 82% van de zorgende werknemers vrouwen zijn. Zorgsectoren zijn bij uitstek vrouwelijke sectoren. De Franse econome, Evelyne Sullerot, stelde in 1968 dat beroepen waar vooral vrouwen werkzaam zijn aan status én verloning inboeten en dat een overrepresentatie van vrouwen in een beroepstak als een devaluatie werd gezien. Naarmate het aandeel vrouwen op diverse posities in de samenleving toenam, raakte de these omstreden. Voor de vaststelling dat beroepen die ooit aanzien en respect genereerden, zoals huisarts, leerkracht, en andere aan status verloren naarmate er meer en meer vrouwen werkzaam werden, werd echter nooit op onderbouwde wijze verklaard.
Wat we wel weten is dat (veelal onbewuste) stereotypering één van de onderzochte oorzaken is van ongelijke beloning en waardering en bijdraagt aan hardnekkige patronen op de arbeidsmarkt. De norm dat vrouwen zorgen (voor kinderen, ouders, familie en anderen) en mannen de kost winnen, blijft vrij hardnekkig overeind. Net als de norm dat vrouwen minder goede leiders zijn (ook al wijst alles op het tegendeel). Dat soort vooroordelen leidt onder meer tot beroepssegregatie, verloningsdiscriminatie, veel meer deeltijdwerk door vrouwen en obstakels in de doorstroom van vrouwen naar beslissende functies, patronen die uitvoerig zijn onderzocht en gedocumenteerd, maar koppig standhouden.
Of Evelyne Sullerot gelijk had of niet, blijft een punt van discussie. Wat vaststaat is dat we zorgen niet de aandacht, waardering en middelen toekennen die het verdient. Zorgen is immers reproductieve arbeid, het soort werk dat nodig is om de economie en het kapitalistisch systeem in stand te houden, maar dat niet te veel mag kosten omdat het geen tastbare financiële winst oplevert.

ZORG IS SOCIALE REPRODUCTIE

Het concept van sociale reproductie werd ontwikkeld door de Franse marxistische filosoof Louis Althusser. Hij stelde dat als we voor de analyse van het kapitalisme niet enkel de economische productie in overweging moeten nemen, maar dat we ook moeten kijken naar de manier waarop de voorwaarden voor die productie sociaal worden gereproduceerd. Met name de dagelijkse fysieke en emotionele reproductie. Hij had het met name over zorgarbeid als koken en schoonmaken en het verzorgen van zieken en hulpbehoevenden, maar ook over emotionele, affectieve arbeid, de voortplanting van generatie op generatie en het socialiseren en opvoeden van kinderen.
Als we de huidige crisis onder de loep van de sociale reproductie leggen kunnen we niet anders dan vaststellen dat het systeem sputtert omdat het sociale reproductie onderwaardeert, bewust negeert of buiten het politieke en publieke debat houdt. Zorgen is ofwel een privézaak, ofwel een vermarkte dienstverlening. Het heeft geen plaats in relanceplannen, begrotingen en het BNP. Zorg is de onzichtbare pijler die de samenleving staande houdt.
Ons huidige maatschappelijke systeem teert op zorg- of reproductieve arbeid die levensnoodzakelijk is, maar nauwelijks gevaloriseerd of ondermaats vergoed wordt. Zonder zorgwerk, het zorgen voor, het verzorgen en beschermen van mensen valt de samenleving stil en stort ze als een kaartenhuis in elkaar. We kunnen niet zonder mensen die opvoeden, poetsen, kleren wassen, voorlezen, koken, troosten, luiers verschonen, maar we waarderen het niet.
We vinden het evident dat hoofdzakelijk vrouwen deze taken op zich nemen, maar stellen geen vragen over de extra werkdruk die die verwachting genereert. Vrouwen zijn nochtans dagelijks meer uren aan de slag dan mannen. In zowel hoge als lage-inkomenslanden besteden vrouwen gemiddeld tweeënhalf keer meer tijd aan onbetaald huishoudelijk werk en zorgtaken dan mannen.
Sinds de tweede feministische golf hebben feministische bewegingen geijverd voor de herverdeling van onbetaalde zorgarbeid tussen mannen en vrouwen. In de plaats daarvan kregen we een herverdeling van de zorgtaken tussen vrouwen uit verschillende sociale klassen en bevolkingsgroepen. Terwijl vrouwen uit de middenklasse steeds beter en hoger geschoold zijn en voltijdse banen hebben, vullen veelal lagere geschoolde vrouwen met migratieroots de lacunes in de noodzakelijke zorgverlening in.
Wanneer we zorgarbeid wel vergoeden gaat het veelal om ondergewaardeerd, matig tot slecht betaald werk in weinig benijdenswaardige omstandigheden.
Doordat de zorg vermarkt is, is de marktlogica van winst, efficiëntie, rationalisering en concurrentie binnengeslopen in de zorgsectoren. Maar de voorwaarden van de kapitalistische markteconomie staan kwaliteitsvol zorgwerk in de weg. Kwaliteit ontbreekt in de zorgverlening zelf en in de omstandigheden waarin verzorgenden moeten werken.

ZORG IS POLITIEK

Het zorgsysteem kreunt en kraakt al jaren in haar voegen. Een malaise die al die tijd al merkbaar en voelbaar was door zowel werknemers als door talloze zorgbehoeftigen op ellenlange wachtlijsten. Of het nu gaat over zorg voor personen met een handicap, jongeren in de jeugdhulp of in de psychiatrie: wachten, vaak uitzichtloos lang wachten op adequate hulp is de regel. Uit werkelijk alles valt af te leiden dat zorg al veel te lang geen beleidsprioriteit is.
De huidige crisis heeft feilloos aangetoond dat zorgarbeid essentieel is voor de samenleving.
Daarnaast heeft deze crisis aangetoond dat het kapitalistisch systeem ongeschikt is om een pandemie onder controle te houden. De focus ligt immers exclusief op het optimaliseren van winst en kapitaal, niet op het in standhouden van leven. Dat laatste kost immers veel meer dan het opbrengt.
De samenstelling van het relanceteam, bevolkt wordt door professor innovatiemanagement, een VOKA-voorzitter met een verleden als bedrijfsmanager, een vermogensbeheerder, een arbeidseconoom, en een paar mensen uit de managementopleidingen, doet weinig hoop rijzen over de manier waarop ons land uit deze crisis wil herrijzen. Wanneer expertise exclusief bij neoliberale denkers wordt gezocht, valt er weinig hoop te koesteren dat zorg(arbeid) anders en beter zal worden georganiseerd.
De focus ligt opnieuw op 'meer' in plaats van op 'beter'. Meer groei, meer productie, meer koopkracht, meer werk. Het is opmerkelijk hoe men blijft terugvallen op beproefde recepten, die hun smaak al lang verloren zijn en die de meeste mensen niet meer lusten.
De vraag moet zijn hoe we zorg ontmarkten, (her)waarderen, organiseren; hoe we een systeem bouwen dat zorg draagt voor de mensen die het draaiende houden, in plaats van mensen aan te sporen het systeem koste wat kost draaiende te houden.
Op die vraag krijgen we pas een passend antwoord als we erin slagen zorg prominent op de politieke agenda te zetten, waar het al decennia thuishoort.
Hoe we voor elkaar zorgen is misschien wel de belangrijkste vraag ooit en het perfecte uitgangspunt om duurzaam na te denken over een ander economisch model, een model dat levenskwaliteit voor iedereen als doelstelling heeft. Niets is onvermijdelijk. Er is altijd een alternatief.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2020: #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek.